Tijdingen

                                                                                                         november 2023 (vervolg) 
 

                                                                                                                                                  The Verdict

Tijd voor herstel? Zeker. Geen voortgezet 'JA' (21, of anderszins), maar een ondubbelzinnig 'nee, het is genoeg zo (23), maak nu maar eens echt werk van de samenleving'.

De ganse zelfvoldane santenkraam van treurige lachebekjes is opgekrast en heeft een functie elders aanvaard. De volledige coalitie heeft een ongenadig pak slaag gekregen en 37 zetels (!) moeten inleveren. Een verademing na al die vele jaren van wheeling & dealing en soebatten tot men een ons woog. Ondanks dat de publieksmedia de samenleving de Rutte-retoriek bleven voorhouden alsof er geen alternatieven waren, was de burger het gedraai, gemarchandeer en gekonkel volledig beu en had men er meer dan genoeg van om nog langer als melkkoe te dienen en tot vervelens toe gepatroniseerd te worden. Men wilde niet langer met zich laten sollen. Eindelijk exit Rutte en consorten. De verzamelde parlementaire journalistiek zat er vertwijfeld en ontredderd bij te kijken en kon maar niet bevatten dat zij er zo faliekant naast had gezeten en de weerstand tegen het beleid zo schromelijk had onderschat. Men waande zich tenslotte immer zeer 'bij de tijd'. [1] De coalitie was weliswaar al een tijdlang on the way out, maar kreeg het toch weer voor elkaar om er in demissionaire status op de valreep opnieuw nog even van alles doorheen te jassen. [2] Dat maakt het voorliggende werk er zeker niet gemakkelijker op en zal nog menig hoofdbreken vergen. Bij alle commotie over de verkiezingsuitslag bedenke men echter wel dat er 'slechts' een nieuwe Tweede Kamer is gekozen. Wij kiezen nu eenmaal niet de regering.

De vraag die voorligt was: wederom neoliberaal (markt- en milieu)beleid (VVD/D66 c.s.) of een andere bestuurs- en beleidskoers en daadwerkelijk werk maken van de noden van de samenleving (NSC).

In de peilingen waren de VVD (vreemd genoeg) en NSC de beide koplopers. [3] Men had nu de kans om het roer om te gooien. Daarvan hebben velen gebruik gemaakt: Wilders en Omtzigt zijn de grootste winnaars (beiden 20 zetels winst) en hebben hun oppositionele inzet (i.t.t. de SP) ruimschoots verzilverd. D66 is de grootste verliezer (-15), gevolgd door VVD en CDA (beide -10). Daarbij hebben vele kiezers blijkbaar gedacht dat de PVV de oplossingen voorhanden heeft, maar dat staat nog te bezien. Er is een complete scheiding der geesten. Want hoewel men het over één ding eens is dat het afgelopen moet zijn met het gekoeioneer en het laffe ontwijkingsgedrag, moet worden vastgesteld dat de PVV de grootste partij is geworden waarmee het nationalistische sentiment het voorlopig van de rechtsstatelijke oriëntatie heeft gewonnen. Hoewel Omtzigt zich in de campagne consequent een realistische factor betoonde die de mantra's, droombeelden en drogredenen van markt- en milieufanaten feilloos wist te ontzenuwen, is het nog maar de vraag of de strijd tegen oligarchische machtsconcentratie en maatschappelijke ongelijkheid daadwerkelijk effectief in beleid kan worden omgezet, daar een voortgezet beroep op 'eigen verantwoordelijkheid' van burgers (dan wel het nationalistische PVV-adagium 'eigen volk eerst') zaken nu niet bepaald vooruit helpt. Ook niet onder verwijzing naar (tekortschietende) 'normen en waarden'. Het kapitalistische stelsel kent nu eenmaal geen 'wij samen', maar vooral het 'ieder voor zich'. Slechts bij een andere economische ordening zal er van solidariteit sprake kunnen zijn. Desondanks blijft de samenleving ten enenmale afhankelijk van juist en integer beleid en bestuur. De sociale zekerheidsstaat behoeft geenszins opnieuw te worden 'uitgevonden', net zomin als de neiging van sommigen om alle problemen en vraagstukken met wat 'wasverzachter' in de trommel te gooien tot verbetering van bestaanscondities leidt. 'Onzekerheden' zijn er altijd, maar dat is geen excuus om onwelkom geachte beleidsvoorstellen daarmee af te doen. Alles wordt uit de gemeenschappelijke pot betaald. Dan kan men maar beter de juiste prioriteiten stellen. Daarnaast valt op internationaal gebied het nodige op de voorliggende plannen van partijen af te dingen. Isolationisme biedt tegen de achtergrond van voortgaande globalisering geen soelaas, net zomin als (ver)blind achter illusoire scenario's aanlopen of zich de wet door andere landen te laten voorschrijven tot voordeel van de samenleving zal strekken. De positiebepaling in zowel nationaal als internationaal opzicht kan en moet een stuk evenwichtiger dan nu veelal het geval is. De Nederlandse samenleving mag nooit een persoonlijk project van enkelen zijn waaraan burgers worden uitgeleverd en zal deze neiging met alle kracht dienen tegen te gaan. Op zulke 'ambities' zit men niet te wachten, wie 'de boel' de komende jaren ook moge gaan leiden. 
 
