Cosmetics, prullaria en windowdressing

 

Wat moeten kinderen en opgroeiende jongeren in deze cosmetische wereld? Met welke onmogelijke verwachtingen worden zij opgezadeld? De dwingende Amerikanisering van de cultuur is grenzeloos en begint letterlijk al in de wieg en box, waardoor het zo gepropageerde 'out of the box'-denken een vrijwel onmogelijke opgave wordt. Zie maar eens aan de dwingende marketingtentakels van Hollywood, Disney, Fox, CNN, Google, Microsoft, smartphones etc. te ontkomen. Genadeloos conformisme doet de rest. Lekker naar school waar de o-zo consciëntieuze libertaristische gelovigen zich massaal hebben verzameld om volgende generaties in de 'levenskunst' in te wijden en hen op hun onbegrensde mogelijkheden – en vooral veronderstelde 'deugden' – te wijzen? Een armetierig geheel dat gestaag haar verwoestende werk doet. Arme kinderen die in navolging van hun ouders  gedwongen worden te leven in een wereld waarin niets is wat het lijkt. O, wat zijn we toch slim en voortvarend met onze speeltjes, maar wat laten we ons tegelijkertijd veel ontzeggen en ontnemen. Het ellebogenwerk zit er al vroeg in en wordt tot grote hoogten verder opgestuwd. Dat heet 'gezonde concurrentie' – of 'assertiviteit' zo men wil, want 'talenten' moeten immers de ruimte krijgen, nietwaar. Wie niet 'meedoet' is een loser en bij voorbaat kansloos. Dat willen in dezelfde ratrace verwikkelde ouders hun kinderen dan ook beslist niet aandoen, maar uit alle macht besparen. Maar juist die attitude is feitelijk tot mislukken gedoemd, daar talenten ten eerste dun gezaaid zijn en vervolgens nauwelijks aan nietsontziende marktexploitatie en commercialisering waaraan velen zich achteloos en gewillig uitleveren kunnen ontsnappen. Het 'in de etalage' zetten van al het persoonlijke, inclusief ('uiterst belangwekkende') gemoedstoestanden en (goedkope) sentimenten, heeft dan ook een flinke prijs. Men zet zich niet alleen compleet te kijk, maar biedt zich aan als schietschijf voor alle mogelijke vormen van manipulatie die dan ook genadeloos worden toegepast en beproefd. Het geweeklaag over 'pestgedrag' is in dit licht bezien dan ook vrij hypocriet, ware het niet dat het 'elkaar de maat nemen' reeds bizarre vormen heeft aangenomen. Zelfs op (zeer) jonge leeftijd.

Wij spraken al eerder over nieuw Victorianisme dat opnieuw aan burgerlijk conformisme via socialisatiemechanismen ten grondslag ligt en waarbij een moraal wordt uitgevent die niet voor de aloude hypocriete wegkijkmoraal onderdoet. Dubbele standaarden zijn dan ook aan de orde van de dag en lijken opnieuw de gewoonste zaak van de wereld. Alsof wij allen autisten zijn geworden worden zonder blikken of blozen hyper-sentimentalistische attitudes gepromoot die ter compensatie moeten dienen voor een schromelijk gebrek aan inlevingsvermogen en medemenselijkheid. Het onderscheidings- en oordeelsvermogen is navenant en dat heeft vergaande consequenties.
De 'quick buck' lonkt en dat zal men weten. Is het niet goed-, dan wel kwaadschiks. De vele virtuele kinderspelletjes en killergames propageren het van jongs af aan. Men belazert elkaar in het klein en groot alsof dit ook maar iets met gezonde verhoudingen, inzicht, of 'zakelijkheid' van doen heeft. Het opportunisme dat voor 'slimheid' moet doorgaan tiert welig waardoor roofbouw op vrijwel alle fronten plaatsvindt. Ja het leven is een kansspel, dus grijp die kans. Speltheoretische kennis is dan ook een must voor wie anderen te slim af wil zijn. Wie achterblijft mist de boot. Welke samenlevings- en wereldordening met dit alles wordt bewerkstelligd laat zich raden. Een all-American narrative is hetgeen aan de orde is, hoewel de Chinezen er fijntjes mee aan de haal gaan en Uncle Sam in markteconomische zin compleet overvleugelen. Zij slaan de kapitalisten zogezegd met hun eigen middelen om de oren. Niks 'communistische Volksrepubliek', zoals de VS ook nog nauwelijks een democratie genoemd kunnen worden. De systemen en staatsordeningen raken hoe langer hoe meer verweven, maar de Westerse burger verkeert nog altijd in de veronderstelling dat hij vrij en onafhankelijk zou zijn. Dat waandenkbeeld wordt dag in, dag uit met de nodige desillusie bekocht maar mag de pret evenwel niet drukken. Wij staan immers aan 'de goede kant' en denken ons tegen onheil beschermd te weten.

