Tijdingen
 
Januari 2023 
 

Moeten, kunnen, willen

Klimaat- en milieuproblematiek zijn de grootste vraagstukken van deze tijd, zo wordt gezegd. De vraag is echter of dit zo is - en vooral of hieraan niet fundamentelere vraagstukken ten grondslag liggen die met zulke opvattingen veelal worden weggemoffeld, waardoor deze problematiek niet de aandacht krijgt die het verdient en zij niet op een juiste, dat wil zeggen zinnige wijze, wordt geadresseerd. Naast massieve kapitaalonttrekking van gemeenschapsgelden, onderschikking van arbeid aan kapitaal, rammelende en kafkaëske datasystemen, versnippering van openbare ruimte, beleid en bestuur, ontregeling van bestaanszekerheden en publieke dienstverlening, blijven gemankeerde zingeving en identiteitsbepaling, alsook gebrekkige analytische samenhang en hardnekkige mythische droombeelden majeure vraagstukken van deze tijd. Het leven in een consumptief-conformistische massacultuur die zich volledig van financiële kapitaalstromen afhankelijk heeft gemaakt blijkt een woekering die de levens van mensen – méér dan met bestaande middelen en structuren 'beheersbaar' is – danig op de proef stelt en bij handhaving van deze status quo nauwelijks zicht op enige zinnige verandering biedt.

Wanneer men goedgelovig achter alle klimaatagenda's aanloopt zou men zich volgens milieu-adepten 'progressief' kunnen wanen. Zo niet, dan zou men niet 'bij de tijd' zijn en zou men zich in de ogen van zulke 'welingelichte kringen' een 'achterblijver' betonen die de vooruitgang mist, of een onzinnige querulant die zich door 'valse informatie' laat leiden. Op die 'weldenkendheid' valt evenwel heel wat af te dingen waarmee zulke kwestieuze pedanterie kan worden ontmaskerd. Ware progressiviteit kenmerkt zich nu eenmaal niet door slaafse volgzaamheid, maar door gezonde twijfel en scepsis ten aanzien van hetgeen al te gemakkelijk als 'vanzelfsprekend' wordt beschouwd. Zo getuigt de geborneerde wijze waarop over plattelanders en hun habitat wordt gesproken niet van al te grote kennis van zaken, laat staan diep inzicht. Zulk een benadering staat ver van het aloude adagium 'every valley shall be exalted' af waarmee elk kalenderjaar weliswaar opnieuw welluidend wordt afgesloten (Messiah, Handel), maar desondanks weinig met deze realiteit te maken heeft. Nu leeft men niet meer in pastorale tijden, maar dat wil niet zeggen dat alles onder de noemer 'vooruitgang' kan worden geschaard. Men behoeft niet bijzonder scherp van geest te zijn om te constateren dat veel van hetgeen onder een grootschalige industriële noemer is geschaard samenlevingen flink heeft ontregeld, hoewel naïviteit daarbij geen pas geeft, zoals ook wishful thinking niet per definitie tot een effectieve aanpak van vraagstukken leidt.

