Links-rechts gegoochel
Speelt de links-rechts dichotomie nog een rol van betekenis in het huidige politieke discours? Men zou bij alle huidige verkiezingsophef de indruk krijgen van wel, maar is dit terecht? Wanneer men het feitelijke politieke landschap nader beziet is er welbeschouwd niet zoveel reden om te veronderstellen dat er wat dit betreft veel 'te kiezen' zou zijn. Het politieke beleid wordt al decennia gedomineerd door de neoliberale Welle die rond de jaren '80 en '90 ontstond en nog altijd niet blijkt te zijn uitgewoed. Vooral nu ook het milieufundamentalisme een innige band met het marktfundamentalisme blijkt aan te gaan en voormalige linkse partijen zich als slippendragers het gevoerde marktbeleid lijken wel te gevallen en zij dit beleid niet (langer) ten principale menen te behoeven attaqueren, kan er van daadkrachtige linkse politiek nog nauwelijks worden gesproken. Slechts de SP houdt manmoedig en eenzaam tegen de verdrukking in stand, maar ja die staan tenslotte 'slechts aan de zijlijn'. Verder zijn er niet of nauwelijks partijen die de neoliberale marktideologie nog bestrijden, laat staan dat zij er afstand van nemen. Ook de PvdA, GroenLinks of de Partij van de Dieren niet. Om over het crypto-liberale D66 maar te zwijgen. Dominant rechts heeft in tegenstelling tot wat het electoraat misleidend wordt voorgehouden van deze partijen niets te duchten, behalve wat cosmetisch tegenstribbelen voor de bühne. Want wie hielpen VVD en CDA nu eigenlijk jaren achtereen in het zadel? Waren dat nu niet vooral de PvdA en D66 die 'paars' gretig omarmden en zich bereidwillig voor het neoliberale karretje lieten spannen? Nu goede sier willen maken met 'linkse alternatieven' is wel heel erg hypocriet. De opeengestapelde crisissen van nu zijn dan ook mede door toedoen van deze partijen veroorzaakt. Verzelfstandiging, privatisering, marktwerking, decentralisatie, uitverkoop van de publieke sector en veronachtzaming van basale overheidsfuncties — allemaal zaken die nodeloos structurele problemen hebben veroorzaakt waarmee talloze burgers nu zitten opgescheept. Dat bijvoorbeeld de bouw 'op slot' zit is dan ook niet aan de agrarische sector te wijten, maar aan contraproductieve regelgeving en verdwazing waarmee men zichzelf volledig klem heeft gezet. Men had zich twee maal moeten bedenken alvorens tot verzelfstandiging van woningcorporaties over te gaan. Evenzo wat de 'hervorming' van de gezondheidszorg, of driest energie- en milieubeleid betreft. Alles zou door de (innovatieve) markt worden 'verbeterd' en 'opgelost', zo luidde de centrale gedachte. Welnu, dat heeft men geweten. Desondanks pleiten partijen nog altijd hiervoor alsof er in 40 jaar niets noemenswaardigs is gebeurd dat tot (enig) nadenken zou nopen. Waartoe dienden dan alle parlementaire onderzoeken die hierover geen misverstand hebben laten bestaan? Slechts papierwerk 'om niet'?
De werkelijke – maar nochtans geen
ideologische – tegenstellingen spelen zich tussen rechtse partijen
onderling af. Naast Wilders' PVV en Baudet's Forum, zijn daar nu JA21 en De
BoerBurgerBeweging (BBB) bij gekomen die met name de VVD en kompanen niet
aflatend dwingen tot verdergaande verrechtsing in menig opzicht. Dat
geldt voor het asiel- en immigratiebeleid, maar ook voor voortgezet marktbeleid
ook al plengt men krokodilletranen over 'maatschappelijke schade'. Enig
lichtpuntje hierbij is dat BBB zich wat deze maatschappelijke problematiek
betreft vooralsnog doorgaans tamelijk realistisch betuigt en zich over het algemeen
niet laat leiden door gelegenheidsargumenten of populariteitswaan. Desondanks
wordt 'de markt' als zodanig niet ter discussie gesteld. Forum en JA21 pleiten na
alle misère
nota bene voor het heropenen van de Groningse gaskraan. Hoe 'realistisch' wilt
u het hebben…
Nee, Rutte (of zijn doodgeverfde opvolgster
Schippers) zit nog altijd op rozen. Dat blijkt, hoe paradoxaal ook, uit alle
tussentijdse peilingen waarbij de VVD nauwelijks aan politieke macht inboet.