Tja, hoe hardnekkig kan het zijn wanneer men geen weet meer heeft van al hetgeen tot zulk een constellatie heeft geleid en welke mechanismen eraan ten grondslag liggen. Dan fladdert men inderdaad zonder al te veel scrupules rond en lijkt er nauwelijks noodzaak tot, noch enige hoop op een kentering van welke orde dan ook. Men lijkt 'bevrijd', maar blijkt een geketende als nooit tevoren. Vooral van zichzelf en de eigen fantomen. Wie denkt dit universum te kunnen ontstijgen plaatst zichzelf buiten de orde. Het leven met alle gadgets moge dan wel zo comfortabel en 'well-organised' lijken, een verslindende massacultuur is en blijft het. Achter in de rij aansluiten graag, want ook kunstmatige intelligentie zal u niet verder helpen. 1


[1] AI — Feit en fictie
Veel wordt verwacht van en/of toegeschreven aan de veronderstelde zegeningen van kunstmatige intelligentie (AI). Nog afgezien van de vraag in hoeverre hierbij werkelijk van ’intelligentie’ sprake is, kan worden geconstateerd dat de kunstmatigheid en gekunsteldheid van een en ander flink de boventoon voert. Algoritmes die op binaire processen zijn gebaseerd zijn nu eenmaal weinig anders dan rekensystemen die weliswaar allerhande losse informatie razendsnel bijeen weten te sprokkelen en daarmee de indruk wekken te kunnen ‘denken’ of zelfs antwoorden op prangende vragen lijken te kunnen geven, het blijft al met al kunst- en vliegwerk. Want rekensnelheid is slechts één van de vele factoren die denkkracht bepalen, zoals elke goede schaker weet. Ontologische intelligentie is ver te zoeken. In plaats hiervan moet men het doen met clichématige benaderingen die voor (‘creatief) inzicht’ moeten doorgaan, maar hier in de verste verte niet bij in de buurt komen.

Hoe anders waren de benaderingen die zich op onderlinge relaties tussen fenomenen richtten en die van een contextuele duiding wisten te voorzien. Bestudering van het (AL)omvattende was het (overigens nimmer ‘ten finale’ besliste) studieobject in de ontologische fenomenologie. Die wetenschap verschafte kennis en inzicht in schier gefragmenteerd lijkende kwesties en gebeurtenissen waarmee deze van hun incidentele karakter werden ontdaan. Betekenisverlening in den brede, daar ging het om. Nu men een wereld is binnengetreden waarbij de begrippen ‘kennis’, ‘inzicht’ en ‘intelligentie’ vrijblijvend en inwisselbaar zijn geworden, staan alle deuren wijd open voor propagandistische manipulatie die haar weerga niet kent.