Ofschoon er bij de verkiezingen heel wat op het spel stond en er ditmaal zeker wat te kiezen viel, lieten de verkiezingen zelf opvallend weinig echt debat zien daar men over het algemeen te angstvallig was om de potentiële kiezer van zich te vervreemden of tegen de borst te stuiten. Het was welbeschouwd een vrij matte, clichématige – en vooral persoonsgerichte – mediacampagne waarbij de (voormalige) oppositie zich voor van alles moest verantwoorden, maar het gevoerde beleid en de partijen die daarvoor verantwoordelijk zijn geweest nagenoeg buiten beschouwing werd gelaten. VVD en D66 werden (tot genoegen van de financiële wereld) ontzien; NSC, BBB en SP kregen ervan langs. De onheuse verdachtmakingen en aantijgingen waren niet van de lucht en vaak ronduit infaam. Deze benadering van politieke vraagstukken getuigden van een bedroevend niveau waarmee programmamakers meenden hierover 'inzicht' te verschaffen. Dat had met een 'open vizier' weinig te maken. [4] Het was menige omroep en nieuwsblad er alles aan gelegen om er een persoonlijke competitie tussen Timmermans en Omtzigt van te maken (en daarbij Yesilgöz – ondanks dat zij omstandig werd gepromoot – uit de wind te houden), maar in feite ging het de oppositie om de bestrijding en het herstel van de desastreuze gevolgen van het neoliberale VVD-beleid in den brede. Dat was wat er werkelijk speelde en ook duidelijk(er) aan de orde had moeten worden gesteld, maar onder meer vanwege een schromelijk gebrek aan kennis en deskundigheid (alsook een geborneerde vooringenomenheid) bij de verzameling jolige, maar veelal simplistisch kwezelende mediaboys en -girls nauwelijks kans kreeg. Van 'debat' was nauwelijks sprake. Men was als de dood dat de vlam in de pan zou slaan. Een beschamende vertoning van infantiliserend dilettantisme waarbij de problematiek van de vele gedupeerden van het falend beleid botweg terzijde werd geschoven alsof het om peanuts ging en uitsluitend de zeteltjes en vooral 'het torentje' er nog toe deden. De PvdA/GroenLinks-combinatie liftte graag mee op het te verwachten electorale succes van NSC, maar had evenmin als de VVD veel te melden of te bieden. Er bleek een opmerkelijk verschil tussen de 'strategie van de ontkenning' en politieke inhoudelijkheid. En dat na alle debacles die door ontluisterende parlementaire onderzoeken aan het licht waren gebracht en nog immer voortwoekeren alsook hun tol eisen. Wanneer NSC, PVV en VVD vervolgens uiteindelijk tegen elkaar aanschurken is het nog maar de vraag wie hier garen bij spint en of het zo gewenste en noodzakelijke herstel ook werkelijk tot stand zal (kunnen) komen.

De kaarten zijn inmiddels geschud en de benodigde mandaten plus de bijbehorende kamerzetels binnengesleept. Dat levert het volgende beeld op (zie ook de verkiezingsuitslag):

CDA – nagenoeg ter ziele en in stukken uiteengevallen, nadat men al jaren geleden het eigen doodvonnis had getekend en als sterfhuisconstructie overbleef. Bontenbal mag eenzaam het licht uit doen en de failliete boedel beheren. De reeds jaren geleden ingezette neergang is compleet.

NSC – de onbetwiste (morele) winnaar. Het verkregen kiezersvertrouwen kan gezien worden als een beloning voor standvastigheid en een doorwrocht coherent programma, ondanks nogal wat dédain waarmee Omtzigt in de publieksmedia (die zich kennelijk maar moeilijk uit de Rutte-modus kunnen losmaken) werd bejegend. Van alles werd uit de kast gehaald om hem en zijn programma in diskrediet te brengen, maar met averechts resultaat. Hij behoefde zich nauwelijks om de concurrentie te bekommeren daar zijn uitmuntende feitenkennis hem zowel moreel als politiek-inhoudelijk ver boven de anderen deed uitstijgen. Vandaar dat hij zich ook niet behoefde te verlagen tot populistisch gedrag om onkunde te maskeren en hij zijn campagne tot ongenoegen van de neoliberale hardliners selectief en weloverwogen kon uitstippelen. Dat zette de toon voor het op stapel staande te voeren herstelbeleid. De ganse parlementaire journalistiek zat er vertwijfeld bij en kon (of wilde) maar niet begrijpen hoe het toch zover heeft kunnen komen en hoezeer de politieke en bestuurlijke cultuur gedurende vele jaren zo erg kon zijn geperverteerd. Hun eigen aandeel in het geheel moest daarbij uit alle macht buiten beschouwing worden gelaten. De geborneerde nieuwswatchers gaven er hautain maar pijnlijk blijk van van enige vervreemding tot de samenleving geen weet of herinnering te hebben en zich van geen kwaad bewust te zijn, daar men zich tot vervelens toe nog altijd met het gevoerde neoliberale beleid meent te moeten identificeren. Tja, dat geeft ongemakkelijke consequenties, want achter wie kan men zich nu nog in gemoede scharen…?

BBB – ondanks de eerdere spectaculaire verkiezingsoverwinning heeft de partij haar eerder behaalde winst niet geconsolideerd. Van der Plas kreeg veel publicitaire ongein over zich heen, maar wist zich desondanks manhaftig te weren. De partij komt nu van 1 op 7 zetels, maar men vergete hierbij niet dat BBB met 16 van de 75 zetels in de Senaat een geduchte machtsfactor is, zodat tegen beoogde grondwetswijzigingen minder makkelijk obstructie kan worden gepleegd.

VVD – ondanks vele jaren Rutte en het verlies van 10 zetels nog altijd gesteund door entrepreneurs van allerlei slag. Sommigen leren het klaarblijkelijk nooit, ondanks dat de ijlings naar voren geschoven Yesilgöz door velen te licht, te nietszeggend en te onwaarachtig werd bevonden. Bij haar zweefde het Rutte-spook nog altijd 'boven de markt'. Kritiek was niet langer 'relevant' (zo het dit al was), want van nu af aan zou 'alles anders' gaan. Verder zweeg zij in alle talen. Ze was er per slot van rekening 'niet bij geweest'. Een variant op het selectief ontbrekende geheugen. De klimaatdrammerij en het onverantwoorde gesmijt met vele miljarden heeft echter niet alleen de samenleving, maar ook de partij zelf weinig goeds gebracht. Onbegrijpelijk derhalve dat nog zoveel kiezers achter deze partij blijven aanlopen die zo ontluisterend 40 jaar lang de neoliberale scepter heeft gezwaaid. De dominante rol van de partij lijkt voorlopig evenwel uitgespeeld.

