Tijdingen
                                                                               
                                                                                               mei 2024                                                                                                                                        

                                                                        Drogredenen, façades en fantomen 

Nonsens is er in vele soorten en maten. Dat was al zo in de tijd van Jeremy Bentham (zie Tijdingen april) en dat is nog steeds het geval. De politieke bestuurderscultuur is ervan vergeven en de samenleving bauwt alles na wat er in dit opzicht maar te berde wordt gebracht. Dagelijks buitelt men op snijtafelniveau over elkaar heen met de meest idiote drogredenen die te bedenken zijn om toch vooral maar te laten blijken dat men 'bij de tijd' is en het eigen zegje kan doen. Wat is dat voor een provenciaalse dorpsmentaliteit? Het lijkt verdorie de inerte 19e-eeuw van Pieter Stastok en andere lamlendige schertsfiguren wel! Wederom viert het hypocriete Victorianisme hoogtij en kijkt men liever van serieuze problemen en vraagstukken weg dan ze activistisch te lijf te gaan. Eufemistisch taalgebruik ontsiert de communicatie (of wat daarvoor doorgaat) in ernstige mate; de taboes zijn er bepaald niet minder om geworden, wat men zich hierover ook moge voorstellen. Vanwaar al deze nodeloze regressie?

Men zou denken dat burgers gezien alle beleidsmatige ontregeling van de afgelopen decennia schoon genoeg hebben van alle bureaucratisch gekoeioneer en badinerende neerbuigendheid en dat zij de stekker uit het (feitelijk failliete) 'sociaal contract' zouden trekken. Bijvoorbeeld door in navolging van de vroegere Patriotten en de historische oproep van Joan Derk van de Capellen de belastingafdracht op te schorten en te eisen dat er een adequaat bestuur kwam alvorens men weer 'aan tafel' zou verschijnen. Of dat men alle vermaningen met betrekking tot het gewenste leven gevoeglijk naast zich neer zou leggen. Maar niets van dat al. Men zou eens voor 'querulant' worden gehouden — een gruwel toch? Nee, het zich buiten de gemeenschap (en de orde) plaatsen is wel het laatste dat de brave burger in zijn hoofd zou halen. In plaats daarvan fixeert hij zich liever op selfies en 'likes' alsof zijn leven ervan afhangt.

'Contempt of Congress and Court' is de hoogste misstand in de democratisch geachte VS. Dat kan presidenten en hun administratie de kop kosten. Maar hoe zit het met de minachting voor de complete volksvertegenwoordiging en de rechtsstaat die de achtereenvolgende kabinetten-Rutte stelselmatig tentoon hebben gespreid? Zou dat geen juridische 'case' of aanklacht waard zijn? Stilte en brave volgzaamheid alom. Nieuwe partijen dienen zich weliswaar met veel bombarie aan, maar of zij werkelijk 'het verschil' kunnen maken dat men omstandig belooft is de grote vraag. Ook zij laten zich inmiddels kennen als 'eerbare' politici die hun handen liever niet branden. Tot genoegen overigens van de voorstanders van de (politici en bestuurders hoe langer hoe meer ontglippende) status quo. Kan dat anders? Jazeker. Met wat wilskracht en gerichte krachtsinspanning valt er veel te verbeteren. Zeker als een en ander met solidariteit gepaard gaat en men boven het 'Zelf' weet uit te stijgen. Maar dan moet men niet bevreesd zijn om voor 'idealist' te worden versleten, of als zodanig afgeserveerd te worden. 'Pragmatici' mogen dan denken de zaken te kunnen bepalen en in de klauw te hebben, het utilitarisme is een doodlopende weg gebleken. 'Nut' en 'noodzaak' van beleid en bestuur zijn geminimaliseerd tot louter winst- en verliescalculaties, die evenwel aan vele kanten rammelen. De procedurele overkill om dit alles te 'legitimeren' is mateloos en ongekend.