De burger 'moet' van alles, kan echter welbeschouwd weinig en loopt met al zijn goede wil tegen onverzettelijke muren op omdat de opgeworpen beelden van weinig realiteitszin getuigen. 'Muss-te', 'kann-ste', 'will-ste' (zoals het in het Rijnlandse dialect luidt) zijn dan ook evenals bij meritocratische samenlevingsoriëntaties met betrekking tot ongelijkheidskwesties het geval is geen (inwisselbare) synoniemen voor een gepropageerde attitude die ten aanzien van milieuproblematiek probleemloos kan worden voorgestaan. Al te gemakkelijk wordt verondersteld dat wat men op dit gebied beoogt wel afdoende zou zijn gelegitimeerd en dat burgers allerhande geformuleerde doelstellingen maar gedwee dienen te accepteren en na te volgen. Top-down benaderingen werken echter altijd contraproductief, zoals ook een façadecultuur van irreële 'samenspraak' zichzelf tegenkomt. Het boerenprotest stelt deze cultuur dan ook zeer terecht aan de kaak. Daarmee is niet gezegd dat 'de' boeren in alle opzichten het gelijk aan hun kant hebben, maar wel dat er zonder hen wat deze problematiek betreft nimmer voortgang zal kunnen worden geboekt, zoals dat ook geldt voor de bedenkelijke wijze waarop allerhande vraagstukken doorgaans over de hoofden van burgers heen worden aangevat. Het 'in gesprek zijn' is hiervoor geen afdoende legitimering. Niemand behoeft zich te laten 'wegzetten', ook niet onder 'hoogstaande' voorwendselen van urgentie of 'onontkoombare noodzaak'. Wanneer zaken zo 'urgent' zouden zijn als verondersteld, dan had men deze niet jarenlang op hun beloop moeten laten, of sterker: onder andere (valse) voorwendselen juist het tegendeel van het nu voorgestane beleid (zoals grootschalige 'verdienmodellen') niet stelselmatig moeten promoten. Men kan zich willen beroepen op 'verander(en)de tijden' of 'hernieuwd inzicht', het blijven twijfelachtige tournures, hoe men het ook wendt of keert.

Is daarmee alles gezegd? Zeker niet. Maar er zal zeker nog veel onder ogen moeten worden gezien alvorens men de handen voor alle ingrijpende 'transities' die nu voorliggen op elkaar krijgt. Het maatschappelijk draagvlak hiervoor is niet voor niets problematisch en ook zienderogen aan gestage afkalving onderhevig. Dit gegeven moge weliswaar tot drieste ontkenning en – vrijwel dagelijks geventileerde – counterpropaganda leiden, daarmee zal men het tij niet kunnen keren. De burger is nu eenmaal niet meer zo makkelijk geneigd alles voor zijn rekening te nemen wat stelselmatig onder de tafel is geveegd. Hij heeft andere zorgen aan zijn hoofd, zoals het kunnen blijven betalen van rekeningen en allerhande kosten die hem zonder pardon worden opgelegd. Wij zeiden het reeds: men kan zich niet 'groen' betuigen, zonder werkelijk links te zijn. Dat houdt in dat men aan de aloude (sociaaldemocratische) principes van welvaart-, risico- en kostendeling, alsook het zorgen voor een stevig sociaal-economisch fundament voor allen niet ontkomt. Negeert men dit, dan zal er van alle gedroomde vergezichten weinig terechtkomen en blijft men in contraproductieve cirkels ronddraaien. Een dringende (en dwingende) oproep aan al diegenen die zich graag 'progressief' betuigen. Daarbij hoort ook een niet-commerciële publieke sector die niet als grabbelton, maar als interveniërend (herverdelings)instrument ter beteugeling van 'marktfalen' wordt ingezet. Milieu- (alsook gezondheids)problematiek is voor degenen die dit onvoldoende (wensen te) beseffen in menig opzicht óók – en primair – een gevolg van de grootschalige verkwanseling van exploitatiemogelijkheden waardoor oligarchische machtsstructuren vrijelijk kunnen gedijen, ook al wil men hiervan in fanatieke milieukringen weinig weten. Met 'diervriendelijkheid' of 'oppassend (consumenten)gedrag' alléén komt men er niet.