PvdA/GL – het beoogde/veronderstelde 'Timmermans-effect' heeft meer kwaad dan goed gedaan. Men rekende zich prematuur rijk, maar haalde bakzeil. De prijs voor de 'ontideologisering' (ofwel 'het afschudden van de  – als nodeloze ballast beschouwde – veren' en het structureel ontbreken van rekenschap daarover). Veel verder dan het ophogen van het minimumloon om jongeren te paaien en het onverkort doorvoeren van de allerwegen verstikkende klimaatagenda kwam men niet. Timmermans mag in de Kamerbankjes plaatsnemen (want een ministerspost ambieert hij niet. Dat is hem te min). Je kan nu eenmaal geen goede sier maken met kritiek op beleid waarvoor je als partij zelf medeverantwoordelijk bent geweest, zoals dit ook geldt voor de overige coalitiepartijen. Dat wordt niet gepikt en dat hebben ook D66, het CDA en de ChristenUnie geweten. 

D66 – als grootste verliezer na alle hovaardij over de pseudo-progressieve eigenwaan gedecimeerd. De electorale prijs voor het onnavolgbare rechts-afslaan en het jarenlange achter de VVD aanlopen. De partij heeft al haar krediet verspeeld en zal genoegen moeten nemen met een marginale positie.

PVV – heeft een monsterzege behaald en is de grootste partij geworden. De migratie-agenda kon weer volop ingezet, nadat de media dit thema tot prioriteit nr. 1 hadden bestempeld en de VVD haar eigen rol in het geheel niet meer kon wegmoffelen. Het ontbreekt de partij evenwel nog altijd aan de nodige nuance, ondanks dat Wilders donders goed beseft concessies te moeten doen wil hij bestuursverantwoordelijkheid (kunnen) dragen. Het (monocausale 'cultuur')protest zonder werkelijk perspectief is ondanks de overwinning tamelijk sleets geworden. Uitgezonderd evenwel de goed onderbouwde oppositie van kamerlid Agema met betrekking tot de gezondheidszorg. Ook Bosma betoonde zich in voorkomende gevallen een evenwichtig ondervoorzitter van de Tweede Kamer die voor het voorzitterschap (en wellicht het premierschap?) hoge ogen kan gooien.

SP – is niet in staat gebleken de jarenlange oppositie te verzilveren, hoewel het feitelijk de enige partij is geweest die tot nu toe de beleidsmatige en institutionele uitwassen van het marktfundamentalisme en financieel aandeelhouderskapitalisme consequent heeft bestreden en onverkort voor het publieke belang is opgekomen. Het werd derhalve tijd voor regeringsdeelname, maar die kans lijkt voorlopig verkeken. Het vertrek van Leijten is waarschijnlijk een medebepalende factor hiervoor geweest, daar zij beslist stemmen had weten te trekken.

Overig

JA21 – mag nog met 1 zetel doorgaan; Volt moet het doen met 2 zetels

50+ - weg

BvNL (Van Haga) – weg

Bij1 – weg

FvD - nog slechts een marginale partij. Nagenoeg uitgespeeld.

CU – ook zetels verloren. De prijs voor moralistisch-ambivalente dikdoenerij, medeverantwoordelijkheid voor het falend landbouw- en armoedebeleid en het opportunistisch in het zadel houden van de coalitie.

PvdD – gedecimeerd

DENK – blijft evenals de SGP op 3 zetels staan

Coalities? NSC/PVV/BBB ligt nu voor de hand, maar heeft geen meerderheid. Bovendien heeft Omtzigt te kennen gegeven slechts met de PVV zaken te kunnen doen indien deze partij zich matigt en bereid verklaart binnen rechtsstatelijke grenzen te opereren.  Een andere optie is een samenwerkingsverband tussen PVV en VVD, maar dat zou al te bizar zijn na alle oppositie die de PVV tegen het VVD-beleid heeft gevoerd. De PvdA/GL-combinatie zal zich hierbij zoals Timmermans verklaard heeft niet aansluiten, zodat dan alleen aansluiting met NSC en BBB overblijft. Althans indien men wil streven naar een meerderheidskabinet. Omtzigt heeft echter aangegeven dat zijn voorkeur uitgaat naar een minderheidskabinet c.q. zakenkabinet. (Met perspectieven voor het zo gewenste, maar veel te lang gemiste dualisme. Want een meerderheidscoalitie is geenszins een staatsrechtelijke must of onontkoombaarheid zoals vaak ten onrechte wordt gedacht). Bij samenwerking met de VVD bedenke men echter wel dat dan het scenario van een neoliberale beleidsherhaling dreigt. Maar wederom markt- c.q. milieufundamentalisten aan het roer is wel het laatste waar de Nederlandse samenleving behoefte aan heeft.


[1] Toen deze eigenwaan tenslotte door de feiten werd doorgeprikt moesten er ijlings een paar deskundigen aan te pas komen om het huidige electorale novum van verdampende zetels te kunnen verklaren. Men brabbelde wat over 'vertrouwen', 'leiderschap' en 'polarisatie' zonder erbij te vermelden dat het juist de Rutte-coalities zijn geweest die categorieën burgers zo rigide tegen elkaar hebben opgezet en uitgespeeld. Het gevoerde beleid was hen blijkbaar een te lastig doorgronden en te duiden fenomeen, zoals de politiek-maatschappelijke werkelijkheid vele commentatoren en analisten al jaren volledig was ontglipt. Men dacht geborneerd: als we het niet over de maatschappelijke weerstand hebben dan bestaat die ook niet (of ebt vanzelf wel weg). Ten onrechte, zoals is gebleken. Daarentegen konden tal van malafide bestuurders vrijwel ongehinderd hun propagandistische praatjes blijven verkopen. Hoe men het ook wendt of keert, zowel Wilders als Omtzigt zijn producten van falend bestuur en beleid die door resp. VVD/D66 en CDA zijn voortgebracht.

