Voetnoten van de geschiedenis: getroebleerd moreel geweten
Gebieds-, grondstoffenroof en exploitatie zijn door de eeuwen heen immer met 'nobele', dan wel abjecte vijandbeelden gelegitimeerd. Daarin hebben ook Nederlanders zich niet 'onbetuigd' gelaten. [1] De koloniale geschiedenis moge dan met de dekolonisatie formeel zijn beëindigd, het kolonialisme behoort daarmee allerminst tot het verleden. Tot op de dag van vandaag is er sprake van een verwoede – en vaak nietsontziende – wereldomspannende strijd om lucratieve 'means and resources'. Ofwel om beslag te kunnen leggen op al datgene wat nationale en particuliere kassen kan spekken en economische posities kan 'consolideren'. Wie derhalve meent dat de tijd van rabiate uitbuiting voorgoed voorbij zou zijn kleunt mis en steekt zijn kop in het zand voor structurele (machts)ongelijkheid en alles wat daarmee samenhangt. Van vrijhandel is minder sprake dan velen denken, want deze veronderstelde 'vrijheid' gaat meestal ten koste van degenen die van hun bestaansmiddelen worden beroofd ook al wordt dit toegedekt met allerlei drogredenen zoals 'vooruitgang'. Van gelijkwaardigheid is doorgaans geen sprake, van afhankelijkheid des te meer. Zo regeringen – waaronder de Nederlandse – in het (recente) verleden wat dit betreft flink wat boter op hun hoofd tentoon hebben gespreid en men niet wars was van een uiterst hypocriete dubbele moraal [2], zo continueren staten en bedrijven hun greedy machtswellust op ongekende schaal. 'Globalisering' is vaak niets anders dan een welkom eufemisme hiervoor. Daar waar men vroeger sprak over 'modern imperialisme', daar worden heden ten dage veelal nog altijd dezelfde afhankelijkheidsmechanismen toegepast, ook al waakt men ervoor zich met toegepaste gewelddadige strategieën van weleer in te laten. 'Mensenrechten' kunnen immers niet meer zo makkelijk terzijde worden geschoven. Het leger kans- en rechtelozen is echter enorm en dit betreft echt geen 'natuurgegeven', maar een gevolg van nietsontziende exploitatie. Goedkoop, ofwel tegen zo laag mogelijke kosten produceren lijkt steevast het eerste gebod bij (internationale) bedrijfsvoering te zijn en daarvoor worden vele – en zeker ook minder 'verheffende' – middelen niet geschuwd. Wanneer een en ander in de ogen van betrokkenen al te 'gortig' wordt zijn er altijd 'escapes' die met 'de mantel der liefde' kunnen worden bedekt. In het uiterste geval koopt men verantwoordelijkheid af, zodat men zich gevrijwaard weet van (verdere) aansprakelijkheid. Ook formalistische 'excuses' zijn een probaat middel om al te pijnlijke (morele c.q. financiële) confrontaties uit de weg te gaan. Daarvan kennen we inmiddels de beschamende voorbeelden die niets aan de verbeelding overlaten.
De wereldhandel staat nog altijd – en zelfs in toenemende mate – bol van de hypocrisie en daar doen alle blijmoedige, dan wel verontruste ecologische gerichtheden niets aan af. De ontregelende verbanden tussen economie, ecologie en bestaanszekerheden blijven onmiskenbaar, hoezeer men ook anders wenst voor te geven. Het economisch imperialisme van de huidige tijd is een fenomeen dat niet alleen diepe wortels heeft, maar ook gekenmerkt wordt door tal van blinde vlekken. Milieu- en klimaatfanaten betonen zich wat dit betreft vaak uiterst geborneerd, om niet te zeggen naïef. Men zou beter moeten – en kunnen – weten, indien men de (eigen) koloniale geschiedenis ter harte zou nemen en de parallellen met het hier en nu beter zou doorgronden. Dan zou blijken dat morele zelfge-noegzaamheid over 'welvaartsontwikkeling', 'vooruitgang' en 'mensenrechten' misplaatst is en dat er op deze gebieden flink wat werk aan de winkel is alvorens tot megalomane visioenen te vervallen en zich te vast te lopen in kwesties die nogal tendentieus met termen als 'ereschuld' worden aangeduid, maar die echter niet (al) te veel mogen kosten en vooral geen herinnering meer aan 'gedane zaken' mogen oproepen. De boeken dienen gesloten te worden, maar ook dat zal een illusie blijken.