Kortom eerst afstand van het ongebreidelde marktdenken en paal en perk stellen aan het aandeelhouderskapitalisme. Vervolgens de zaken weer in balans trachten te brengen. Niet andersom. En zeker niet het één laten en het andere er met alle geweld driest pogen door te drukken. Dat is een heilloze weg die slechts tot méér van hetzelfde leidt. De klant is allang geen 'koning' meer (zo hij dit ooit al was), maar een beter milieu begint daarentegen in eerste instantie bij de producent. Een overheid die producenten hun gang laat gaan vraagt zelve om moeilijkheden die bij effectieve interventie voorkomen kunnen worden. Maar dan zal zulke interventie ook consistent en onder strikte voorwaarden ter hand genomen moeten worden en niet selectief zoals nu vaak bij allerhande (kostbare) subsidieregelingen met blanco cheques het geval is. Het heil komt zeker niet (exclusief) van (buitenlandse) bedrijven zoals ten onrechte wordt gemeend, maar zal vooral de resultante zijn van een evenwichtige samenlevingsordening die per definitie niet aan vrije, onbeheersbare (markt)krachten kan worden overgelaten.
Laat dat een leidende gedachte voor de komende tijd zijn, opdat politieke vertegenwoordigers bij zinnen komen en zich hiervan rekenschap geven. Of men de optredende klimaatverandering nu wel of niet in eigen hand meent te kunnen nemen en een omvangrijke agro-exportsector al of niet denkt te kunnen missen en opdoeken. Dat laatste kan natuurlijk zo men wil, maar ja het lucratieve 'verdienmodel' hè… (vergelijk de gaswinnings- en Schipholbaten die nagenoeg 'heilig' waren — en zijn). De 'koopman' en de 'dominee' — het blijft een lastige combinatie. Ook, en vooral, in een sentimentalistisch-hypocriet tijdperk als de onze. (De coalitiepartners moeten met hun gerichtheden maar eens indringend om de tafel voordat de oppositionele rijen zich rondom hen definitief sluiten, zoals dat ook geldt voor 'linkse' partijen die zich gedwee naar de luimen van het neoliberalisme menen te moeten blijven voegen. 'For the better' is zulk een positionering in elk geval niet, wat men hierover ook beweert. If you can't beat them, join them moge van 'pragmatische Realpolitik' getuigen, het blijft bij gebrek aan zinvolle alternatieven een verraderlijk zwaktebod).

Bij alle scepsis ten aanzien van de parlementaire besluitvorming en cultuur zijn er gelukkig toch ook nog (individuele) Kamerleden waarin men, gezien hun nimmer aflatende strijdlust om consistent beleidsmatige misstanden en aberraties aan de kaak te stellen, vertrouwen kan hebben zoals de regelmatig optredende oppositionele samenwerkingscombinatie Omtzigt/Van der Plas/Leyten c.s. Zij betuigen zich welbeschouwd de jonge representanten van het ware progressieve elan waarmee naoorlogs Nederland onder meer met het destijds gevestigde sociaal-economisch stelsel in de vaart der volkeren werd opgestuwd en dat haar op grond hiervan een voorhoedepositie gaf. Niet alleen de opbouw, maar zeker ook de teloorgang hiervan is echter een kwestie die de tegenstelling 'links/rechts' in de politiek overstijgt, daar zowel partijen ter rechter- als ter linkerzijde hiervoor verantwoordelijkheid dragen. Opmerkelijk 'detail': de genoemde combinatie zou volgens recente peilingen goed zijn voor tenminste éénderde van het electoraat indien er nu verkiezingen zouden zijn en Omtzigt met een eigen partij aan de verkiezingen zou deelnemen. Daarmee zou men over een substantiële machtspositie beschikken die zoden aan de dijk zet.
Desondanks behoeft men niet al te euforisch te zijn, want alles gaat uiteindelijk 'de shredder' in: van (belastende) documenten, bomen, afgedankte digitale apparatuur, voedseloverschotten, niet-verwezenlijkte plannen, gedroomde vergezichten, megalomane projecten en – ten finale – tot aan de mens zelve toe. Dat moge onheilspellend c.q. fatalistisch klinken, het relativeert wel al te overspannen verwachtingen rondom alle gepreoccupeerdheid met 'dynamische vooruitgang'. Het 'hier-en-nu' moge dagelijks de gemoederen bezighouden, in the long run blijken veel zaken betrekkelijker dan zij ons toeschijnen. Wij moeten echter voort en ons ondanks dit gegeven druk blijven maken om datgene wat ons allen aangaat, te weten: de inrichting van zo gunstig mogelijke bestaanscondities in den brede. Dat vergt doorzettingsvermogen en bovenal wijsheid, die men alle betrokken verantwoordelijken dan ook onverkort en van harte mag toewensen.

