Ontregeling (vervolg II)

Dubbelspel

Wat willen de neoliberale geloofsgenoten nu eigenlijk? De markt alles laten regelen? Alles laten wijken voor defensie? Of paal en perk stellen aan exorbitante uitgaven die de samenleving zich feitelijk niet kan veroorloven zonder daarmee schade aan de samenleving te berokkenen? Wanneer partijen blindelings akkoord gaan met miljarden voor defensie dienen zij te beseffen dat dit altijd ten koste gaat van andere prioriteiten zoals onderwijs, sociale zekerheid en andere dringende zaken. Het geld wordt nu eenmaal niet uit de lucht geplukt. Wel akkoord gaan en vervolgens omstandig goede sier maken met verzet tegen bezuinigingen is uiterst hypocriet. Indien men zich sterk wil maken voor behoud c.q. versterking van de publieke sector en voorzieningen dan had men op zijn minst wel eens even pas op de plaats mogen maken met al het wapengekletter. Of nog beter: de hele zaak resoluut naar de prullenbak verwijzen. Maar dat zou tegen het zere been van Rutte zijn geweest waar men blijkbaar (nog altijd) liever achteraan loopt dan consequent stelling te nemen. De zaak moest er hoe dan ook nog even op de valreep doorheen worden gejast. Betalen doen we immers pas later en wie dan leeft, dan zorgt. Fijne moraal.

Waar faalt het marktdenken?

Van links tot rechts hebben partijen vanaf de jaren '80 en '90 de neoliberale ideologie omarmd alsof het een nieuw geloof zou betreffen. Maar ondanks dat er nogal eens eufemistisch gesproken wordt over 'marktfalen' tiert het onwrikbare geloof van het welhaast heilig ofwel onaantastbaar verklaarde marktdenken welig. De markt zou goed zijn voor niets minder dan het algehele wel en wee van de samenleving en burgers volledige vrijheid bieden. De overheid kan daarbij op afstand opereren, zo is de leidende gedachte. Dat scheelt geld, is efficiënter en minder bureaucratisch. Veel hiervan blijkt een hardnekkige mythe. Naast de veronderstelde 'zelfsturende hand' van de markteconomie worden onder meer de volgende stokpaardjes gehanteerd:

-         concurrentievoordelen

-         gunstige prijs- en kwaliteitsontwikkeling

-         keuzevrijheid voor consumenten

-         maatschappelijke en economische dynamiek

De veronderstelde concurrentievoordelen die uit vrije toetreding tot de markt (als een gelijk speelveld) zouden voortvloeien blijken in de praktijk nogal anders uit te pakken. Er is voortdurend sprake van oligarchische monopolievorming waardoor er slechts enkele marktleiders overblijven en er nauwelijks van een 'gelijk speelveld' sprake is. Oligarchische conglomeraties hebben vervolgens vrij spel om het geheel naar hun hand te zetten en (mogelijke) concurrenten van de markt te duwen (zie Microsoft, zie Google en vele anderen in andere sectoren).

Dit leidt ertoe dat er – uiteindelijk – geen gunstige prijsontwikkeling noch een kwalitatieve excellentie ontstaat. Zeker niet wanneer de kwaliteit van producten en diensten ondergeschikt wordt gemaakt aan productiekosten en rendement c.q. winstmarges.

Zo ook ten aanzien van de veronderstelde keuzevrijheid. In plaats van een keuze uit een gevarieerd aanbod rest er slechts meer van hetzelfde, ofwel een uniform massa-aanbod waarbij vele 'niche-producten' genadeloos van de markt verdwijnen. De 'wet van de grootste gemene deler' – en 'het kleinste gemene veelvoud' – geldt hier bovenal. Het aanbod verschraalt daardoor zienderogen.