[2] Niet alleen werd er nog even 2 miljard extra voor de oorlog in Oekraïne 'gereserveerd', ook zou het demissionaire kabinet 90.000 huizen 'laten bouwen', zo werd luttele dagen voor de verkiezingen bekend gemaakt. Tja, niet alleen staatsrechtelijk, maar ook politiek een uiterst bizarre gang van zaken. Het kon blijkbaar niet op om de kiezer nog even met wat goede bedoelingen te paaien, maar het was natuurlijk allemaal mosterd na de maaltijd. De beraadslaging in de Tweede Kamer was vanwege de verkiezingen opgeschort zodat hierover niet kon worden gesproken of gestemd, maar desondanks meende het kabinet dit nog wel even op de valreep te kunnen regelen. Wederom een staaltje van eigenmachtig optreden met onverholen dédain voor de parlementaire demo-cratie. Dit soort kamikaze-politiek kan zo niet langer en zal door de nieuwe regering krachtig bij de kop genomen moeten worden.

[3] Peilingen werden voor een deel ook gebaseerd op stemwijzers. Maar daar valt zeker wel het een en ander op aan te merken. Stemwijzers hebben weinig om het lijf zolang men zich bedient van rechttoe-rechtaan stellingen als 'er moet meer geld naar onderwijs' (mee eens, mee oneens, neutraal of 'geen mening' c.q. 'geen van beide'). Zulk een systematiek doet geen recht aan de onderhavige problematiek en mogelijke oplossingen voor allerhande problemen en vraagstukken. Want wie een genuanceerde visie heeft op onderwijs weet dat het vele geld dat aan onderwijs ter beschikking wordt gesteld lang niet altijd op de juiste plaats terecht komt. Dus niet 'meer geld of minder', maar zinniger besteed. Dat vergt allereerst controle op zowel de uitgaven als de  aanwending hiervan door bestuurders. Zo leidt het antwoord tot aanvinken van 'geen van beide', maar zowel in het ja als het nee-antwoord kunnen elementen zitten die zinnig zijn en ertoe doen. Die nuance verdwijnt vervolgens volledig uit beeld. Politieke vraagstukken reduceren tot zwart-wit opvattingen leidt tot simplisme in  bestuur en beleid. Men zou per stelling de partij moeten kunnen aanvinken die het best met de eigen stellingname overeenkomt. Zo verkrijgt een en ander meer betekenis en leidt dit tot een juister beeld van de electorale voorkeuren en verhoudingen. Pas dan hebben 'peilingen' enige zin.

[4] Met name het ontbreken van de programmatische 'doorrekening' van NSC werd Omtzigt voor de voeten geworpen alsof het om niets minder dan 'kiezers-bedrog' ging. Maar hoe denkt men de systematiek van CPB en andere modellen te doorbreken indien men hieraan kritiekloos blijft vasthouden? Juist NSC ijvert niet voor niets voor een meer genuanceerde benadering van inkomsten en uitgaven, want tenslotte kan elke partij in verkiezingsprogramma's opschrijven wat zij wil om er vervolgens vrijuit mee aan de haal te gaan. Of het nu werkgelegenheid, koopkracht, bouwplannen of anderszins betreft. 'Doorrekening' of niet. Dat blijven louter gelegenheidsopnamen voor de bühne en betreffen geen begrotingen die aan het parlement ter goedkeuring worden voorgelegd. Er kunnen in tegenstelling tot wat veelal ten onrechte wordt gesuggereerd geen 'rechten' aan worden ontleend. De kiezer krijgt slechts hom of kuit bij parlementaire behandeling van zulke voorstellen. Het gaat uiteindelijk om niets meer of minder dan de integriteit waarmee de beoogde plannen ten uitvoer worden gebracht en of daarvoor voldoende parlementaire steun bestaat. Zo niet, dan houdt alles op. Ook voor degenen die – al dan niet – 'budgettair sluitende' plannen hebben en voorstellen hebben gedaan.  Want wanneer het zelfs de Rekenkamer niet lukt om een vinger achter begrote regeringsuitgaven te krijgen zoals vaak blijkt, zou men op zijn minst wat voorzichtiger kunnen zijn met het (blind) omarmen van allerhande rekenmodellen die de 'ultieme (financiële - en daarmee tevens politieke -) waarheid' zouden representeren. Dat alles laat echter onverlet dat plannen solide dienen te zijn en dat de burger erop moet kunnen vertrouwen dat er niet achteloos of ongebreideld ten koste van gemeenschapsgeld wordt gespendeerd. Er is al teveel en onverantwoord met andermans geld gesmeten zonder dat daar zinnige resultaten mee werden geboekt en dit de samenleving ten goede kwam. Daaraan dient vooraleerst paal en perk te worden gesteld. Cijfers op zich zeggen weinig indien men niet op politieke zorgvuldigheid kan vertrouwen. Jazeker, dat noopt tot verantwoord besturen en beslissen.


