Tijdingen

                                                                                                              november 2023 
 
 

Following the American way

Wie zich afvraagt hoe de maatschappelijke en bestuurlijke ontregeling zo alomvattend om zich heen heeft kunnen grijpen, zou zich eens moeten verdiepen in de achterliggende mechanismen die de status quo van machtsongelijkheid en gelijkheidsillusies zo klemmend laten voortbestaan en waartegen maar weinig substantiële tegenstand wordt geboden. Daarvoor dient men vooral te kijken naar het 'voorbeeld' dat allerwegen (in het westen, maar ook daarbuiten) wordt nagevolgd alsof het een 'natuurgegeven' (en 'van God gegeven ordening') zou betreffen. 
Welkom derhalve in het (Disney)land van 'durfkapitalisten' en miljardairs als Rockefeller (Standard Oil), Carnegie (US Steel), Ford, gebr. DuPont (onder meer mede verantwoordelijk voor de productie van de atoombom), Sloan (General Motors), Morgan (Finance; US Steel; General Electric), gebr. Koch (WallMart), de Silicon-valley boys Gates (Microsoft), Jobs (Apple), Page en Brin (Google), Bezos (Amazon), Zuckerberg (Facebook), Musk (Tesla), hun nazaten en menig vergelijkbare anderen.

Nagenoeg de enige president die in de VS ooit de ontregelde verhouding tussen staat en markt wat meer in balans heeft trachten te brengen was Franklin D. Roosevelt. Maar ook hij kon niet verhinderen dat er uiteindelijk een staatskapitalistische ordening met een dominante positie van het militair-industriële-financiële complex ontstond die in feite weinig verschilt van autoritair-dictatoriale stelsels zoals China en tal van andere landen. Vakorganisaties hebben nimmer vaste grond onder de voeten gekregen daar er door conservatief-reactionaire krachten massief is ingezet op verdachtmaking van zowat alles wat in zulke ogen naar 'socialisme' (dan wel 'communisme') of daadwerkelijke progressie zweemde. Wat goed was voor de superrijken zou immers goed zijn voor allen, zo was (en is) de leidende gedachte ('trickle-down economics'). Daar komt (ook) een (presidentiële of parlementaire) democratie nauwelijks aan te pas. En is daar volgens deze opvatting ook niet voor nodig, want (in de meeste gevallen) slechts een hinderpaal. De markt – ofwel de anti-etatistische oligopolistische coterie van kleptomane plutocraten (die evenwel cynisch bij de staat aankloppen om hen via de belastingbetaler de helpende hand toe te steken wanneer zij 'in problemen' komen, om zich vervolgens weer als vanouds snel uit de voeten te maken) – regelt alles fijntjes zelf. 1 Inmiddels hebben de VS hun dominante positie als speler op de internationale markt vrijwel geheel verloren en moeten afstaan aan anderen zoals China en haar vele partners. Het land voert hoofdzakelijk achterhoedegevechten om nog enigszins iets van de vroegere positie overeind te houden, maar weet al te goed dat deze wens haar hoe langer hoe meer ontglipt. Vanwaar dan die aanhoudende slaafse identificatie met een land en cultuur die blijk geeft van zoveel individualistisch georiënteerd dédain voor al het maatschappelijke alsook rechtsstatelijke? Het constante appèl op 'vrijheid, voorspoed en geluk' (en niet te vergeten het wenkend perspectief van de 'onbegrensde mogelijkheden') blijkt een effectieve mantra om de gemoederen in het gareel te houden en consumer-loving burgers naar de gewenste marktideologie te modelleren. Het houdt de zo gewenste status quo in een ijzeren greep en zie daar maar eens verandering in te brengen. Wij zijn allen kleine (krabbelende) kapitalisten geworden, maar delven desondanks voortdurend het onderspit.

