Tijdingen

                                                                                                                   februari 2024                                                 

                                                               

                                                             Alles van waarde (2) de cultuur van de middelmaat 

Terwijl er aan digitale knoppen wordt gedraaid alsof het leven ervan af hangt en het epigonisme niet van de lucht is, vergeet men hoezeer de (muziek)cultuur aan sociale en mentaliteitsverandering heeft bijgedragen en deze zelfs in niet onbelangrijke mate heeft geïnitieerd. Van memorabele songs en songteksten zijn talloze voorbeelden te noemen. Niet voor niets kreeg Dylan bijvoorbeeld hiervoor de Nobelprijs. Maar hij was beslist niet de enige die opriep tot kritisch bewustzijn over het politiek en maatschappelijk wel en wee. Nu wordt weliswaar veel afgedaan als 'nostalgie' en werpen velen zich op als (ver)late 'tributanten' ofwel meelifters op de cultureel-maatschappelijke golven van weleer, het blijft een groot cultureel probleem dat bij een gebrek aan originaliteit en authenticiteit men tegenwoordig de neiging heeft alles letterlijk te nemen en geen enkel gevoel voor (de nuances van) beeldspraak of een figuurlijke, meer abstracte wijze van uitdrukken meer weet op te brengen. Daardoor vervlakt de boel razendsnel en krijgen dilettantisme, snel gekwetste ego's, alsook de opgewonden 'korte lontjes' vrij spel. Een slechte zaak die de cultuur – in den brede – geen dienst bewijst, maar uitholt en infantiliseert. Deze armoede manifesteert zich op vele fronten: van een armetierige 'feestcultuur' tot aan de nationale politiek — en alles daar tussenin. Hypocriet sentimentalisme viert de boventoon, elk woord wordt zwaarwichtig gewogen alsof men constant wordt belaagd en eenieder derhalve 'alert', 'assertief' en en garde dient te zijn. Tegelijkertijd neemt het gebruik van eufemistisch taalgebruik endemische vormen aan. Het lamentabele Amerikaans-Engels brabbeltaaltje waarmee men goede sier denkt te maken wordt gretig toegepast. Het Nederlands (of wat daarvoor doorgaat) is hooguit 'second best'. Alles om maar de schijn van 'dynamiek' te wekken en duidelijk te maken dat men 'bij de tijd' is. Maar ook het canoniseren van 'mijlpalen van de cultuur' heeft haar keerzijde. Want voordat men het weet zijn de 'historische vensters' geblindeerde ramen geworden die hermetisch op slot gaan. De commercie weet er echter wel raad mee, zo blijkt. Musea en theaters kloppen elke expressieve uiting tot lachwekkende proporties en lucratieve revenuen op, zoals biografische geschiedenissen worden uitgemolken totdat er geen druppel (ongemakkelijke) 'context' meer overblijft. Middelmatigheid is troef. Veel 'vorm', weinig substantiële inhoud. Dan moet er worden 'opgeleukt'. Tot vervelens toe. Hoe meer beeldwisselingen en beats per minute (bpm), hoe beter. Overprikkeling (zoals het heet) — en daarmee afstomping is het gevolg. Wij zijn allen notoire 'adhd-ers' geworden. En daar helpt geen pilletje (welke soort ook) tegen.