Frank Zappa 1940-1993 (detail) Afb. Nancy Schiff | Getty Images
De opponenten Gore (l) en Zappa (r) tijdens de hoorzitting van de
Senaatscommissie (1985)
Afb. Mark Weiss | RockScene
Afsluitend: alle verontwaardiging die uit morele paniek voortspruit blijken keer op keer oprispingen die even snel opduiken als zij weer naar de achtergrond kunnen verdwijnen. "Het morele paniekdiscours over populaire muziek dat halverwege de jaren tachtig begon, ging gepaard met een veelheid aan controverses, gemeenschapsinspanningen, juridische commentaren, politieacties en academische speculaties, die nu, zo'n drie decennia later, moeilijk te begrijpen zijn in hun intensiteit en de gepassioneerde manier waarop de kwestie ooit werd benaderd. Het ontstaan van een intens maatschappelijk probleem, waarvan wordt beweerd dat het betrekking heeft op de grondslagen van de samenleving, gevolgd door een relatief snelle verdwijning uit het publieke debat is een typisch kenmerk van morele paniek. De discussies komen en gaan, maar de zaken zullen niet meer hetzelfde zijn als voorheen. Sinds de invoering ervan in 1985 is muzieketikettering een [Amerikaans] feit in de hedendaagse populaire muziek. En hoewel de effecten ervan onzeker blijven, roept de kwestie nu weinig of geen discussie op. Net zoals dat ooit het geval was voor problemen als de dreiging van margarine (Ball & Lilly, 1982) of gekmakende reefer [cannabis] (Stringer & Maggard, 2016), is het grootste deel van de populaire muziek in het huidige internettijdperk genormaliseerd […]", schrijft socioloog Mathieu Deflem van de Universiteit South Carolina. [4]
Of deze 'kwestie' verder nu wel of niet ter discussie staat en of 'normalisatie' hier niet wordt verward met processen van culturele mainstream-adaptatie, het blijft een feit dat morele scherpslijperij de pluriformiteit van de samenleving niet ten goede komt. Zeker niet wanneer elke vorm van 'deviantie' met 'onpatriottische', dan wel gezagsondermijnende terminologie wordt gediskwalificeerd en afgedaan. 'Oppositioneel gedrag' heeft het al zwaar genoeg. Daar behoeven geen kwalijke scheppen bovenop te worden gedaan. Vrijheid van expressie, alsook levensinrichting – hoe 'onwelkom' voor sommigen ook – blijft ondanks alle (voorbijgaande) stormen van verontwaardiging te allen tijde de moeite van het verdedigen waard. Want voordat men het beseft belandt men in een schemergebied waarin alle (fragiele) vrijheden het nakijken hebben, zoals de geschiedenis leert en waartegen constituties niet voor niets een dam beogen op te werpen. Met een beroep op constitutionele rechten anderen hun rechten misgunnen of willen ontnemen is de slechtst denkbare wijze van 'bescherming' tegen zulk een neergang, zoals eerder tijdens de jaren '50 bij de paranoïde massahysterie waarmee de heksenjacht op 'on-Amerikaanse activiteiten' werd uitgevoerd is gebleken. Dat blijft de paradox die doorgrondt zal dienen te worden. Zeker door moraalridders die zich boven de wet verheven, dan wel 'moreel superieur' achten.
Met etikettenplakkerij (labeling) komen we er niet. Noch in letterlijke, noch in meer abstracte betekenis. Integendeel, het moge de wereld 'netjes' in al dan niet geruststellende categorieën pogen te ordenen, het doet ondanks het trachten te benadrukken van diversiteit alle sociale samenhang onnodig geweld aan. Wanneer er desondanks onderhuids een min of meer algehele consensus wordt gesuggereerd die naar culturele uniformisering zweemt, dan is men verder van huis. In zoverre waren 'the Wives' méér dan een temporeel symbool van discutabele 'burgerzin' en vertegenwoordigden zij een gedroomde 'moral majority' die evenwel machtige secondanten had. De musici en andere kunstenaars die zich verzetten mochten het grootste gelijk aan hun kant hebben, de commercie waar zij, naast hun artistieke vrijheden, ook deel van uitmaakten had het laatste woord. En die trekt zich – zoals bekend – weinig van morele scrupules aan, tenzij dat minder lucratief is. Daarmee bleek zij de (schaapachtig) lachende derde. Tot tevredenheid blijkbaar van degenen die zich als slippendragers van de macht hadden opgeworpen. Zo was de cirkel weer rond en kon men zich blijven voorstaan op een (discutabele) moraal die uiteindelijk tot niets verplichtte. Window dressing in optima forma, maar de messen bleven geslepen ook al zag een en ander er oppervlakkig gezien anders uit. Dat zelfs de democratie onder vuur zou komen te liggen had men niet verwacht, maar Trump en zijn kornuiten zouden de voorgestane 'moraal' onder verwijzing naar 'rechtmatigheid van de normaliteit' nog een handje verder naar absurde hoogten opstuwen. We kennen de echo's hiervan ook in de eigen samenleving maar al te goed.