O Sentiment…

Zoals volgens sommige waarnemers klimaat- en milieuproblematiek de grootste vraagstukken van deze tijd zouden zijn (zie boven), zo zou beleidskritiek voornamelijk voortkomen uit 'misplaatst sentiment'. Daarmee zou zulke kritiek 'per definitie' zijn gediskwalificeerd, terwijl nogal wat beleid zelve ook op een niet onaanzienlijke hoeveelheid al dan niet misplaatste sentimenten kan zijn gebaseerd, zoals vaker te constateren valt aan de hand van allerhande gegeven 'rechtvaardigingen' voor de beleidsbepaling. Men gaat met zulke 'waarnemingen' gemakshalve voorbij aan het gegeven dat wij in een sentimentalistische cultuur leven waarin het 'gevoelselement' zo dominant is dat er van realisme soms bitter weinig sprake is. Met andere woorden, voordat men overgaat tot diskwalificatie en men zich daarbij op een schijnbaar objectief-neutrale (waardevrije) positie laat voorstaan, zal men eerst moeten bedenken welke sentimenten al of niet in ogenschouw genomen moeten worden en waarom zulke sentimenten dan vervolgens ondeugdelijk zouden zijn. Zo zijn empathie en mededogen zeker geen verkeerde eigenschappen, evenals hulpvaardigheid en lotsverbondenheid in niet onbelangrijke mate kunnen bijdragen aan medemenselijk welbevinden. Maar wanneer deze gerichtheden in dwingend moralisme ontaarden is er wel degelijk iets aan de hand. Zo ook de wijze waarop wordt gemeend dat (woordvoerders van) bevolkingscategorieën het recht zouden hebben om te bepalen wat andere medeburgers qua levenswijze en/of denkrichting wel of niet zouden moeten navolgen. Dan kunnen 'gevoelens' een zeer kwalijke rol gaan spelen en alle (weldenkende) ratio onmogelijk maken.

Het gaat bij dit soort kwesties uiteindelijk om objectiviteit en subjectiviteit. Niet alleen een fundamenteel lastig begrippenpaar, maar ook een majeur terugkerend vraagstuk in de politiek(e besluitvorming). Ondanks dat het te prefereren zou zijn indien bij de beleidsbepaling en besluitvorming een 'objecti(e)ve(rende)' – d.w.z. merendeels feitelijke – scope en focus leidend zou zijn, moet men helaas vaststellen dat deze gerichtheid door allerhande sentimentalistische benaderingen wordt overvleugeld. Sentimenten evenwel die even snel kunnen wisselen als de waan van de dag. Met andere woorden zowel het gevoerde c.q. voorgestane beleid, alsook kritiek daarop zijn niet vrij van gevoelsmatige benaderingen met een wisselend realiteitsgehalte die in meer of mindere mate van een evenwichtig realiteitsbesef getuigen. Wanneer het ene sentiment hierbij boven het andere wordt geplaatst belandt men in een schier onmogelijke positie die het debat niet verder brengt. Slechts het onder ogen zien van feitelijke omstandigheden en ontwikkelingen zonder daarbij in weinig zeggende sjablonen te vervallen zal het zicht op de werkelijkheid ten goede kunnen komen. Maar dan moet het checken van de relevante facts wel in goede handen zijn en niet, zoals te vaak het geval is, aan allerhande luchtfietsers worden overgelaten die voor zichzelf meestentijds een te grote ruimte opeisen en maar gevoeglijk aannemen dat wat men te berde brengt zonder verdere tegenspraak wel hout snijdt. Dat is lang niet altijd het geval, zoals men vrijwel dagelijks kan constateren. Het 'gevoelselement' wordt te vaak ingezet om zwakke argumenten en/of feitelijke onjuistheden te verbloemen en het te doen voorkomen dat wanneer 'het hart' spreekt er verder weinig te debatteren overblijft. Men kan zich daarbij nog zo 'bezorgd' betonen om allerlei misstanden, daarmee zijn onrecht en ontregeling nog niet benoemd op een wijze die reële aanknopingspunten bieden – laat staan inzicht in de aan de orde gestelde materie. Het vergt kortom nogal wat om scherp waar te nemen en daaraan ook zinnige conclusies te kunnen verbinden. Overgevoeligheid en hypersentimentaliteit bieden daartoe geen juiste weg. Daarmee draait men zichzelf uiteindelijk helemaal vast. Dat tij zou gekeerd moeten worden.