Het onderwijs — en met name de afbraak ervan — is hierin een niet te onderschatten factor. Er is rigoureus huisgehouden in het aanbod van curricula en daarvoor heeft men een zware prijs betaald. De eenzijdige focus op marketing en management is ten koste gegaan van «Bildung», ofwel vorming in den brede. Alles wat niet 'rendabel' en 'exploitabel' werd geacht moest overboord. Hele studies en studierichtingen verdwenen en werden ingewisseld voor lucratief geachte financieel-economische en technocratische constructies die voor 'modern' moesten doorgaan. De pedagogie volgde gedwee en voor het 'verandermanagement' leek geen zee te hoog. Men heeft het geweten. Hele generaties groeiden op met het waanidee dat de wereld op elk (gepassioneerd) 'talent' zat te wachten en dat alle dromen in profijt konden worden omgezet. Hoe wrang de desillusie zou zijn bleek alras, maar men wilde van geen wijken weten. Het brave, zich uiterst progressief wanende, 'D66-volkje' zou de rekening echter voluit gepresenteerd krijgen, maar het leed was geschied. Wat resteert is beschamende 'stilte' alom. Men kijkt liever een andere kant op en wil beslist niet aan zulke dwaalwegen worden herinnerd. Zo kan men de illusie blijven koesteren dat men 'goed bezig' is geweest en dat slechts 'onwetende dwarsliggers' de oorzaak zouden zijn van tekortschietende en falende resultaten. Klokkenluiders die de om zich heen grijpende bestuurlijke misstanden aan de kaak stelden werden monddood gemaakt en de wacht aangezegd, alle waarschuwingen werden vervolgens in de wind geslagen. 'Louter cultuurpessimisme', luidde vervolgens het zwakke weerwoord. Wie niet 'mee' is, is tegen en blijft achter. Kritiekloos conformisme werd geëist en opgelegd, maar de zetbaasjes zouden geen lang leven zijn beschoren. Het managementschip maakte daarvoor al te veel water en 'het hozen' nam stelselmatig reeds belachelijke vormen aan. Totdat de wal het schip definitief keerde en de ondeugdelijkheid van de stoplappen niet meer genegeerd kon worden. De politieke afrekening volgde niet lang daarna.

Ziehier in een notedop het (culturele) debacle dat de samenleving allerwegen door de strot is geduwd en waarvoor de veroorzakers nu 'ach en wee' denken te moeten roepen. Het zijn 'Wilders', 'Omtzigt' noch 'Van der Plas' die de samenleving naar een veronderstelde «Abstieg» duwen, maar de vele armetierige technocraten die vrijelijk hun dilettantisme hebben kunnen tentoonspreiden en daarmee de samenleving met torenhoge problemen hebben opgezadeld. Dat volkje zou zich moeten schamen in plaats van zich zo hypocriet te blijven roeren en de samenleving met hun gejammer lastig te vallen. Nòg weten zij de podia met hun onzin te bevolken, maar de klok tikt, het doek is reeds gevallen en 'het publiek' allang naar huis. Blijf nog even zelfgenoegzaam maar wrang 'lachen' zolang het kan en de masters of war definitief hun zin hebben gekregen. Het leven is tenslotte één groot feest, ondanks dat we all get loco in our little toko.
Tel hierbij de geborneerde nuffigheid van het nieuwe Victorianisme op, dan beseft men hoezeer 'de cultuur' een wending heeft genomen die in de 19eeeuw niet zou misstaan. Alle veronderstelde 'diversiteit' is welbeschouwd nogal eenvormig en kenmerkt zich grotendeels door dwingende markteconomische massafactoren die met 'verscheidenheid' op gespannen voet staan. De mens moge zich wijs laten maken dat er 'wat te kiezen' valt en er 'maatwerk' op afroep wordt verricht, maar dat is slechts schijn die bedriegt. Maatwerk is daarbij ook niet niet identiek aan maatvoering. Slechts het grote getal is maatgevend, al het andere wordt als 'niches' beschouwd die een marginaal bestaan worden toebedeeld zolang het de mainstream maar niet hindert en voor de voeten loopt. Ook dit is een uitvloeisel van de oligopolistische markteconomie. De marges  ook de culturele – zijn anders gezegd beduidend smaller dan men denkt. Maar vooralsnog springt men vrolijk in het libertaristisch gewaande universum rond in de veronderstelling dat alles zich wel ad infinitum naar de markt zal (blijven) voegen. De financieel-economische wereld kraakt intussen in haar voegen en moet met allengs rigider middelen overeind worden gehouden. Dat samenlevingen dit schip uiteindelijk hoe dan ook zullen keren ligt echter buiten het voorstellingsvermogen van degenen die zich deze orde(ning) exclusief denken te kunnen toe-eigenen. Het mechanisme van 'brood en spelen' moge dan wel lange tijd hebben 'gewerkt', dat wil niet zeggen dat deze historische constante ook op de lange termijn het panacee tegen (institutionele) afbraak van samenlevingen zal zijn en dat daarmee maatschappelijk verzet hiertegen te allen tijde onder controle zal kunnen worden gehouden. Velen hebben wat dit aangaat in het verleden buiten de waard gerekend en dat zal wederom het geval zijn indien men zich onaantastbaar blijft wanen. De mens moge volgzaam zijn, men is niet zo dom dat men zich blijvend de kaas van het brood zal laten ontnemen. Dan onderschat men de sluipende – niet meer zo stille – krachten die al eerder flink van zich hebben doen spreken en bijvoorbeeld het kolonialisme hebben ontkracht. Ook nu zijn er koloniale verhoudingen te over. De (grenzeloze) onderschikking van mens aan profijt vormt daarvan de kern.  Wat dit betreft is de wereld nog immer flink uit balans en dit reikt verder dan 'milieu' of 'klimaat'. Wie cynische middelmatigheid zaait en zich achter façades denkt te kunnen verschansen, zal storm oogsten. Daartegen zal geen 'bastion' bestand blijken. De toenemende migratiestromen zijn wat dit betreft 'slechts' een voorbode van wat 'onze' wereld nog te wachten staat.