In zoverre zijn deze beschouwingen allerminst 'voetnoten', maar verwijzen zij naar ontwikkelingen die meer tot alertheid zouden nopen dan wellicht op het eerste gezicht lijkt. Zowel de aberraties van de koloniale geschiedenis als de voortgezette mechanismen van onderdrukking en marginalisering blijven de collectieve aandacht vragen. Van 'voorbijgaande aard' is een en ander zeker niet.
[3] Tipper Gore was de oprichtster van de Parents Music Resource Center (PMRC) die midden jaren tachtig stelling nam tegen 'gezinsondermijnend querulantisme'. De vrouwen hadden via hun mannen alle connecties met regeringsfunctionarissen in Washington zoals senator en latere vice-president Al Gore en de minister van Financiën James Baker. Vandaar de bijnaam. Onder meer musici als Prince, AC/DC, Madonna, Cindi Lauper, Van Halen en anderen waren doelwit van de club. Frank Zappa bond namens vele collega's de strijd tegen de hypocrisie aan en betichtte de zelfbenoemde commissie van vergaande inmenging die in zijn ogen in strijd met het Eerste Amendement van de Amerikaanse Grondwet was. Dit amendement garandeerde immers de vrijheid van meningsuiting en drukpers. De kern van zijn aanklacht tegen de aantasting van vrije expressie luidde: "Het PMRC voorstel [tot censuur] is een slecht ontworpen stuk onzin dat geen echte voordelen oplevert voor kinderen, inbreuk maakt op de burgerlijke vrijheden van mensen die geen kinderen zijn, en belooft de rechtbanken jarenlang bezig te houden met de interpretatie- en handhavingsproblemen die inherent zijn aan de opzet van het voorstel. Ik heb begrepen dat in rechtszaken over het Eerste Amendement de voorkeur wordt gegeven aan het minst beperkende alternatief. In deze context zijn de PMRC eisen het equivalent van het behandelen van roos door onthoofding, opgeklopt als een instant pudding door de vrouwen van Big Brother." (U.S. Senate, 1985, https://ia803409.us.archive.org/26/items/Zappa_Senate_Testimony/Senate_Testimony_of_Frank_Zappa.txt) [vert. red.] Al zijn openbare verklaringen en getuigenissen werden door zijn weduwe Gail Zappa postuum gebundeld en gepubliceerd op Congress shall make no law (Zappa Records, 2010).
Torenhoge
beprijzing (die in zichzelf omkomt)
Wij spraken er al meermalen over: voortgaande (voorstellen tot) beprijzing van levenscondities legt een bom onder de maatschappelijke samenhang, het publieksvertrouwen en de solidariteit. Desondanks tuimelen de voorstellen niet aflatend over elkaar heen alsof daarmee 'het grote geluk' binnen handbereik zou komen. Men schijnt niet te willen leren, maar krampachtig aan ontregelende rekenmodellen te willen vasthouden. Totdat de bom barst. Niet alleen een makke van rechts, maar zeker ook – en niet minder – van links-georiënteerden. Zo zoekt men binnen 'sociaaldemocratische' PvdA/Groen-Links-kringen naar wegen om uit de – grotendeels door henzelf veroorzaakte – politieke impasse te komen en zichzelf weer op de kaart te zetten. Maar voordat er een streep wordt gehaald door kostenopdrijvende mechanismen als
· aanhoudend oplopende kosten levensonderhoud vanwege stijgende prijzen voor consumer goods (levensmiddelen)
en de onveranderlijk hoge btw-tarieven en accijnzen
· hogere verzekeringspremies (ziektekosten; eigen risico; medicijnen)
· extra beprijzing ten gevolge van opeengestapelde milieumaatregelen (energielasten)
en aan de almaar stijgende fiscale druk vanwege centrale, provinciale en gemeentebelastingen geen einde komt, zal er ook geen einde komen aan alle 'inflatie' die door burgers nauwelijks meer opgebracht zal kunnen worden. De ontregelende beprijzingswaan blijkt grenzeloos. Desondanks blijft de politiek zich rijk rekenen over de hoofden van burgers heen. Wanneer politieke voorstellen op deze eenzijdige wijze worden gecontinueerd zal er van 'verlichting' geen sprake (kunnen) zijn, zeiden wij reeds. In dit licht bezien zijn 'politieke heroriëntaties' zoals die worden voorgestaan bij voorbaat kansloos. Zeker wanneer daarbij geen rekenschap over het optreden van de eigen politiek verantwoordelijken in het recente verleden wordt gegeven en het wat dit betreft aan zelfinzicht schromelijk ontbreekt.
