Shattered dreams en ketelmuziek
Van alle mooie idealen uit de jaren zestig is welbeschouwd maar bitter weinig overgebleven. Veel is verwaterd of ronduit te grabbel gegooid, zodat commerciële exploitanten ermee aan de haal konden gaan en trendwatchers er hun slappe beschouwingen vrijuit op konden loslaten. Wat is er overgebleven van alle hoop en verwachting rond de Europese gedachte, ontwapening, vredespolitiek, zelfbestemming, mensenrechten, welvaartsdeling? De EU is verworden tot een vehikel voor multinationale en militair-strategische (Navo-)belangen, pacifisten worden als onpatriottische watjes weggezet, de individuele vrijheid ingesnoerd, mensenrechten en democratische principes met voeten getreden, zoals ook ongelijkheid nog altijd welig tiert, de VN zich krachteloos betoont en het rigide xenofobe nationalisme als nooit tevoren woedt. Dat alles moet evenwel voor 'progressie' doorgaan.
De jaren-zestig
generatie mocht als verzameling erfgenamen van WOII dan wel enerzijds met één
been in het oorlogsverleden hebben gestaan, anderzijds betoonde zij zich een
voorhoede voor latere ontwikkelingen op velerlei gebied. Heden ten dage wordt
er evenwel meestal nogal meewarig over deze bevolkingscategorie gesproken,
alsof het destijds slechts ging om wat vrijblijvend gedoe rond flierefluitende
jongeren die zich van 'God noch gebod' iets wensten aan te trekken. Dat laatste
moge in zeker opzicht hebben gegolden, het bestrijkt niet de
(politiek-culturele) portee waar het vele jongeren feitelijk om ging. Men
dacht zich sterk te (kunnen) maken voor een 'andere wereld'(ordening) die menselijker,
milder en transparanter zou zijn — ja inderdaad, men was de tijd ver
vooruit. De oude paternalistische en hiërarchische structuren moesten van tafel
en plaats maken voor een meer egalitaire openheid opdat de mens – waar dan ook
ter wereld – zich werkelijk in vrijheid zou kunnen ontwikkelen en ontplooien.
De dekolonisatie werd breeduit gesteund en men identificeerde zich met
allerhande bevrijdingsbewegingen die op massale sympathie en solidariteit
konden rekenen. Koude Oorlogsretoriek werd fel bestreden, evenals de
voortgaande bewapening(swedloop).
Desondanks
maakten 'zachte krachten' – die overigens in politiek-economisch opzicht
bikkelharde consequenties bleken te hebben – zich van deze culturele omslag
meester en zetten deze 'fijntjes' naar hun (exploitatieve) hand. De idealen
werden geperverteerd en volledig uitgehold, totdat er slechts efficient
geachte rendementscriteria overbleven. Met desastreuze gevolgen voor al
hetgeen in de heydays van weleer was opgebouwd en in gang gezet. Zo
moest de verzorgingsstaat het ontgelden en ging de sociale zekerheid rigoureus onder het mes. Cosmopolitisme en oecumene werd
ingeruild voor kleinburgerlijk en angstvallig nationalisme: van nu af aan ging
het om niets minder dan 'orde en veiligheid' (law & order). De
luiken gingen dicht en bleven dat. De politiek maakte een zwaai naar ongebreideld
rechts-conservatisme.
Wanneer men nu nog de beginperiode van de naoorlogse ontwikkeling in ogenschouw neemt, is dat meestal weinig meer dan wat nostalgisch gereutel waarin het slechts gaat om 'legitimering' voor hedendaagse aberraties en dwaalwegen. Zo wordt de befaamde Club van Rome ten tonele gevoerd alsof men destijds één-op-één het huidige milieubeleid zou hebben voorgestaan. Studentenbezettingen van academies en universiteiten die naar inhoudelijke (curricula)veranderingen streefden (zoals bij de faculteit politieke economie in Tilburg) worden doodgezwegen alsof het uitsluitend ging om democratisering van het bestuur en verder niets. Massale protesten tegen de plaatsing van kruisraketten (in het verlengde van eerdere anti-Vietnam betogingen en demonstraties), tegen kernenergie, of krakersactivisme worden veelal als 'temporele curiosa' afgedaan. Die zouden de 'tand des tijds' niet hebben doorstaan, maar het tegendeel is waar. Zoals ook de Molukse treinkapingen tegen de achtergrond van de dekolonisatie van Nederlands-Indië/Indonesië niet uit de lucht kwamen vallen, zo betrof het vele maatschappelijke protest rond achterblijvende woon- en bestaansvoorzieningen (evenals rond cao, ww/wao/bijstand, onderwijs- en werkgelegenheidsafbraak) niet 'zomaar wat losse flodders', maar fundamentele – en samenhangende – maatschappijkritiek waarvan velen weliswaar nauwelijks meer iets willen weten, maar die desondanks nog altijd onloochenbaar is, zo niet staat als een huis.
