De misplaatste focus op 'gedrag'
Sedert de gedragseconomie [1] parallel aan de neoliberale Welle van de jaren tachtig en negentig allerwegen dominant is geworden, worden burgers niet aflatend bestookt met patroniserend moralisme alsof hun al dan niet 'gecalculeerd' consumenten- en budgetteringsgedrag ook maar in enigerlei mate bepalend zou (kunnen) zijn voor de disproportioneel ontregelde economische ordening van staat en markt. De 'klant koning'? Men late zich niets wijsmaken. De politieke economie lijkt nog nauwelijks bestaansrelevantie te hebben, want nagenoeg gereduceerd tot 'kosten- en batenbenaderingen' waarbij simplistische bedrijfseconomische gerichtheden de hoofdmoot vormen.
Waar ooit het Keynesiaanse adagium gold dat staat, overheid en markt in een evenwichtige verhouding tot elkaar dienden te staan om samenlevingsbelangen in goede banen te kunnen leiden, verlaat men zich nu op al te doorzichtige 'psychologisch' getinte, apolitieke en anti-etatistische marketing- en managementretoriek, waarmee voltallige samenlevingen tot vervelens toe worden geconfronteerd. Daar waar Keynes een klemmend beroep deed op gebalanceerd macro-economisch beleid en Galbraith met Beveridge pleitte voor institutionele bestaanszekerheid, alsook Tinbergen wees op het belang van rechtvaardige wereld-omspannende economische verhoudingen en welvaarts(ver)deling (New International Economic Order – NIEO), daar moesten economen als Den Uyl ('smalle marges') en Pen het uiteindelijk afleggen tegen monetaristen en actuariële (risico)calculeerders – zoals overigens al eerder Roosevelt postuum met zijn nimmer geïmplementeerde Second Bill of Rights (waarmee de VS een basis voor een sociaal zekerheidsstelsel hadden kunnen leggen) ten deel viel – daar zulke (sociaal-)economische politiek niet langer 'relevant' werd geacht. (Dat gold in zekere zin ook voor Johnson's Great Society-plannen die door de oorlog in Vietnam de kast in gingen. Ook Eleanor Roosevelt's veelal gefnuikte werk om de Universele Mensenrechten in het kader van de VN daadwerkelijk breed geïmplementeerd te krijgen past in deze lijn. Koude Oorlogsmechanismen blijken immers nog altijd weerbarstiger dan vreedzame geopolitiek).
Verzekeringsgerelateerde bureaucratische indekkingssystematiek werd allerwegen leidend voor het overheids- en begrotingsbeleid. Nota bene in aansluiting op Ruding (CDA) en Zalm (VVD), onder leiding van sociaaldemocraten als Kok, Bos en vele volgzame anderen. De procedures en protocollen buitelden daarna in een constante stroom over elkaar heen en verstikken daarmee op paradoxale wijze de zo bejubelde (heilzaam geachte) 'marktwerking' tot op de huidige dag.
Men weet inmiddels wat dit alles betekent en tot welke gevolgen dit heeft geleid. Tot schade en schande van velen. Desondanks doet men er het liefst nog een paar flinke scheppen bovenop en worden de drogredenen ter legitimering van dit wanbeleid hiervoor nog altijd onverminderd aangevoerd. Men wil onder geen beding aan het recente beleidsverleden worden herinnerd. Niet ter rechter-, maar zeker ook niet ter linkerzijde. De sociaaldemocraten zorgden immers voor een zekere 'demping' van het kapitalisme, zo houdt men de samenleving (en elkaar) onverminderd voor. Welnu, zonder deze beleidsmatige steun zou er nimmer zulk beleid kunnen zijn gevoerd. En dat weet men. De (nota bene) door christen- en sociaaldemocraten uniek gevestigde institutionele ordening van de (Nederlandse) sociale zekerheidsstaat (geen 'verzorgingsstaat' c.q. 'welvaartsstaat' zoals de onjuiste benaming luidt) ging onder de 'bezielende' leiding van 'modern en efficiënt' geachte managers rücksichtlos ter ziele en diende zonder pardon vervangen te worden door een 'participatiesamenleving' die deze (omineuze) naam nauwelijks waard was. Te 'participeren' viel er hoegenaamd niets. De burger werkte zich al drie slagen in de rondte zonder dat daar voldoende bestaanszekerheid (meer) tegenover stond. Het was retoriek zonder weerga en dat bleef zo. De huidige neoliberale erfgenamen mogen zich dan wel genoegzaam in het eigen gelijk wentelen, Reagan en Thatcher zaten destijds al op het totaal verkeerde regressieve spoor dat men daarentegen nu nog altijd meent te moeten volgen. Vandaar dat linkse politiek nauwelijks meer iets voorstelt en Rutte c.s. mede daardoor jarenlang 'victorie' kon kraaien. Aan dit laatste lijkt nu een drastisch eind te zijn gekomen, maar zover is het zeker nog niet. De ontgoocheling van de 'morning after' zal men zo lang mogelijk willen uitstellen en daarbij alles op alles zetten om het eigen hachje zoveel mogelijk te redden. We kennen de mechanismen. Het 'zich gewonnen geven' ligt niet in de lijn der verwachting, maar zal moeten worden afgedwongen. Daarmee is nu een serieus begin gemaakt. Wanneer men zich eenmaal in den brede realiseert dat men achter losers aanloopt kan het overigens snel gaan. Dan zal men zien dat velen zich zullen haasten om toch vooral maar duidelijk te maken dat men de zaken 'altijd al genuanceeerder' heeft bedoeld dan is 'overgekomen'. (Helaas, kwestie van 'communicatie'…). Men heeft slechts 'met de beste intenties' gehandeld — en meer van zulke 'McNamara'-achtige exercities. Die zullen echter niet meer baten. De afrekening is begonnen, hoezeer men ook moge menen na alle jaren van ontkenning de 'klassenmaatschappij' en daarmee samenhangende 'ongelijkheid' opnieuw te hebben 'ontdekt'. Men ontdekt hoegenaamd niets, hooguit de zelfgewaande misplaatste superioriteit.