Het meest gebruikte politieke argument voor de marktideologie wordt steevast gevonden in de term 'dynamiek'. Vrijheid van ondernemerschap zou zowel de economie als de maatschappij in alle opzichten ten goede komen. Welnu, dat moge wellicht voor bepaalde (consumptie)goederen opgaan, maar zeker niet voor de publiekrechtelijke ordening van de samenleving. De schade die de markt aan de publieke sector toebrengt is met geen pen te beschrijven; de veronderstelde 'dynamiek' leidt in de praktijk tot (nog meer) bureaucratie en stagneert noodzakelijke ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld in de zorg, de woningbouw, de energiemarkt en het openbaar vervoer. Exploitanten die slechts oog hebben voor rendementcijfers behoren niet de regie in handen gespeeld te krijgen. De samenleving is geen grabbelton.

Alles bij elkaar betoont de (staatskapitalistische) marktideologie zich kostenopdrijvend en destabiliserend. Waarom partijen zich dan toch hieraan vastklampen is een vraag die in de lucht blijft hangen zolang men niet wil erkennen dat er een onmiskenbaar verband bestaat tussen de aangehangen ideologie, het gevoerde beleid en (ongewenste) maatschappelijke ontwikkelingen. Men wéét het wel, maar wil het niet weten. Te pijnlijk en te confronterend. Dan maar liever op dezelfde weg voortgaan en tegen beter weten in doen alsof met 'een beetje bijsturing' zaken wel in het reine te brengen zouden zijn. Kop in het zand (en zand erover). De maatschappelijke malaise stapelt zich intussen hoe langer hoe verder op. Maar gelukkig is er het 'verschijnsel Wilders' waaraan veel – zo niet alles – valt te wijten. Dat Wilders zelf net zo'n marktadept is als anderen doet er dan kennelijk niet zoveel toe. Het gaat erom dat de pijlen zijn gericht en dat men verder schone handen kan houden. Maar zo zit de politiek-economische werkelijkheid niet in elkaar. Vroeger of later zal men zich rekenschap moeten geven (had overigens allang moeten gebeuren) van de vele schadelijke gevolgen van de gemaakte en ondersteunde beleidskeuzes. Maar zolang er 'dreiging' aan de horizon is behoeft men zich hierom nauwelijks te bekommeren. Want dan geldt blijkbaar het adagium 'eensgezind erop af'. Ja, was men maar zo voortvarend in bovengenoemde kwesties geweest, dan stond de samenleving er wel wat beter voor dan nu het geval is. Al met al verliezen woorden hoe langer hoe meer hun betekenis, zodat men hieraan ook weinig waarde behoeft te hechten. Veel wetenschappelijk onderzoek gaat evenals de politiek overigens geregeld aan de beleidsmatige aspecten van de onderzochte maatschappelijke problematiek voorbij. Voor journalistieke duiders wel zo welkom en comfortabel, want daarmee kan de vaak heikele politieke dimensie waaraan men zich liever niet wil branden worden omzeild. Zo blijft alles overzichtelijk verklaarbaar en beheersbaar zonder dat er verder naar lastige causaliteiten behoeft te worden omgekeken. Dat scheelt ongemakkelijke positiebepaling.

De pot en de ketel

De ene militaire theocratie (Israël) valt nu de andere (Iran) aan en vice versa. Godsdienstoorlogen denkt u? Nee hoor, rücksichtloze en megalomaan-expansionistische machtsuitoefening die hooguit tot pyrrusoverwinningen zal kunnen leiden. Dat geldt ook voor de oorlog tussen Rusland en de Oekraïne. Want wanneer 'zelfverdediging' als excuus c.q. legitimatie wordt gebruikt om zoals in het geval van Israël een 'preventieve oorlog' volgens de Bush-doctrine te voeren, dan weet men het wel.

Ondanks het verwoede vastklampen aan staten en hun territoriaal grondgebied is er een terugval in oude stamculturen en verhoudingen, zoals men dat met name ook bij het ultra-nationalisme ziet. Een paradox, want schijnbare tegenstelling. Veel is verbonden met de feitelijke (vaak rigide) ontstaansgeschiedenis van staten en samenlevingen met daaraan verbonden mythes. Roof, moord, doodslag, willekeur, opportunisme – alles was daarbij aan de orde. Men 'claimde' van alles, maar vaak op zeer dubieuze gronden. Er zijn naast parallellen aanmerkelijke verschillen in deze ontstaansgeschiedenissen. Verschillen in richting en tempo. Daarvoor kan men te rade gaan bij Eisenstadt die de omvattende term «gesplitste moderniteit» gebruikt om deze te duiden en te verklaren. Feodale verhoudingen en structuren bestaan parallel naast pluriforme en modern-industriële samenlevingen, plus alles daaromheen.