Zolang dit het geval blijft kan men in VVD (en D66-)kringen vrolijk blijven
lachen en alle kritiek simpelweg naast zich neerleggen. Weten burgers en
kiezers veel, die laten zich stelselmatig opnieuw paaien en al te gemakkelijk van de werkelijke oorzaken van problemen afleiden. Zo lijkt het althans. Er zijn wat dit betreft altijd genoeg (externe)
'dreigingen' waarmee als 'faits accomplis' geschermd kan worden, zoals virussen,
machtsbeluste dictators of financiële dreigingen die tot 'vastberadenheid'
nopen en waarvoor 'geen beleidsalternatieven' zijn. Daarmee blijken de gemoederen op een cynische
wijze op het eigen 'gelijk' te kunnen worden gericht. Dat kunstje beheerst
Rutte tot in de puntjes - en nog altijd met succes zo blijkt. Wie hem wat dit betreft naar de kroon wil steken behoeft
zeker niet 'van goeden huize' te komen, maar dient wèl het propagandistische politieke
marketingmétier te beheersen. Een selectief geheugen komt
daarbij uitstekend van pas (maar daar beschikken meerdere politici over...).
Daarnaast staan bewindspersonen geregeld plichtmatig
hun verhaal ('blokjes') af te draaien die hun ambtelijke secondanten voor hen
hebben opgeschreven. Van debat is dan nauwelijks sprake: 'we zijn bezig',
'zullen zien', 'moeten' (van alles en nog wat)… en zo verder. Bij concrete vragen staat men
dan te schutteren ('heb hierover nu geen informatie bij de hand'), zodat men men
eerst weer ruggespraak moet houden en 'bijgepraat' moet worden (en vervolgens 'een
brief' in het vooruitzicht stelt). Men verschuilt zich achter kennis
die men ontbeert of informatie waarover men 'niet zou beschikken' en duikt weg
voor vrijwel elke politieke confrontatie als het even te lastig wordt, met het 'argument'
dat zulks geen enkel doel dient en de 'noodzakelijke voortgang' zou belemmeren. En meer van dat soort drogredenen. Het liefst timmert men van te voren alles in commissie- vergaderingen – en vooral via coalitieoverleg – dicht. Dan weet men zeker dat men geen enkele
tegenstand behoeft te duchten waardoor posities wel eens zouden kunnen gaan wankelen.
Een laffe politieke cultuur is het gevolg.
Zo worden zaken stelselmatig getraineerd en op de lange baan geschoven, zonder dat men aanspreekbaar is en
verantwoording aflegt. De Kamer staat telkens weer met lege handen, want ook moties worden consequent afgeserveerd (of botweg genegeerd). De informatievoorziening rammelt bij al deze dilettantistische eigengereidheid. (Zie wat dit betreft de terecht veelvuldig geuite frustratie van Omtzigt en anderen met betrekking tot zulke onacceptabele handelwijzen). Men is een speelbal van de ambtelijke top, maar die behoeft zich nimmer te verantwoorden. En als
het al zover komt – zoals bijvoorbeeld bij parlementaire onderzoeken – zijn de
vogels gevlogen. Wie trekt er nu feitelijk aan de touwtjes…? (Zie ook Brunkhorst, Legitimationskrisen, 2012).
Zet u nochtans schrap voor de zoveelste ronde van het (weinig succesvolle) politieke circus.
Aan de vooravond: redden wat er (niet meer) te redden valt…?