Dat alles onder de noemer van 'economische vrijheid', maar die vrijheid blijkt in menig opzicht magerder dan het wordt voorgegeven. Zeker voor de common man — ofwel de gemiddelde burger die zich in alle bochten moet wringen om het (financiële) hoofd boven water te houden. 'Jan Modaal' betreft dan ook een veel bredere categorie dan de (inkomens- en vermogens)statistieken ons willen doen geloven, of men de term klassenmaatschappij nu wenst te hanteren of niet. De 'demping van het (ongelijkheid in de hand werkende) kapitalisme' die door socialisten en sociaaldemocraten werd nagestreefd is allerwegen gefnuikt dan wel losgelaten, met ingrijpende gevolgen voor de positie en bestaanscondities van vele burgers. Voor het breeduit omarmen van het financieel marktkapitalisme betalen samenlevingen een hoge prijs. In elk geval vele malen hoger dan het (tijdelijke) gewin dat bevolkingen niet aflatend in het vooruitzicht wordt gesteld. Men trapt er telkenmale opnieuw in en laat zich opvallend makkelijk alle (oude en nieuwe) drogredenen waarmee dit stelsel wordt aangeprezen aanleunen. Daar burgers op tal van terreinen (wonen, energie, pensioenen, verzekeringen) de markt worden opgejaagd, is er ook nauwelijks ontkomen aan. Wie contesteert betoont zich 'wereldvreemd' in de ogen van de marktprotagonisten en houdt 'de vooruitgang' tegen. Zo is de cirkel rond en dwaalt men doelloos verder. Wie het daarenboven waagt om het stelsel en de bijbehorende ideologie in twijfel te trekken en te pleiten voor een meer evenwichtige ordening loopt het risico met massieve tegenkrachten geconfronteerd te worden, zo niet persoonlijk het vuur aan de schenen te worden gelegd. Zo betonen zowel de publieksmedia als de academische wereld zich doorgaans bijzonder volgzaam wat het uitventen van 'zegeningen' betreft en is men maar mondjesmaat bereid toe te geven en te erkennen dat veel van zulke zegeningen op drijfzand zijn gebaseerd. Slechts wanneer de publieke opinie zulk een richting dreigt uit te gaan is men bereid (ook) een duit in het zakje te doen en zich van een 'kritische' zijde te laten zien. Dan is men er als de kippen bij om toch vooral duidelijk te maken dat men zulke ontwikkelingen al langer 'in de smiezen' had (maar zich veelal opvallend stil hield toen het erom spande, zoals tijdens de – lange – aanloop naar de internationale bankencrisis die feitelijk al tijdens de Reagan en 'paarse' periode begon toen de aandelenhandel welig tierde en de beurzen doldraaiden). De voorgewende 'onafhankelijkheid' van nogal wat organisaties en instellingen blijft daarmee een discutabele kwestie. 'Samen' ? 'Verbinden' ? Pas maar op dat er geen kortsluiting ontstaat...

Een uitweg is er altijd, mits men maar bereid is in te zien hoezeer er uiterst selectief garen wordt gesponnen bij handhaving van deze status quo. Er is niet één zaligmakend samenlevingsmodel, hoezeer men ook anders meent. Dat gold vroeger en dat geldt nog steeds.                                                                                                                


[1] Zie hiervoor bijvoorbeeld het uiterst scherpzinnige (en tevens vermakelijke) De Bovenbazen van Marten Toonder (1963 !) waarin de cynische machts-mechanismen van deze ordening haarfijn worden blootgelegd en in beeld gebracht. De verrichtingen van 'Nahum Grind', 'Amos W. Steinhacker' en consorten spreken boekdelen.


De rechtsstaat in het geding – verkiezingsprogramma's doorgelicht

Bij alle ophef over financiële doorrekeningsmodellen zou men haast vergeten dat plannen ook de toets der rechtsstatelijkheid moeten kunnen doorstaan. Dat is wederom onderzocht. "De commissie 2 heeft bij tien van de achttien onderzochte partijprogramma's voorstellen aangetroffen die de toets aan de minimumnormen van de rechtsstaat niet doorstaan."

