Koudwatervrees en de jungle van Hobbes
Overschatting van de mens en zijn mogelijkheden leidt (evenals onderschatting overigens) tot niets. Dat verklaarde Hobbes allang geleden. De mens blijft de medemens tenslotte een wolf als-ie de kans krijgt. Zulke kansen zijn er echter in overvloed en lijken in weerwil van alle morele praatjes alleen nog maar verder toe te nemen. De om zich heen grijpende totale exploitatie van mens en habitat liegt er niet om. Die stopt men evenwel niet met geweeklaag, maar uitsluitend met doelgerichte structurele maatregelen. Niet die van het bedenkelijke sentimentele soort, maar met politiek-economische beleidsadressering die het ideologische debat niet schuwt of taboe verklaart. Want dat is de (politieke) kop in het (vermarkte) zand steken. Slechts diegenen die bereid zijn de financieel-economische ordening als geheel in ogenschouw te nemen zullen een zinnige bijdrage hieraan kunnen leveren. Alle anderen zullen gedwongen worden zich tot meelopers te laten reduceren zolang men de ogen hiervoor niet opent. Consumentenmacht is evenals democratische macht relatief indien de massieve plutocratisch-oligarchische structuren en mechanismen onveranderd blijven en burgers stelselmatig op het tweede plan gezet blijven worden. Wie er ook aan de macht zullen zijn en welke vergezichten men ook moge willen presenteren. Want de politieke cultuur is dermate gecorrumpeerd (c.q. in verval) geraakt dat hiervan in dit opzicht weinig te verwachten valt. De partijendemocratie is meer met zichzelf dan met samenlevingsbelangen bezig en schaart zich nog altijd bereidwillig achter perfide denkbeelden die deze belangen meer schade toebrengen dan dat zij ontregelde zaken ten goede weet te keren. Het voortgaande lachwekkende gejubel hierover geeft geen pas en is weinig anders dan een jammerlijke demonstratie van kortzichtigheid en onkunde. Waar blijft de moed (fortitudo) om zaken werkelijk ter hand te nemen zoals het betaamt en ook alleszins mogelijk zou kunnen zijn? De nood is hoog, maar de urgentie ontbreekt veelal. Kennelijk smijt men liever met onbestemde miljarden dan deze gelden voor zinnige zaken aan te wenden. De prioriteiten liggen dan ook volledig verkeerd.
Nu behoeft men Hobbes zeker niet in alles als ultieme maatstaf te nemen om in te zien dat het menselijk tekort lang niet zo simpel naar gewenste attitudes valt te modelleren. Van dit soort pogingen hebben we al meer dan genoeg ellende gezien. Zo wie zo is het willen 'modelleren' een uiterst discutabele en hachelijke zaak. Zeker in de verkeerde handen. Intrinsieke motivatie die stevig geworteld is is tenslotte altijd beter dan aansturen op gedwongen aanpassing (conformistische 'reflexiviteit'). Zo blijkt het financieel paaien van burgers net zo contraproductief als hen verleiden tot politiek-correcte meegaandheid. Burgers zullen altijd hun persoonlijke belangen in de gaten blijven houden en niet accepteren dat deze tot speelbal worden gemaakt. Of men daarmee ook het algemeen belang dient is echter twijfelachtig indien het persoonlijke onvoldoende in verband met het collectieve belang wordt gebracht. Dan resteert – en regeert – louter het selectieve deelbelang dat slechts enkelen ten voordeel strekt. De 'wolf' heeft dan als veelvraat vrij spel. Er zal kortom paal en perk aan exploitatieve krachten en machten dienen te worden gesteld wil men de samenleving de ondermijnende consequenties van zulke gerichtheden (kunnen) besparen.
Jazeker, dat is ideologie ten voeten uit en de technocratie voorbij. Wat is daar mis mee? Wie zich ook maar enigszins verdiept in politiek-bestuurlijke ontwikkelingen kan er nu eenmaal niet omheen dat juist de vermeende 'ont-ideologisering' die tot depolitisering leidt een fopspeen is die samenlevingen veel kwaad heeft gedaan, daar het de oorzakelijke kern van fundamentele vraagstukken buiten beschouwing laat. Vele beleidsmatig gehanteerde drogredenen zijn er het gevolg van geweest. Het om deze hete brei blijven heendraaien zal leiden tot een soep die vele malen heter wordt gegeten dan zij wordt opgediend. Bon appetit. Wie in politiek opzicht nog iets wil voorstellen ('het verschil wil maken') zal er niet onderuit komen zich rekenschap te geven over de teloorgang van de portee waarmee samenlevingsbelangen dienen te worden aangevat. Dat betekent een volledige repositionering van al hetgeen men vandaag de dag als 'maatschappijkritisch' meent te moeten verstaan. Want van serieuze kritiek die verder gaat dan wat 'surfacing' wil men – en met name 'links' – niets meer weten daar velen zich volledig met businessmodellen hebben geïdentificeerd. Dacht men nu werkelijk dat men met 'gendergelijkheid' de klassenmaatschappij voorbij was en dat 'verdienmodellen' de noodzaak voor stevige sociale zekerheid irrelevant zouden laten zijn? Kom nu toch en word eens wakker! Met name het jonge volkje waant zich daarmee flink 'bij de tijd', maar beseft niet dat de boel hen volledig ontglipt en dat de kaarten elders worden geschud. Voor velen zal deze oproep evenwel een bridge too far, want teveel gevraagd blijken te zijn. Desondanks ontkomt men er niet aan en zal men eraan moeten geloven dat steeds meer burgers zich ambivalent gepatroniseer niet langer meer gedwee zullen laten welgevallen. Of organisaties en instellingen als de AIVD of SCP dit nu met 'lede ogen' aanzien, of niet. 'Querulantisme' lag immers altijd al aan de wortel van contestatie tegen ongebreidelde machtsuitoefening en dat blijft ook zo. Alle 'revisionisme' of koudwatervrees ten spijt.