Het zichzelf 'progressief' wanende volkje van nu (van PvdA/GroenLinks tot D66 en VVD) zou zich daarom eens grondig moeten verdiepen in deze 'wortels van onbehagen', alvorens victorie te kraaien over hun veelal gemankeerde samenlevingsopvattingen die met ware progressiviteit weinig van doen hebben. Dat zal echter ijdele hoop blijken gezien het 'eigen gelijk' dat met instemming van talloze instituties keer op keer wordt bevestigd. De vele elaboraties van DNB, WRR, SCP, SER en vele andere instellingen geven hiervan, onder (stilzwijgende) media-adhesie, niet aflatend blijk.
Men kan zich over 'discriminatie' en 'onrecht' druk maken zoveel men wil, zonder samenhangende maatschappij- en beleidskritiek zal deze vrijwel dagelijkse commotie juist op het schieten met zulke 'losse flodders' neerkomen, hetgeen men de vroegere activisten denkt te moeten – en te kunnen – verwijten. Inderdaad, veel ketelmuziek wanneer men 'de pot en de ketel' zonder tegenspraak hun gang laat gaan.
'Zegt A, doet B…'
Nee, bestuurders zijn zeker geen altruïsten. Het aura van 'onbaatzuchtigheid' waarmee men zich graag tooit is meestal misplaatst en heeft geen realiteitswaarde, maar komt neer op volksverlakkerij. Dat blijkt maar weer eens uit de ernstige ontsporingen binnen organisaties die het algemeen belang zouden behoren te dienen, maar dit niet doen – of niet kunnen – vanwege een gekmakende intimidatiecultuur door eigengereide bewindvoer(st)(d)ers. 'Verdeel-en-heers' schijnt stelselmatig het motto te (moeten) zijn waarmee men meent (machts)posities te kunnen consolideren. Totdat men in eigen voet schiet en de boel als een kaartenhuis in elkaar zakt. Dan is de show snel over en het demasqué compleet. Een 'persoonlijke drama', zegt u? Welnee, een koekje van eigen deeg en de onontkoombare consequentie van gedemonstreerd megalomaan gedrag door veelal incompetente drammers.
Wie geparachuteerd wordt en zich denkt stevig te kunnen positioneren lijkt wellicht snel en gemakkelijk 'carrière' te kunnen maken maar loopt risico diep te vallen, ook al denkt men vrijblijvend de boel naar eigen hand te kunnen zetten en compromisloos een persoonlijke façade te kunnen optrekken. De bestuurlijke baantjescaroussel moge voor de happy few aanlokkelijk lijken, maar is feitelijk een valkuil voor degenen die zich boven het nemen van verantwoordelijkheid verheven achten. Klokkenluiders waarover wij eerder spraken mogen de mond worden gesnoerd, het mismanagement zal hoe dan ook boven tafel komen. Zeker bij een mediacultuur die tuk is op zulke misstanden en er maar wat graag bovenop springt. Men bedenke zich daarom tweemaal alvorens zich als 'onkreukbaar' te afficheren en medewerkers het zwijgen op te leggen, dan wel een angstcultuur te zaaien. 'Zeggen wat je denkt en doen wat je zegt' is weliswaar een gevleugeld woord, maar doorgaans niet aan deze categorie besteed. De hypocrisie tiert welig. Zelfs een instituut als het College voor de Rechten van de Mens dat nota bene is opgericht om discriminatie en institutioneel racisme te voorkomen en zo mogelijk te bestrijden is nu in de gevarenzone gekomen wegens de beschuldiging van ontoelaatbare interne praktijken die een aantal klokkenluiders naar buiten hebben gebracht. Dat wijst niet op gezonde verhoudingen binnen een instituut dat gezaghebbend dient te zijn.