Follow the crowd — een kleintje massapsychologie

Wat denkt de hedendaagse mens met al zijn kennis nu eigenlijk te kunnen ‘regelen’? En vooral: wat ontglipt hem daarbij telkens weer? Veel mag dan zijn veranderd in de wereld sedert men zaken systematisch ter hand is gaan nemen (hetgeen overigens al teruggaat tot de Oudheid), veel is onmiskenbaar ook hetzelfde gebleven. De werkelijke veranderingen die ertoe doen gaan gepaard met veel vallen en opstaan. Hypes en gadgets komen en gaan, maar de fundamentele vraagstukken blijven. Zich blindstaren op oppervlakkige uiterlijkheden geeft echter maar een beperkt beeld van deze werkelijkheid en versluiert datgene wat met reden effectief ter hand genomen zou kunnen worden. Zo ook het kiezen voor een beleid van restricties boven een beleid van gunnen. Minimalisme in plaats van streven naar optima uit angst voor ‘onmatigheid’. Welnu, onmatigheid is er reeds in vele soorten en maten, hoezeer men ook de mond vol heeft van ‘eerlijkheid’. Want wat moeten we met ‘het eerlijke verhaal’ wanneer het aan rechtvaardigheid en een rechtvaardige verdeling van means and resources ontbreekt? Dat los je met retoriek van ‘eerlijkheid’ niet op. Het gaat telkens weer om de vraag wie heeft recht waarop? Volgens welke criteria? Wie bepalen die en beslissen daarover? Hoe ‘eerlijk’ men ook  meent te moeten zijn, ongelijkheid is van alle tijden en doet zich steeds weer in nieuwe (aangepaste) vormen en gedaanten voor. Afname van ongelijkheid aan de ene kant (zoals formele politieke en staatsrechtelijke gelijkheid) leidt vervolgens weer tot een toename op andere fronten (sociaal-economische ongelijkheid). Er is nog altijd een waterscheiding tussen royale eigendomsverhoudingen en machtsposities aan de ene kant en minimale bestaanscondities waaronder velen moeten leven, zoals er ook sprake is van het leven in gescheiden werelden in cultureel opzicht, ook al leeft men reeds lange tijd in een massacultuur. Waar het culturele universum zich ooit kenmerkte door een legato-diversiteit, daar overheerst nu een hyperige staccatocultuur die allerwegen dominant is geworden. Geen gedimd, mild licht meer, maar spooky LED-verlichting. Geen kleurrijke, maar kale zwart-wit interieurs. Geen stijlvolle vormgeving, maar steriele functionaliteit. Geen rust, maar permanente nervositeit. Enz. Men dient immers op straffe van uitsluiting ‘met de tijd’ mee te gaan. Dat leidt weliswaar tot veel politieke correctheid, maar is meestal even doorzichtig als hypocriet. De moderne mens laat het zich achteloos aanleunen in de veronderstelling ‘erbij’ te horen. De wereld is elektrisch geworden en O – wat zijn we 'autonoom'…

Vergeet het maar. De interdependente mondiale afhankelijkheid is nog nooit zo groot geweest. Nieuwe vormen van grond-stoffenschaarste liggen op de loer en zullen de geopolitieke verhoudingen blijven domineren. Nationale beleidsprogramma’s lopen hopeloos achter zulke feiten aan en voeren meestentijds achterhoedegevechten die feitelijk allang zijn beslist. Dat geldt zeker niet in de laatste plaats ook voor de VS. Of het nu Trump of Harris wordt, het zal weinig verschil maken, zoals ook de Schoof-administratie deze politiek-economische en daarmee verbonden massapsychologische mechanismen niet zal keren. Angst voor isolerende uitsluiting is een niet te onderschatten drijfveer voor zowel individuen en bevolkingsgroepen, als voor volkeren en staten om zich te conformeren aan al datgene wat men onder ‘zekerheid’ wenst te verstaan. Die ‘zekerheid’ is (evenals ‘veiligheid’) echter zo broos als de retoriek waarmee zulks aan de man wordt gebracht, alsook even ambivalent als het gevoerde beleid waarmee men (bestaans)zekerheid eerder afbreekt dan bevordert. De ‘Grote Broer’ aan de Atlantische overzijde moge dan in rep en roer zijn, er is allang een andere Big Brother die over ons waakt en alles fijntjes monitort. Tel uit uw winst.

