Het (straf)recht in het geding

Strafpleiters zoals Inez Weski strijden niet alleen onvermoeibaar tegen het OM voor het recht en een eerlijke rechtsgang, maar tevens tegen de publieke opinie die bol staat van de misverstanden en dwalingen. Zo meent de achteloze en vaak ook onwetende burger dat wie niets misdaan heeft van een repressief-controlerende staat niets behoeft te vrezen, dat nagenoeg alle middelen geoorloofd zijn om criminelen op te sporen en te straffen, dat het aan de verdachte c.q. beschuldigde partij is om 'onschuld te bewijzen' en dat hoe hoger de strafmaat des te minder de criminaliteit zal zijn. Het strafrecht zou volgens dit soort opvattingen uitsluitend dienen om aangedaan (dan wel verondersteld) onrecht te wreken.

Dit alles is ondanks de aantoonbare onjuistheid van deze gedachten koren op de molen van crimefighters die het niet zo nauw met rechtsbeginselen (denken te behoeven) nemen en speelt onjuiste beeldvorming ten aanzien van het (straf)recht en haar opsporings-methoden in de kaart. De IRT-affaire bewees al eerder hoezeer zulke zaken kunnen ontsporen en tot welke vormen van eigenrichting dit kan leiden. Door — of uit naam van — de staat wel te verstaan. Onrechtmatig bewijs verkregen door infiltratie zonder legale grondslag, door intimidatie, omkoping, uitlokking, chantage of anderszins — dit alles was aan de orde en is feitelijk ook nooit weggeweest. Het juridisch en moreel discutabele fenomeen van de 'kroongetuige' maakt het beeld van de afglijdende rechtsstaat compleet. De burger vindt het allemaal wel best, zolang hij buiten schot blijft. Maar daar zit de kneep, want dat blijft hij niet. Ook al is-ie nog zo’n law abiding citizen. Een beschuldigende verdachtmaking is zo opgesteld of uitgesproken; ‘bewijzen’ zijn een koud kunstje voor wie kwaad wil (zien). Zeker met moderne opsporingstechnieken als spyware en zelfzoekende algoritmen. Wie de kern van het Toeslagenschandaal tot zich laat doordringen weet wat hier feitelijk aan de orde is en dat het volgende schandaal bij ongewijzigd beleid (of beleid dat achter de feiten blijft aanlopen) steeds weer opnieuw in de steigers staat. Eenieder die pleit voor humaan recht en rechtsgeldige toepassing ervan, is in de ogen van velen een watje. Want criminelen verdienen zulks niet. Zeker geen zware. Voor hen kan geen straf hoog genoeg zijn. Enzovoort.

Is het recht daarmee dan exclusief 'links’? Natuurlijk niet, maar duidelijk is wel dat rechts-georiënteerde personen met het recht niet zoveel ophebben. Men betoont zich vaak achteloos, zo niet laatdunkend, ten aanzien van privacywetgeving, alsook met betrekking tot grondrechten indien die een 'sta-in-de-weg' worden geacht om tot (helden)daden qua opsporing en bestraffing te komen. Dit alles omstandig aangemoedigd door weinig genuanceerde publieksmedia die er wel pap van lusten. Voor de 'Vervolgers' (zoals Weski het opsporingsapparaat aanduidt) wordt steevast de rode loper uitgerold, de advocatuur krijgt bij de publieksvoorlichting meestal slechts een marginale positie toebedeeld. Daarmee wordt de toon gezet voor een attitude die de rechtsstaat flink kan ondermijnen en krijgen politici die staatsverantwoordelijkheden uiterst selectief benaderen de wind in de zeilen. Willekeur ligt dan altijd op de loer, ondanks dat men verklaart de rechtsstaat  'hoog te achten'. Zowel de huidige premier Schoof (ex AIVD-chef) als VVD-fractieleider Yesilgöz (ex-minister van Justitie onder Rutte) hebben wat dit aangaat beslist geen onbesmet blazoen. Rutte kwam nota bene zèlf meermalen beleidsmatig in conflict met het recht en de rechtsgang, zoals parlementaire enquêtes uitwezen. Staatsrechtelijk en rechtsstatelijk rammelde er van alles onder zijn bewind. Het ministerie van Justitie waar menig VVD-er de scepter zwaaide bleek keer op keer hevig geïnfecteerd met het anti-rechtsstatelijke virus. Amerikaanse methoden deden er al lange tijd geleden hun intrede, met de CIA en FBI als lichtend voorbeeld. De onschuldpresumptie blijkt voor velen een wassen neus, zoals ook de bewijsvoering vaker met voeten wordt getreden dan grondwettelijk betamelijk is. Het OM is beslist niet zo onafhankelijk (of belangeloos) als men zich voordoet — en rechters weten dat. Vandaar dat men met verondersteld 'gelopen zaken' nogal eens bakzeil haalt en van rechtswege wordt teruggefloten.