IJdeltuiterij rond 'modern speeltuinbeheer'
Van 'nieuw en modern' geacht beleidsmanagement kunnen sommigen kennelijk geen genoeg krijgen. Zo wordt gesuggereerd dat allerlei zaken opnieuw 'uitgevonden' zouden moeten worden alsof men zich in vroeger tijden al niet intensief met maatschappelijke vraagstukken heeft beziggehouden en daaraan ook concreet vorm en inhoud heeft gegeven. Wie grondig kennis neemt van het vroegere Plan van de Arbeid (1935) en de gedachten die hieraan ten grondslag lagen, zal zich terdege kunnen afvragen waarom alles wat in het verlengde daarvan was opgebouwd eigenlijk op de schop moest en waarom een en ander nu in een ander jasje door dezelfde politiek georiënteerden die voor deze kaalslag hun adhesie hebben betuigd en hun medewerking daaraan hebben verleend toch weer aan de man zou moeten worden gebracht alsof er op dit gebied niets is gepasseerd. Daarvoor blijken velen echter te kort van memorie, zodat dromen zonder rekenschap meestentijds op bedrog zullen (blijven) neerkomen. Een gemengd economisch stelsel met een actieve (interveniërende en herverdelende) overheid is beslist niet nieuw. Zulk een stelsel had Nederland gedurende enkele naoorlogse decennia. Desondanks raakten partijen intern en onderling verstrikt in 'laveerpolitiek' waarbij politiek-ideologische en rechtsstatelijke dimensies grotendeels teloor gingen en het 'bouwwerk' nodeloos werd afgebroken. Een 'speeltuinmentaliteit' die tot 'participatiesamenleving' werd gedoopt resteerde. Men behoeft daarentegen niet 'naar de tekentafel' terug te keren om te kunnen bepalen wat nodig en gewenst is. Wie de maatschappelijke status quo tot zich laat doordringen wéét niet alleen wat de samenleving ontbeert, maar ook wat er te doen staat. Marginaal (dan wel 'creatief') sleutelen aan deze of gene kwestie – of het nu de arbeidsmarkt, het inkomensbeleid, of fiscale systematiek betreft – zal geen soelaas bieden. Daarvoor is de problematiek niet alleen te gefragmenteerd, maar ook te verweven geraakt. Zonder standvastige ideologische positionering zal men zich hiervan niet kunnen bevrijden, zo stelden wij reeds.
Maar men vergisse zich niet: 'meedoen' betekent weinig anders dan opdraaien voor de almaar oplopende kosten voor alle miljarden verslindende megaprojecten, zoals ook de accordering van het nieuwe pensioenstelsel die op stapel staat de zoveelste miskleun zal blijken in een lange rij van transitie- en hervormingsidiotie. Zolang dit soort (markt)aberraties de boventoon blijven voeren en hiervan niet radicaal afstand wordt genomen zullen alle als 'nieuw' gepresenteerde plannen vrijblijvende exercities blijven. Men moge er genoegzaam koutende zaaltjes (of kolommen) mee vullen zoveel men wil, men preekt evenwel voor eigen parochie die onder invloed van 'hemelbestormende nieuwigheden' allang van 'het juiste' (consistente) pad is afgedwaald, zo niet haar knopen heeft geteld en daaraan consequenties heeft verbonden. Pleidooien voor decentrale oplossingen zullen slechts leiden tot nog meer fragmentatie en de zo gewenste centrale regie niet dichterbij brengen. De blik zal beter gericht moeten worden, waarbij fundamentele beleidskritiek niet langer wordt geschuwd, maar in acht genomen. Ook die uit het (in menig opzicht dichterbij blijkende) verleden. Leve de politieke speeltuin waarin de Chinese schommel vrijuit zwaait.
Leven met en tussen (nagenoeg onverenigbare) uitersten
Een dichotome wereld versmalt op paradoxale wijze al hetgeen het leven de moeite waard maakt en perst haar in een onleefbaar zwart-wit kader. Niet alleen in (geo)politiek opzicht, maar vooral ook wat het sociale leven betreft. Indien het complete tussengebied tussen 'alles of niets' wordt ontkend, gaat alle kleur verloren en resteert slechts een minimalistisch vegetatief bestaan. Ofwel absolutistisch 'vegan-life'. Alle preoccupaties met 'gezondheid' en 'wellness' ten spijt. Evenals binaire algoritmen weinig aan de fantasie overlaten, zo verdwijnt in een volledig technocratische samenleving alle speelsheid (luciditeit) als men niet oppast. Desondanks menen velen zich vast te moeten klampen aan al hetgeen de verzameling groene guru's zich als het ideale leven voorstelt en volgen zij hun wijsheden klakkeloos na in de overtuiging daarmee een betere wereld binnen bereik te krijgen. De samenleving is al aardig op weg om zulk een 'droompark' te worden. Het onderliggende levensperspectief blijft echter al met al een schamele vertoning van ongekend narcistische ijdeltuiterij. Een en ander geheel overeenkomstig de huidige zo omstandig gepropageerde levensstijl die meer toedekt dan onder ogen ziet.