Wat dat betreft denkt men nog altijd dat alles wel 'onder controle' gebracht kan worden, maar zoals blijkt zijn de meest essentiële levenskwesties, zoals bestaanszekerheid, ondanks alle veronderstelde maakbaarheid nog altijd verre van 'geregeld'. Veel zaken worden louter cosmetisch aangepakt waardoor noodzakelijk beleid in belangrijke mate marginaal blijft. Dat zou niet hoeven indien men zich meer zou richten op oorzaken in plaats van op gevolgen en randverschijnselen. Dat geldt voor een verscheidenheid van (vaak samenhangende) vraagstukken zoals armoede, ongelijkheid, deprivatie en (arbeids)exploitatie. Welzijn kan niet straffeloos aan 'welvaart' worden opgeofferd door hele bevolkingsgroepen aan inhaligheid te blijven uitleveren. Niet nationaal en niet internationaal. Alle tentoongespreide controledrift zou meer ten dienste moeten staan van de verbetering van de bestaanscondities waaronder velen gebukt gaan. En zeker niet alleen met woorden of loze gebaren. De sociaal-economische ordening behoeft op menig punt dringend herziening. Maar dat blijkt meestal een ideologische brug te ver. Liever speelt men het 'politiek-parlementaire gezelschapsspel' dat meestal slechts verliezers kent. Vroeger of later zal men echter aan de bak moeten daar de problemen zich hoe dan ook zullen blijven opstapelen. Ook bij al het 'passen en meten'. Men kan 'calculeren' tot men een ons weegt en alles in cijfertjes of statistieken willen vangen, de werkelijkheid springt alle kanten uit en laat zich niet zo makkelijk 'temmen'. Politieke macht zal immer uitsluitend ten goede, ofwel for the benefit of all, moeten worden aangewend. Slechts bij juiste adressering, articulatierichtingsbepaling en adequate prioriteitstellingen zal beleid effectief kunnen zijn. Met door gemeenten geëntameerde 'woongelukgesprekken' [sic!] wordt in elk geval géén tegenmacht ontwikkeld, laat staan dat daarmee serieuze problematiek wordt opgelost. Burgers zijn nu eenmaal geen 'onderdanen' en op (nieuwe) feodale verhoudingen zit men echt niet te wachten. De bemoeizucht is evenwel grenzeloos en het gepatroniseer niet van de lucht. Dat tij zou in ieder geval dienen te worden gekeerd opdat zaken in juiste verhoudingen en proporties worden benaderd. Maar zover is het nog lang niet, gelet op de vele bemoeizuchtigen ('consultants') die hieraan bestaansrecht denken te kunnen ontlenen. Zulke wijsneuzigheid als uitvloeisel van de apolitieke aanpassings- en volgzaamheidscultuur kan de weldenkende burger missen als kiespijn. Het spekt slechts kassen van diegenen die een persoonlijk obstakel vormen voor waarlijke verlichting. Liever adequaat bestuur in handen van gelouterde personen die beleidsmatig van wanten weten, dan al het kwezelige borreltafelgekrakeel en actuarieel-procedureel gemillimeter dat voor 'voortvarendheid' moet doorgaan maar mensen tot wanhoop drijft.  Ja, we blijven een 'nijver volkje'…