De politieke cultuur is niet alleen failliet, maar heeft dit faillissement volledig over zichzelf afgeroepen en derhalve aan haar eigen wankelmoedigheid te wijten. 'De burger' moge dan voortdurend als boosdoener en zondebok worden opgevoerd, het zijn toch echt de politieke organisaties zèlf die het beleidsmatig hebben laten afweten en onverantwoord achter hersenschimmen zijn aangelopen. Niet alleen het probleemoplossend vermogen is bedroevend, ook de representativiteit van het beleid is allang ver te zoeken en kalft zienderogen verder af. Deze uitholling van het politieke bestel heeft een vacuüm opgeleverd dat nagenoeg onherstelbaar zal blijken indien men op dezelfde weg zal voortgaan en niet bij zinnen komt. Een 'nieuw sociaal contract' zit er onder deze omstandigheden niet in. Wie nu nog meent dat het beleid in juiste handen is, dan wel met een paar handgrepen in balans kan worden gebracht is ernstig van de werkelijkheid vervreemd en kan zich gevoeglijk bij de groep 'verwarde personen' aansluiten. Het in zichzelf gekeerde solipsisme heeft haar langste tijd gehad. C'est fini. (U had het over 'medemenselijkheid'…?)
Bij alle gekrakeel over levensvatbaarheid en -bestendigheid is er uiteindelijk maar één levensbron en dat is de zon. Dat geldt ook voor de zompige polderdelta. Dus wat men ook allemaal (klimatologisch of anderszins) denkt te vermogen, zonder (zonne)warmte gaat het niet. Dat wil echter niet zeggen dat solar energy het overkoepelende toverwoord voor alles is, maar vooral dat men niet moet denken deze bron zonder consequenties door grenzeloze steriliteit te kunnen vervangen. Het leven moge zich in een broeikas voltrekken, maar is geen laboratorium of broedkas. Het blijft een carnaval des animaux. Zo bezien is het des te wranger dat men wel dierenwelzijn promoot, maar tegelijkertijd (andere) mensen de oorlogsdood tegemoet laat gaan alsof het een onontkoombaar natuurverschijnsel betreft. Als dat geen selectieve verontwaardiging is… . 'Animal farm' is echter allang geleden volledig gecorrum- peerd. En niet alleen in de Sovjet-Unie. Wat meer zelfreflectie zou de mens niet misstaan. Wie zich anders gezegd in de human zoo een aureool van superieure onaantastbaarheid denkt te kunnen aanmeten moet oppassen zich niet te laten verblinden. Paranoia ligt dan op de loer. Uiteindelijk gaan de merels na hun welluidende dagopening pas weer zingen als de (avond)rust intreedt. Niet eerder. Het blijft tobben op de apenrots en 'a little solace' is ver te zoeken.