Uitslag Tweede Kamerverkiezingen 2021 en 2023 (bronnen: Kiesraad en voorlopige einduitslag)

        De verdeling van de 150 zetels was als volgt:                              Nieuwe verdeling (2023)

  • VVD                                                                      34                           24            -10
  • D66                                                                       24                             9            -15   de grootste verliezer
  • PVV (Partij voor de Vrijheid)                                 17                           37           +20   de nieuwe nummer 1
  • CDA                                                                      15                             5            -10

  • SP (Socialistische Partij)                                       9                              5              -4
  • Partij van de Arbeid (P.v.d.A.)                                9                              -
  • GroenLinks                                                            8                              -
  • PvdA/GL                                                                - (17)                      25            +8
  • Forum voor Democratie                                        8                              3              -5

  • Partij voor de Dieren                                             6                              3              -3
  • ChristenUnie                                                         5                              3              -2
  • Volt                                                                        3                              2              -1
  • JA21                                                                      3                              1              -2
  • Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP)             3                               3               -
  • DENK                                                                    3                              3               -

  • 50Plus                                                                   1                              0              -1
  • BBB                                                                       -                               7             +6
  • BIJ1                                                                       1                               -              -1
  • NSC                                                                       -                             20           +20

De coalitie verliest 37 zetels ; Oppositiepartijen PVV/NSC/PvdA-GL en BBB winnen er 54

De kiezer heeft gesproken, maar welk regeringsmandaat heeft de kiezer nu feitelijk verstrekt? [1]

De route die die met het motto van NSC werd uitgezet is: «vertrouwen, zekerheid en perspectief». Alle partijen wilden hiermee graag goede sier maken en omarmden daarmee schielijk, hoewel meestentijds louter retorisch-opportunistisch de NSC-agenda, maar het staat nog te bezien of het mogelijk wordt gemaakt om deze uitgangspunten ook daadwerkelijk waar te kunnen maken en in adequaat beleid om te zetten. Het is broodnodig, hoewel veel op detailniveau nog moet worden 'ingekleurd'. Aandachtspunten blijven vooralsnog evenwel:

 —   de neocorporatistische decentralisatie van het openbaar bestuur waarvan nog altijd te veel wordt verwacht (met lokaal 'naoberschap' komt men er niet, want zulk een 'speeltuinmodel van zelf-doen' zal het altijd tegen massieve machtsconcentratie afleggen) [2]

—    de voortgezette internationale militaire samenwerking in Navo-verband (waarom eigenlijk geen Europees leger? En waarom achter een land blijven aanlopen dat de VN aan haar laars lapt?) [3]

—    Stop met uitgaven aan militair materieel voor derden en het ongebreideld subsidiëren van oorlogsvoering. Waarom zou Oekraïne eigenlijk lid moeten worden van de Navo c.q. EU? Welke onderbouwing is daarvoor aan te voeren? Veiligheid? Expansie? 'Familie'? De voorgestane internationale opstelling is ronduit zwak en draagt weinig bij tot duurzame oplossingen. De EU en de Navo vormen wel degelijk een tegenstelling — en zeker geen kleine. Zolang de Navo het (defensie- en daarmee ook het buitenlandse) beleid kan dicteren is er geen perspectief op zelfstandige positiebepaling. Stop met deze Clingendael-retoriek. Europa heeft er geen enkel belang bij te worden meegezogen in Amerikaanse belangenconflicten en moet zich niet langer tot speelbal laten reduceren. Het oprukkende militarisme dient als aanjagende factor niet aangemoedigd of gepropageerd, maar bestreden te worden. Anders zullen (gewapende) conflicten van kwaad tot erger gaan, zoals nu al ruimschoots blijkt. [4]

—    de machtspositie van het financieel aandeelhouderskapitalisme en de ongebreidelde commerciële exploitatie van de openbare ruimte. Nederland behoort geen belastingparadijs voor inhalige aandeelhouders te zijn die geen enkele affiniteit met de samenleving hebben. Het moet afgelopen zijn met de dubbele standaarden en de dubbele (belasting)moraal.

—      Het markt- en milieufundamentalisme mag zeker flink wat steviger worden aangepakt dan in de voorliggende voorstellen die toch veelal vlees noch vis blijven. De vele miljarden voor 'energie- en milieutransities' die door het vorige kabinet zijn gereserveerd dienen van tafel te gaan en gebruikt te worden voor versterking van de publieke sector en de bestaanszekerheid.

—     Hier hoort zeker ook het terugdringen van het grote aantal (ver)zelfstandig(d)e bestuursorganen (zbo's) bij, waardoor er gedurende vele decennia een schemergebied tussen overheid en markt is ontstaan waardoor de regie op publieke voorzieningen en dienstverlening verloren is gegaan.

—     Een integraal ruimtelijk ordeningsbeleid is broodnodig om de totale versnippering van de openbare ruimte te kunnen stoppen. De verdeling van de benodigde maar desondanks schaarse ruimte qua wonen, bedrijfshuisvesting, agrarische productie en (welzijns)voorzieningen tussen stad en platteland (grondpolitiek) dient alomvattend ter hand te worden genomen en niet aan decentrale overheden of marktpartijen te worden overgelaten.

—    Nationaliseer de volkshuisvesting en de gezondheidszorg. Dat is beslist geen 'rechts' beleid, maar een gebalanceerde keuze in het gemengd economisch stelsel om de publieke dienstverlening veilig te stellen en betaalbaar te houden, alsook om de grondwettelijke overheids-verplichtingen met betrekking tot burgerrechten te kunnen nakomen.

—     Beoordeel het immigratie- en asielbeleid op de ware merites en bezie het geheel in de juiste (onderscheiden) contexten. Besef dat dit vraagstuk slechts in internationaal verband effectief en proportioneel kan worden aangepakt.

—    Beëindig het zinloos polariseren tussen bevolkingscategorieën (werkenden/niet-werkenden; hoog/laag-opgeleid; gezond/ medisch afhankelijk; oud/jong) en pak de ongelijkheid effectief aan.

