Tijdingen
 
                                                                          februari 2023 (vervolg)                                                                         

 

                                                                               Discutabel milieu- en klimaatgegoochel

Wij spraken er al eerder over, beleidsmatig gehanteerde milieu- en klimaatoriëntaties zijn een manier om bevolkingspopulaties te knechten en burgers geld uit hun zakken te kloppen onder het mom van 'verdelende rechtvaardigheid'.

Een boude 'populistische' uitspraak? Hoe 'rechtvaardig' mag een en ander feitelijk zijn – en vooral – zijn de hierbij toegepaste redeneringen en moraal-filosofische referenties wel zo valide als het wordt voorgesteld? Dat is zeer de vraag.

Ondanks dat vroegere filosofen zich nagenoeg nauwelijks met milieu- en klimaatkwesties hebben beziggehouden meent de WRR bij monde van M. Davidson deze problematiek aan filosofische oriëntaties en stromingen te kunnen koppelen alsof het om onbetwistbare gegevenheden zou gaan. [1] Zo zouden rechtvaardigingen kunnen worden gevonden voor het voorgestane beleid, hetgeen een uiterst discutabele exercitie is indien de politieke dimensie wordt genegeerd. Wij lichten toe.

Ten eerste. Een 'schone' (ongerepte) leefomgeving (water, lucht, bodem) is niet alleen schaars, maar bovenal een illusie. Bij schaarste kan worden gesproken over een economisch goed dat onderworpen is aan economische wetmatigheden (van nut, rendement en profijt). Maar hoewel de utilitarist Bentham zich in de 18en vroege 19eeeuw in zijn werk concentreerde op 'nut'(smaximalisatie) kunnen zijn (liberale) ideeën zeker niet ongestraft aan hedendaagse noties over welzijn worden gekoppeld. Het Engelse begrip wealth als zodanig vertalen is onjuist, daar deze begrippen samenvallen noch identiek zijn. (Zo is een 'welfare state' ook niet identiek aan een verzorgingsstaat, ondanks dat deze begrippen – nog altijd – flink door elkaar worden gehaald. De fundamentele discussie over het – veronderstelde 'automatische' dan wel 'vanzelfsprekende' – verband tussen welvaart en welzijn wreekt zich hier ten enenmale). [2]

Ten tweede.  Het uitgangspunt 'de vervuiler betaalt' moge 'logisch' en acceptabel klinken, dat is het zeker niet per se. Wie zijn die vervuilers dan wel en over welke 'vervuiling' heeft men het dan? In welk opzicht kan er van (een 'rechtvaardige') toerekening sprake zijn? Want indien de industriële ontwikkeling de grote boosdoener is zoals wordt gesteld, moeten dan individuele burgers daarvoor opdraaien en moet de totale (wereldwijde) industriële productie en consumptie dan niet samenhangend in ogenschouw worden genomen alvorens tot kostentoedeling en 'beprijzing' over te gaan? Bovendien, waar is het sluitende bewijs voor de geponeerde stelling over deze ontwikkeling? Die kan niet worden gegeven, daar dit verband grotendeels op correlaties blijkt te worden gebaseerd die vervolgens tot onomstotelijke 'causaliteiten' worden geëxtrapoleerd. Wetenschappelijk drijfzand kortom of die nu 'economisch', 'filosofisch' of 'statistisch' wordt geadstrueerd.

Ten derde. Ook al zijn er in de loop der tijden heel wat filosofische benaderingen van het begrip 'rechtvaardigheid' geformuleerd (zoals onder meer door de filosoof Rawls), wil dit nog niet zeggen dat daarmee een kostentoerekening en gelijke kostenverdeling naar capita, dan wel een verdeling volgens het principe van de 'sterkste schouders' (die de zwaarste lasten zouden dienen te dragen) in moraal-filosofische zin is afgedekt. Om te kunnen bepalen wat 'rechtvaardig' is zal vooraleerst duidelijk moeten zijn over welke 'vervuiling' c.q. aantasting men het heeft en wat het feitelijke aandeel van de onderscheiden 'actoren' daarbij is. Ook, en vooral, qua mondiale verhoudingen en proportionaliteit.