Een en ander betekent intussen wèl dat het openbaar bestuur door dit soort attitudes danig gecorrumpeerd wordt, zoals dat tevens in organisatorisch opzicht geldt voor nogal wat instellingen en (bedrijfs)organisaties waarvan de samenleving afhankelijk is. Vele ontsporingen zijn terug te voeren op mentaliteitskwesties die de toets van good governance niet kunnen doorstaan. Integriteit en deskundigheid zijn vaak ver te zoeken, zodat het 'aanrommelen' een nagenoeg constante factor in het geheel wordt. Men kan dit uit alle macht willen toedekken met fraaie retoriek en uitgekiende public relations, het zal de goegemeente niet baten, hoeveel 'communicatiedeskundigen' men ook optrommelt en voor zulke karretjes wenst te spannen. Desondanks wanen velen zich onaantastbaar in hun cynische benadering van functionele verantwoordelijkheden en lapt men verplichtingen die hieruit voortvloeien botweg aan de laars. Een volgende stap in de caroussel is immers zo gemaakt, dus wie maalt erom…
Zonder het stellen van stevige (kwaliteits)eisen aan zulke functionarissen zal er evenwel geen paal en perk aan deze woekering kunnen worden gesteld. Salarissen moeten worden verdiend, dat geldt niet minder voor degenen die royale inkomens toucheren. In welke hoedanigheid dan ook. Ook zonder een lobbyregister waarop al tijden door de Kamer wordt aangedrongen wordt het erg lastig, zo niet onmogelijk, om inzicht te verkrijgen in (mogelijk) corrumperende machtsverhoudingen en een vinger te krijgen achter ongewenste vermenging van belangen (collusie). Wie structureel toegang hebben tot de macht dient volledig transparant te zijn, opdat lobbycircuits niet in een schimmig (en grimmig) controlevacuüm kunnen opereren en het beleid onevenredig naar hun hand kunnen zetten zoals nu te vaak het geval is. Het gaat hierbij niet om 'incidenten', maar om grove vormen van rechtsongelijkheid die volledig met het principe van one man-one vote in strijd zijn en de besluitvorming uit haar voegen trekken. Vele sectoren weten de weg naar de macht te vinden en maken daar zelfs ongemandateerd deel van uit. Dat holt de democratie uit en zet de volksvertegenwoordiging op een zijspoor. Welke belangen hiermee worden behartigd laat zich (niet zo moeilijk) raden. Samenlevingen zijn er in elk geval meestal niet mee gediend, maar betalen hier een disproportionele prijs voor. Het idee dat eenieder op gelijke wijze zijn/haar belangen kan behartigen berust derhalve op een illusoire voorstelling van zaken.
'Heavy metal'
De huidige wereldconstellatie staat bol van nationalisme en militarisme. Een brisante en destructieve combinatie. We leven in loodzware tijden waarin existentialistische identiteitssymboliek, massieve propaganda, obsessieve controledwang, cynisch minimalisme en nihilisme een meer dan 'zorgelijke' rol spelen. Deze ontwikkeling is ronduit alarmerend en bedreigt vrije samenlevingen op niet te miskennen wijze. Het leven is daarnaast doortrokken van infantiliserende sentimentalistische benaderingen die een gerichte focus op de werkelijkheid flink geweld aan doen en burgers in een constante greep van onmacht en afhankelijkheid houden. Men draaft en draait door – op vele terreinen – en dreigt daardoor voortdurend de bocht uit te vliegen. Ook het escapisme (vluchtgedrag) is daardoor niet van de lucht. En dat gaat verder dan vluchtelingenproblematiek alleen. Hoe meer bedreigingen men genoodzaakt ziet te trotseren, hoe meer de mens enerzijds tracht in zijn schulp te kruipen en zich te verschansen, maar hoe harder en wilder hij tevens om zich heen denkt te moeten slaan. De manifestatiedwang neemt potsierlijke vormen aan. Zowel individueel als collectief. Een competItief 'verdienmodel'? Allerminst, men zwalkt tussen (ijdele) hoop en vertwijfeling.