De met veel bombarie gepresenteerde stratificatie-indeling van bevolkingscategorieën die het SCP het argeloze publiek momenteel voorhoudt is een rommeltje en de toevoeging 'wetenschappelijk' niet waard. [1] Van alles wordt op een hoop geveegd alsof deze 'indicatieve determinanten' ook maar enig inzicht in de actuele bevolkingssamenstelling zouden verschaffen. Van inkomensposities en veronderstelde kansenrijkdom, tot 'dominante' politieke voorkeuren, (over)gewicht, en ja, zelfs lichaamsbouw en voornamen aan toe (Henk/Ingrid dan wel Achmed/Fatima?) — niets wordt nagelaten om de indruk te wekken dat het 'de' bevolking 'toch maar' goed gaat. Rutte zal er blij mee zijn en krijgt (wederom) de wind voluit in de zeilen. De – schaamteloos onverholen – politieke propaganda druipt ervan af. De VVD als eerste en vervolgens CDA, D66 en GroenLinks zouden bij de 'onderscheiden' groepen favoriet zijn. Slechts de kansarmen – ofwel mensen uit de onderklasse – zouden een voorkeur hebben voor de PVV. Ja zo lusten we er nog wel een paar.
Waar de voormalige SCP-baas Putters met zijn 'doe-vermogens', 'bubbels', 'loketten' en 'beleving(servaringen)' al finaal miskleunde [2], daar doen deze auteurs nog een paar flinke scheppen bovenop. Ook al zegt men het niet met zoveel woorden, de boodschap is onmiskenbaar en laat niets aan de verbeelding over: het zijn de 'succesvollen' aan de ene kant tegenover de arme drommels aan de andere die hier worden geportretteerd alsof het om een fait accompli zou gaan en de huidige samenleving hiermee juist zou worden getypeerd. Ofwel het aloude yuppen-verhaal van pedante grootstedelijke arrogantie, overgoten met een quasi-wetenschappelijke saus van 'neutraliteit'. Aannames deugen niet. Zijn 'regie over het eigen leven' en 'tevredenheid' nu vooral een oorzaak of een gevolg van maatschappelijk succes? Dat wordt niet duidelijk, hoewel de suggestie lijkt te worden gewekt dat het eerste doorslaggevend zou zijn. Men zou het echter evengoed kunnen omdraaien, want 'succes' vertaald als de beschikking kunnen hebben over (meer dan) voldoende bestaansmiddelen is natuurlijk een niet te miskennen basis voor 'welbevinden'. Dat gegeven is al zo oud als de mensheid en derhalve een open deur. Zo draait het subjectiviteitscircus wetenschappelijk gezien dol (en zichzelf een rad voor ogen). Want hoe verkrijgt men feitelijk de beschikking over zulke middelen? Welnu, door over voldoende inkomen te beschikken en daar helpt 'tevredenheid' (dan wel zelfvoldaanheid) niet echt bij. Deze vormen daartoe althans zeker geen 'garantie'. (Of men er nu in de ogen van anderen appetijtelijk, dan wel 'acceptabel' uitziet of niet). Kortom, het wemelt van de cirkelredeneringen die de werkelijke causaliteitsvragen omzeilen.
Alhoewel de timing van presentatie goed gekozen is, betreft het hier al te doorzichtig broddelwerk. Zo zitten noch de inkomensverdeling, noch de sociale stratificatie en het politieke landschap in elkaar. Eenieder die van het bestuderen hiervan gedegen werk maakt weet dat, of zou dat tenminste behoren te weten. Hoewel er schaapachtig wordt verwezen naar een 'precariaat' dat het financieel moeilijk(er) zou hebben dan de 'succesvollen', is de hier gepresenteerde verdeling tussen 'arm en rijk' een armetierige. Het gaat in beleidsmatig opzicht dan ook niet om 'tevreden stellen', want hoewel de overheid sinds jaar en dag 'sinterklaas' speelt voor gefortuneerden betoont zij zich allerminst een betrouwbare partner voor de gemiddelde burger. (Over 'ereschuld' gesproken...). De omineuze beleidsaanbevelingen komen trouwens zo wie zo vier decennia te laat. Het SCP heeft blijkbaar geen weet van de omvangrijke Abstieg die grote delen van de bevolking boven het hoofd hangt en zich ook al geruime tijd daadwerkelijk manifesteert. Maar desondanks ook hier weer een onverkwikkelijke en onjuiste dichotomie tussen ('potverterende') ouderen en ('kwetsbare, gemangelde') jongeren zoals we die uit de politiek kennen. Ja die vermaledijde 'vermogens' toch (die nochtans in tegenstelling tot wat wordt gesuggereerd geenszins 'vrij-besteedbaar' zijn). En dan ook nog huizen 'bezitten' (eigenlijk: bezetten) die anderen worden ontzegd. Hoe jammerlijk en onverteerbaar toch...