Wat beklijft er uiteindelijk bij al het procedureel gegoochel met berekeningen en modellen? Wordt de samenleving er beter van en worden er vraagstukken mee opgelost? Niets van dat al. De staat zal – al dan niet via tussenkomst van de rechter – steeds meer met haar eigen verstikkende regelgeving worden geconfronteerd. De staatskapitalistische ordening blijft evenwel allerwegen onaangetast en de voortgaande financieel-economische machtsconcentratie ongebroken. De mondiale interdependentie moge met opvattingen over 'nationale autarkie' ('strategische autonomie') tegemoet worden getreden, het zal het economische afhankelijkheidssysteem niet veranderen. Landen blijven in menig opzicht van elkaar afhankelijk en die afhankelijkheid kan men beter onder ogen zien, in plaats van elkaar de maat te nemen en met zinloze exercities te bestrijden. Dat vereist een bredere scope op (gedeelde) samenlevingsproblematiek dan doorgaans wordt gedemonstreerd. (Mentale en gedragsmatige) volwassenwording derhalve. Primair bij beleidsverantwoordelijken wel te verstaan.
[1] Ariely wordt als grondlegger van deze gedragsgerelateerde anti-etatistische economische theorie beschouwd, terwijl Friedman's monetarisme de sleutel vormde tot het overheidsmanagement van de 'Derde Weg' (New Public Management). Daarmee werd afstand genomen van Keynesiaanse modellen waarmee in gemengde economische stelsels een gebalanceerd evenwicht werd beoogd tussen ongebreideld financieel marktkapitalisme en meer collectivistisch gerichte oriëntaties zoals in het (oorspronkelijk) socialisme en marxisme. Deze reeds bestaande feitelijke derde weg werd daarmee ingeruild voor een illusoire, die regressief teruggreep op oudere economische ordeningsstelsels waarin de overheid nog nauwelijks een rol van betekenis speelde en de markt vrij spel had. De klok werd zogezegd flink teruggedraaid.
De verbeelding of de middelmaat aan de macht?
Over 'gedrag' gesproken … ook jeugd- en jongerenproblematiek stapelt zich al jaren op. Verwaarlozing, uithuisplaatsing, ineffectief bureaucratisch jongerenwerk, bezuinigingen, stressproblematiek bij studenten, studiefinancieringsproblemen, problematische woonruimte — en ga zo maar door. Wordt het niet eens tijd om deze zaken in samenhang te bezien? Wat verwacht de samenleving eigenlijk van jongeren? Dat zij zich gewillig voegen naar de markteconomische mores van deze tijd en het verder maar moeten uitzoeken? Dat men zich vrijuit ontwikkelt en daarbij niet gehinderd wordt door allerhande do's en don'ts? Dat men 'succesvol' is en de vereiste 'targets' haalt?
Vaak tegenstrijdige verwachtingen en overspannen eisen die worden gesteld. En dan toch klagen dat zaken ontsporen? We kennen de fenomenen en mechanismen: veel krokodilletranen, weinig beleidscoördinatie en consistentie. Men zwalkt dat het een lieve lust is en kijkt liever weg dan kwesties bij de naam te noemen en bij de wortel aan te pakken.
Wanneer men het erover eens is dat fantasie en verbeeldingskracht essentiële factoren voor creativiteit(sontwikkeling) zijn, dan is het opmerkelijk hoezeer deze kwaliteiten vaak op jonge leeftijd al teniet worden gedaan. Opvoeders en pedagogen kunnen blijkbaar niet wachten om jonge kinderen uit hun weldadige onschuldige sluimer te wekken en hen onder het mom van 'assertiviteitsontwikkeling' de grote mensenwereld in te jagen. Daar komt weinig 'fantasie' of 'verbeeldingskracht' bij te pas, ware het niet dat deze ontwikkeling bol staat van een sneuë zelfoverschatting en geborneerdheid. De weldenkende 'ratio' zou hiervoor de rechtvaardiging moeten zijn als we de protagonisten van zulke opvoedingsdenkbeelden mogen geloven, maar zich dwingend laten leiden door armetierig hyperrealisme is allesbehalve realistisch in pedagogische zin. Al hetgeen kinderen wordt onthouden en ontnomen wreekt zich op de lange duur en valt moeilijk meer te herstellen. Dat geldt op de eerste plaats voor hun onschuldige onbevangenheid waarvan men kinderen straffeloos meent te kunnen beroven. Men moge nog zo overtuigd zijn van het belang van persoonlijkheidsontwikkeling die 'tegen een stootje' kan, zulks wordt niet bereikt met het systematisch bestoken met (discutabele) preoccupaties van volwassenen. Integendeel, men bereikt veelal het tegenovergestelde, namelijk angstvalligheid.
Het kinderuniversum is per definitie 'grenzeloos', vrij van dwingend moralisme en niet aan 'tijd of plaats' gebonden. Ofwel nog niet al te veel belast met dwingende 'normen en waarden'. 'Goed' en 'kwaad' lopen door elkaar heen, de 'ratio' sluimert zogezegd en ontwikkelt zich geleidelijk, al naar gelang de 'input' waaraan men tijdens het opgroeien (en daarna) wordt blootgesteld. Dat wil geenszins zeggen dat kinderen 'dom' of 'naïef' gehouden dienen te worden (zo zij dit al zouden zijn), maar wel dat hun kenmerkende 'eigenheid' best wel wat meer in acht genomen zou kunnen worden, in plaats van hen prematuur als 'concurrerende actoren in de marktsamenleving' te beschouwen en te behandelen. Ook al ontkomt men ook op jonge leeftijd nauwelijks aan de dwingende eisen van de massacultuur, daar behoeft men geen zinloze scheppen bovenop te doen. Kinderen 'in de etalage' willen zetten is net zo contraproductief als volwassenen die zich constant omwille van hun positie menen te moeten manifesteren. Wat het 'zich doen gelden' in de praktijk betekent en welke gevolgen dit heeft weten we helaas maar al te goed. Deze projectie doet kinderen zeker geen goed (zie ook eerdere opmerkingen over 'passie', 'talent' en 'succes' bij reproductie van de middelmaat).