Expectations 

Het armetierige en abjecte managementdenken heeft zich als een olievlek over de samenleving uitgesmeerd. Niet alleen volwassen burgers moeten eraan geloven en worden tot vervelens toe met rommelopvattingen geconfronteerd, zelfs in het (basis)onderwijs moeten jonge kinderen gekneed worden tot 'leaders' [sic] die hun lot 'in eigen hand' nemen en worden geacht daarmee zichzelf tot 'helden' [sic] te bombarderen. Dit gaat ver, heel ver, en laat zien hoe diep men inmiddels is gezonken en ontaard. Want wanneer kinderen op basis van een verwrongen realiteitsbesef volledig van hun feërieke en fantasievolle universa worden beroofd is er niet alleen sprake van een totale Entzauberung der Welt (Weber), maar tevens van geestelijke misvorming die haaks staat op alle welbegrepen pedagogie. Het realiteitsgehalte van zulke overspannen verwachtingen is ronduit erbarmelijk. Een verderfelijk conformisme dat aan de hand van een dwangmatig sanctiemodel wordt doorgedrukt en waarbij leerlingen als waren het allen whizzkids voortdurend worden gemaand te 'scoren', is exact datgene waarmee samenlevingen in ernstige mate gedesoriënteerd en ontregeld zijn geraakt. Deze stupide management-echo uit de jaren tachtig en negentig die voor (psychologische) 'wijsheid' moet doorgaan heeft al zoveel schade aangericht dat het werkelijk bizar is dat men nog altijd achter zulke waandenkbeelden aanloopt. De valse verwachtingen die aan de hand van onmogelijke, want irreële eisen bij kinderen (en hun ouders) worden gewekt verdienen nauwelijks het etiket onderwijs, maar komen neer op een vorm van indoctrinatie die in landen als Noord-Korea niet zou misstaan. Dat is geen grootbrengen, maar klein houden. En vervolgens maar lawaai maken over stress, faalangst en andere kwalen waarmee jongeren worden opgezadeld. Arme kinderen die nog slechts uiterst minimalistisch mogen 'dromen' (wat heet…) en zich het gemankeerde volwassenenuniversum van zulke 'pedagogen' moeten laten welgevallen. Schande, totaal onverantwoord en een blamage voor het onderwijs!

Dat velen er met open ogen intuinen zegt veel over de mate waarin de samenleving inmiddels met zulke fallacies gedrogeerd is geraakt. Vervreemding en valse identiteitsontwikkeling kenmerken deze drogering die tot in alle maatschappelijke uithoeken in stilte haar ondermijnende werk doet. Wanneer in het vervolgonderwijs ook nog eens overwegend, dan wel louter op zulke 'rendementen' wordt gefocust moet men niet vreemd opkijken dat gefnuikte verwachtingen tot diepe ellende leiden en mensen tot wanhoop kunnen drijven. Weerbaarheid is echt wel wat anders dan slaafse volgzaamheid, hoe men zulke aberraties (marketingtechnisch) ook moge framen. Dat vereist een gestaag en langdurig ontwikkelingstraject dat kinderen niet aan hun (bejubelde) 'lot' overlaat, maar hen kritisch leert nadenken en afstand nemen en hen laat beseffen dat het zeker niet alles 'goud' is wat er blinkt. Ook al neemt men slechts genoegen met klatergoud, dan toch (of juist). Daar ieder mens 'uniek' wil zijn en zij daardoor zoveel op elkaar lijken, zijn echte helden even zeldzaam als er zinnige wijsneuzen zijn. Over 'wijsheid' gesproken...