Jenseits Gut und Böse
De Verlichtingsfilosoof Kant stelde dat een vrede die verder reikt dan simpel de afwezigheid van oorlog(sgeweld) en alle exploitatie achter zich zou laten bereikt zou kunnen worden door een rechtgeaard onderscheid te maken tussen goed en kwaad, maar dat de mens met zijn «reine Vernunft» daar nog ver vanaf staat. Dat was zo'n twee-en-een halve eeuw geleden, maar is nog altijd hoogst actueel gelet op alle sentimenten waarmee samenlevingsvraagstukken en conflicterende belangen doorgaans worden benaderd. In dit opzicht is de mens dus nog maar weinig opgeschoten en is men blijkbaar aan 'ware' Verlichting nog lang niet toe. Zeker wanneer men hierbij in ogenschouw neemt dat Spinoza nog veel eerder tijdens de vroege Verlichting op de zuivere rede een welluidend beroep deed. Nederland het land van de 'radicale Verlichting' (zoals Jonathan Israël beschrijft)? Ongetwijfeld een bakermat, maar daar is weinig méér mee gedaan dan een standbeeld of een incidentele herdenking. Men is het eigen radicale verleden vergeten, of wil daaraan niet meer worden herinnerd. Dat geldt zeker ook voor de Patriottentijd als opmaat voor de Franse Revolutie. 'Het goede' en 'het kwade' worden bij alle obsessieve preoccupatie met de actualiteit dermate in een (ver)simpel(d)e mal gegoten – en zijn zo gecorrumpeerd geraakt – dat elke ruimte voor nuance ontbreekt, dan wel verdacht of onmogelijk wordt gemaakt. Een ernstige regressie met niet minder ernstige consequenties. Morele moed (fortitudo - Spinoza; Susan Neiman) is dan ook ver te zoeken. De hypocrisie regeert en doodt elke weldenkendheid. Wat 'redelijk' lijkt of als zodanig wordt voorgewend, blijkt bij nadere beschouwing vaak op opportunisme neer te komen en kan even snel wisselen als het weer. Daarmee bereikt men geen stabiliteit, laat staan de door Kant bepleite (wereld)vrede die gestoeld is op eerbiediging van de mensenrechten. Deze categorische imperatief is dan ook aan veel beleidsverantwoordelijken niet besteed. Desondanks waant men zich superieur aan zulke overwegingen en meent men dat met 'Realpolitik' goed en kwaad naar gewenste schema's gemodelleerd kunnen worden. Het realiteitsgehalte ervan is echter minimaal, zo niet compleet afwezig. Men zwalkt en doolt dat het een lieve lust is, ondanks dat de massieve propaganda anders suggereert. Moeten burgers hierin vertrouwen stellen? De vraag stellen is deze beantwoorden. Samenlevingen haken af en ieder gaat zijns weegs, hetgeen zulke beleidsfunctionarissen overigens niet zo slecht uitkomt daar het ongewenste solidariteit eveneens tot een comfortabel gewaand minimum beperkt. Zo blijft kritische contestatie binnen de perken en kan men zich ongehinderd 'moreel' blijven wanen. De totalitaire dreiging is dan ook minder illusoir als het lijkt. Alle 'newspeak' getuigt er in niet te miskennen mate van. Het aangepaste vocabulaire blijkt het ideale vehikel om op eufemistische wijze vele gehanteerde drogredenen ('nonsense upon stilts' – Bentham) te maskeren. Het 'bij de tijd' zijn is daarom net zo discutabel als menen dat de technocratie louter een uiting zou zijn van menselijk vernuft en dat alle vooruitgang hieraan zou zijn toe te schrijven. Die vooruitgang blijkt relatief, zo niet uiterst ambivalent. Beleid en bestuur zijn nog verre verwijderd van wat met consequent respect voor menselijke waardigheid bereikt zou kunnen worden. Maar ja, dat is tenslotte iets voor dromers… . De ratio rammelt evenwel flink en vertoont ernstige tekenen van zinsbegoocheling en verkalking. Dat voorspelt weinig goeds. Vooral voor degenen die het nieuwe feodalisme stevig willen aanpakken. Want daar ging het tenslotte bij het Verlichtingsdenken om: dat de mens zichzelf zou bevrijden uit georganiseerde knellende verbanden zoals feodalisme, kolonialisme, knechtschap, exploitatie en patronisering. Niet alleen wat grootgrondbezit, geloof en Kerk betreft, maar niet in de laatste plaats ook uit autoritaire politieke verhoudingen. Met de gevestigde democratie en rechtsstaat werd daarmee een flinke stap gezet, maar ten gevolge van de voortgaande erodering van deze instituties zijn we in menig opzicht terug bij af. Mensenrechten blijken te vaak een papieren tijger; de Universele Verklaring is op sterven na dood daar staatslieden hieraan slechts selectief 'boodschap' menen te kunnen hebben. Instellingen die de internationale rechtsorde beogen te beschermen zijn verworden tot krachteloze fora waar de verstikkende bureaucratie evenals in nationale staatsinstellingen welig tiert. Weinig reden kortom tot zelfvoldaanheid, maar des te meer tot alertheid en activisme. Niet van het 'plakkerige' (dweperige) soort, maar vooral daden die werkelijk zoden aan de dijk zetten en getuigen van een zelfbewustzijn dat het belang van adequate toepassing van behartigenswaardige inzichten uit de politieke filosofie noch politieke economie miskent. 'Modern management' is een erbarmelijke compensatie voor een schromelijk gebrek hieraan en dient dan ook fel bestreden te worden. Kom er eens om vandaag de dag. Huidige leiders hebben aan dit alles geen boodschap meer. Zij wanen zich verheven boven alle filosofische 'muizenissen' die hun hooggestemde ambities ook maar enigszins zouden kunnen dwarsbomen. Het wordt daarom tijd dat zulke figuren van het toneel verdwijnen en worden vervangen door consciëntieuze personen die met wet en recht geen loopje nemen. Dat gaat echter niet vanzelf maar zal moeten worden bevochten, zoals ook de feodale structuren van weleer niet uit zichzelf verdwenen. Eenieder die desondanks denkt dat het modern leven zulke kwesties irrelevant zou maken vergist zich deerlijk.
- wordt vervolgd -