Men dwaalt daarmee steeds verder af van gerichtheden die realistische oplossingen dichterbij zouden kunnen brengen zonder dat die ten koste behoeven te gaan van the many joys of life. Het is dan ook zeker niet zo dat 'milieubezorgden' alle wijsheid in pacht hebben. Daarvoor ontbreekt het doorgaans te veel aan adequate positiebepaling waarbij de nadelige en schadelijke kanten van het moderne leven in een juiste (proportionele) context worden bezien. Wanneer men bijvoorbeeld meent dat met kleinschaligheid te hooi en te gras het getormenteerde bodemgebruik wel genoegzaam binnen de perken zal kunnen worden gehouden en de veestapel tot werkbare proporties kan worden ingeperkt om vervolgens de gekoesterde biodiversiteit alle ruimte te geven, dan staart men zich blind op ecologische vergezichten die de werkelijkheid van een massacultuur terzijde schuift. Die blijft echter net zo relevant als alle fraaie en minder welkome biologische aspecten van het leven zelf. Het gaat derhalve niet om of het één of het ander, maar om te streven naar werkbare gerichtheden die zowel natuur als cultuur in hun waarde laten. Ook al is die (massa)cultuur reeds flink uit haar voegen gebarsten en lijken productie en consumptie onstuitbaar. Om het vervolgens te doen voorkomen alsof 'een plantaardig leven' tegen zulke realiteiten zou zijn opgewassen is derhalve de kop in het zand steken. We leven niet in een sprookjesbos en zo'n 'bos' is ook niet wenselijk. Dromen over pastorale eldorado's is tegen de achtergrond van de uitgedijde industriële samenlevingsordening een zwaktebod. Zeker wanneer marktmechanismen blijvend worden omarmd op een manier die geen tegenspraak duldt en men weigert sceptische afstand te nemen van al hetgeen als 'comfortabele geneugten des levens' wordt geacht door te gaan. Die 'geneugten' blijken vaak minder 'wellevend' dan de doorgaans omvangrijke prozaïsche aspecten ervan. De kolossale gadget-industrie weet er overigens wel raad mee.
Een 'mild, makkelijk en menselijk' Politburo?
"We zijn geen commandosamenleving" zei Remkes bij de uitreiking van de aan hem toegekende Machiavelliprijs 2023. Desondanks gedraagt de coalitie zich wel als zodanig en meent zij daartoe op basis van verstrekte kiezersmandaten het volste recht te hebben. Daar wringt de democratische schoen, want kiezers brengen hun stem op partijen en hun (tamelijk vrijblijvende) programma's uit en 'accorderen' daarmee slechts op formele wijze toekomstige beleidsbeslissingen die weliswaar 'in hun naam' worden genomen, maar zeker niet in alle (of de meeste) gevallen hun instemming hebben. Er dient derhalve onderscheid gemaakt te worden tussen formele en inhoudelijke instemming. Er simpelweg vanuit gaan dat deze begrippen 'per definitie' zouden samenvallen is een ontkenning van deze controverse en doet afbreuk aan het democratisch besluitvormingsstelsel, daar het parlement hierdoor nagenoeg buitenspel kan worden gezet (zoals maar al te vaak gebeurt).
'Mild en menselijk' is een en ander zeker niet, wel makkelijk. Rutte c.s. gedragen zich dan ook niet als democraten, maar als autocraten pur sang. Het getal van 76 vormt daarvoor blijkbaar de 'legitimering'. Hoe men het echter ook wendt of keert, het blijft regeren per decreet. Ofwel 'op commando'. Al het 'overleg' met daartoe geselecteerde gremia moet slechts de indruk wekken dat er van 'beraadslaging' sprake is, maar de geslagen 'paaltjes' zijn meestal onwrikbaar. Hooguit wordt er additioneel wat gepaaid om mensen c.q. categorieën over de streep te trekken. Dat is al.
De democratie
wordt op deze wijze uitgehold en gereduceerd tot 'koppen tellen' en dat heeft
met gezonde deliberatieve verhoudingen weinig te maken. Het (vertrouwens)contract
tussen burger en staat wordt hiermee op losse schroeven gezet.
Is dit 'machiavellisme'?
Welnee, Machiavelli pleitte niet voor grenzeloos opportunisme, maar voor realisme tussen doelen en middelen. Zoals ook Remkes en anderen hier
voortdurend op aandringen. Daar hebben de beleidsverantwoordelijken echter geen
boodschap aan. Men waant zich sacrosankt en ver boven zulke kritiek verheven.