Europa zou zich evenwel niet langer meer als wingewest van de VS moeten laten gebruiken, maar voluit haar 'stille kracht' moeten aanwenden om hieraan paal en perk te stellen. Alle fellow travellers die in dit opzicht graag zo braaf achter anderen willen aanlopen dienen te beseffen dat daarvoor hoe langer hoe minder adhesie bestaat en dat het tijd wordt om hiermee te breken. Te lang hebben zulke personen en hun organisaties hun oren naar de verkeerde voorbeelden laten hangen, in plaats van de continentale eigenheid te benadrukken en daarnaar te handelen. Wie van wild west houdt kan beter andere territoria zoeken dan de eigen samenleving aan allerhande cowboys te blijven uitleveren. Veel burgers pikken dit niet meer — en terecht. Bij al het geweeklaag over de verrechtsing van de samenleving bedenke men echter wel dat de ruk naar rechts al zo'n 35 jaar geleden met neoliberaal ('Neyenrode') paars werd ingezet en dat de maatschappelijke afrekening die nu volgt reeds lang was voorspeld. Niks geen 'flexibiliteit', 'cocreatie', 'zelfbepalend entrepreneurschap', 'marktwijsheid' of wat dies meer zij meer, maar back to basics. De staat zal moeten leveren. Niets meer, of minder. Het zelfgesponnen hovaardige managementsprookje is uit.

Zo kan men eindeloos miljoenen in de oorlogsindustrie blijven pompen en zich daarmee een militaire grootmacht willen betonen, het is afgezien van het ridicule van zulk een houding ronduit onverteerbaar dat zulke prioriteiten ten koste gaan van al hetgeen burgers en hun samenlevingen in maatschappelijk opzicht behoeven en dat burgers niet aflatend worden opgezweept om deze militaire industrie maar financieel en 'moreel' te blijven ondersteunen. Watch the deadly nightshade grow, zouden wij willen zeggen en sta niet vreemd te kijken wanneer het anti-militarisme eenmaal vaste grond onder de voeten heeft gekregen en men er meer dan genoeg van heeft om op deze wijze 'de vooruitgang' vorm te geven. Militaire en autocratische dictaturen zijn er meer dan ons lief is, maar dat wil niet zeggen dat wij ons daarom diezelfde kant op moeten laten duwen, of ons daardoor moeten laten meeslepen in uitzichtloze conflictbenaderingen. Men zou wijzer moeten  en kunnen – wezen. Zoals gezegd: het leven is geen vrijblijvend spelletje stratego of risk. Wie zulks meent zal eerst volwassen moeten worden alvorens de oorlogstrom te roeren. Want voordat men het beseft blaast men de Last Post en dan is het te laat. 1 (Zo bezien is het niet verwonderlijk dat 'G. de Vader' 2 zich al lang geleden van de mensheid heeft afgekeerd. Of was het wellicht andersom?….).


[1] Zo geven Klaver (PvdA/GL) en consorten er wat conflictbeheersing betreft blijk van niets meer van het oorspronkelijke PSP-gedachtengoed (*) te willen weten, maar zich daarentegen gewillig bij de haviken aan te sluiten. Dat lijkt stoer, maar getuigt niet van bijster veel inzicht in geopolitieke kwesties. Men leze maar eens de ontluisterende oorlogsliteratuur uit de Great War (Eerste Wereldoorlog) waarin verslag wordt gedaan van de uitzinnige euforie waarmee soldaten ten strijde werden gestuurd in de overtuiging dat zij de klus wel even zouden klaren. Alle middelen waren geoorloofd om het hooggestemde ideaal van de (totale) overwinning te bewerkstelligen, tot aan (nog altijd gebruikte) chemische wapens toe. Totdat bleek dat miljoenen slachtoffers rücksichtlos aan onzinnige aspiraties waren opgeofferd en een hele generatie jonge mannen was weggevaagd met alle traumatische gevolgen voor de nabestaanden van dien. Een aanbevelenswaardige opstap naar de toenmalige contextuele achtergronden van de oorlogsmachinerie is het eloquente Lenteriten van Modris Ecksteins (Rites of Spring, Houghton Mifflin 2000). Een actuele studie over de mechanismen van oorlogsvoering en het 'Faustiaanse pact van het diplomatieke alternatief' is Onderhandelen met de Duivel (Négocier avec le Diable, Ed. Textuel 2022) van de gerenommeerde terrorisme-kenner en senior adviseur op het gebied van het International Strafrecht bij de VN, Pierre Hazan. Het kiezen voor de minste van twee kwaden bij conflictbeheersing is lang niet altijd een zwaktebod zo betoogt hij, maar daarentegen vaak de enige zinnige optie om erger te voorkomen. Dat vereist echter wel dat men de eigen aspiraties moet willen matigen en de conflictaanjagende mechanismen onder ogen zal moeten zien. Dat is evenwel contrair alle oorlogshitserij en daardoor een geluid dat te veel wordt gemist. Zeker bij degenen die voor de gang van zaken in de internationale politiek verantwoordelijkheid dragen.

