Beleidsmalaise
Het gaat altijd
om beleid, you suckers! Beleid dat wordt gevoerd, dan wel veronachtzaamd
of nagelaten. Tevens om welk beleid men in het recente verleden meende te
moeten uitvoeren, maar waarvan de gevolgen in menig opzicht ontregelend alsook
desastreus zijn gebleken en waaraan menige politieke partij zonder scrupules heeft
meegewerkt. Ach, het mocht wat.
Men kan nog
zoveel jeremiëren over de vorm waarin een en ander wordt gegoten, het
gaat uiteindelijk altijd om de consequenties. Wie de markt tot in het
absurde omarmt zal daarvoor altijd de rekening gepresenteerd krijgen. Evenzo
indien men de publieke sector verkwanselt. Dat is stelselmatig gebleken, maar
wordt nog altijd weggewuifd of als ’irrelevant’ afgedaan. ‘Milieu’, ‘klimaat’ en
‘transities’ hebben daar immers niets mee te maken, toch? Decentralisatie is er
ook zo een. Maar wie zich anti-etatistisch opstelt moet niet mekkeren wanneer
het openbaar bestuur met alle consequenties van dien volledig versnippert. Dan
is het leed niet te overzien. Ook knullig de grote jongen op internationale
podia willen uithangen is een belachelijke vertoning van zelfoverschatting.
Zeker gezien de geopolitieke miskleunen die daarmee gepaard gaan. De politieke
cultuur moge echter nog zoveel uitgekleed en nietszeggend geworden zijn, beleid
zal er altijd worden gemaakt. En daarvoor blijven politieke partijen en hun
vertegenwoordigers ten enen male verantwoordelijk. Er zijn wat dit betreft geen
‘schone handen’.
Desondanks
blijven de oriëntaties die leidend waren bij beleidsmatige keuzebeslissingen
veelal buiten beeld en daardoor ook nagenoeg buiten schot. Daaraan willen maar
weinigen worden herinnerd. Te pijnlijk en te ontluisterend. Zo kan men zich
makkelijk ‘de schaamte voorbij’ wanen. Positiebepaling en daarover rekenschap
afleggen, daar gaat het evenwel om. We zeiden het al vele malen. Maar daarvan
wil men behalve wat lippendienst weinig weten
De kop in he zand, maar wel moreel hoog te paard denken te kunnen zitten. Dat is de kern van de huidige mores. Hypocrisie en lafhartigheid met andere woorden. Dat alles opdat het eigen aandeel in het (achterliggende) beleid maar niet teveel wordt benadrukt of aan de orde wordt gesteld. Wie neemt wie de maat en welke rechtvaardigingen denkt men daarvoor te kunnen opvoeren? Een pijnlijke vraag die men liever uit de weg gaat. Dan liever ‘asiel’ of ‘Oekraïne’ als morele ijkpunten. Wel zo ‘opportuun’. We staan immers aan de goede kan, dus niemand heeft ons iets te verwijten (of recht van spreken als het daarom gaat). Kortom de luiken dicht en ferm op slot. Niks ‘transparantie’ of ‘kernwaarden’. ‘Go with the flow’ is het motto. De ‘poppetjes’ zijn volledig inwisselbaar geworden. Wie maalt er nog om ‘consequenties’ — dat is slechts retorisch voer voor borreltafels bij de publieksmedia. Welkom entertainment met andere woorden. Goed voor de kassa.
Ja, daar staan
we dan met alle fraaie ‘ambities’. Een inerte in zichzelf gekeerde coterie van
elkaar vliegen afvangende kleuters die elke kans te baat neemt om zichzelf in
de kijker te spelen, maar alle gevoel voor verhoudingen en urgentie ontbeert.
Geen wonder dat het beleid zo significant van de werkelijkheid is losgezongen
en men maar niet kan vatten waar al die maatschappelijke onvrede vandaan komt.
Wie heeft het nog over torenhoge belastingen, primaire
levensbehoeften, inkomensverdeling, dwangmatige en
contraproductieve regelzucht? De materiële en immateriële roofbouw op
mensen kortom. Als het al gebeurt dan slechts in eufemistische
bewoordingen zoals ‘inflatie’ of ‘tegenvallers’. Verder komt men niet. «Maar
kijk toch eens naar hetgeen wèl goed gaat» is vervolgens vaak de
tegenwerping. Dat blijkt echter in de praktijk bedroevend weinig te zijn. Veel window dressing en goede sier, dat wel, maar weinig reële resultaten. De ongelijkheid neemt
immer toe en de bestaansmogelijkheden voor velen zienderogen af. De fiscaal-economische
beleidsaspecten leiden dan ook een marginaal bestaan. De beleidsbepaling richt
zich vooral op zaken van ‘hoogst morele’ aard zoals ‘discriminatie’ en ‘inclusiviteit’
die echter weinig handen en voeten krijgen en daardoor vrijblijvend blijven en
weinig om het lijf hebben. Hersenmassage om de gemoederen te temperen, daar is
men goed in. Maar de samenleving is geen zondagsschool of vormingsinstituut en
heeft geen behoefte aan goedkoop en tot niets verplichtend moralisme. En al helemaal niet in beleidsmatige zin. Want de conformistische druk die daardoor op burgers
wordt uitgeoefend liegt er niet om. Het beleid – of wat daarvoor doorgaat –
dient onverkort en zonder tegenstand te worden
geaccepteerd. Men is immers ‘goed bezig’ en heeft het beste met de samenleving
voor.