Intussen betaalt de burger zich blauw aan belastingheffingen. Voor sommigen gaat dit nog niet ver genoeg en komt men met allerhande extra beprijzingsvoorstellen alsof de markt nog niet genoeg wordt ontzien. Hoezo vrije concurrentie en vrijheid van ondernemerschap? Bedrijven staan niet aflatend op de stoep van de overheid om hun hand op te houden dan wel subsidiëring af te dwingen. Maar de burger? Die heeft het nakijken. Over elke euro moet belasting worden betaald, terwijl tax-rulings de hand boven vele concernhoofden en hun managementboards houden. Investeren is immers 'risicovol' zo wordt gemeend, maar dat is het (arbeidzame) leven zèlf natuurlijk ook. De economisch-liberale mantra's blijven evenwel eindeloos herhaald, maar zijn zó sleets dat de plaat al kraakt voordat-ie wordt afgedraaid. Stop met deze façade zou men zeggen en maak een eind aan alle eigenwaan op dit gebied. De samenleving is er meer dan genoeg onder gebukt gegaan. Maar nee, men gaat doorgemoedereerd door alsof er geen vuiltje aan de lucht is en trekt zich van kritiek, weerzin, noch ontluisterende onderzoeken en rapporten ook maar iets aan. Dat heet dan 'teflon-mentaliteit', maar de PFAS verziekt intussen alles. Er staat bij actuele vraagstukken heel wat op het spel, te weten niets minder dan de algehele (institutionele) inrichting van de samenleving. Zonder dit besef zal de politiek echter een grabbelton blijven waaruit meer missers dan successen te (be)halen zijn.

We leven in een wereld vol fantomen: de angst voor 'de ander(en)', voor 'de vijand' en hun slinkse spionnen, 'de wolf', en natuurlijk de aloude 'chaos' niet te vergeten. Dat de boel beleidsmatig inmiddels aardig ontregeld is, deert kennelijk niet. Men klampt zich vast aan illusies over 'beter leven' alsof ons laatste uur is geslagen en de totale ondergang ons wacht indien men niet direct overgaat tot 'activerende maatregelen'. Met 'stoelzitten' dient het afgelopen te zijn, evenals met de vette hap. In de benen en gezond naar het werk! Autorijden is oké, mits het een Tesla is. Vliegen ook, als men maar bereid is voor ongewenste uitstoot te betalen. Openbaar vervoer kan natuurlijk niet op een koopje, dat begrijpt iedereen, want 'gratis geld bestaat niet'… . Enzovoort. De 'verdienmodellen' zijn heilig en mogen onder geen beding worden aangetast. Men gelooft en accepteert het en volgt bereidwillig deze ambigue mores. Neem nog een warmtepomp. Wel zelf betalen natuurlijk, want op burgers die hun eigen broek niet weten op te houden zit men niet te wachten. De staat kan tenslotte niet voor 'alles' zorgen (tenzij het zoals gezegd ondernemers betreft die dreigen 'om te vallen', of vervelende 'niet te dragen tegenvallers' hebben). Ja het gaat lekker zo. Zeker zolang we onszelf maar 'op de kaart' kunnen blijven zetten. Of dat nu een 'Abstieg'-scenario is of niet. Het Nederlandse onderwijs is bedroevend, de openbare voorzieningen onder de maat, de inkomensverhoudingen en met name de toenemende armoede alarmerend en onacceptabel, het openbaar bestuur inert — hoezo 'goed bezig'?