De coalitie stààt en daar komt nu eenmaal geen oppositie aan te pas,
hoezeer men ook anders moge menen. Einde discussie (met de stilzwijgende
toevoeging: 'dan moet men maar anders stemmen'…).
Met andere woorden, 'dualisme' (zoals het staatsrechtelijk heet, of in Rutte's woorden: 'de uitgestoken hand') is mooi, maar men vindt het over het algemeen 'wel best' zolang de maatschappelijke druk maar niet (verder) toeneemt. Een impasse kortom die ondanks alle kritiek op het huidige stelsel en de vigerende mores nog wel even 'vooruitgeschoven' zal worden, zoals ook vele andere nijpende kwesties niet in de kern worden aangepakt. De 'democratie' rammelt evenwel. Dat is onloochenbaar.
Het luiden van de noodklok als uiting van onvermogen en onwil
Men moge de mening zijn toegedaan dat de wereld een apocalyptische ondergang tegemoet gaat, dat is nog geen reden om de eigen samenleving maar direct te grabbel te gooien in de veronderstelling dat daarmee zulk onheil kan worden afgewend. Een wel heel vreemde wijze van opereren die elke weldenkende ratio ontbeert. Ondergangstheorieën zijn er in de loop der geschiedenis in vele soorten en maten geweest, maar het huidige defaitismelijkt geen grenzen te kennen. Het 'geweten' knaagt voortdurend en men schijnt het maar niet voor elkaar te krijgen hieraan een wending te geven die uitkomst biedt. De verhouding tot de Natuur is problematischer dan ooit, ondanks dat men diezelfde Natuur blijft tormenteren alsof de bomen tot aan de hemel groeien. Wat bezielt de moderne mens eigenlijk en vooral — wat stelt men zich van het eigen kunnen nu welbeschouwd voor? Enerzijds stellen velen zich hovaardig op, terwijl men zich tevens machteloos betoont om ook maar enig nijpend probleem op te lossen. Een lamleggende spagaat die voortdurend voeding geeft tot cynische lethargie en samenlevingen tot wanhoop drijft. Burgers laten zich willoos meezuigen in een maalstroom van over elkaar buitelende plannen die evenwel zonder uitzondering op een dubbele moraal blijken terug te voeren. De hypocrisie druipt er in de meeste gevallen vanaf.
Wie de vele gepresenteerde scenario's waarmee niet aflatend wordt geschermd tot zich laat doordringen, moet vaststellen dat het gezegde 'you cannot eat your cake and have it' aan de meeste plannenmakers niet is besteed. Die malen daar dan ook niet zozeer om, als wel om het veiligstellen en verstevigen van de eigen positie. De ophef over talloze bedreigingen des levens legt hen geen windeieren en blijkt bovendien in menig opzicht in uiterst lucratieve belangenbehartiging te kunnen worden omgezet. Jazeker – 'verdienmodellen' alom. Anders gezegd: 'moraal' is big business. En daarmee kan op ruime schaal goede sier worden gemaakt, zo blijkt.
Maar wat zal er van al die 'scenario's' beklijven wanneer eenmaal duidelijk wordt dat talloze zaken en kwesties flink wat gecompliceerder blijken te liggen dan doorgaans wordt voorgewend? De vraag stellen is deze beantwoorden: hoegenaamd weinig. Dan zal ook blijken dat het laten afgaan van de vele alarmbellen grotendeels op selectieve verontwaardiging is gebaseerd en dat beleidsverantwoordelijken in het geheel niet van plan waren om de bakens te verzetten in de richting van meer verantwoordelijkheidsbesef. Alle pleidooien voor 'bewustzijnsverruiming' ten spijt. Die waren dan ook hoofdzakelijk voor 'anderen' bedoeld. Echter, zolang een en ander maar 'inpasbaar' bleef in het voorgestane beleid. Want daaraan mocht onder geen beding worden getornd. Men zal kortom van een koude kermis thuiskomen en 'de wereld' zal er in grote lijnen nog altijd hetzelfde uitzien als voor de 'transities'. Met één verschil evenwel: het leven zal in menig opzicht nog verder dichtgetimmerd blijken dan reeds het geval was. Een 'significant' resultaat waarop men beslist niet trots behoeft te zijn.