Kinderen zijn daarentegen ook geen 'kasplantjes' die kunstmatig 'tot leven' moeten worden gewekt of als zodanig in stand gehouden moeten worden. Het 'omgaan met verschillen, conflicten, de ander(en), en jezelf' [sic] komt neer op een minimalistische benadering van de werkelijkheid die zeker niet bijdraagt aan een gezond realiteitsbesef. Wat kortom als 'weerbaarheid' wordt verondersteld is bij lange na niet wat hiermee wordt gesuggereerd. Onderwijs en opvoeding staan echter bol van de pedagogisch-psychologische aannames die inmiddels allang een eigen leven zijn gaan leiden. De volwassenwording rammelt aan alle kanten zoals wij hier meermalen hebben betoogd en die lacune wordt zeker niet hersteld met wat politieke correctheid te hooi en te gras. Het fnuiken van de menselijke verbeeldingskracht is een serieuze aberratie van de moderniteit die niet onderschat mag worden, ook al meent men op het juiste spoor van 'de vooruitgang' te zitten. Bij alle conformisme kan ook de 'ratio' wel wat herstelwerk gebruiken, want het causaliteitsdenken munt in het algemeen nu niet bepaald uit in 'excellence'. Men droomt wat af, maar waargemaakt wordt er doorgaans weinig.
Kinderen zijn geen volwassenen in zakformaat, maar hun gedrag behoeft zeker ook niet altijd met de mantel der liefde te worden bedekt. Het stellen van grenzen is niet verkeerd en behoeft hun speelruimte niet aan te tasten. Maar om te denken dat het opjagen van irreële verwachtingen zonder gevolgen blijft is een ernstige misvatting. De kost gaat immer voor de baat uit, ook in opvoedingskwesties. In het onderwijs is het niet anders. Daar gaat het niet om een verlengstuk van 'Den Haag', maar om opleiding en vorming tot kritische en zelfstandige burgers. Niet om een grootste gemene deler en uniforme inpassing in het geheel der nietszeggendheid. Het menselijk potentieel is rijk aan diversiteit. Laat dat dan ook gedijen. Prudentie rond menselijke fragiliteit in acht nemen zonder daarbij in rigiditeit te vervallen, daar het het om. Maar dan moeten de basale bestaansvoorwaarden wel in orde zijn en niet aan discutabele en onacceptabele willekeur worden overgelaten. Het 'gesleutel aan de mens' heeft zo haar beperkingen. Die kan men ontkennen of terzijde willen schuiven, de mens is geen machine en dient zeker niet tot productie- of consumptiefactor te worden gereduceerd. 'Psychologie' en 'pedagogie' die vooral, of louter, ten dienste van markteconomische belangen wordt aangewend is het bewandelen van een heilloze weg. Die kan men beter direct verlaten voordat er nog meer nodeloze schade wordt aangericht.
Eenzelfde beschouwing kan worden gewijd aan de problematische ouderenzorg die op veel terreinen (zorg, wonen, maatschappelijke en inkomensposities) te wensen overlaat. Ook hier een misplaatste focus op 'gedragsmatige' aspecten ('zelfredzaamheid', 'personal healthcare', 'doe-vermogens') en weinig aandacht voor de veelal beknelde positie waarin nogal wat ouderen wegens tekortschietend beleid noodgedwongen verkeren. Een wirwar van ondoorzichtige regelgeving en geldstromen verhindert een adequate aanpak waarop al zolang vruchteloos wordt aangedrongen. Ook hier verdringen efficiency- en kostenbeheersingsargumenten de menselijke maat en blijft het spreken over 'maatwerk' een gratuite exercitie zonder noemenswaardige substantiële inhoud. Het meten met verschillende maten en tegenstrijdige regelgeving (kostenbeheersing versus adequaat personeelsbeleid) doet, evenals bij jongeren, veel ouderen de das om. De problematiek wordt niet in samenhang bezien, hoogstens worden er wat randverschijnselen uitgepikt die nu eens en dan weer om de voorrang strijden. Dat is de resultante van een laakbare gerichtheid waarbij ouderen vooral als (hinderlijke) 'kostenpost' worden bezien (zoals jongeren nogal eens als 'lastposten' gelden). Het gaat echter in alle gevallen om burgers die van de overheid mogen verwachten – en eisen – dat hun belangen niet worden verwaarloosd. Niet in woorden, maar zeker ook niet in daden.
Hoed u derhalve voor 'offers you can't refuse', zoals 'geclusterde community-bouw' [sic] waarmee men meent de (ouderen)zorg 'op gemeenschappelijke basis' (met name die van vrijwilligerswerk) ter hand te kunnen nemen. De grondrechten recht op zorg en huisvesting blijven hiermee echter onverminderd in het geding. Ofwel de leveringsverantwoordelijkheid van de landelijke overheid die men niet kan ontlopen, noch aan gemeenten of aan commerciële exploitanten kan overlaten. Rigoureuze bezuinigingen en personeelsgebrek poetst men hiermee niet weg, hoezeer men ook verguld moge zijn met een 'zorgkwaliteit' die allerwegen met voeten wordt getreden. Ook deze showcase dient ontmaskerd te worden. 'Gedrag' dient kortom geen voorwerp te zijn van politieke koehandel.