—   Inderdaad: herstel op alle fronten. Dat is geen conservatisme, maar progressie die zinnig is. Daarbij hoort zeker ook de opstelling van een lobby- en subsidieregister, opdat burger en parlement inzicht krijgen in deze besluitvormingscircuits en geldstromen. Grote bedrijven dienen naar evenredigheid belasting te gaan betalen, opdat belastingen en accijnzen (zoals op primaire levensbehoeften) voor burgers substantieel omlaag kunnen (zie ook toelichting). Ook corruptie (en collusie [5]) dient effectief bestreden te worden.

Het gaat kortom steeds weer om de terugkerende vraag: wat betaalt de burger, wat krijgt men daarvoor terug en voor welke kosten draait hij op? Wat in elk geval stààt is dat de kosten voor levensonderhoud voor burgers substantieel omlaag moeten. Dat betekent dat de overheidsuitgavenverstandiger moeten worden ingezet, zodat de torenhoge (cumulatieve) belastingen naar beneden kunnen. De belastingdruk dient kortom stevig te worden aangepakt. Ook de veelal overvloedige bedrijfsmatige winstmarges kunnen best wel wat worden gematigd. Dat zet méér zoden aan de dijk dan de loon-prijsspiraal al maar verder op te stuwen. Want dat leidt slechts tot hogere arbeids- (en productie)kosten en geldontwaarding (inflatie). [6] Kortom oorzaken aanpakken, geen lapmiddelen die uiteindelijk de zaken verergeren. Alle framing met onzinnige stigma's als 'conservatief' of 'naar binnen gekeerdheid' ten spijt en hoezeer men zich ook tegen beter weten in aan neoliberale partijen als VVD/D66 (Financieel Dagblad/NRC), CDA (Trouw) en PvdA (Volkskrant) moge vastklampen. Velen kunnen – of willen – nog altijd niet erkennen dat  juist de neoliberale beleidsideologie de conservatieve boosdoener is geweest die de verhouding burger-staat heeft geperverteerd en uitgehold en dat dat niets met 'progressiviteit' van doen heeft gehad. De door de VVD, D66, PvdA en ook CDA georkestreerde beleidsomslag van de jaren '90 was geen 'sprong voorwaarts', maar allerwegen een regressief zwaktebod zoals uitvoerig door ons uiteengezet. Dat geldt naast vele andere voorbeelden ook voor de vele miljarden die niet zozeer aan het onderwijs als zodanig, maar vooral aan contraproductieve experimenten en prestigeprojecten zijn besteed, zoals vele onderwijsgevenden weten. Partijen zoals D66 die hiermee jaren achtereen slechts uit electorale overwegingen goede sier dachten te kunnen maken zijn dan ook massaal de rug toegekeerd. Ook traditionele bestuurderspartijen als de PvdA en het CDA zijn vanwege tentoongespreide wankelmoedigheid substantiële electorale aanhang en daarmee tevens hun grip op tal van bestuurlijke en ambtelijke beleidsorganisaties kwijtgeraakt. Wat overigens hoegenaamd niet erg is, daar er bij alle bestuurlijke inertie, opportunisme en willekeur hoognodig schoon schip moet worden gemaakt. Ook ten aanzien van (verkapte, dan wel directe) staatssteun voor 'innoverende' bedrijven en organisaties waarbij een schemergebied van onduidelijke geldstromen ontstaat. [7]

Het wordt daarom inderdaad tijd om echt 'af te rekenen'. Samenwerking in coalitieverband tussen de vroegere oppositionele bondgenoten lijkt voor de hand te liggen. Neoliberale partijen als VVD en D66, alsook de ambivalente PvdA/GL-combinatie die zich meermalen bereid heeft getoond Rutte te steunen dan wel te hulp te komen (participatiesamenleving; opdoeken ministerie van volkshuisvesting; pensioenakkoord, naast alle eerdere privatiserings-, verzelfstandigings- en bezuinigingsoperaties!) komen hiervoor niet of minder in aanmerking. Maar voor een meerderheid is beduidend meer nodig, zodat een minderheidskabinet of zakenkabinet de meest waarschijnlijke optie zal blijken. Dat zal ook het zo gewenste dualisme ten goede komen, waarbij de positie van de premier ook minder prominent zal zijn.

Mogelijke verdeling ministersposten c.q. beleidsterreinen (NSC-PVV-BBB):

De PVV lijkt aangewezen om in elk geval Volksgezondheid en eventueel Volkshuisvesting (weer apart ministerie?), Sociale Zaken (en bestaans- ofwel sociale zekerheid) en/of Onderwijs ter hand te nemen.

NSC is bij uitstek geschikt om de beleidsterreinen Justitie, Binnenlandse Zaken, Financiën (belastingen!) en EZ (ook energie) te gaan (re)organiseren.

BBB kan het best de posten Landbouw en Ruimtelijke Ordening (integraal) gaan bezetten

Wie Algemene Zaken gaat doen (en dus premier wordt) is vooralsnog een grote vraag. Dat geldt ook voor de beleidsterreinen migratie, defensie en ontwikke-lingssamenwerking (onderdeel buitenlandse zaken?)

Welke verdeling het ook moge worden, geen 'managers' maar ter zake kundige bestuurders graag die hun (politieke) verantwoordelijkheid weten te nemen en daar niet voor terugdeinzen. Aan het afleggen van rekenschap heeft het in de afgelopen decennia nu wel meer dan genoeg ontbroken. Ook de nieuwe Kamer zal haar verantwoordelijkheid moeten nemen en niet zomaar met alles genoegen dienen te nemen of achter alle hypes dienen aan te lopen. De tijd van massief en blind monisme is voorbij. Rust in de tent en meer weloverwogen bezinning is meer dan welkom. Wat zouden we anderzijds nog malen om functionarissen die zich meer met het eigenbelang bezighouden dan zich om andermans problemen te bekommeren. Dat is allang geen vraag meer, maar de trieste resultante van al het cynische opportunisme dat het beleid veel te lang heeft aangekleefd.

All or nothing?