'Mee-eten' 

Wie uit de gemeenschappelijke ruif mee wil eten en zulke zaken 'veilig wil stellen' (voor zover dan), zal 'mee moeten doen' en vooral goede sier dienen te kunnen maken. Dat betekent dat men zich dient te onthouden van onwelgevallige kritiek en zich inschikkelijk moet betonen. Eigen waarde- en positiebepaling is niet aan de orde, zoals men ook het nemen van 'eigen initiatief' danig dient in te tomen. 'Verantwoordelijkheid' is een collectieve – merendeels procedurele – aangelegenheid. Daarop kunnen individuele personen niet worden afgerekend. Tenzij men als welkome zondebok kan fungeren. Zo zijn klokkenluiders vaak kop van jut omdat zij deze mores en de daarbij behorende hiërarchische verhoudingen doorkruisen en dit voor betrokkenen uiterst belastend kan uitpakken. De rijen dienen onverkort gesloten te worden gehouden, zodat 'pottenkijkers' geen kans krijgen. Slechts dàn werkt het 'systeem' en kan men ongestoord zijn gang gaan. Wie zich hieraan niet blindelings conformeert – en zich derhalve niet 'loyaal' betoont – ligt en/of vliegt eruit: voor hen evenzovele anderen. (Zij zijn immers nagenoeg allen 'inwisselbaar'). Met zulke verdeel-en-heers mechanismen wordt een angstcultuur gevestigd die disciplineert en wat dit betreft uiterst effectief werkt. Het zorgt voor een weliswaar verraderlijke, maar desondanks welkome 'rust in de tent'. Weinigen die hun hachje op het spel wensen te zetten – men kauwt en slikt en doet er verder het zwijgen toe. Hooguit klaagt men wat over '(on)veilige' werkomstandigheden wanneer dat zo te pas komt. Dan wordt er een 'verbetertraject' ingezet waarover men vervolgens weinig meer verneemt. De klagers worden evenwel in stilte uiterst geraffineerd 'kaltgestellt' wanneer zij amok zouden (durven) blijven maken. De repressie is totaal en alles lijkt pais en vreê. 

Overdreven of herkenbaar? Wellicht wat gechargeerd om zo in algemene termen over organisatiedwang te spreken, maar wie goed kijkt en tot zich laat doordringen wat inmiddels allang common practise is geworden, kan niet ontkennen dat het bovenstaande in opmerkelijk veel gevallen opgaat en aan de orde is. Een en ander is dan ook een direct uitvloeisel van de ontstane paradox tussen individualiteit en collectiviteit, waarbij met volledig verschillende maten wordt gemeten. Hoezeer individualiteit met termen als 'eigen regie nemen' ook moge worden gepropageerd, zulk een 'regie' is niet of minder gewenst in organisatorische verbanden waarbij men meent een gemankeerd soort collectiviteit tot in het absurde dwingend te moeten laten zijn en men van 'individuele kwaliteiten' niet is geporteerd, tenzij deze volledig 'onschadelijk' zijn (of kunnen worden gemaakt). Een dubbele moraal die ondermijnend is voor elke vorm van 'lerende voor(ui)tgang' waarmee desondanks graag goede sier wordt gemaakt. Dit geldt niet alleen voor tal van burocratische en andere organisaties, maar ook voor (interne) partijpolitieke verhoudingen en overlegstructuren. De procedure-staat is al met al flink in opmars, met ernstige consequenties voor de intermenselijke (werk)verhoudingen alsook rechten van burgers.
 