Maar dat alles kan de publieke opinie niet deren. Het liefst doet men er nog een paar flinke scheppen bovenop. Gevolg hiervan is evenwel dat terwijl men geobsedeerd 'naar links' kijkt er aan de andere zijde van alles aan de hand is en ook flink misgaat. De argeloze burger die 'fraudeert' of daarvan wordt verdacht staat in geen verhouding tot de cynisch georganiseerde misdaadpraktijken waarmee de samenleving systematisch wordt vergiftigd. De banden tussen onder- en bovenwereld lijken inniger te worden daar hoe langer hoe minder functionarissen de verleiding om hiervoor te zwichten lijken te kunnen weerstaan. Dat is de 'betonrot' in het Openbaar Bestuur waarover Tjeenk Willink meermalen sprak. Serieuze integriteitsproblematiek kortom.

De Nederlandse staat blijkt een van de kampioenen bij het inzetten van discutabele opsporingsmethoden en heeft zich hiervoor meermalen moeten verantwoorden. Het schofferen van internationaal gecodificeerde rechtsregels blijkt schering en inslag, ofwel vaker 'common practise' dan velen denken. Advocaten hebben er hun handen vol aan. Adequate toepassing van rechtsprincipes en uitgangspunten blijft echter voor nogal wat beleidsverantwoordelijken een 'luxe' die men liever kwijt dan rijk is. Doelen heiligen immers vele middelen. Zeker wanneer zulke doelen 'sacrosanct' (ofwel boven alle twijfel verheven) worden geacht.
Pas dus op uw saeck voordat u al te haastig victorie kraait. Want de publiekssympathie moge dan wel naar 'de aanpakkers' uitgaan, maar wanneer zulk 'aanpakken' bol staat van het opportunisme en het eigenbelang dan is ontgoocheling nooit ver weg, zoals menig klokkenluider waarschuwt. Met het recht maakt men begaan onrecht niet ongedaan, maar met integer beleid kan men een heel eind komen indien de daad ook werkelijk bij het woord wordt gevoegd. Het verband tussen politiek, recht en bestuur is daarmee immer aan de orde. 

Anderzijds moet men ook niet naïef zijn, want er zijn gegronde redenen om criminele ontwikkelingen scherp in de gaten te houden, zoals bijvoorbeeld rond (internationale) oplichterspraktijken. Deze blijken hand over hand toe te nemen, waarbij hoe langer hoe brutalere methoden worden gehanteerd. Men deinst voor weinig terug en gaat uiterst slinks te werk. Niets is ook de criminele mens in dit opzicht vreemd. Publieke verontwaardiging daarover heeft dus wel degelijk een reële basis die niet zomaar terzijde geschoven kan worden. Maar dat betekent niet dat criminaliteitsbestrijding boven alles verheven is, of simpelweg vrijuit haar gang kan gaan. Ook al komt de bestrijding van misdaad feitelijk neer op het voeren van een ratrace rond gehanteerde middelen en methoden. Rechtshandhaving en rechtsbescherming zijn kortom beide van belang en dienen evenwichtig en proportioneel te worden toegepast. Daar wees criminoloog Boutellier al lang geleden op en die vermaning is nog altijd uiterst relevant.
Maar terwijl we dansen op de vulkaan en Apocalyptische ruiters aan het firmament verschijnen, blijven we geloven in sprookjes en jagen we ons geluk in hoe langer hoe meer bizarre vormen na. Sprookjes evenwel van onze eigen magere verbeelding, waarbij de gebezigde woorden onmetelijk ver van onze daden blijven afstaan.

We wanen ons vainqueurs, maar zijn nochtans de losers die er ondanks alle inspanning niet in slagen enige zinnige humanitaire vooruitgang te boeken. De condition humaine vormt voortdurend nagels aan onze collectieve doodskist. Dat is geen lot, maar het gevolg van onze eigen hovaardigheid en kortzichtigheid. De symbolen zijn sleets geworden. We hebben de verkeerde afslag genomen en zijn hopeloos verdwaald. We mogen dan 'gouden sterrenstof' zijn, gedroomde Olympiërs zijn we bij lange na niet. En dichter bij de Goden komen we evenmin. Hoeveel 'talenten' we onszelf ook toedichten. De ware Olympiër maalt niet om scores en heeft geen dolgedraaide marketing nodig om zijn zaken aan te prijzen. Hij heeft genoeg aan zichzelf en vervolgt gestaag zijn weg. Daarmee bereikt hij eerder zijn doel dan zich te verlaten op de vele afslagen die men meent te moeten nemen alvorens tot enige daad van betekenis te komen. Wie zich blindstaart op succes moet niet vreemd opkijken wanneer dat 'succes' reeds lange tijd in vele soorten en maten een gepasseerd station blijkt. Voor hen ligt er niet zo bar veel in het verschiet, ondanks alle gekir over 'kansen' die men dient te grijpen. You usually get one chance only om wat van het leven te maken, een herkansing zit er doorgaans niet in. Maar bij een valse start wordt het lastig rennen en moet men oppassen niet freewheelend over eigen benen (dan wel over andermans gedroomde werkelijkheid) te struikelen. Dat rest slechts een lamentabel 'pickin' up the pieces'.