Worden hiermee zaken 'ontkend'? Geenszins. Wel aangescherpt en toegespitst. En dat gaat verder dan 'bloemetjes en bijtjes'. Ook al is men hiervan niet erg geporteerd, het laat zien dat er méér 'tussen hemel en aarde' is dan met alle 'onwrikbaar' geachte posities wordt gesuggereerd. Het ontkennen van al hetgeen het leven de moeite waard maakt is nu juist een kernprobleem van de huidige tijd. Al het gedemonstreerde compensatiegedrag kan dit probleem – ook in 'morele' zin – niet verhullen. Het luiden van noodklokken kan beter aan oprechte en ter zake kundige klokkenluiders worden overgelaten. Die weten daar wel raad mee zolang zij niet worden belemmerd en voor de voeten gelopen. Maar ook dat blijkt meestentijds te veel gevraagd.
De vroegere grimmige 'theorie' die overbevolking als grootste boosdoener aanwees (Malthus) [5] is nu ingeruild voor een minstens even discutabele apolitieke klimaattheorie waarbij men opnieuw fundamentele sociaal-economische vraagstukken als armoede en ongelijkheid buiten de gegeven politiek-economische orde meent te kunnen plaatsen en deze (louter, of vooral) aan milieukwesties meent te kunnen relateren. Zo kan de apocalyptische 'moraalfilosofie' welig tieren en hele samenlevingen in haar allesomvattende greep krijgen, zonder dat er ook maar enig uitzicht op herijking van sleetse denkbeelden wordt geboden. Samenlevingen blijven 'productiebedrijven' waarbij marketingmechanismen onverminderd als ongebreidelde geloofsmantra's gecontinueerd zullen worden en grootschalige exploitatie derhalve de onveranderlijke core business blijft. Wie hieraan iets wil doen zal het verband tussen ecologie en economie in een juiste verhouding dienen te adresseren en zich niet moeten laten verleiden tot het navolgen van ondergangsdenkbeelden. Anderzijds zijn de talloze innovatiemantra's die worden gebezigd minstens even misleidend wanneer men alle heil van de technologie verwacht en meent dat daarmee politieke benaderingen niet (meer) relevant zouden zijn. Want ook het milieubeleid is, zoals blijkt, doordrenkt met politiek-ideologische dimensies die een grotere rol spelen dan gevoeglijk wordt aangenomen. Maar dan dient men die ook voluit te benoemen en niet weg te moffelen onder het banier van 'management' dat geen tegenspraak duldt. 'Geloof' is immers niet hetzelfde als het bedrijven van politiek, ook al verlaten velen zich op zulke denkbeelden.
Economen, sociologen en vele anderen hebben zich zand in de ogen laten strooien en zijn verstrikt geraakt in een 'management- c.q. corporatistisch verzuilingsnarratief' dat de ingrijpende regressieve beleidsomslag van de jaren '80 en '90 nauwelijks weet te positioneren en te doorgronden, maar botweg naast zich neerlegt dan wel met de mantel der liefde bedekt. Men meent daarmee evenwel nog altijd aan 'de goede kant' van het politiek spectrum te staan, maar beseft niet dat zo'n opstelling een voedingsbodem blijft voor het 'onbetwistbaar' geacht continueren van het neoconservatieve afbraakbeleid. Als het aan de verzameling hardliners van links tot rechts ligt is de wereld zwart-wit en moet dit vooral ook zo blijven. Het gaat derhalve niet (louter) om onmacht, maar vooral om (politieke) onwil wanneer fundamentele kwesties niet adequaat ter hand worden genomen, of wanneer men meent dat alle kwesties en vraagstukken onder één en dezelfde noemer kunnen worden geschaard. Als er al een gemeenschappelijke noemer zou zijn, dan zal die eerder in een juiste economische analyse zijn te vinden dan in een nieuw geloof, want we weten inmiddels na de overigens terechte economische elaboraties van Marx maar al te goed wat (al dan niet hoopvolle) vermenging van zulke zaken teweeg brengt. Men zij dus gewaarschuwd.
[5] Malthus, T.R. An Essay on the Principle of Population as It Affects the Future Improvements of Society, with Remarks on the Speculations of Mr. Godwin, M. Condorcet, and Other Writers, 1798. In tegenstelling tot waarvan Malthus uitging, zou de bevolkingsaanwas pas afnemen (dan wel stabiliseren) wanneer er een zeker welvaartsniveau zou zijn bereikt, zodat niet simpelweg de bevolkingsgroei maar de sociaal-economische ontwikkeling van samenlevingen bepalend is voor het al dan niet ontstaan van voedseltekorten. Daarin speelt tevens de ontwikkeling van nieuwe landbouwtechnieken een niet te onderschatten rol.
Auxilitas en fidelitas: at your service!