Wanneer men hierbij in ogenschouw neemt dat het overvloedige 'mee-eten' door tal van 'adviseurs' groteske vormen heeft aangenomen en zij zich collectief meester maken van een myriade aan schimmige subsidiegelden, dan is het niet zo vreemd dat niemand meer zicht heeft op wat er, weliswaar 'in naam van de burger' maar vaak tegen zijn belangen in, wordt bedisseld. Deze systematiek blijkt volledig te zijn losgezongen van de maatschappelijke werkelijkheid die feitelijk om geheel andere benaderingen en gerichtheden vraagt. Nu blijken procedures en protocollen te vaak een dekmantel voor al hetgeen men niet onder ogen wil zien, erkennen of aanvatten. Regels blijven echter altijd een middelgeen doel op zich. Een omkering is niet in het belang van de samenleving en schaadt haar samenhang, hoezeer er ook over 'verbinding' moge worden gesproken. Dat laatste is evenals het eufemistische 'wij-samen' in niet onbelangrijke mate óók een onderdeel van de goede sier waarmee graag wordt gepronkt en een façadecultuur wordt opgehouden. Wie zich schikt lijkt – voor het moment althans – weinig te vrezen te hebben, maar owee wanneer de repressieve geest zich laat gelden. Dan is niemand meer 'veilig'. Ook de 'aangepasten' niet. Want wie zaken niet serieus neemt, wordt zelf ook niet serieus genomen. Met andere woorden het 'feestje' duurt zolang het anderen – dat wil zeggen 'de organisatoren en regelaars' – uitkomt. Geen seconde langer. Wie dat niet ziet leeft in een droomwereld.

Men kan zich derhalve afvragen wie nu eigenlijk die 'freeriders' en 'freeloaders' zijn waarover al zo'n lange tijd wordt gerept. Zijn dat de (vermeend) frauduleuze burgers die van hun (sociale grond)rechten gebruik maken zoals de aloude aantijgende gemeenplaats luidde (en hetgeen voor velen zoals bekend tot ramspoed leidde), of veeleer de subsidieslurpende veelvraten die zich ten koste van de gemeenschap verrijken? De vraag stellen is deze beantwoorden. Het blijkt dat velen zich weliswaar te sappel maken om verkwisting van overheidsgeld, maar zich tegelijkertijd graag en overvloedig wentelen in de geboden financiële (subsidie)mogelijkheden zodat hun bezwaren alras in rook opgaan. We kennen het fenomeen waarmee telkens met verschillende maten wordt gemeten maar al te goed. Desondanks gaan de aanvallen op publieke dienstverlening onverminderd door alsof het zou gaan om een 'luxe' die een rijke samenleving als Nederland zich niet zou kunnen veroorloven. Deze selectieve verontwaardiging heeft al te veel schade aangericht, zodat het tijd wordt dat hiermee eens en voor altijd korte metten wordt gemaakt. Aan de slag dus en stoppen met de bal naar de verkeerde personen te kaatsen.