We zijn overgeleverd aan de luimen van fanatiek drammende politiek-correcte betweters en hun entrepreneurs die hun tentakels in nagenoeg alle politieke partijen hebben en met hun onzalige opvattingen en ideeën menig politiek en maatschappelijk debat perverteren. Hun gedachten zijn vaak net zo discutabel als de vergezichten die men meent te moeten uitventen. Doorgeschoten individualisme noch het koketteren met naar collectivisme zwemende utopieën zijn evenals totale gelijkschakeling een te prefereren oplossing voor alles, maar wat meer denken in termen van zinnige algemene belangen zou welkom zijn. De ware zuurstof voor de kwijnende democratie genereer je niet door de zaak af te knijpen en dicht te timmeren, maar het debat over de nog altijd pregnant aanwezige kolossale 'olifant in de kamer' – te weten het door voormalig linkse partijen als PvdA/GL en D66 in het zadel helpen en houden van neoliberale politici – onbevreesd en vrijuit te voeren en de voortgaande woekering ervan zonder omhaal te adresseren. Dat zou pas wèrkelijk de zo gewenste lucht geven en die ook klaren. Maar zolang verondersteld links op de eigen borst blijft trommelen in de waan dat men nog voluit 'links' zou zijn en men blijft ontkennen dat er reeds decennialang sprake is van rechts beleid waaraan men voluit medewerking heeft verleend maar dat die langlopende kongsi niet meer aan zet is, zolang zal van dat 'klaren' weinig sprake zijn. Men hoopt daarom ook niet voor niets op een formatiedebacle en kan blijkbaar niet wachten om de aloude 'progressief' gewaande neoliberale draad weer op te pakken. Want 'vergroend' moet er tenslotte worden als het aan de verzameling drieste klimaat- en milieudesperado's ligt. Vooral met bakken gemeenschapsgeld en ten koste van vele noodzakelijke politiek-economische herstelwerkzaamheden. Want ja, het bestrijden van maatschappelijke ongelijkheid is blijkbaar toch een te lastige opgave. Daar wil men in navolging van Kok en vele anderen de handen niet langer aan branden. Of men zich nu links noemt of niet. We zijn immers de klassenmaatschappij in polderland 'allang voorbij'. De burger mag het voortaan vrijuit zelf doen, zo luidt het ongewijzigde meritocratische motto. Dat heet dan een 'solidaire gemeenschap' (ofwel 'Wij-Samen' in politiek jargon). We verhogen immers het minimumloon (maar vermarkten de pensioenen net zoals de gezondheidszorg en vele andere publieke voorzieningen). Mooi toch? Ja waarom zou men Timmermans evenals Rutte en consorten toch zo weinig pruimen… Een raadsel. Dat kan niet anders dan door 'het rechtse populisme van querulanten' komen. Toch? Wij dienen de 'progressieve democraten' in de VS als voorbeeld te (blijven) nemen. Die stellen tenminste zonder omhaal miljarden beschikbaar om bedreigde staten bij te staan in hun strijd voor recht en orde. Verbleekt daarbij al het gemekker over de eigen sores niet? Nu dan, sluit u aan en spring over uw eigen schaduw heen (… enz.)

Tja, dat moge allemaal zo worden gepresenteerd en de samenleving niet aflatend worden voorgehouden, het blijven fallacies met een hoogst discutabele basis. Rammelende 'geopolitiek' als afleidingsmanoeuvre ter compensatie van falende oriëntaties? Sentimentalistische verontwaardiging als leidend principe en criterium? Zo schiet het niet op. Waar blijft het werkelijk werk maken van een versteviging – of beter gezegd de daadwerkelijke toepassing – van de principes die met een serieuze internationale rechtsorde worden beoogd? Men kan niet het één zeggen en het andere blijven doen of nalaten. Ofwel theorie en praktijk zullen behoren aan te sluiten. Zo niet, dan verspeelt men alle goodwill en adhesie voor welk beleid ook. En dat zal men weten. Politiek is geen bureaucratisch-ambtelijk gezelschapsspel, maar keiharde belangenbehartiging waarbij de urgentie van een en ander evenwel vaak ver te zoeken is. Zo 'mensvriendelijk' als het allemaal wordt voorgewend is het meestal niet. Het 'spel' wordt ondanks de veelal eufemistische bewoordingen vaak vilein en slinks gespeeld, maar dan vooral op de persoon en minder op de zaak gericht. Men verliest zich in procedureel gemillimeter en raakt daarmee grip op ontwikkelingen kwijt. De machtssuitoefening van 'derden' gaat daardoor echter onverminderd door met als gevolg dat de politiek zichzelf hoe langer hoe meer buitenspel zet. Vooral ook ten gevolge van de zo naarstig beleden neocorporatistisch-communautaristische decentralisatie-ideologie versnippert en verwatert de centrale regie over publieke zaken en neemt de bestuurlijke willekeur en daarmee ook onacceptabele rechtsongelijkheid hand over hand toe. [1] Dat heeft met 'goed bestuur' weinig te maken. Al diegenen die een 'nieuw sociaal contract' voorstaan (dan wel de verwaarlozing ervan aan de kaak willen stellen) zullen zich moeten realiseren dat deze wens de vader van een illusoire gedachte zal blijven indien men deze politieke cultuur niet weet te doorbreken (of men dit niet van zins blijkt). Dan zal er slechts sprake zijn van nog meer cosmetische window dressing en verandert er dus maar bitter weinig. Pas dus op uw tellen wanneer woordvoerders weer eens spreken over een 'voortvarende aanpak' en reken uzelf vooral niet prematuur rijk wat dit betreft. Oyez!