Niets over de prijs van al dit fraaie 'succes', over armlastige ouderen, zich vastlopende middengroepen, precaire arbeidssituaties, de doldraaiende kostenmallemolen, forse bedrijfssluitingen en -faillissementen, de disproportionele fiscale ontregeling, of het burocratisch en dirigistisch gemillimeter dat burgers tot wanhoop drijft. Nee, Nederland is en blijft 'welvarend', wat 'kniesoren' ook mogen beweren… . Zolang menselijk kapitaal daarentegen echter schaamteloos geëxploiteerd blijft kan men over nog zoveel 'sociaal', 'cultureel', of 'maatschappelijk kapitaal' beschikken, het zal de mens niet baten. Alle fraai opgetuigde 'índelingen' ten spijt.
Er dient onderscheid te worden gemaakt tussen:
1 Feitelijke inkomens-
en vermogensongelijkheid
2 Vermeende en
reële kansengelijkheid
3 Verondersteld egalitarisme en feitelijke gelijkschakeling (uniformisering) via de massacultuur
Wanneer deze zaken door elkaar worden gehaald, of op één hoop worden geveegd verdwijnt alle inzicht in (politieke) uitspraken rond dit soort samenlevingsvraagstukken uit beeld en wordt hierover spreken een nagenoeg vrijblijvende zaak. Bovendien dient men in ogenschouw te nemen dat hoe ongelijker samenlevingen zijn, des te minder kans bestaat op opwaartse sociale mobiliteit (Wilkinson and Pickett) en dat dit tevens allerlei ontregelende sociaal-maatschappelijke neveneffecten mee brengt (Zie ook Nachtwey, Die Abstiegsgesellschaft, 2016). Men kan zich derhalve als welvarend land nog zo veel op de borst willen kloppen en menen dat voor eenieder het heil ('geluk') zou zijn weggelegd, de werkelijkheid is vaak vele malen gecompliceerder (en ook weerbarstiger). De simplistische 'Amerikaanse droom' is een (meritocratische) mythe.
De politiek zal er desondanks van lusten, want deze goed-nieuws show is allang voorbij. Mensen pikken het eenvoudig niet meer dat er zo met hun belangen wordt omgesprongen en zullen dat links- of rechtsom laten merken ook. Of er nu een 'linkse wolk' aan de horizon verschijnt of niet. Zulk een sleetse beeldvorming is een goedkope (wanhoops)truc om de aandacht van werkelijk samenlevingsproblematiek af te leiden en de politieke confrontatie niet te behoeven aan te gaan, maar (s)links te omzeilen. Het milieufundamentalisme – en alles wat daaruit voortspruit – moge aan een 'linkse kerk' worden toegeschreven, het marktfundamentalisme weet er wel raad mee (zie vorige paragraaf). Politiek rechts heeft de zaken onder leiding van D66 stevig in de klauw. Daar zijn PvdA, noch GroenLInks bij nodig, hooguit in electoraal (getalsmatig) opzicht. Maar laat u niet bedotten, de procedureel-solipsistische trein zal hortend en stotend blijven rijden, ondanks dat BBB naar verwachting een majeure verkiezingswinst zal gaan boeken. Is het niet onder aanvoering van Rutte, dan wel onder Schippers (mocht hij de handdoek te langen leste alsnog in de ring gooien). Kaag en kompanen kunnen tevreden zijn — zolang het duurt althans, want naast 'kapitaal' blijft de aanhoudende structurele onderschikking van arbeid een van de grootste – nodeloze – boosdoeners in het postmoderne Nederland. Daar werd weliswaar ooit een succesvolle complete politieke beweging voor opgericht… maar ja, dat waren tenslotte 'andere tijden' (die allerminst nopen tot omzien, want 'Ot en Sien' en hun nazaten zijn immers allang ter ziele). Leve de stilstand (en de regressie). Houd elkaars handen maar stevig vast.[1] Vrooman, C. et al. Eigentijdse ongelijkheid. De postindustriële klassenstructuur op basis van vier typen kapitaal. SCP Den Haag, maart 2023
om zulke gedachtegangen te omarmen. Hoe verleidelijk dit soort gratuit managementgeklets is, blijkt hier weer eens uit. Een partij die met gegronde
redenen het marktfundamentalisme attaqueert, maar niet beseft dat crypto-protagonisten van handhaving van de status quo dienen te worden ont-
maskerd, slaat de (ideologische) plank mis. Het SCP kan derhalve 'tevreden' zijn. Ook zij hebben links in de klauw gekregen. Een beroep op het
'persoonlijke sentiment' werkt blijkbaar altijd en doet wonderen. Niet alleen bij rechts-georiënteerden, ook bij maatschappijcritici. Ontluisterend. Dat zeker.
