Pride en Vanity

Wij leven in een wereld vol graaiende piraten die lak hebben aan alles wat hen bij hun onsmakelijke zaken hindert. Van wetten en regels, tot en met het gefleem met morele principes en verantwoordelijkheden. Een waarlijke kermis der ijdelheden omringt ons.

Waar zijn mensen trots op?

Dat kan van alles zijn. Zo zijn daar kwesties rond identiteit en positiebepaling, maar ook vragen over wat men doet en tot stand brengt. Soms zijn deze zaken van betekenis, maar vaak ook niet. Conformisme speelt een niet te onderschatten rol in de wijze waarop mensen zich manifesteren.

Identiteitsbepaling is in een doorgeschoten meritocratische cultuur uiterst problematisch, daar individuele 'verdiensten' aan een dubbele moraal worden gekoppeld.

Welke positie men te midden van anderen in de samenleving inneemt is zeer afhankelijk van de maatschappelijke structuren en mogelijkheden die mensen daarbij wel of niet hebben. De veronderstelde kansengelijkheid is een illusie.

Mensen mogen van alles (willen) ondernemen, dat wil niet zeggen dat alle inspanningen cultureel-maatschappelijk de moeite waard zijn. De meesten volgen gedwee de major flow. Er worden weliswaar rode lopers bij de vleet uitgerold, maar meestal gaat het om een geselecteerde groep die voldoet aan de strikte conformiteitseisen van de gecommercialiseerde massasamenleving. Ofwel 'eigen volk' eerst.

Lost Worlds de prijs van ongebreidelde hovaardij

Soms moet men met weemoed terugdenken aan melancholische songteksten zoals Gentle Rain. 1 Deze song staat in het geheugen gegrift als de muzikale uitdrukking van jeugdige onschuld, gecombineerd met een existentieel besef van tijdelijkheid en vergankelijkheid. Nu vrijwel alles deze onschuld heeft verloren en men zich in plaats daarvan door dagelijkse oprispingen van het 'heilig moeten' laat leiden, zijn samenlevingen in de mallemolen van de prestatiemaatschappij terechtgekomen. Men moet zichzelf constant 'bewijzen' uit angst dat 'de concurrentie' met de boel aan de haal gaat en men het onderspit delft. Maar zoals het menselijk lichaam bloot kan staan aan de ongecontroleerde woekeringen van vrije radicalen, zo krijgt het leven krijgt hoe langer hoe meer de trekken van een battlefield, ofwel een permanent slagveld van menselijk onvermogen. De menselijke gerichtheden des levens lopen al met al flink uiteen. En dat geldt niet in de laatste plaats zeker ook voor de mate waarin mensen trots kunnen zijn op hetgeen zij betekenen en tot stand brengen. Illusies, zelfoverschatting, wishful thinking, windowdressing — het maakt allemaal deel uit van het 'modern' geachte levensgevoel. Tot we erbij neervallen en de faits accomplis onder ogen moeten zien. Een complete scheiding der geesten met nauwelijks te overbruggen werelden van verschil. Dus ja, wat nu 'samen'…

Het collectieve relativeringsvermogen is evenals politiek bewustzijn schaars, want dun gezaaid. Als alles 'urgentie' heeft loopt men de kans dat wèrkelijk urgente zaken uit beeld verdwijnen. Dat is zeker het geval bij alle depolitisering waarbij vraagstukken tot individuele, persoonlijke en lokale kwesties worden gereduceerd. Zoals men vroeger meende dat met de slogan 'black is beautiful' rassenscheiding en schending van burgerrechten wel afdoende kon worden opgelost, zo meent men tegenwoordig dat met eindeloos paraderen structurele ongelijkheid uit de weg kan worden geruimd. Een illusie. Zoals ook de nadruk op 'omgaan met' en individuele 'beleving' gedepolitiseerde vormen van eufemistische hypocrisie in de hand werken. Dit zijn niet de (tegen)krachten die nodig zijn om scheve maatschappelijke verhoudingen in de kern aan te pakken en te bestrijden. Uiterlijk vertoon is leuk voor de media, maar zet uiteindelijk geen zoden aan de dijk. Het voedt slechts de gedachte dat feestelijk manifesteren voldoende zou zijn om tot 'bewustzijn' te komen en jaagt bovendien parallelle uitingen van stupide eigenwaan zoals 'white power'-manifestaties aan.

Opgeklopt narcisme kan nimmer een remedie zijn voor wat dan ook. Zeker niet voor het bevorderen van onderling begrip en solidariteit.
Met 'progressiviteit' heeft dit alles derhalve weinig van doen. Elk mens zijn of haar 'unieke eigenheid'? Was het maar zo. Maar in plaats hiervan dwingt men samenlevingen onder het mom van het eufemistische begrip 'diversiteit' in een steeds knellender keurslijf. Aan deze alomvattende conformistische dwang lijkt geen ontkomen. Op deze wijze blijft 'uniciteit' een monster met een waterhoofd. 


[1] Gentle Rain, een compositie van Luis Bonfá, gezongen door Astrud Gilberto en gearrangeerd voor orkest door Claus Ogerman, Verve,1965