Lokale schermutselingen en andere achterhoedegevechten

Gaan het CDA en NSC elkaar desondanks trachten te overtroeven qua (neo)corporatistische gezindheid? Het lijkt er veel op, gelet op de drieste omarming van allerhande noties rond decentraal bestuur en 'lokale autonomie'. De werkgroepen te lande staan er bol van alsof niemand meer beseft hoeveel schade deze bestuurlijke versnippering heeft aangericht, maar men er het liefst nog een paar flinke scheppen bovenop wil doen. Deze staatsrechtelijke en bestuurlijke dwalingen stelden wij al aan de orde, maar men lijkt van geen wijken te willen weten. Wat bezielt deze partijen en politici?

Lokale belangen blijken geharnast, vele persoonlijke ambities en posities zijn ermee gemoeid. Maar is dat een reden om zich zo anti-etatistisch op te stellen? Kennelijk staat er meer op het spel. De verworven marktvrijheid geeft men niet meer zo makkelijk uit handen. Wat geld erbij en de zaken zijn (weer) voor de bakker, zo lijkt het. De stem van de burger in het geheel wordt overschaduwd door public relations en marketing-retoriek die ook door lokale overheden massief worden ingezet om de publieke opinie er maar van te doordringen dat men goed bezig is en samenlevingsbelangen scherp in het oog houdt. Nu, was dat maar waar. Lokale politiek rammelt net zo hard als de inertie (en zelfoverschatting) van het nationale bestuur. En misschien nog wel méér, gezien de voortgaande concurrentieslag waarin Gemeenten met elkaar zijn verwikkeld. Uit naam van de burger wordt er van alles bedisseld en beslist, maar dan wel ten koste van heel veel zaken die gewoon blijven liggen (of worden uitbesteed en commercieel geëxploiteerd). De markt heeft ook op lokaal niveau vrij spel, wie er ook bestuurlijke verantwoordelijkheid dragen en wat de uitslagen van de verkiezingen ook mogen zijn. Allen zijn verblinde marktgelovigen geworden en denken zich samenlevingsissues op een marketing en management-achtige manier eigen te moeten en kunnen maken.

Dat tij dient gekeerd te worden, maar met nog meer decentralisatie-ideologie spant men het paard achter de wagen. De markt dient landelijk – ofwel nationaal – in het gareel te worden gebracht. Zolang men dit nalaat zal er van de zo gewenste 'sociale cohesie' weinig terechtkomen. De adhesie voor bestuur en beleid kalft gestaag af en dat wenst men te erkennen, noch juist te positioneren. Want zolang de Gemeentelijke en Provinciale heffingen betaald blijven worden lijkt er niets aan de hand, zo wordt kennelijk gemakshalve gemeend. Het delibereren over 'goed bestuur' lijkt derhalve meer op een exercitie die vooral de toch wel wat 'ongemakkelijke' gemoederen dient te bezweren, dan dat daarmee de discutabele legitimiteit en effectiviteit van beleidsbeslissingen ter discussie wordt gesteld. Dat laatste wordt dan ook opvallend 'buiten de orde' gehouden. Een schijnvertoning kortom. Wie 'harmonie' nastreeft zal niet om belangenconflicten heen kunnen en zich de eigen positionering in het geheel dienen te realiseren. Bestuurders zijn en blijven ten volle verantwoordelijk. Hoe men het ook wendt of keert. Maar zoals menige staat een achterhoedegevecht voert door zich te blijven blindstaren op het exclusief gewaande eigenbelang, zo is ook alle navelstaarderij in bestuurlijk opzicht een ramp. De wereld is nu eenmaal groter dan de polder. 