Armetierige journalistiek

Nagenoeg de voltallige parlementaire en politieke journalistiek zit opgesloten in zelfgesponnen cocons die elke genuanceerde beschouwing en analyse hindert en feitelijk onmogelijk maakt. Dat is een jammerlijke ontwikkeling die de democratie geen dienst bewijst. Men wentelt zich in een beklemmende vooringenomenheid ten aanzien van vrijwel alle vraagstukken waarmee de samenleving al decennialang wordt geconfronteerd en men weigert categorisch deze problematiek juist te adresseren — te weten het gevoerde beleid van de achtereenvolgende kabinetten Rutte en diens voorgangers. In plaats daarvan worden de pijlen niet aflatend gericht op degenen die de ondankbare taak hebben de troep op te ruimen en de samenleving van verdere aangerichte schade te vrijwaren. De ‘collateral damage’ is immers enorm.

Plotseling heeft men ‘de rechtsstatelijkheid’ ontdekt alsof het de uitvinding van de eeuw is, maar tegelijkertijd stelt men zich burocratischer op dan zelfs de meest geharnaste burocraat lief is. Of zoals wij al eerder schreven: pretenties volop bij een beschamende en geborneerde vertoning van dilettantisme en onkunde. Het leggen van bananenschillen voor de verzameling bewindspersonen en de welkome uitglijers waarop vervolgens meesmuilend breeduit wordt gereageerd zijn louter rookgordijnen die deze onkunde moeten verhullen. Al die behoefte om met gedemonstreerde verongelijktheid goedkoop te scoren is de ware journalist onwaardig. Het heeft met serieuze journalistiek weinig van doen. De meest essentiële prangende vragen worden niet gesteld maar angstvallig vermeden, zoals: 

  •  Hoe denkt de VVD haar beleid te kunnen continueren bij alle maatschappelijke schade die zij door de jaren heen met haar beleid heeft aangericht?
  •  Wordt het voor de PvdA geen tijd om ruiterlijk te erkennen dat met Paars een volstrekt verkeerde weg werd ingeslagen waardoor het neoliberalisme van VVD en D66 ongestoord kon blijven woekeren?
  •  In hoeverre hebben partijen als CDA en D66 als voormalige slippendragers van de VVD nog enige bestaansrecht en zeggingskracht?
  •  In hoeverre gaat het in de politiek werkelijk nog om ‘links’ en ‘rechts’ en welke onderscheidende betekenis hebben deze aanduidingen feitelijk nog? Is asiel beteugelen werkelijk zo rechts als wordt gemeend en onbelemmerd asiel links? Is de markteconomie en haar financieel kapitalistische oriëntaties nu werkelijk een exclusief rechts project?
  • Is ‘polderen’ en compromissen sluiten uitsluitend voorbehouden aan ‘middenpartijen’? Wat wil deze aanduiding eigenlijk zeggen? Enzovoort.

Alsook:

  • Is het wel zo verstandig om militairen het vrede en veiligheidsbeleid te laten bepalen? Waarom zo heftig inzetten op nationalistische sentimenten, terwijl er internationaal zoveel goeds tot stand gebracht zou kunnen worden indien men op een juiste wijze de handen ineen zou weten te slaan? Waarom zou Nederland nalaten een voortrekkersrol te vervullen bij het eigenstandig positioneren van de EU, in plaats van Atlantische achterhoedegevechten te blijven voeren? 

Zulke vragen niet stellen maar uit de weg gaan betekent niet dat ze niet relevant zouden zijn. Wat niet wordt benoemd kan immers wel degelijk bestaan alsook een belangrijke rol spelen. Men kan zich dan ook terdege afvragen hoed de burger van deze zelfingenomen coterie af kan komen. Dat zal nog lastig worden zolang de verzamelde watchers zich niet uit de verstikkende Rutte-modus weten los te maken, maar zich hieraan blijven vastklampen en zich ermee tot in lengte van dagen blijven identificeren en er niet in slagen de blik ruimer te richten. De journalistiek zorgt er immers met een dagelijks portie non-informatie voor dat bij het publiek de schellen niet van de ogen vallen. En zolang dit een effectief ‘verdienmodel’ (wat heet) blijkt, gaat men onverdroten voort alsof men onaantastbaar is. Wanneer en bij welke personen hebben we dit ook alweer eerder moeten constateren…? Juist, daar heeft u het antwoord.