Bij alle verkiezingsretoriek rond het regionaal bestuur worden belangrijke kwesties gemist. Wanneer blijkt – zoals velen ook onderschrijven – dat vraagstukken zoals ruimtelijke ordening, infrastructuur en waterbeheer niet alleen regio-omspannende, maar vooral ook regio-overspannende vraagstukken zijn die om een integrale, ofwel samenhangende aanpak vragen, dan is het op zijn minst opmerkelijk dat de organisatie en inrichting van het (regionale) bestuur eigenlijk zo weinig aandacht krijgt en er vaak zo bekaaid afkomt. First things first zou men zeggen. Want voordat men zich verliest in (milieu)vergezichten die met allerhande technische middelen en toepassingen zouden moeten worden verwezenlijkt, en voordat men tot beprijzing van al dit fraais overgaat, zou men eerst en vooral dienen na te denken over de wijze waarop publieke dienstverlening, voorzieningen en belangen – zoals drinkwater, maar ook voedselproductie, huisvesting en vele andere zaken van lokaal, regionaal en nationaal belang – ten behoeve van de bestaanszekerheid van de bevolking ter hand genomen zouden moeten worden. Nu zijn deze zaken volledig versnipperd. Allerlei private partijen en (vage) belangengroepen hebben zich stilaan in lokale en regionale bestuurlijke gremia genesteld, waardoor men door de bomen het bos niet meer ziet. Met slogans als 'de vervuiler betaalt' tracht men electoraal mensen aan zich te binden, maar zonder dat duidelijk wordt gemaakt wie of welke organisaties deze vervuilers dan wel (of niet) zijn, in welke mate zij zouden vervuilen alsook in welk opzicht, en vooral hoe de verhoudingen wat dit betreft feitelijk liggen, is spreken over lastentoedeling een uiterst premature, want gratuite zaak. Men grijpt anders gezegd veel te snel naar het middel van beprijzing, zonder dat daarvoor voldoende helder zicht op de onderhavige materie wordt verschaft. Het gaat hier zeker niet om louter technische vraagstukken, maar vooral om politieke. Wanneer deze cruciale dimensie wordt verwaarloosd of terzijde geschoven mist men de portee van het publieke belang.
Zolang het bovenstaande niet (stevig) ter hand wordt genomen en men de zaken laat waaien, zal men nog verder vastlopen in een wirwar aan ambtelijk-bestuurlijke labyrinten die slechts tot bestuurlijke verstikking zullen leiden. De samenleving schiet hier ondanks alle fraai opgetuigde retoriek niets mee op. De enige remedie hiertegen is en blijft een juiste (politieke) adressering van rechtsstatelijke en bestuurlijke verantwoordelijkheden. Met gedepolitiseerde benaderingen komt men uiteindelijk nergens en bereikt men zeker geen integrale/integratieve doelstellingen die men zo hartgrondig zegt na te streven. Schoon drinkwater, een leefbaar milieu – en alles wat daarmee samenhangt – vergt kortom andere benaderingen en gerichtheden dan welke momenteel worden aangehangen en gepropageerd. Hoe 'verantwoord ecologisch en duurzaam' de zaken ook mogen worden gebracht. De bestuurlijke decentralisatie die slechts tot versnippering en ook in menig opzicht tot willekeur leidt, zal in elk geval flink onder het mes moeten. Daarmee zijn onmiskenbaar (machts)posities in het geding, zodat stevig verzet hiertegen te verwachten is. Maar dat neemt niet weg dat wie de zaken goed tot zich laat doordringen en beseft wat hier op het spel staat tot geen andere conclusie zal kunnen komen. Voorlopig moge men hier weinig over horen of vernemen en lijken de (beleids)treinen te rijden, de vele zelfvoldane bestuurders en regisseurs van dit alles zullen zichzelf tegenkomen. Hopelijk is het dan niet te laat om de bakens werkelijk te verzetten. Want men vergisse zich niet: het gaat om niets minder dan de inrichting van de samenleving en de verdeling van risico's en schaarste op velerlei gebied. Niet alleen nationaal, ook internationaal. Dan is het zaak dat duidelijk is wie verantwoordelijk is waarvoor en daarop is aan te spreken. Want verantwoording zal hoe dan ook dienen te worden afgelegd.