Een niet onbelangrijk voorbehoud wordt daarbij wel gemaakt: "Een verkiezingsprogramma is geen juridische tekst. […] Er worden met een zekere brede penseelstreek voorstellen geformuleerd. Dat betekent dat de commissie niet op elke slak zout heeft gelegd, ook al was er soms aanleiding om te aarzelen of langs een juridische meetlat een standpunt in zijn uitwerking of consequenties de toets zou doorstaan. Die aarzeling was mede ingegeven doordat nogal eens een concrete uitwerking van de voorstellen ontbrak. "

Daar staat dan wel tegenover dat "diverse partijen een voorzet doen om niet langer meer wantrouwen, maar juist vertrouwen uitgangspunt van overheidshandelen te laten zijn. Een overheid met een menselijk gezicht geldt als één van de lijnen die de verschillende verkiezingsprogramma's aan elkaar bindt, waarbij ook wordt teruggekeken naar de toeslagenaffaire en de gang van zaken rond de gaswinning in Groningen."

Drie vragen stonden bij het onderzoek centraal, te weten:

Houden de plannen rekening met de eis dat de overheid voorspelbaar moet zijn en zich hierbij ook zelf aan de regels moet houden en hierop aanspreekbaar is?

Worden door de overheid de fundamentele rechten en vrijheden van burgers gerespecteerd?

Hebben de burgers een effectieve toegang tot een onafhankelijke rechter?

Een greep uit het rapport (alle code rood – ofwel plannen die regelrecht in strijd zijn met de rechtsstaat):

Naast voorstellen tot quotering, dan wel een algehele asielstop die in strijd zijn met diverse mensenrechtenverdragen en rechtsstatelijke uitgangspunten, worden onder meer genoemd de ontzegging van toegang tot de rechter voor organisaties van algemeen maatschappelijk belang, pleidooien voor een strenger strafregime (minimumstraffen, zware detentie, automatisch levenslange veroordeling bij recidive, gebiedsverbod zonder tussenkomst van de rechter, omkering bewijslast), 'naming and shaming' en/of de inzet van lokagenten en 'mystery guests' als wapen tegen discriminatie, het verbod op toetsing aan grondrechten (!) en het leggen van een relatie tussen crimineel gedrag en allochtone afkomst, die alle op gespannen voet staan, i.c. regelrecht in strijd zijn met de genoemde uitgangspunten. Ook wordt bij sommigen de godsdienstvrijheid, het recht op politieke organisatie en het recht op gelijke behandeling onacceptabel op losse schroeven gezet.

Daarnaast zijn er nogal wat plannen die volgens de commissie een mogelijk risico vormen voor de rechtsstaat (veelal code geel) zoals:

"De gevolgen van de te treffen maatregelen in het kader van de vele klimaatplannen zullen hoe dan ook de rechten en vrijheden van de burger raken. Uit rechtsstatelijk oogpunt is de zorg of een al te gepolariseerd klimaatdebat wel voldoende oog houdt voor een evenwichtige bescherming van die rechten en vrijheden."

Plannen waarbij de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht geweld wordt aangedaan houden eveneens een groot risico in. Zoals ook de voorstellen waarbij de rechtsgelijkheid en rechtszekerheid in het geding zijn fundamentele aantastingen van rechtsstatelijke beginselen zijn.

In het algemeen geldt voor partijpolitieke voorstellen: "daar waar wettelijke bepalingen niet langer meer wenselijk (zouden) zijn, is het op democratische wijze aanpassen van wetgeving de enige juiste rechtsstatelijke route." Het op losse schroeven zetten van internationale verdragen is eveneens risicovol. Let wel: voor alle betrokkenen, ofwel de gehele samenleving. Men kan opschrijven wat men wil (zoals dat ook in budgettair opzicht geldt), bij de uitvoering van een en ander zal blijken of en in welk opzicht voorstellen reëel, zinvol en consistent (kunnen) zijn.


[2] Het betreft hier het rapport van de door de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) ingestelde commissie die de rechtsstatelijkheid in verkiezings-programma’s doorlicht. (nov. 2023). Zie voor de onderscheiden standpunten plus de verantwoording het volledige rapport bij:

NOvA-commissie: ruim helft verkiezingsprogramma’s voldoet niet volledig aan minimumnormen van de rechtsstaat | Nederlandse orde van advocaten (advocatenorde.nl)