De Stem des Volks
Allerwegen wordt gemeend dat er zoiets als 'de stem des Volks' zou bestaan die leidend zou dienen zijn voor het nemen van politieke beslissingen. Zulk een gedachte wordt daarentegen met name de 'populisten' verweten die hier stelselmatig de nadruk op leggen en de politiek verwijten te weinig hierop aan te sluiten. Is dit terecht?
Democratische politiek wordt in formeel opzicht gelegitimeerd door de uitgebrachte stem van de kiezer, maar dit betreft per definitie een gediversifieerd, open mandaat waarmee men vele kanten uit kan. De kiezer spreekt nu eenmaal niet met één mond. Democratische meerderheden zijn daarbij nimmer absoluut, want altijd een zekere combinatie van uiteenlopende gerichtheden en opvattingen. In zoverre bestaat de 'stem des Volks' dan ook niet. Toch speelt het begrip «volkssoevereiniteit» op de achtergrond immer een niet te onderschatten rol. Dit lastige – want voor verschillende uitleg vatbare – begrip wordt daarbij zowel door (vermeende) populisten als anti-populisten op verschillende manieren gebruikt, waarmee het begrip een vehikel wordt om zowel (vermeende) democratische als anti-democratische tendenzen mee te duiden. Deze 'duiding' ontbeert vervolgens nogal eens de rechtsstatelijke dimensie en connotatie die ermee verbonden zou behoren te zijn. Wij gaan hier zo dadelijk verder op in.
Sedert de opkomst van Fortuyn ruim twintig jaar geleden blijken velen grote moeite met het begrip populisme te hebben. Populisme is echter per definitie een basiskenmerk van de politiek, daar alle politieke partijen zich in meer of mindere mate bedienen van strategieën om 'het Volk' naar de mond te praten en op deze wijze hun electorale aanhang te vergroten. Deze essentie laat echter onverlet dat er inhoudelijk natuurlijk grote verschillen kunnen bestaan. Wanneer daarmee echter belangwekkende kwesties geweld wordt aangedaan en er bijvoorbeeld een loopje met causaliteitsvragen wordt genomen, is er nochtans wel wat aan de hand. Maar ook dit fenomeen is niet exclusief aan populisten voorbehouden, zoals vaak ten onrechte wordt gemeend. Meerdere partijen bezondigen zich geregeld aan een uiterst slordige wijze van redeneren en stellen zaken (al te) simplistisch voor. Dit overstijgt het vrij willekeurig smijten met termen als populisme, waarmee vooral het 'eigen gelijk' zou moeten worden geadstrueerd en andere (onwelkome) opvattingen gediskwalificeerd. Toen Fortuyn echter met vereende ('weldenkende') krachten, naast brede omarming, publiekelijk werd neergesabeld wegens 'het gevaar voor de democratie' dat hij onder andere vanwege zijn Islam-uitspraken zou belichamen, wist men zich geen raad met het niet te loochenen gegeven dat deze politicus desondanks als een ware volkstribuun gevoelige snaren bij 'het Volk' had geraakt. De verwijten waren venijnig, want er stond veel op het spel (waaronder de voortzetting van 'paars' die hij ter discussie stelde). Achteraf betuigde men 'spijt', maar het kwaad was geschied. Heeft men hiervan iets 'geleerd'? Nauwelijks. Nu BBB een massieve verkiezingszege heeft behaald, zijn de verwijten van 'populisme' en 'onderbuikgevoelens' waardoor kiezers zich zouden hebben laten leiden wederom niet van de lucht. Het diskwalificatieproces lijkt zich ongegeneerd te herhalen. [2]
De terugkerende centrale vraag lijkt te zijn wie zich op grond waarvan als de 'ware' volksvertegenwoordigers menen te kunnen presenteren. Formeel zijn alle gekozenen volksvertegenwoordigers, maar het is duidelijk dat niet alleen electoraal getalsmatige, maar vooral ook inhoudelijke verschillen ertoe doen en in de politieke praktijk van doorslaggevende betekenis kunnen zijn. Uiteindelijk gaat het steeds weer om een (taai) gevecht om machtsposities. Wanneer populisten wordt verweten dat zij eenzijdig populaire opvattingen één-op-één in beleid zouden willen omzetten en daarmee 'het democratisch proces' zouden hinderen c.q. bedreigen, dan zou men evengoed andere partijen kunnen verwijten dat zij de democratie uit naam van 'marktvrijheid' hebben gekaapt. Waar 'populisten' wijzen op gemankeerde staatsfuncties en het verwaarlozen van bestaanscondities, daar blijken anderen zich soms weinig van rechtsstatelijke principes en uitgangspunten aan te trekken.
Twee fundamentele kwesties die in elkaars verlengde liggen blijken telkens weer om de voorrang te strijden:
1. Hoe denkt men over de rol van de staat en haar grondwettelijk gecodificeerde functies. Ofwel hoe liggen de partijpolitieke verhoudingen voor wat betreft etatisme versus anti-etatisme.
2. Hoe denkt men over vrijheid waar het gaat om individuele en collectieve belangen en hoe soeverein is het volk in dit opzicht.
De verhouding burger-staat is de kern. Maar om antwoord te kunnen geven op bovenstaande vragen is het vooraleerst van belang te bepalen welke soort(en) vrijheid men op het oog heeft.
i. Is dat vooral een individuele vrijheid om
belangen na te streven zoals anti-etatistische economisch liberalen benadrukken?