We leven enerzijds in één en dezelfde wereld, maar anderzijds is hier in het geheel niet of nauwelijks sprake van. Dat schept verwarring en stelt de wereldgemeenschap voor problemen. Want hoe zaken op een lijn te krijgen zonder mensen tekort te doen of ten aanzien van (internationale) samenwerking overspannen verwachtingen te koesteren? Men worstelt ermee en de (zinnige en onzinnige) gerichtheden vliegen alle kanten uit. Dat kan aanmerkelijk anders, maar wil men dat ook? Of beter: is men daartoe gezien alle problematische en polariserende identiteitsbepaling wel in staat? Het zich vastklampen aan dogma's – van welke soort of herkomst ook – die de mensheid in een keurslijf persen en noodzakelijke ontwikkelingen frustreren moge wellicht voor verwoede exegeten een onuitputtelijke bron van 'waarheidsvinding en -bepaling' zijn, maar zijn in elk geval niet in het belang van samenlevingen. Die hebben minder behoefte aan tekstverklaring, maar bovenal aan zinnig perspectief. Zolang dit niet wordt geboden wordt het niets met welk onderling en wederzijds begrip ook en kan men naar vrede fluiten. Zeker wat dit betreft draaien de raderen tergend langzaam en veelal in een tegengestelde (regressieve) beweging. 

Wat zich bij dit alles wreekt is de tegenstelling tussen universalisme waarop het internationaal recht en de mensenrechten zijn gebaseerd en de opvatting dat men exclusieve 'rechten' zou kunnen claimen zoals het voeren van 'preventieve oorlogen ter zelfverdediging' en zelfs het volledig ('preventief') uitmoorden van hele bevolkingen die met volkenrechtelijke en humane principes volledig in strijd zijn. Alle maat is zoek; het eigenmachtige cynisme is totaal. We laten het 'gewoon' gebeuren...  

Hoog spel

Wij voorspelden het reeds: de Navo-bijeenkomst in Den Haag wordt een Rutte-feestje waar de verzamelde media hun vingers bij aflikken. Eindelijk actie in de polder! Het wapengekletter neemt allerwegen bizarre vormen aan. De burger staat er vertwijfeld bij en kijkt er gedrogeerd naar. 
Hoezeer collectieve verdwazing tot onbeheersbare massahysterie kan leiden is reeds minutieus beschreven door Elias Canetti (Massa en Macht, 1983 [1960]). De massa zèlf wordt dan uiteindelijk een ongeleid projectiel dat alle kanten kan uitgaan. In het huidige geval gaat het om bewuste sturing waarbij vele middelen worden aangewend om bevolkingen in het gewenste militaristische gareel te persen. Met de bewieroking van Trump en het blindelings volgen van zijn grillen slaat Nederland samen met andere Europese landen feitelijk een modderfiguur op het wereldtoneel. Het recht wordt zienderogen verkwanseld en opgeofferd aan opportunistische belangen. Dat alles vanwege de valse notie dat Europa de VS lange tijd als 'freerider' [sic] voor haar defensiekarretje zou hebben gespannen. Dat het in feite precies andersom is en Europa als welkom vehikel voor het Amerikaanse geostrategische defensiebeleid is gebruikt wordt dan maar even terzijde geschoven. De geesten worden langzamerhand rijp gemaakt voor vergaande totalitaire aspiraties en zijn al met al al flink gedeformeerd en van alle realiteit vervreemd. Men speelt gevaarlijk hoog spel en rekent daarbij kennelijk op de terughoudendheid en zelfbeheersing van andere wereldleiders om zaken niet verder te laten escaleren. Dat zou wel eens een grove misrekening kunnen blijken die tot grote ramspoed leidt, want zelfbeheersing is niet onuitputtelijk. Dan zal het de zelfingenomen lachebekjes met hun idiote grimassen en bokkesprongen snel vergaan en menigeen nog duur komen te staan.