Wheels of fortune

De vliegwielen draaien snel — en dol, maar de samenleving beweegt zich krakend en piepend voort. Veel wordt vermalen onder discutabele premissen terwijl men kakelt over noodzakelijke transities en de ontwikkeling van doe-vermogens. Veel 'sociologiserende' prietpraat natuurlijk, want bij een werkelijk serieuze gerichtheid zou men wel anders spreken over burgers en het sociaal contract dat stelselmatig met voeten wordt getreden. (Vgl. de rechtmatigheid van budgettaire kwesties en fiscale systematiek). Onderschat evenwel niet de sluipende, maar desondanks gestage mars door de instituties waarmee een partij als D66 zich in navolging van andere bestuurderspartijen als PvdA, CDA en VVD meester heeft gemaakt van gezichtsbepalende adviesorganen als de Raad van State, de Sociaal-Economische Raad (SER), het Sociaal-Cultureel Planbureau (SCP) en meer. Tel daarbij het aanzienlijk aantal voorzittersposities, CEO-functies en commissariaten bij ondernemingen als onder meer ING, Shell, Akzo-Nobel, HAL en organisaties als VNO-NCW, DNB, de NOS e.a. op en men verkrijgt een inzichtelijk beeld over de wijze waarop de banencarrousel binnen het oligarchische conglomeraat functioneert en hoe de neoliberalen elkaar onderling de bal toespelen. Daar komt geen kiezer aan te pas en heeft met 'democratie' dan ook weinig uit te staan. Men behoeft zich derhalve over 'transities' – welke dan ook – weinig illusies te koesteren. De VVD kan vrijelijk haar gang blijven gaan en zal met behulp van bereidwillige secondanten ter linker- en rechterzijde nog menig beleidsmisbaksel uit de hoed kunnen blijven toveren.

De gerichtheden zitten elkaar in de weg en zorgen voor een sur place die verraderlijk is. Want intussen wordt er nagenoeg niets opgelost, maar verzandt juist veel in arrogante nietszeggendheid die van elke doortastendheid is gespeend. De samenleving verbijt zich bij zoveel onkunde en beziet dit alles met lede ogen. Wat kan men tenslotte werkelijk hiertegen uitrichten, zo vragen velen zich af, behalve pickin' up the pieces? Een vrijblijvende woordcultuur waarbij verantwoordelijkheden in een waas van mistige schimmigheid opgaan legt alles lam, ook al lijkt men de 'communicatie' tot in de puntjes te beproeven. Ondanks het vele spreken, zwijgt men in alle talen als het om het beleidsoriëntaties gaat en laat men het merendeels bij de adressering van excessen en trivialiteiten. Zo verwijdert men zich steeds verder van de vraagstukken die om zinnige antwoorden vragen en die daardoor ondanks alle retoriek vrijwel onaangeroerd blijven liggen. Het levert een inert schouwspel op dat het tegendeel is van de veronderstelde 'dynamiek' waarover zo hoog wordt opgegeven. De finale drogreden: andere landen doen het toch vaak beduidend slechter, dus wat wil men…?

Tja, onder deze vlag zou er nimmer enige voortuitgang zijn geboekt, want zo kan men zich altijd van elke verantwoordelijkheid distantiëren. En waarom zou men zich eigenlijk druk maken wanneer de windmolens fier in de wind draaien, de datacenters snorren en de boekhouding (virtueel) kloppend gemaakt kan blijven worden? Geen reden tot alarmering toch? Die 'inflatie' komen wij ook wel weer te boven en de oorlog in Oekraïne … ach, de goedwillenden zullen overwinnen. Is het niet nu, dan straks wel. Nee we zijn goed bezig en wie daaraan twijfelt is een zwartkijker. De pax Americana biedt tenslotte nog altijd een welkome bescherming tegen onheil. (Dat men aan de overzijde niet geporteerd is van Nederlandse handelsbetrekkingen met China moet men dan maar voor lief nemen. Er zijn wel ernstiger kwesties in de wereld). Enzovoort.
Wegkijken, ontkennen, marginaliseren — ofwel de kop in het zand, daar zijn we goed in. Want want je niet wil zien bestààt ook niet. En dat scheelt al flink wat kopzorg. Zo kunnen de lachebekjes zich blijmoedig in onschuld wentelen en behoeft niemand zich nodeloos te schamen over een gebrek aan realiteitsbesef. De 'realiteit' is tenslotte wat men ervan maakt…

Zo zijn we weer 'thuis' en draaien de raderen van fortuin op rolletjes zonder dat er verder een haan naar behoeft te kraaien. Wel zo comfortabel. Als dàt geen mastering [beheersing] is… . 'Wij' regelen onze zaakjes prima. How about you?