Dat wordt nogal problematisch bij het ontbreken van voldoende
bestaansmogelijkheden in een structureel ongelijke samenleving.
ii. Is dat de vrijheid om gevrijwaard te zijn van dwingend moralisme en patronisering, zoals het anti-autoritaire libertarisme voor- staat? Het oprukkende nieuwe Victorianisme doet echter niet anders dan burgers voortdurend manen tot benepen aanpassing aan een tamelijk hypocriete moraal van selectief hypersentimentalisme waarbij men liever wegkijkt dan dat men zaken onder ogen ziet.
iii. Is dat de (polyarchisch-)corporatistische vrijheid om vooral particularistische belangen via lobbynetwerken in het beleid geïmplementeerd te krijgen en/of in lokale gemeenschappen ('communities') 'het eigen ding' te kunnen doen?
iv. Of gaat het om de vrijheid de handen solidair ineen te slaan en gezamenlijk te strijden voor het gemeenschappelijke belang, zoals meer etatistisch en collectivistisch ingestelden benadrukken?
De dichotomie individualisme-collectivisme is met name afhankelijk van wat men onder het «algemeen belang» verstaat. Naast individuele belangen hebben burgers baat bij goede bestaanscondities en voorzieningen die zij echter niet zèlf behoeven te regelen – en hiertoe in de regel ook niet bij machte zijn –, maar waartoe geëigende overheden een serie dwingende verantwoorde-lijkheden hebben. Dit gaat alle ideologische controverses (en veelal improductief gesteggel erover) te boven. Hierbij dreigen ideologische posities overigens hoe langer hoe meer door elkaar te gaan lopen, zodat er tamelijk verwarrende dwarsverbanden ontstaan. [3] Hoe men met andere woorden 'vrijheid' ook beziet, men ontkomt er niet aan een reëel c.q. realistisch onderscheid tussen staat/overheid, markt en samenleving in acht te nemen die zowel individuele als collectieve bescherming en zekerheid biedt. Bij veronachtzaming van dit belangwekkende onderscheid verwordt beleid tot een hopeloze dollemansrit van ad hoc-beslissingen waarbij het paard meestal achter de wagen wordt gespannen.
Ofschoon men nimmer alle maatschappelijke wensen kan inwilligen, blijft het zaak om basale bestaanscondities zoals wonen, werken, gezondheid, onderwijs en inkomenszekerheid voor alle inwoners naar behoren te regelen. Dat is de opdracht waaraan geen enkele partij – 'populistisch' of niet – ontkomt. De 'stem des Volks' zal wat dit betreft altijd luid klinken, of men dit nu prettig vindt en toejuicht, of niet. In dit opzicht is het volk wel degelijk soeverein. Zeker in een (parlementaire) democratie die zichzelf serieus neemt en respecteert.
Al die ideologische controverses die nauwelijks op een directe wijze aan de orde worden gesteld wreken zich desondanks bij allerhande milieukwesties. Want nu mogen veel natuurlijke producten als katoen en diverse houtsoorten weliswaar niet meer worden verwerkt, om nog maar eens een voorbeeld te noemen, maar wat komt daarvoor in de plaats? PFAS, ofwel niet afbreekbare en schadelijke chemische kunststofverbindingen! [4] Dat is de paradoxale werkelijkheid van een mondiale markteconomie c.q. internationale chemische industrie die zich weinig aan bezwaren en verordeningen gelegen laat liggen. Het 'grote gelijk' van milieu en markt zit zichzelf in de weg zodat neoliberalen – en zij zeker niet alleen – die zowel de 'markt' als het 'milieu' omarmen, zichzelf vierkant tegenkomen. Een (blinde) focus op 'Nederland parkland' doet daar niets aan af. De kunstmatige 'laboratoriumsamenleving' rukt onverminderd op. Nog zo'n 10-15 jaar voordat men zich onbekommerd 'klimaatneutraal' kan wanen, zonder dat ook daadwerkelijk te zijn. Tot veler genoegen (of tot weinig verontrusting) blijkbaar. Maar o wee als eenmaal duidelijk wordt wat men heeft aangericht c.q. stilzwijgend heeft laten gebeuren, dan is het echt te laat voor 'spijt'. Dan is ook de zo gekoesterde 'vrijheid' ver weg en is de uniformisering van het leven een feit. Leve het Chinese model. ('Sambal bij?'). Het omineuze wapengekletter rond 'Taiwan' zal slechts een afleidingsmanoeuvre blijken, zoals ook de vermeende dichotomie tussen het 'vrije westen' en de autocratisch-dirigistische wereld merendeels op illusies is gebaseerd, daar die in de praktijk veel minder scherp is dan doorgaans gedacht. [5] Het mondiale staatskapitalisme is per definitie overal ter wereld pregnant aanwezig. Lastig, dat wel, maar niet 'onontkoombaar' indien men bereid zou zijn de eigen ingenomen posities eens wat reëler te benaderen. Maar ook dat zal wishful thinking blijken.
Eén lichtpuntje: de boeren hebben tot ongenoegen van veel pseudo-democraten na alle ondervonden malheur de burger ontdekt en opnieuw op de (politieke) kaart gezet. Daarmee is een ferm begin gemaakt met een herpositionering die nog verstrekkende consequenties zal (kunnen) hebben indien men de rug recht weet te houden. Niets voor niets mijden de media de Franse solidaire demonstraties tegen de pensioenwet als ware het een plaag van 'oud-Egyptische' proporties, want het zou de eigen samenleving maar eens op 'vreemde' gedachten kunnen brengen. De verzamelde burgergemeenschap mag blijkbaar onder geen beding als een politieke entiteit worden gezien waarmee danig rekening gehouden moet worden. Het 'beleid' en 'de doelstellingen' weet u wel. Werken 'loont' toch immers…?