[1] Participatiewet, sociaal domein, jeugdzorg, volkshuisvesting en vele andere regelingen waaraan Gemeenten hun 'bijdrage' (medewerking) dienen te verlenen zijn dermate ontspoord dat men zich terdege kan afvragen of deze bestuurlijke indeling nog gehandhaafd dient te worden. 'Lokale autonomie' is een fopspeen, want een gotspe gelet op de bizarre omklemming van vaak onhaalbare, dan wel buitenproportionele wensen en beperkte mogelijkheden om zulke wensen te realiseren. Een en ander als uitvloeisel van het 'new public management' dat vanaf de jaren '80 en '90 in zwang raakte en sindsdien alleen nog maar in omvang en reikwijdte is toegenomen. Ditzelfde geldt ook voor de Provincies en de Waterschappen. Wie kortom meent dat het hier louter zou gaan om 'uitvoeringsproblemen' mist de pointe en de analytische portee van dit bestuurlijke vraagstuk. Het 'subsidiariteitsbeginsel' (feitelijk: 'soevereiniteit in eigen kring') waarop het stelsel is gestoeld leunt hevig op het gedachtegoed dat confessionelen eigen is, maar inmiddels ook door andere stromingen nogal achteloos is overgenomen. De 'participatiesamenleving' die de verzorgingsstaat heette te vervangen is een volstrekt onwerkbaar waterhoofd gebleken. Het idee dat de burger zelf wel bij machte zou zijn om zich tegen uitdijende machtsconcentratie te weren is een illusie. Daar heb je minimaal een sterke staat bij nodig die de belangen van alle burgers scherp in het oog houdt en dit niet  aan lokale bestuurders overlaat. Laat 'Denemarken' niet tot voorbeeld strekken, want voordat men het weet zakt men nog verder in het bestuursmoeras weg. Er is slechts één gemeenschap, de voltallige samenleving met grondwettelijk gelijke burgers als zodanig. Etatisme moge als 'bedreigend' worden ervaren, we kunnen niet zonder. Het is dan wel zaak dat de 'bemoeizucht' zich beperkt tot bestuurlijke taken waartoe de centrale overheid constitutioneel gehouden is. Anders ontspoort de zaak evengoed. Louter geld is niet de oplossing, een zinvolle aanwending van middelen is echter van levensbelang.
De vraag zou derhalve moeten zijn welk probleem men met voortgaande decentralisatie van overheidstaken zou denken te kunnen tackelen. Zolang hier slechts vage noties over 'identiteit', 'betrokkenheid' of 'gemeenschapszin' aan ten grondslag liggen komt men geen stap verder. De grote vraagstukken vragen nu eenmaal om een integrale aanpak, niet om versnippering. Want daarmee worden uiteindelijk niet alleen decentrale overheden, maar met name ook burgers onnodig tegen elkaar uitgespeeld.

Bericht aan de Rattenkoning (2.0) 2

Het was wederom feest in de polder en het land tooide zich weer eens 'Oranje'. Nadat er sprake was van afkalvende adhesie voor de monarchie en 'zelfs' jongerenwerker Lubach zich liet kennen als een onvervalste Republikein, gingen de alarmbellen af en de seinen bij de dames en heren van de Rijksvoorlichtingsdienst op rood. De Oranjes dienden opnieuw op de kaart te worden gezet en met het oog hierop werd besloten om een intensieve pr-campagne op touw te zetten en daartoe de volledige mediamachinerie breeduit te mobiliseren. De vlaggetjes, hoedjes en toeters dienden weer als vanouds van stal te worden gehaald om toch vooral maar de zo gewenste collectieve affiniteit met het koningshuis te demonstreren. Het hardnekkige beeld van de vrolijk en o-zo medemenselijke biertjes-drinkende en met wc-potten smijtende vorst en zijn modebewuste vorstin moest maar eens drastisch worden rechtgezet. Het koningschap is immers een niet te onderschatten functie en de daaraan verbonden werkzaamheden moeten beslist niet worden onderschat, wat men verder over de uitvoering ervan ook moge denken. Zijn wij immers niet allen Oranje-schatplichtig? Nu dan.