(*) De Pacifistisch-Socialistische Partij (PSP) was een in 1957 opgerichte (republikeinse) partij die onder meer streefde naar algehele ontwapening en zich fel verzette tegen het Koude Oorlogsdenken en de daarmee gepaard gaande wapenwedloop van zowel Oost als West. Tijdens de Vietnamoorlog culmineerden de tegenstellingen wat dit aangaat wereldwijd. Vooral onder studenten en linkse intellectuelen. De partij bood onderdak aan diegenen die zich niet in de bestaande politieke verhoudingen konden vinden en streefde naar een sociaal-economische ordening op socialistische grondslag. In 1990 ging de partij samen met de CPN, PPR en EVP op in het nieuw gevormde GroenLinks. De socialistisch-marxistische en pacifistische idealen van weleer verdwenen daarmee geruisloos uit beeld en leken er niet meer toe te doen. Het markteconomische neoliberalisme waartoe velen zich gewillig bekeerden was immers al in opmars. De 'verrechtsing' waarvan nu zo omstandig gewag wordt gemaakt heeft dus overduidelijk oudere wortels. Het milieuvraagstuk dat later in de politiek zo'n prominente rol zou gaan spelen was overigens al veel eerder in den brede door de PSP aan de orde gesteld, maar dan op een wijze die de bestaande economische (productie)verhoudingen niet ontzag maar attaqueerde en daarmee meer aansloot bij hetgeen ook door de Club van Rome destijds nadrukkelijk aan de orde was gesteld ('Grenzen aan de groei', 1972). 

[2] 'G. de Vader' was een personage uit de tv-serie 'Beter van niet' (2003) waarmee cabaretier E. van Muiswinkel zijn 'cursisten' levensvraagstukken voorhield die tot nadenken moesten stemmen (Met "Vragen? Geen vragen. Kauw er maar eens flink op", placht hij zijn welluidende referaten af te sluiten). 
 

Zwaarden en ploegscharen 

«Smeed uw zwaarden om tot ploegscharen». Was dat niet het motto waarmee de mensheid tot matiging van destructieve aspiraties werd gemaand en waarmee verleidingen die tot hybris leiden zouden kunnen weerstaan? Dat blijkt echter te veel gevraagd. Ook in VN-verband. Nog altijd weet de mens niet over zijn geconditioneerde schaduw heen te springen en doolt hij rond in zelfgesponnen labyrinten zoals in de Oudheid al werd geconstateerd en aan de orde gesteld. Wat dat betreft zijn we nog maar bitter weinig opgeschoten, ondanks alle 'innovaties' op technologisch gebied. De mens handelt en gedraagt zich nog immer als een 'Faust' die zich weliswaar voortdurend 'rijk' rekent, maar er hoe langer hoe bekaaider afkomt. In plaats van zich voluit te richten op 'aardse zaken' die de mensheid vooruit zouden kunnen helpen, steekt men liever de neus in de wind en laat men zich verleiden door illusoire vergezichten die verbeteringen van het aardse bestaan nu juist eerder belemmeren dan bevorderen. Waarom toch zo hardnekkig persisteren, zo kan men zich afvragen. Een mooie spreuk als motto is kennelijk niet genoeg om tot adequate daden te komen, maar blijkt meer een doekje voor het bloeden. En dan niet alleen in figuurlijke betekenis. Wat stellen al die mensen zich in humanitaire organisaties, kerkgenootschappen en anderszins nu eigenlijk voor die het voortdurend hebben over 'normen en waarden' en 'medemenselijkheid', maar vervolgens op dezelfde weg voortgaan? Elk jaar opnieuw kerst- en paasboodschappen, suiker- en lichtjesfeesten en wat niet al (zoals herdenkingen, spijtbetuigingen en het betonen van 'rekenschap'), maar verder blijft alles bij het oude. Over naar de beursberichten en de 'prestaties' van de (wapen)industrie. Zei u nog iets over 'tekortschietende financiën...?