Voor een juist begrip: er is altijd een strijd gaande rond de sympathieën, voorkeuren en de steun van het grote publiek inzake politieke aangelegenheden en beslissingen. Daarom zijn 'influencers' van allerlei aard alomtegenwoordig. Variërend van mainstream en kritische media, lobbynetwerken en hun woordvoerders, tot individuele commentatoren en bloggende scribenten van allerlei slag. Hoewel de vox populi een nogal 'vloeibaar' fenomeen is, kan het in het politieke leven niet worden onderschat.
Niettemin kunnen actuele kwesties en ontwikkelingen (zoals de oorlog in Oekraïne of het klimaat- en milieudebat) alleen worden begrepen in hun volledige historische en geopolitieke context, zoals de (erfenis van de) Koude Oorlog en de wereldwijde onderlinge afhankelijkheid van staten. Debatten op basis van idee-fixen - sympathiek en aantrekkelijk of niet - missen daarom het punt waar het in de hedendaagse politiek om draait, namelijk: machtspolitiek waarin altijd grote belangen op het spel staan. Belangenconflicten, kortom, die niet met 'de mantel der liefde' kunnen worden bedekt. De ogen zullen dus altijd geopend moeten worden om te voorkomen dat mensen zich laten verblinden door wensdenken zonder uitzicht op werkelijk inzicht of begrip, waardoor 'de stem van het volk' een gemakkelijk doelwit blijft voor ongebreidelde propaganda.
Propagandistische marketingwaanzin leidt al tot te veel debilisering. Men zou zich daarvan dienen te bevrijden, maar dat kan alleen door zich los te maken van de solipsistische waan van de dag. Een dergelijke distantie vereist echter een standvastigheid, die bij alle desoriëntatie schromelijk ontbreekt. De doos van Pandora willen sluiten is geen realistische optie, maar er een vrijblijvende grabbelton van maken evenmin. Terug naar de verwaarloosde ('vergeten') politieke wortels, zou men zeggen en de dingen weer in hun juiste proporties en impact zien, opdat 'meningen' en 'verhalen' ('narratieven') niet langer inwisselbare objecten zijn waarmee vrijblijvend een loopje kan worden genomen. Daarvoor zijn politiek en politieke issues, evenals de vrijheid zelve, te belangrijk. De samenleving blijft tenslotte van jaw en van mèh. (En dat geldt zeker niet alleen voor de 'Tegenpartèh').
Wanneer Rutte, Kaag en Hoekstra desondanks zouden menen dat BBB in de provinciebesturen de beleidsmatige kastanjes wel voor hen uit het vuur zal halen, dan vergist men zich deerlijk. Een substantieel deel van de bevolking heeft zich niet alleen tegen het stikstofbeleid, maar tegen het beleid in den brede uitgesproken, zodat 'wheeling en dealing' geen optie is. Of er nu coalities worden gevormd, of niet. De soep zal heet worden gegeten, wie er ook aan tafel zullen aanschuiven.
[2] Ofschoon, naast anderen, met name D66 voor deze kwalificaties verantwoordelijk is, is de teloorgang van het CDA - die nota bene door D66 bij de oprichting werd beoogd - vooral door de verkiezingswinst van BBB veroorzaakt. Men zou dus kunnen zeggen dat de oorspronkelijke D66-doelstelling om de machtspositie van (voorlopers van) het CDA te doorbreken aardig is gelukt, ware het niet dat zulks zonder BBB niet op deze wijze tot stand zou zijn gebracht. In plaats daarvan koos D66 voor samenwerking met het CDA. Overigens heeft het CDA een en ander ook aan zichzelf te wijten toen men meende er verstandig aan te doen Hoekstra ten koste van de potentiële electorale stemmentrekker Omtzigt (goed voor zo'n 30 zetels!) koste wat kost naar voren te schuiven. Dat was een miskleun die nog lang zal naijlen. De 'concessies' die D66 nu aan het CDA meent te moeten doen zullen echter boterzacht blijken, want meer bestemd voor de bühne dan voor het (voorgestane) beleid. De 'race' is derhalve nog niet gelopen.
[3] Zo zijn er zowel ter linker als ter rechterzijde vergaande verbindingen tussen (neo)liberale, libertaire/libertaristische en (neo)corporatisch gerichte oriëntaties met een gemeenschappelijk kenmerk van anti-etatisme, terwijl ook traditioneel meer etatistisch ingestelden zich meer en meer op het corporatistische (decentralisatie- en 'community')pad begeven. Dat vertroebelt politieke beleids- en besluitvorming in niet geringe mate.
[4] PFAS is de verzamelnaam voor meer dan 6000 chemische stoffen waarin onder andere een combinatie van fluorverbindingen en alkylgroepen voorkomt. Ze komen van nature niet in het milieu voor. Het gebruik van enkele van deze stoffen moge dan wel sinds 2006 aan banden zijn gelegd door de EU, de meeste met PFAS geproduceerde producten (zoals kleding, schoeisel, meubelen, verpakkingsmaterialen, batterijen en onderdelen voor de automobielindustrie) komen uit China, India en andere landen buiten de EU zodat het netto-effect van deze regel vrijwel nihil is. Ter vergelijking: de mondiale uitstoot van CO2 door de industrie bedraagt 32% van het totaal (CBS 2021). China is de grootste vervuiler (26,7%), gevolgd door de VS (12,6% van het totaal in 2019). Voor de Nederlandse situatie geldt dat 54 megaton CO2 door de industrie wordt uitgestoten en 32.4 megaton ten gevolge van aan elektriciteit gerelateerde energieopwekking (m.n. kolencentrales). De landbouw was verantwoordelijk voor minder dan de helft van de industriële uitstoot (26.6 megaton)(CBS/RIVM 2021). Gaat de wereldgemeenschap Xi JinPing en Biden manen toch matiging? Welnee, de mondiale markteconomie gaat haar eigen gang, want (nationale) economische belangen mogen onder geen beding worden aangetast. Een eenzijdige milieufocus op Europa doet daar niets aan af. En Nederland is tenslotte maar een kleine speler in het geheel. Dus ja, wat wil men nu eigenlijk?