Het is in het leven niet 'alles of niets'. Want wie 'alles' wil, zal met weinig overblijven en er veelal bekaaid vanaf komen. Dat hebben niet alleen de Groningers en toeslagenouders tot hun verdriet moeten ondervinden, maar is uiteindelijk ook als een boemerang op de verzamelde coalitiepartijen teruggekaatst. Samenleven en besturen komt neer op (ruimte en vertrouwen) geven en (verantwoordelijkheid) nemen. Zowel in het klein als in het (financiële en politieke) grotere werk. Dat is de essentie van alle menselijke bemoeienis met elkaar. Overal waar dit basale principe wordt gefnuikt gaat het mis, leidt dit tot ellende en vallen er slachtoffers. Dit zijn dan ook geen 'natuurlijke' (onontkoombare) fenomenen, maar de gevolgen van miskenning en nalatigheid. Zowel van 'leiders' als van volgelingen. Denken en doen staan altijd in nauwe relatie tot elkaar. Het één zeggen en het andere doen is daardoor altijd een geheid recept voor misleiding — en ontgoocheling. Vertrouwensbreuken zullen daarom ook lang niet zo makkelijk te repareren zijn, maar blijven voortwoekeren zolang het exclusief opeisen van de 'eigen ruimte' en het ongebreideld najagen van machtsusurpatie de boventoon blijft voeren. Niemand kan of dient zich boven een ander te stellen. Beleidsverantwoordelijken dienen zich op de eerste plaats nederig te betuigen en zich welbewust van hun gegeven positie te zijn, ook al meent men 'recht' te hebben op respect en volgzaamheid. Dat eerste heeft men slechts voor zover men ook waarmaakt en nakomt van wat men anderen qua medemenselijkheid (of wat daarvoor door gaat) voorhoudt. En dan nog. Pompeuze gezwollenheid (bombast) die met veel nietszeggende retoriek wordt omgeven moge een kenmerk van menig zelfvoldane functionaris zijn, dat wil niet zeggen dat van hun beleidsbeslissingen afhankelijke mensen zich dat zomaar behoeven te laten welgevallen. De samenleving is geen kleuterklas en patronisering dient dan ook (net als in het onderwijs of waar dan ook) achterwege te blijven. Inhaligheid straft zichzelf altijd af. Het rigide feodale paternalisme is niet voor niets met grote kracht bestreden en ontmaskerd. Egalitaire principes zoals gelijkheidsbeginselen behoren méér te omvatten dan louter cosmetische 'goede intenties'. Daarom zijn grondwettelijke bepalingen ook niet 'zomaar wat uitgangspunten' waarmee naar believen kan worden omgesprongen, maar omvatten zij rechten voor eenieder die tot daarmee overeenstemmende beleidsverplichtingen leiden. En dat zijn allesbehalve vrijblijvende zaken. Het sociaal contract tussen overheid en burger is  – als het goed is – een kwestie van tweerichtingsverkeer. Maar dan wel een waarbij de 'voorrangsregels' (ofwel de prioriteiten) helder en ondubbelzinnig dienen te zijn. Categorale bevoordelingen dienen uiterst terughoudend toegepast te worden en als het even kan te worden vermeden, daar daarmee tevens (structurele) achterstelling altijd op de loer ligt. Voordat men het weet belandt men in een moeras van bureaucratische willekeur waarin de ganse samenleving verzinkt. En zie daar maar eens heelhuids uit te komen.

Vooralsnog: aan de slag en de boel op orde brengen. Want dat is hard nodig. De politiek is geen songfestival. En ook geen speeltuin-, carnavals- of gezelligheidsvereniging. Het parlement is de enige instantie die de belangen van de samenleving als totaliteit kan en moet behartigen en waarvan alle burgers afhankelijk zijn. Daar is geen plaats voor dilettantisme, hypocrisie, arrogantie of eigenwaan. De samenleving dient zorgvuldig bestuurd te worden. Dat kan maar beter in de juiste handen zijn voordat er – nog meer – nodeloze ongelukken gebeuren en de zaak finaal ontspoort. Want dan is al het gejeremieer over 'samen' een compleet lege huls geworden en kan men de sociale cohesie (voor wat daarvan over is en die tenslotte ook niet uit een tube komt) wel schudden. Nederland is nu echt wel lang genoeg in de uitverkoop gedaan. Want voordat men het beseft worden '(black) Fridays' niet de gedroomde toekomst, maar evenzovele dolle dinsdagen. Dat is geen winst, maar nodeloos verlies. Hoe 'rijk' men zich ook rekent. Het arrogante yuppen- en managementfeestje is over en uit. Boek maar alvast een uitreisticket naar Florida of LA zou men zeggen. In Nederland valt niets meer te graaien als het aan de gemaltraiteerde en kaalgeplukte burger ligt. En zeker niet meer op zijn kosten. Want genoeg is genoeg, ook al is het dédain voor de (niet zo volgzame) kiezer niet van de lucht. De kiezer heeft kennelijk alleen gelijk indien het door sommigen gewenste resultaat wordt geboekt, maar zo werkt het niet in een democratie. Ondanks aanmerkelijke (ideologische) verschillen heeft geen enkele partij het monopolie op 'waarheid' of rechtschapenheid. Zulke gerichtheden doen zichzelf altijd de das om. De partij van Omtzigt zal evenwel de enige blijken die werkelijk bruggen zal weten te slaan.