Een en ander laat onverlet dat de constitutionele monarchie een democratische aberratie is en ook blijft, hoe men het ook wendt of keert. Prins Claus had gelijk toen hij het leven als weliswaar braaf ogend, maar volledig ingeblikt vorstenpaar als verstikkend bestempelde en zulk een constructie feitelijk geen pas meer gaf in een moderne samenleving. Thorbecke trachtte er onder de toenmalige omstandigheden van 1848 het beste van te maken, maar anno 2024 is deze oplossing (evenals overigens het hierboven aan de orde gestelde bestuurlijke stelsel van de 'gedecentraliseerde eenheidsstaat' met provincies en gemeenten) toch flink achterhaald. Wie bevrijdt deze slachtoffers uit hun benarde positie zo kan men zich afvragen. Moet de politiek dat doen of doet men het zelf? Provo is allang ter ziele en de Provo-generatie lijdt inmiddels een kwijnend bestaan, maar de trits God-Vaderland-Oranje is kennelijk weer volledig salonfähig als het aan de Oranjeklanten ligt. Die weten zich dan ook geregeld te roeren en vooral tijdens de meidagen van zich te doen spreken: lintjes, herdenkingen, veel omhaal van woorden, goede intenties en vooral veel godvrezendheid. De Oranjes als oer-Hollands familiaal boegbeeld van dit alles. Met een gepast bittertje en al. En ja, 'de broekriem' moet af en toe worden aangetrokken, want Wij moeten tenslotte allen concessies doen en onze wensen en aspiraties matigen. Bescheidenheid siert immers de mens, nietwaar.

Zo kraakt en piept de monarchie in al haar voegen, maar wordt de show telkens weer opgevoerd alsof het om een niet te missen nieuwe productie zou gaan. De boel wordt wat afgestoft en naar moderne maatstaven opgeleukt, de coulissen wat anders gerangschikt en de aankleding up-to-date gemaakt. Zo kan de gewenste 'uitstraling' weer een tijdje mee en lijken de gemoederen weer even gesust. De Republiek van weleer blijkt intussen verder weg dan ooit. Nederland en de Nederlanders als lichtend boegbeeld van civiel bewustzijn waarmee ooit op revolutionaire wijze de monarchale machtsusurpatie over de Gewesten werd afgezworen, alsook het eerder genoemde Patriottische verleden dienen hooguit nog slechts als museumstukken. En dan nog. Men denkt de geschiedenis wel zo'n beetje te kennen (dan wel te hebben doorgrond), maar de historische amnesie is endemisch. De instelling van de monarchie was de doodsteek voor de Republiek en zeker niet de kroon op het werk waarmee vele Nederlanders zich eeuwenlang hadden ingespannen om burgerrechten te kunnen materialiseren en effectueren. De met succes uitgevoerde monarchale coup van 1815 lag evenwel al langer 'in de week', daar ook eerdere Oranjes zich maar al te graag een vaste plaats op het pluche hadden willen aanmeten. Daartoe werd soms geen enkel middel geschuwd zoals het prediken van gewelddadige animositeit, het plegen van obstructie tegen (het gezag van) de Staten, het voeren van politieke schijnprocessen en terechtstelling. Gekonkel alom. Prins Maurits wist er wel raad mee.

Maar dat is toch allemaal niet meer aan de orde hoor ik u zeggen? Juich niet te snel. Zelfs Prins Bernard liet er geen twijfel over bestaan hoe hij (en Wilhelmina) de parlementaire democratie bezagen en liever zelf de touwtjes in handen zouden nemen als het aan hen lag. De Bilderberg-conferenties waaraan Bernard deelnam waren beslist geen toonbeeld van democratische gezindheid. Een simpele anjer in het knoopsgat kon dat niet verhullen. In militaire en ondernemerskringen circuleerden bovendien een tijdlang opvattingen over een mogelijke coup de force toen Nederland een linkse koers ging varen en sommigen hieraan wel even paal en perk dachten te kunnen stellen. Toen dat een brug te ver bleek te zijn ging men over tot infiltratie van alles wat 'links' was en maakten inlichtingendiensten overuren. De vredesbeweging, alsook de latere kraakbeweging en zelfs politieke partijen werden van overheidswege geïnfiltreerd en van behulpzame informanten voorzien om verdachtmakingen kracht bij te kunnen zetten. Zo 'nieuw' en bijzonder als het wordt voorgesteld is spionage dus niet.