[5] Zie Amlinger, C. en O. Nachtwey, Gekränkte Freiheit. Suhrkamp, Berlin: 2022 over het machteloze, krachteloze en veelal ongerichte 'autoritaire libertarisme' dat weliswaar allerwegen oprukt en waarmee velen zich - al dan niet achteloos - identificeren, maar dat desondanks geen vuist tegenover de immer complexer wordende wereld van de machtsconcentratie weet te maken. In plaats daarvan verzandt men in ressentiment en democratie-vijandigheid. 'Ein Bedrohung für eine Gesellschaft der Freien und Gleichen: die Verleugnung einer geteilten Realität', zo luidt de niet mis te verstane begeleidende tekst.
Schone handen, verrommelde solidariteit en links gedraai
Bij alle commotie over klimaat en milieu zou men welhaast vergeten dat er naast eerdere 'hervormingen' zoals die van het sociale zekerheidsstelsel en de gezondheidszorg, momenteel een van de meest ingrijpende 'transities' op stapel staat, te weten de volledige vermarkting van het pensioenstelsel met ongewisse gevolgen voor burger en samenleving. Het is dan ook onbestaanbaar hoe zichzelf nog altijd 'links' noemende partijen als PvdA, GL – en niet te vergeten het 'links-liberale' D66 – zich (met steun van de kabinetsvriendelijke Volt en SGP) voor deze transitie hebben uitgesproken alsof er geen vuiltje aan de lucht zou zijn. Men verkwanselt de solidariteit waarop het huidige stelsel is gebaseerd en jaagt op onbeschaamde wijze de huidige en toekomstige pensioengerechtigden de onbestemde financiële markt op, waarbij de pensioenfondsen volledig vrij spel krijgen. Dat belooft wat, zoals men al vele malen eerder heeft kunnen ervaren bij grote privatiserings- en verzelfstandigingsoperaties. Het zal blijken dat de ellende rond 'Groningen' en de 'toeslagen' hierbij vergeleken nog 'peanuts' is wanneer eenmaal duidelijk wordt wat de financiële en maatschappelijke impact van dit alles zal zijn. Pensioengerechtigden verliezen de meeste van hun bestaande rechten en moeten zich in de nabije toekomst de luimen van de fondsbeheerders laten welgevallen zonder dat zij enig inzicht zullen hebben in de wijze waarop hun 'flexibele' pensioenen worden berekend en vastgesteld. Dat de politiek hieraan meewerkt en hiervoor het groene licht geeft is dan ook ongehoord. De 'linkse wolk zonder veren' en 'aansprekend rechts' zal nog eens goed moeten bedenken wat zij hiermee mogelijk maken en aanrichten, alvorens victorie te kraaien over de ruggen van de voltallige gemeenschap. Indien men uiteindelijk toch akkoord gaat verspeelt men onherroepelijk veel goodwill die men dan echt voorgoed kwijt zal zijn. Nu is het nog niet te laat, maar straks wel.
Rutte en zijn entourage kunnen desondanks wederom tevreden zijn en achterover leunen, zoals ook de door hen veroorzaakte gemeentelijke overbelasting hen nauwelijks deert. Regeren blijkt immers neer te komen op het zoveel mogelijk ontlopen van verantwoordelijkheden en anderen met nagenoeg onuitvoerbaar werk opzadelen. Daarentegen zal het (her)verdelen van 1.500 miljard aan pensioengelden een 'klus' van ongekende omvang blijken die volgens financiële experts nauwelijks te behappen zal zijn. Bovenop de bestaande uitvoeringsproblemen een regelrechte aanslag op de bestaande ontoereikende capaciteit van belastingdienst en daartoe aangewezen uitvoeringsorganisaties. Nu al wordt ernstig gewaarschuwd voor een vergaande juridisering van uitvoeringsproblemen. Wie zich beklaagt over de maatschappelijke gevolgen van het neoliberale beleid zal zich echter als politieke partij tenminste rekenschap moeten geven van de steun die men door de jaren heen aan zulk beleid heeft gegeven. Maar gezien de populariserende marketing waarmee de stem des volks – ook wat deze problematiek betreft – stelselmatig om de tuin wordt geleid, behoeft men hiervan nauwelijks iets te verwachten. De paaltjes waren immers op advies van velen allang geslagen, zodat er slechts sprake is van een achterhoedegevecht — als het al zover komt. Niet voor niets zijn jongeren stelselmatig tegen ouderen opgezet, om toch vooral maar duidelijk te maken dat de vergrijzende 'parasiterende' bevolking de boosdoener is. Dit laakbare tegen elkaar uitspelen van generaties zal desondanks contraproductief blijken wanneer men eenmaal beseft in welk troebel water de voltallige bevolking zich heeft laten manoeuvreren. Maar zoals gezegd: dan is het te laat. Een late echo van wat ooit lafhartig het anti-solidaire 'freerider'-fenomeen werd genoemd en waarvan de gedupeerden bij de toeslagenproblematiek, evenals vele wao-, bijstand- en andere uitkeringsgerechtigden van destijds het slachtoffer zijn geworden. Men heeft hoegenaamd niets geleerd en de lessen worden niet ter harte genomen, laat staan dat men bereid is op zulke grove misstappen terug te komen. Dat alles is immers 'passé' en 'afgedaan'… . Tja, waarom zou er eigenlijk zoveel voortgaande maatschappelijke 'onvrede' en wantrouwen bestaan? Voor degenen die zichzelf van alle beleidsconsequenties waarvoor men (mede)verantwoordelijk is geweest vrijpleiten, kan dit toch alleen maar aan 'populisme' te wijten zijn? Iets anders is out of the question. Maar deze hypocriete hovaardij is geen lang leven meer beschoren. Let maar op.