[1]  In een presidentieel stelsel kiest men het gewenste bestuur en stemt men op de voorman/vrouw van de beoogde regeringspartij. De Nederlandse parlementaire democratie kent zo'n systeem niet. Wij kiezen regering noch premier, maar stemmen uitsluitend op een politieke partij ter vertegenwoordiging. Partijen evenwel die in de (huidige) politieke praktijk nimmer een absolute meerderheid hebben behaald en derhalve altijd coalities moeten sluiten om te kunnen regeren. De kiezer geeft weliswaar een mandaat aan zijn of haar gekozen partij af, maar dit betekent nog niet dat het daarmee duidelijk is welk beleid er zal (kunnen) worden gevoerd. Want zoals vaak blijkt kunnen partijen eigenmachtig koers bepalen nadat de kiezer heeft gesproken, daar zij in feite een open mandaat hebben en van te voren niet vaststaat welke samenwerking mogelijk is of gekozen wordt en welke compromissen wel of niet worden gesloten. Dan kunnen verkiezingsbeloften snel naar de achtergrond verdwijnen of zelfs geheel verdampen. Zo gaf de VVD geen hom of kuit en lieten anderen zoals de PvdA het bijvoorbeeld bij de bekende mantra's als 'eerlijk delen', waarbij de ophoging van het minimumloon werd opgevat als de sleutel hiertoe. Een magere vertoning en een flagrante miskenning van de voorliggende maatschappelijke problematiek. De 'verdienmodellen' vlogen de kiezer evenals de gratuite one-liners weliswaar om de oren, maar de vele begrote (klimaat)miljarden van het vorige kabinet bleven evenals de 1500 miljard aan pensioengelden veelal 'boven de markt' zweven. De kiezer vertrouwde het niet — en terecht. De hoop wordt nu wel op de PVV en NSC gevestigd, maar zowel Wilders als Omtzigt heeft laten blijken samenwerking met – nota bene – de VVD niet  principieel af te wijzen. Hoe denkt men met deze solipsistische partij economie en bestuur weer in het juiste spoor te kunnen krijgen bij een volledige ontkenning van alles wat ten gevolge van jarenlang wanbeleid is scheefgelopen en verrommeld? Een raadsel. De VVD heeft zichzelf volledig gediskwalificeerd en is uitgerangeerd. Maar van enig zelfinzicht, reflectie, of rekenschap geen spoor.

[2] Aandacht voor de regio is zeker niet verkeerd, maar kan niet simpelweg aan gemeenten worden overgelaten. Centrale regiefuncties behoren centraal te blijven om bestuurlijke versnippering en willekeur te voorkomen. Bovendien kunnen individuele burgers nauwelijks opboksen tegen machtige (vastgoed) exploitanten. Zeker niet wanneer die ook nog eens door lokale overheden ruim baan krijgen. Ook de mogelijkheden met betrekking tot het 'zelf-organiseren van de zorgbehoefte' worden zwaar overschat. Het feestvieren over de rug van burgers, kwetsbare patiënten en zorgafhankelijken moet afgelopen zijn.

[3] Wanneer men de rechtsstaat liefheeft, dient men ook de internationale rechtsorde te respecteren en niet achter landen aan te lopen die dat niet doen, zoals de VS en andere. Het brutaal negeren van de VN en haar instellingen zoals het Internationale Strafhof is onacceptabel voor VN-lidstaten. Zeker wanneer die ook nog eens een permanente vertegenwoordiging in de Veiligheidsraad hebben. Men kan niet ongestraft van twee walletjes eten.

[4]  Zo krijgen oproepen als 'nooit meer fascisme, nooit meer oorlog' een vreemde connotatie bij alle voortgaande massieve inzet van wapens indien men men het denkbeeld zou blijven omarmen dat oorlogsvoering louter een kwestie van 'winning en losing' zou zijn en dat diepgaande conflicten daarmee zouden kunnen worden opgelost. Dat is niet zo, want dan zou de wereldordening er inmiddels geheel anders uitzien. Militarisme is daarom niet per definitie een zinnig pad om te volgen, maar dient uiterst sceptisch te worden bezien en benaderd. Ook in 'defensief' opzicht.

[5] Collusie betreft het fenomeen dat er sprake is van institutionele (ambtelijke) belangenverstrengeling waarmee het openbaar bestuur zichzelf corrumpeert en waardoor de overheid onbetrouwbaar wordt. De innige verbanden die te vaak met externe commerciële marktpartijen worden aangegaan zijn hier voor een groot deel debet aan. 

[6]  Zo zet de verhoging van het minimumloon met een paar euro bijvoorbeeld geen zoden aan de dijk wanneer de kosten voor levensonderhoud dispropor-tioneel blijven stijgen. Dan is het gecalculeerde 'profijt' slechts cosmetisch en verdampt een en ander alras in het grotere financieel-fiscale geheel.

[7] De overheid stelt via de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) jaarlijks tientallen miljoenen beschikbaar voor allerhande 'netwerkorganisaties' ('competitiecentra' genaamd) die menen Nederland 'in de vaart der volken' te kunnen opstuwen en waarbij het 'verdienvermogen' van zogenaamde 'ICT-topsectoren' centraal staat. Wat al dit 'talent' de samenleving brengt wordt weliswaar met veel wollige 'ambitie' aan de man gebracht, maar veelal is onduidelijk wat de politieke en maatschappelijke impact van dit alles is. Een volledig doorgeslagen technocratische benadering van samenlevingsvraagstukken is niet de geëigende weg om het schemergebied tussen overheid en markt inzichtelijk te maken en de rol van 'quasi-apolitieke' consultants terug te dringen. Zeker niet waar het om uiterst gevoelige – want met veel belangentegenstellingen omgeven – thema's gaat, zoals ruimtelijke ordeningsvraagstukken, milieuvraagstukken en energiebeheer. Het onverkwikkelijke VVD en D66-neoliberalisme druipt ervan af, hoeveel 'kenniscoalities' men ook moge instellen en 'wars on talent' [sic] men moge menen te moeten voeren. Dit soort managementpraktijken in ZBO-verband hinderen een werkelijk oplossingsgerichte aanpak en leveren de samenleving nog meer aan marktpartijen uit dan nu al het geval is, met als gevolg een onacceptabele toename van bestuurlijke versnippering.