Voor alle duidelijkheid
Waarom klampen de coalitiepartijen zich zo hardnekkig aan het regeringsbeleid vast? Welnu, daar is een simpele verklaring voor daar CDA noch D66 een politieke factor van betekenis zouden vormen indien zij de 'Sonderweg van de Alleingang' zouden verkiezen. Zo ook wat de CU betreft die in dat geval nauwelijks in beeld zou komen. Maar zoveel zijn de 'eigen principes' van partijen hen kennelijk niet waard. Ditzelfde geldt overigens evenzeer voor de VVD. Men is kortom op elkaar aangewezen. En dat blijft ook zo zolang er geen andere (werkbare) regeringsmeerderheden gevormd kunnen worden.
Met wie zou de VVD anders moeten regeren? Nogmaals het avontuur met de PVV aangaan is geen optie en andere mogelijkheden zijn er niet. Zolang de politieke machtsbakens niet worden verzet zal het derhalve neerkomen op méér van hetzelfde. Daarom voor alle duidelijkheid: lokaal en regionaal mogen er flinke electorale verschuivingen optreden, maar vooral de samenstelling van de Eerste Kamer (Senaat) zal bepalen of het huidige kabinetsbeleid op ongewijzigde wijze zal kunnen worden voortgezet. In dit opzicht kunnen de aanstaande Provinciale verkiezingen uiterst bepalend zijn. Houd daarom de getalsmatige positie van coalitiepartijen (VVD, CDA, D66 en CU) en hun landelijke (al dan niet pseudo-)tegenstrevers (SP, PvdA, GroenLinks, PvdD, BBB, JA21, PVV, Volt, Forum) scherp in het oog en bezie de veelal marginale positie van 'de lokalen' in dit opzicht. Want niet alleen Rutte c.s kunnen tellen (zoals hen hen uitkomt), dat kunnen burgers en kiezers ook.
Tot slot.
Partijen die de publieke sector verwaarlozen – of dit stelselmatig jarenlang hebben gedaan, dan wel hieraan (al of niet in coalitieverband) hebben meegewerkt – verspelen hun politieke goodwill en zouden dienen te worden genegeerd, daar zij er blijk van geven geen gezonde binding met maatschappelijke behoeften te hebben, maar daarentegen menen burgerbelangen te kunnen negeren. Of zij zich nu ter linker- of ter rechterzijde bevinden. Hun politieke bestaansrecht is daarmee discutabel, ondanks dat hun (resterende) kiezers hier (blijkbaar) niet van doordrongen zijn. Het goede sier blijven maken met 'goede intenties' en/of verwijzen naar partijpolitieke 'uitgangspunten' die vervolgens met voeten worden getreden zou gediskwalificeerd en (electoraal, dan wel beleidsmatig) afgestraft dienen te worden. Het voortgaan op zulk een maatschappijontregelende weg heeft al te veel bestaansellende teweeg gebracht om in redelijkheid nog langer te kunnen volhouden dat afknijpen van publieke voorzieningen 'for the better' zou zijn. 'Kostenbesparing' en 'efficiency' of niet, het komt neer op gemankeerd beleid waarmee een loopje met het algemeen belang wordt genomen.