Met het bestrijden van
'vermogensongelijkheid' zoals van meerdere kanten wordt beweerd heeft dit alles
evenwel weinig te maken. Deze term wordt hogelijk selectief toegepast.
In het algemeen beschikken burgers, in tegenstelling tot bedrijfsorganisaties
en institutionele beleggers, niet over substantiële liquide middelen
(activa) beschikken aangezien hun 'vermogen' voornamelijk bestaat uit
(uitgestelde) pensioendeposito's en hypotheekverplichtingen.
Dergelijke spaargelden zijn over het algemeen niet direct beschikbaar. Dit
geldt echter niet voor de vermogensongelijkheid die samenhangt met het
onevenredige systeem van (minimale) belastingheffing over kapitaalinkomsten.
De ongelijkheid tussen (inkomsten uit) kapitaal en arbeid blijft derhalve problematisch en ontwrichtend. Toch
wordt deze problematiek nauwelijks in samenhang aan de orde gesteld, zodat
spreken over 'vermogensongelijkheid' ter rechtvaardiging van de voorliggende
transitie merendeels op drogredenen is gebaseerd die de werkelijke problematiek
ongeadresseerd laten. Het huidige stelsel had beslist niet overboord behoeven
te worden gegooid, indien men bereid was geweest een aantal ontregelende
aspecten van zowel het pensioen- als fiscale stelsel onder ogen te zien en deze
daadkrachtig had aangepakt. Maar de markt lonkte, dus moest alles op de schop
zonder dat de samenleving er iets mee opschiet, noch hierom gevraagd heeft.
Wederom is de burger de klos en kan hij naar sociale (inkomens)zekerheid
fluiten. Mooi toch? Dat is nog eens 'vrijheid'… .
Debat over de verkiezingsuitslag (het blokje 'overig')
Het was weer eens 'feest voor de democratie' bij het parlementair 'debat' over de verkiezingsuitslag. Van enige analyse, laat staan rekenschap was nauwelijks sprake.
Zo kon men waarnemen dat politiek in de handen van bureaucratische scherpslijpers leidt tot gemarchandeer met samenlevingsbelangen. De rechtsstatelijkheid was wederom ver te zoeken. Het kabinet maakte er een rommeltje van, waarbij het ene staatsrechtelijke novum na het andere uit de hoed werd getoverd om verantwoordelijkheden te ontlopen en daarop vooral niet aangesproken te worden. Eenheid van kabinetsbeleid? Het legaliteitsprincipe in acht nemen? Ministeriële verantwoordelijkheid? Allemaal 'niet aan de orde'. Dat geldt met name voor degenen die slechts één waarheid kennen: die van het eigen onwrikbare gelijk. Maar zulke 'waarheden' vertegenwoordigen uiteindelijk slechts minderheidsstandpunten, want ook regeringscoalities kunnen te maken krijgen met afkalvende legitimering, zoals bij de laatste verkiezingen in niet onaanzienlijke mate is gebleken. Om dan toch in het eigen gelijk te volharden komt feitelijk neer op het plegen van kamikaze (maar dan wel van een uiterst bedroevend niveau). 90% van de tijd werd besteed aan zinloos gesteggel over stikstof, al het overige belandde in 'de bijsluiter'. Maar alle maatschappelijke problematiek reduceren tot een stikstofjaartal (2030 of 2035) getuigt niet van realiteitsbesef, maar van minimalistisch formalisme. Niet voor niets nam Remkes met zijn rapport daarvan al eerder afstand en waarschuwde hij voor een al te rigide benadering die slechts contraproductief zou zijn. Ook Omtzigt sprak niet 'zomaar' over gijzeling (van de democratie en samenleving) en onbehoorlijk bestuur. Maar desondanks negeert het kabinet hovaardig alle signalen en denkt de coalitie zonder problemen op dezelfde weg voort te kunnen gaan. Het 'slot' waar men nu zegt vanaf te willen, heeft men overigens zèlf veroorzaakt. Men is echter niet bereid – maar overduidelijk ook niet in staat – tot enige (zelf)reflectie. Laat staan dat men in staat is tot grondige analyse van de verkiezingsuitslag. Het afleggen van rekenschap en verantwoording staat kennelijk voor verstokte partijpolitieke hardliners gelijk aan politieke zelfmoord. Dan maar liever de kop in het zand.
Hoe krijgt men het toch telkens weer voor elkaar om de volksvertegenwoordiging compleet buiten spel te zetten, kan men zich afvragen. Welnu, de coalitiegelederen gesloten houden is een beproefde methode en daar komt geen oppositie aan te pas. Rutte maakt er al zo'n twaalf jaar achtereen systematisch gebruik van. 'Oppositie' binnen het kabinet, of niet. Hoekstra's exercities zijn daarom niet meer dan een rimpeling in de regeringsvijver. Maar ondanks dat vrijwel de voltallige oppositie haar vertrouwen in het kabinet en haar beleid opzegde en dit op het moment (nog) geen consequenties lijkt te hebben, staat dit voor de accordering van wetgeving in de Senaat nog maar te bezien. Zo 'vanzelfsprekend' is een en ander niet meer. Het wantrouwen is niet alleen samenlevingsbreed, maar ook Kamerbreed manifest geworden. Democratie is immers meer dan de (formalistische) helft +1.
Al met al lijkt men slechts tegen beter weten in tijd te willen kopen, maar de coalitie – en met name D66 en het CDA – zullen hun trekken nog thuis krijgen. BBB moet overigens oppassen om in de provinciebesturen niet het slachtoffer van repressieve tolerantie te worden en zichzelf in onmogelijke posities te (laten) manoeuvreren. Want de coalitie wrijft zich stilletjes al in de handen bij zulk een vooruitzicht.
- zie vervolg -