Wie de trits 'vluchten', 'vechten' en 'berusten' in ogenschouw neemt en zich afvraagt wat werkelijk leiderschap en staatsmanschap behoeft, kan niet anders dan concluderen dat het vele beleids- en bestuursverantwoordelijken aan dienende kwaliteiten ontbreekt. De monomane dwangmatigheid waarmee beleidsbeslissingen worden opgelegd getuigt niet bepaald van een diepgeworteld besef van service au public, ofwel publieke dienstverlening. Een 'dienende overheid' is dan over het algemeen ook meer een (retorische) wensdroom, dan dat zulks in de dagelijkse bestuurspraktijk wordt geëffectueerd. Bescheidenheid in aspiraties is bij alle nogal megalomane plannenmakerij vaak ver te zoeken. Dit is niet alleen vaak een kwestie van gebrekkig persoonlijk kaliber, maar vooral ook van een doorgeslagen politieke cultuur. Wie zich mandaten toe-eigent ter legitimering van ongebreideld handelen is een publiek ambt onwaardig. Wanneer het bij hooggeplaatste functionarissen aan het geven van rekenschap ontbreekt maakt men zich al snel onderdeel van vormen van belangenbehartiging die met democratische verhoudingen en verantwoordelijkheden weinig hebben uit te staan. Zo kunnen monarchieën evenals andere hiërarchisch georganiseerde bestuurssystemen alleen blijven bestaan indien men zich bewust is van het veelal feodale karakter hiervan en betrokkenen zich realiseren dat zulke stelsels per definitie hoe dan ook met (moderne) opvattingen over dienstbaarheid en het afleggen van verantwoording blijven schuren. De recente inauguratie van Koning Charles III was dan ook een bewuste poging om de Britse monarchie nieuw leven in te blazen en het koningschap meer bij de tijd te brengen, i.c. op de pluriforme werkelijkheid af te stemmen. Hoe goed bedoeld ook, het blijft de vraag of dit koningschap het toonbeeld van dienstbaarheid zal (kunnen) zijn waarop nu de nadruk wordt gelegd. De vele ongerijmdheden in het leven van alledag kunnen niet verhullen dat het onderscheid tussen 'upstairs en downstairs' nog altijd een niet te miskennen werkelijkheid is. En zeker niet alleen in het verscheurde Verenigd Koninkrijk. Ook in Nederland regentenland is er wat dit betreft geen reden om zich op de borst te kloppen, daar dit gegeven de veronderstelde egalitaire maatschappelijke realiteit flink blijkt te doorkruisen. Wie zich een 'verbindende factor' wil betonen zonder daarbij oog te hebben voor de talloze destabiliserende beleidsontwikkelingen zal in elk geval de plank misslaan en tot 'eenzame hoogte' met weinig impact veroordeeld blijven. Dat geldt niet alleen voor al dan niet gekroonde staatshoofden, maar evenzeer voor vele anderen in het bestuurlijke domein. Burgers zijn geen onderdanen en dienen ook niet als zodanig behandeld te worden, noch zich op deze wijze op te stellen. Slechts dan kan er voortgang worden geboekt die het welzijn van allen ten goede komt. Alle verklaarde loyaliteit met royalty, dan wel met 'Volk en Vaderland' ten spijt. De vele nationalistisch getoonzette affiniteiten die burgers worden voorgehouden (dan wel hen worden toegedicht) zullen eerst eens grondig tegen het licht gehouden moeten worden alvorens van zulk een voortgang sprake kan zijn. Daarvoor lijkt de tijd bij alle (immer toenemende) neoconservatieve tendensen echter nog lang niet rijp. Men klampt zich liever vast aan tamelijk vermolmde structuren, dan dat hiermee werkelijk schoon schip wordt gemaakt. Samenlevingen zijn in menig opzicht nog ver verwijderd van wat moderne volwassenheid behoeft. Zeker ook als het om (internationale) conflictbeheersing gaat, zoals voortdurend blijkt. Zo makkelijk als het soms lijkt komt men niet van het belaste verleden los, maar spelen 'gedane zaken' voortdurend een indringende (ongemakkelijke) rol. [6] Het verleden zal de mens blijven achtervolgen zolang het aan ferme positiebepaling blijft ontbreken die deze zaken niet met de mantel der liefde bedekt, maar de hieruit te trekken (vaak pijnlijke) lessen voluit ter harte neemt. Dan zal het 'at your service' pas werkelijk gestand kunnen worden gedaan.
[6] Zo zijn er nogal wat WOII oorlogsveteranen die nimmer persoonlijke erkenning hebben gekregen voor hun werk om anderen met gevaar voor eigen leven bij te staan en/of moedig weerstand te bieden tegen de bezetter en die pijnlijk hebben moeten ervaren hoezeer er wat 'herdenken' betreft met selectieve maten wordt gemeten. Bij latere (soms posthume) aanmelding bleek al te vaak dat 'de termijnen' waren verlopen en dat 'de procedures' hiervoor gesloten waren. Het boek kon dicht en daar deed men het maar mee.