Freeriders

Nog niet zo lang geleden ontstond de volstrekt misplaatste opvatting dat burgers die gebruik maakten van hun legitieme sociale zekerheidsrechten zouden 'parasiteren' op de samenleving. Ondanks dat er  zoals altijd – mensen waren die misbruik maakten van regelingen, werden hierdoor hele bevolkingscategorieën stelselmatig als verdacht bestempeld. Het latere toeslagenschandaal is hiervan het gevolg geweest. Wat echter over het hoofd wordt gezien is dat er in de marktsector op een veel grotere schaal misbruik wordt gemaakt van (subsidie)regelingen die in de miljoenen en zelfs miljarden loopt. Alles wat onder de noemer 'innovatief' of 'duurzaam' ('groen') kan worden geschaard is in principe subsidiabel. Bedrijven – en zeker niet de kleinste – komen er in grote getale als vliegen op de stroop op af. Bij nadere beschouwing blijkt dat nogal wat subsidieverstrekking onder zulke noemers nogal eens uiterst discutabel is (biogas; groene stroom) en dat van werkelijke duurzaamheid niet zelden nauwelijks sprake is. Een en ander komt in de praktijk veelal neer op rondpompen van problemen en nodeloos c.q. vruchteloos gesmijt met kapitaal dat zich aan het oog van grondige evaluatie en controle onttrekt. Wederom worden alle deuren opengezet voor marktpartijen die enerzijds goede sier maken, maar bovenal met gemeenschapsgelden hun eigen kassen spekken. Hiervan zijn talloze voorbeelden te geven, zoals de vergistingscentrale's in de agro-sector en eerder de houtgestookte biogasinstallaties. Men draait dol in het milieu- en klimaatcircuit, zodat (buitenlandse) investeerders intussen vrijelijk hun lucratieve kansen kunnen grijpen, zoals zij dat naast de energiemarkt ook met betrekking tot de woningmarkt en de gezondheidszorg naar believen doen. Het is om radeloos van te worden. Met 'communisme' of 'socialisme' (zoals dwaallicht Baudet e.a. menen) heeft dit alles niets te maken, met neoliberaal-technocratische  marktverdwazing des te meer. 'Verdienmodellen' daar draait het om. Voor de happy few wel te verstaan. Grondige politieke adressering blijft evenwel uit. Liever draaft men met hinkstapsprongen door. Maar met blinde vlekken moet men oppassen niet over de eigen benen te struikelen. Wanneer wordt aan deze uitverkoop een eind gemaakt?