Maar wat moeten we nu verder met brave Willi en tango-Max? Gewoon maar laten sudderen? Het blijven hoe dan ook gedoodverfde poursuivants die, alhoewel zij zich in de achterhoede bevinden en de tête de la course allang en breed uit zicht is, zich wel twee keer zullen bedenken alvorens zich van het peloton te vervreemden en los te maken. Want vooraleerst er uitgeroepen zal worden 'my kingdom for a horse' zullen er nog heel wat kransen gelegd en linten geknipt moeten worden. Daarvoor zijn ook de koninklijke stallen te goed gevuld. Dat alles betoont zich niet alleen Hollandse tragiek ten voeten uit, maar getuigt ook van een vorm van hardnekkigheid die men zich zou kunnen besparen. Maar 'modern functioneel koningschap' of niet, de volgende pretendent staat alweer monter in de startblokken. Dus tel uw zegeningen wat dit betreft nog maar even niet. Doe in plaats daarvan nog wat brood en (vooral) spelen dan lijkt het misschien nog wat, ondanks dat dit soort kwesties ons in de context van verloederende politieke en rechtsnormen nogal relatief mogen toeschijnen. Dat zijn zij evenwel niet. De staatsordening en daarmee gepaard gaande soevereiniteitsvraagstukken zijn onverminderd aan de orde. Zweren (of beloven) immers niet alle parlementariërs trouw aan de Koning? Nu dan, voorwaar geen lege huls zou men denken. Zo ja, schaf dan de hele santenkraam af en berg de Oranje-parafernalia dan maar voorgoed op. Op efteling- en songfestivalprinsjes en prinsesjes zitten we echt niet te wachten. Die bedruipen zichzelf wel. En zo niet, dan is daar immers de toverfee die elke wens in vervulling laat gaan (mits zij goed gestemd wordt en haar nukken weet te bedwingen). Ja het leven hangt van sprookjes aan elkaar.


[2] Oorspronkelijke titel van het verslag van Mulisch (1966) over de perikelen van medio jaren zestig rond Koningshuis en de activiteiten van Provo.

Gezonde marktconcurrentie?

De lezer zou de indruk kunnen krijgen dat wij alles wat 'de markt' betreft zouden afwijzen. Dat is niet het geval. Marktconcurrentie behoeft niet slecht te zijn, mits het niet louter zou gaan om de prijs en een zo groot mogelijk opbrengst, maar om pure kwaliteit. Want indien men slechts gericht is op winstmaximalisatie, dan zijn uiteindelijk alleen de productiekosten  en alles wat daarmee samenhangt – bepalend. En daar zijn veel zaken mee gemoeid: grondstoffenhandel, arbeidskosten en -voorwaarden, groot-schalige distributie, schaalvergroting, belastingconstructies en wat niet al. De kwaliteit en samenstelling van producten delven meestal het onderspit. Daar kan geen voedsel- of warenautoriteit tegenop. Dat kan anders, of daaraan kan zeker tegenwicht worden geboden. Bijvoorbeeld in de vorm van de coördinatie en herpositionering van weekmarkten waarbij lokale producenten hun vaak uitstekende kwalitieitswaren kunnen aanbieden. Daarmee zou een werkbaar alternatief voor de supermarkten met hun massagoederen ontstaan en heeft de burger als consument een serieuze keuzemogelijkheid die verder gaat dan wat (vaak exorbitant prijzig) 'bio-voedsel' te hooi en te gras. Zulk een 'concurrentiemodel' is in elk geval (letterlijk en figuurlijk) gezonder dan de heilloze weg van de grootschalige massaproductie. Hoe 'mens-, dier- en milieuvriendelijk' een en ander ook moge worden aangeprezen. De handen ineenslaan is kortom waar het – ook wat dit betreft – om gaat. Dan is er veel mogelijk en komen lokale producenten ook beter aan de bak en daarmee tevens ook meer tot hun recht dan nu veelal het geval is. (Iets voor BBB wellicht om ter hand te nemen?). De 'Kleine Aarde' behoeft zich allerminst te beperken tot kleinschalige experimenten die - hoe goed bedoeld ook - niet de gewenste tegenmacht zullen vormen. Men zal sceptisch moeten blijven ten opzichte van al hetgeen er - ook op lokaal niveau - wordt geproduceerd en met name de massaproductie scherp in het oog moeten houden, of als het even kan aan restricties moeten binden. Dat gaat beduidend verder dan al of geen 'rookworst' of vergelijkbare selectieve heisa. Bio-boeren een handje helpen lijkt in elk geval zinniger dan karrevrachten aan subsidiegelden te spenderen om de grootschaligheid (van de exportindustrie) maar in stand te kunnen houden. De agro-industrie is evenals de 'participatiesamenleving' een waterhoofd dat in zinsbegoocheling omkomt.