Ja, dat zeggen
dictators ook ook al bedient men zich van repressie zonder weerga. Nee, het
leven onder democratische regimes biedt geen enkele garantie voor het respecteren
van samenlevingsbelangen. De politiek dient dan ook altijd met een flinke dosis
scepsis te worden bezien. En méér dan dat. Zonder contestatie lopen deze belangen het risico uit de hand te lopen en te worden opgeofferd aan
illusoire zaken. Dat dit geen illusie is moge na alles wat er de afgelopen
decennia op beleidsmatig gebied is gebeurd duidelijk zijn. Desondanks verandert
er niets. Het beleidsconformisme tiert welig, ook al maakt men stennis over van
alles en nog wat. Maar zoals gezegd dient men deze schijnvertoningen te
doorzien en zich geen zand in de ogen te laten strooien. Naïeve
volgzaamheid wordt altijd duur betaald.
Beleidsmalaise ontstaat niet alleen door parlementaire obstructie (of juist door een gebrek aan zinnige oppositie, bijvoorbeeld vanwege coalitiedwang) en bureaucratie, maar vooral ook door een schromelijk gebrek aan een integrale aanpak waarbij terdege rekening wordt gehouden met uitvoeringsmogelijkheden. Wanneer de capaciteit ontbreekt om aan politieke besluiten op een adequate wijze uitvoering te geven en daarbij ook nog eens de noodzakelijke regie ver te zoeken is, dan is het niet vreemd dat de boel vastloopt. Decentralisatie van beleid is dan ook geen oplossing, maar een bepalende factor waardoor versnippering en stagnatie in de hand wordt gewerkt. Dat lokale overheden hiertegen geen vuist (durven en kunnen) maken is niet alleen opmerkelijk, maar tevens veelzeggend. Men wil kennelijk van twee walletjes eten: baas in eigen gelederen willen zijn en tegelijkertijd aan (vaak onmogelijke) verplichtingen voldoen. De rekening voor zulk falend beleid wordt daarentegen steevast bij de burger gelegd.
‘De groeistuipen van een andere
wereldorde’, zo vatte een Belgische oorlogscorrespondent het huidige nerveuze
voorsorteren door de verzamelde wereldleiders kernachtig samen. Staten en
samenlevingen zijn danig op drift en trachten zich angstvallig aan allerlei
idiote droombeelden vast te klampen in de veronderstelling dat daarmee het heil
binnen handbereik ligt, dan wel onheil kan worden afgewend. Welk onheil
men daarbij voor ogen heeft blijft schimmig en duister. ‘Bewegen moet’, dat is
de kern van alle onrust. In welke richting is kennelijk van secundair
belang. Hoewel...
De Navo meent nota
bene baat te hebben bij een beweging naar méér oorlogsgerichtheid en
-bereidheid in plaats van escalatie van conflicten trachten te voorkomen.
Een armetierige vertoning van zelfoverschatting en onmacht, alsook van
megalomanie vanuit een claustrofobische blik. Uit deze onverantwoorde
polarisatie spreekt een bijzonder gevaarlijke pathologische gesteldheid. Hiermee
wordt de gemeenschap een wereldconstellatie voorgespiegeld die in werkelijkheid niet
bestaat, maar vooral in de hoofden van obsessieve oorlogshitsers rondspookt. Om burgers
geeft men kennelijk niets, om eigenwaan des te meer. Het wordt tijd dat Europa
zich niet langer door opgeklopte vijandbeelden laat ringeloren, maar opstaat
tegen zulk onzinnig machtsvertoon dat geen enkel doel dient. Uiteindelijk
blijkt deze constante animositeit neer te komen op triviale geldklopperij, want
de VS zitten in financiële problemen en willen geld zien. De oorlogsindustrie
moet draaiend worden gehouden en daarvoor moeten samenlevingen zonder morren maar
in de buidel tasten. ‘Veiligheid’ mag tenslotte wat kosten… . De vraag is echter wat zulk een ‘Pax Americana’ bij al het huidige
wapengekletter waard is. Voor deze drieste ‘vredestichters’ gaat kennelijk geen
zee te hoog, maar wel zoals gebruikelijk bij oorlogsvoering over de ruggen van velen.
Al met al
blijft Europa het ideologische slagveld waar de voortgezette Koude
Oorlog op het scherpst van de snede wordt uitgevochten. Dat kan anders, maar vergt wel enig zelfbewustzijn om zich niet tot in lengte van dagen te laten ringeloren en mangelen. Dat zal
echter zoals blijkt niet aan de huidige leiders kunnen worden overgelaten,
daar zij zich door een ernstige Atlantische blinde vlek laten leiden die hen
alle werkelijkheidszin beneemt.
Gelukkig zijn er steeds meer burgers die dit Abstieg-proces doorzien en
manen tot repositionering. Of daar wat van terechtkomt is echter de vraag, want
men graaft zich steeds verder in schuttersputjes in. (En wat daarvan het gevolg
is weten degenen die de geschiedenis op dit punt maar al te goed kennen).