Rammelende mandaten

Bij al het letterlijke en figuurlijke wapengekletter van dit moment op zowel nationaal als internationaal gebied kan men zich afvragen welke legitieme grondslag er bestaat voor al diegenen die menen eigenmachtig te kunnen handelen en eigengereid hun gang te kunnen gaan. Zo staat de demissionaire status van het kabinet in geen verhouding tot de voortgaande beleidsbeslissingen die men meent vrijuit te kunnen nemen waardoor tevens de beslissingsbevoegdheden in internationale (EU, Navo en VN-)gremia uiterst discutabel zijn. Het gaat namelijk niet om kleinigheden: van miljardenverstrekking aan staten en hun leiders, tot enorme 'transitiereserveringen', wapenleveranties, militaire steun en meer. Dit alles ondanks dat de politieke verhoudingen intussen ingrijpend zijn gewijzigd en zowel het kabinet als de coalitiepartijen hun onderscheiden mandaten volledig zijn kwijtgeraakt. Dat alles wijst op een ernstige constitutionele tekortkoming, ofwel een staatsrechtelijke lacune die naar willekeur wordt ingevuld en uitgebuit. Wie de rechtsstaat liefheeft en werk wil maken van gezonde bestuurlijke verhoudingen dient ook deze kwestie serieus te nemen en niet op haar beloop te laten, want met 'democratie' heeft dit alles weinig meer te maken. Het mag formeel zo zijn dat men in demissionaire status' lopende bestuurlijke zaken afhandelt', dat wil niet zeggen dat daarmee alles is geoorloofd. Vergaande beslissingen zijn uit den boze en behoren te worden geparkeerd, dan wel teruggefloten. Want hoe kan het bestaan dat kabinetsleden tevens parlementariër zijn die geacht worden het kabinet – ofwel zichzelf – te controleren? Dat is een gotspe en zou niet geaccepteerd mogen worden. Het doorregeren alsof er niets aan de hand is kan niet door de beugel. Het parlement wordt daarmee finaal buitenspel gezet – zo zij zichzelf al niet marginaliseert. Partijen en hun vertegenwoordigers die nog immer op dezelfde wijze hoog van de toren blazen al zou men de touwtjes nog stevig in handen hebben zouden niet ongestraft zulk een houding mogen kunnen continueren zonder dat de samenleving ook maar een duimbreed ruimte krijgt. Dat is een regelrechte schoffering van het voltallige electoraat en komt neer op een herhaling van zetten die nu juist het huidige politieke deficit hebben veroorzaakt. Totdat er een nieuw kabinet is zou er allerwegen pas op de plaats gemaakt dienen te worden, waarbij tevens ook een 'toontje lager' gezongen zou mogen worden indien men de verhoudingen ook maar enigszins zou respecteren. Daarvan lijkt echter allerminst sprake. Bij mogelijke nieuwe verkiezingen zou een en ander  wederom – wel eens heel ontluisterend kunnen zijn. Men 'leert' klaarblijkelijk hoegenaamd niets. Ga zo door zou men zeggen, maar jammer niet als het te laat is. Nu zijn het nog 'slechts de boeren' die dwarsliggen, maar straks komen hele samenlevingen in opstand indien men van geen wijken wil weten. Dat hebben de zelfgenoegzamen dan volledig aan zichzelf te wijten.

Zoals eerder betoogd zou het mechanisme van de ongeclausuleerde electorale mandaatverstrekking dringend aan de orde dienen te worden gesteld en te worden herzien. De ongewenste en schadelijke effecten hiervan zouden (gedeeltelijk) kunnen worden ondervangen door de bevolking bij ingrijpende beleidswijzigingen via bindende referenda te raadplegen. Daarmee zou al veel gewonnen kunnen worden, mits de vraagstellingen en de (eventueel) voorliggende beleidsalternatieven door een onafhankelijke groep personen opgesteld zouden worden. Ook dit zou afdoende constitutioneel geregeld dienen te worden. Er is kortom nogal wat dat staatsrechtelijk gezien nadere invulling behoeft wil men van kwaad tot erger voorkomen. Zo zijn er ook de (sociale) grondrechten die nu nog altijd te vrijblijvend zijn geformuleerd om er ook daadwerkelijk rechten aan te kunnen ontlenen. Geen 'kleinigheden' al met al, maar een serieuze opdracht voor nieuwe bewindspersonen die werk willen maken van goed en adequaat bestuur. Staatsfuncties zijn onverkort in het geding en laten die nu de kern van het hele staatsrechtelijke bouwwerk zijn… Want een staat die zich uit publieke domeinen terugtrekt, zich vervolgens volledig verlaat op de markt en zich nagenoeg nog uitsluitend op de privé-sfeer van burgers richt betoont zich geen hoeder van het algemeen belang, maar een bemoeizuchtige (bureaucratische) dwingeland die hogelijk gemist kan worden en zichzelf daardoor volledig diskwalificeert. Dat is niet waar een gezonde en volwassen, ofwel zichzelf respecterende samenleving die haar zegeningen telt voor kiest. Wat er ook allemaal over 'de' burger te berde wordt gebracht en wat men zoal op zijn/haar conto meent te kunnen schrijven. Bij te weinig controlemogelijkheden met betrekking tot degenen die over het wel en wee van de samenleving beslissen glijdt men paradoxalerwijs snel af naar een 'controlestaat' die alle redelijkheid uit het oog heeft verloren en nog slechts op machtsconsolidatie is gericht. Dan heeft 'de democratie' en al hetgeen daarmee is verbonden afgedaan. Want waar de kachel uitgaat omdat-ie onbetaalbaar wordt, gaat ook het licht uit.
Wanneer men echter zaken a priori goed regelt, behoeft men minder a posteriori met kunst en vliegwerk allerlei misstanden trachten te vergoelijken. (Ja mijnheer Jetten c.s. - de 'voor- en achterkant').