De politieke dimensie

Het blijkt dat milieupartijen en de (regerende) neoliberalen het goed met elkaar kunnen vinden daar waar het het klimaat- en milieubeleid betreft. Deze overeenstemming (consensus) zou erop kunnen wijzen dat (economisch) liberalisme, libertarisme en sociaaldemocratische oriëntaties hand in hand (kunnen) gaan en dat er nagenoeg geen (of weinig) ideologische verschillen meer zouden bestaan die om andere gerichtheden zouden vragen en daartoe zouden nopen. Een grote politieke aberratie. Het huidige arrogante neoliberalisme met noties over 'modern' bestuurlijk management, sleetse utilitaristische rendementsopvattingen en continue dominantie van het aandeelhouderskapitalisme blijft ten enenmale onverenigbaar met (aloude) principes van herverdelende welvaart- en welzijnsontwikkeling indien er geen interveniërende overheid meer is die de institutionele verworvenheden op dit gebied veilig stelt of erger, zulks daarentegen afbreekt. Het veronachtzamen van de publieke sector en de teloorgang van sociale zekerheid(sregelingen) wordt niet met (progressief geacht) milieubeleid 'gecompenseerd'. Met 'progressiviteit' heeft dit alles weinig van doen – laat staan met doorwrochte linkse politiek – hoezeer men het ook anders moge voorstellen en propageren. Partijen ter rechterzijde hebben politiek links allang ingekapseld en opgeslokt, zodat het neoliberalisme nu de allesoverheersende (beleids)ideologie is geworden (tot aan de VN en EU toe). Wilders, Baudet en anderen slaan de plank (ook) wat dit betreft volledig mis en zitten er faliekant naast wanneer zij spreken over een 'linkse kerk'. Die kerk wordt gevormd door een bont gezelschap van neoliberale, dan wel 'libertijnse' gelovigen waarin de maatschappijkritische (milieu)activisten van weleer geruisloos zijn opgegaan. Wie meent dat 'solidariteit' tussen de generaties door middel van het huidig milieubeleid wel genoegzaam tot stand wordt gebracht vergist zich. Er is polarisatie alom en die zal alleen nog maar verder toenemen indien men de politieke portee van de onderhavige problematiek blijft negeren en meent met een combinatie van technocratisch ('utilitair') management en systematische marketingpropaganda zulke geloofsagenda's in de klauw te krijgen en aan de man te kunnen brengen.

Kortom zulke apolitieke benaderingen op basis van hoogst discutabele economische en filosofische premissen zoals die heden ten dage opgeld doen, blijken ernstige dwalingen met mogelijk vergaande consequenties voor burger en samenleving indien men hierin blijft volharden en niet bereid is bij zinnen te komen. De misplaatste en premature euforie over 'linkse samenwerking' spreekt wat dit betreft boekdelen en werpt haar (slag)schaduw onheilspellend vooruit. Het beleid van de huidige Duitse 'Ampelcoalitie' van SPD, FDP en Grünen moge tot niet na te volgen voorbeeld strekken. De 'ideologische stilte' is oorverdovend. Men zij gewaarschuwd.



[1] Zie Davidson, M. Verdelende rechtvaardigheid in het klimaatbeleid, Den Haag: WRR 2021 (Working Paper 49)

[2] Niet voor niets is het (kale) welvaartsbegrip sinds jaar en dag opgetuigd tot een concept dat een veelheid aan indicatoren omvat ('brede welvaart') waarmee beleidsmakers meer recht pogen te doen aan allerlei relevante welzijnsfactoren. Dit laat echter onverlet dat het veronderstelde verband tussen welvaart en welzijn geen (politiek-bestuurlijke) vanzelfsprekendheid is.

                                                                                                   
Demasqué : wederom heeft een onderzoekscommissie gesproken en verslag gedaan

De Nederlandse Staat heeft zich ten aanzien van de burger onbetrouwbaar en ernstig nalatig betoond. Dat geldt in het bijzonder voor de kindertoeslagenzaak, de Groningse gaswinningsschade en het verrommelde agrarisch beleid, zoals dat in meerdere onderzoeksrapporten keer op keer is vastgesteld. Met rechtsstatelijke rechtsprincipes en functionele verantwoordelijkheden is een loopje genomen en daarbij is stelselmatig weggekeken, alsook waarschuwende kritiek in de wind geslagen. De problemen hebben zich nodeloos opgestapeld zonder dat er enig concreet uitzicht op herstel of verbetering is geboden. Dat alles heeft zich met name voltrokken onder het bewind van de achtereenvolgende kabinetten Rutte en hun diverse coalitiegenoten.

Op dezelfde weg voortgaan is niet alleen onverantwoord, maar ook laakbaar. Zulks houdt de voltallige samenleving in een onacceptabel gijzelende houdgreep. Hiervoor zijn geen 'excuses' meer aan te voeren die nog enigszins valide dan wel geloofwaardig zijn. De samenleving dient hier een streep te trekken, zoals onder meer diverse hoogleraren in de rechtswetenschappen reeds meermalen hebben aangevoerd. Het voortdurend schofferen van de belangen van burger en samenleving dient gestopt te worden om te voorkomen dat men collectief nog verder in het bestuurlijke moeras wegzinkt. Het demasqué is compleet en de 'neoliberale party' is over, hoezeer de secondanten ook anders mogen voorwenden.

Het laatste woord is nu aan de volksvertegenwoordiging en aan de bevolking zelf. Laat dat een stevig woord zijn dat aan duidelijkheid niets te wensen overlaat en waarmee niet (meer) te sjoemelen valt. Alle (gedupeerde) burgers hebben daar recht op. Maar stuivertje wisselen tussen Rutte en Schippers zal geen enkel verschil maken. De verrommeling van verantwoordelijkheden en het stelselmatig wegwuiven van rekenschap zal onverminderd doorgaan. Ziet u het al voor u: de tandem Kaag-Schippers aan het roer? Tuin er niet in. Verhef uw stem en sla de rechtgeaarde handen ineen !