De boel is danig op drift geraakt en velen vragen zich af hoe de geest weer in de fles is terug te krijgen. Maar over welke 'geest' heeft men het dan? Wat heeft men op het oog? Rond dit culturele vraagstuk speelt een getroebleerde verhouding tot verandering en continuïteit een cruciale, zo niet beslissende rol. Niet alleen in beleidsmatig opzicht, maar zeker en vooral ook in de persoonlijke positiebepaling ten aanzien van hedendaagse samenlevingsontwikkelingen. Velen lijken de weg kwijt, of klampen zich vast aan droombeelden om er (vruchteloos) nog enige houvast aan te kunnen ontlenen. Bestuurders en politici kunnen zich nog zoveel willen tooien met connotaties van 'verstandige redelijkheid', wanneer het hen aan inzicht, wilskracht en doortastendheid ontbreekt zal ook de bevolking zich weinig van hun geuite 'zorgen' aantrekken en het vele gemoraliseer laten voor wat het is. Niet dat dat uitkomst biedt, want vraagstukken worden daarmee zeker niet opgelost, maar wel met consequenties voor het leven van alledag waarbij de gerichtheden nog minder samenhang vertonen dan veelal reeds het geval is. Inderdaad, het leven als een 'cash & carrybedrijf' waarbij alles op een koopje moet en men vooral niet met de 'onverkwikkelijke feiten' wenst te worden geconfronteerd. Zo vervolgen velen hun onbestemde weg zonder uitzicht op werkelijke verbetering. Wat je niet kunt krijgen, grijp je gewoon. Georganiseerde misdaad, criminele bendes, zielloze meelopers en branieschoppers weten hun grip op de samenleving te verstevigen zonder dat er ook maar enige restricties aan hun optreden worden gesteld die effectief blijken. Drugshandel blijkt een uiterst lucratief 'verdienmodel', alle disproportionele media-aandacht voor topcriminelen en hun gevolg ten spijt. 'Crimefighters' staan veelal met lege handen en het publiek haalt meewarig de schouders op, wat de AIVD en het OM ook aan 'successen' te berde mogen brengen. Men weet wel beter. De vermenging van onder- en bovenwereld dateert niet van gisteren of vandaag, zoals criminoloog Fijnaut al lang geleden liet zien maar waarnaar weinig werd geluisterd. Althans niet op een wijze die tot een voortvarende aanpak leidde. Men decimeerde het politiepotentieel, doekte bewaking(spersoneel) op en/of besteedde die uit en verwachtte dat 'buurtpreventie' wel afdoende voor compensatie zou zorgen. Het 'opleuken' van (achterstands)wijken zou vervolgens het geheel een 'prettig aanzien' geven, maar de bendevorming werd er niet mee gestuit. No-go areas breidden zich uit, zodat separatisme ondanks alle cosmetica van ongedwongen 'samen-leven' onstuitbaar verder om zich heen greep.
We kijken naar de VS met het idee dat destabiliserende ontwikkelingen aldaar ons niet zullen treffen, maar dat blijkt een grove misvatting. 'Amerikaanse toestanden' rond deprivatie en levensbedreigende doldriestheid hebben ons allang bereikt, zo niet het brave leven volledig ingehaald. Een grotendeels geïmporteerde wild-west way of doing things waarmee velen zich -blijkbaar- graag identificeren is met alle sentimentaliserende connotaties van 'flinkheid' eromheen diep in de samenleving doorgedrongen. Allerhande criminele gelukszoekers en entrepreneurs zien vervolgens hun kans schoon om hun 'belangen' op nietsontziende wijze te behartigen. De houding die de samenleving hiertegenover inneemt is daarmee nogal tweeslachtig, zo niet hypocriet. Velen roepen om law and order, maar blijken er zelf nogal eens een tamelijk 'losse moraal' op na te houden. Impliciet wordt daarmee veel van wat niet door de beugel kan 'vergoelijkt', zo niet met stilzwijgende bewondering bezien. Wat je niet ziet, deert ook niet, lijkt het motto te zijn. Totdat je er natuurlijk zelf mee te maken krijgt, want dan zijn de rapen gaar. Maar aangezien velen zich wegens voldoende middelen van zulke ongewenste confrontaties kunnen vrijwaren, lijkt het voor hen niet zo'n vaart te lopen en kan men het leven 'prettig geregeld' wanen. Hoe dan ook, de 'zekerheidslijntjes' blijven broos. Of men nu de kop in het zand steekt of niet. Feestende meutes die onbekommerd (dan wel onverschillig) en breeduit hun drieste 'levensgevoel' menen te moeten etaleren kunnen zich evenwel net zo'n plaag betonen als degenen waartegen men zich afzet in de veronderstelling dat plagen per definitie altijd 'de anderen' en nooit henzelf betreffen. Alle commotie en ophef over sociale wantoestanden kan derhalve niet verhullen dat de mens zelve niet vrij is van selectieve gerichtheden waarbij opportunisme niet zelden van de lucht is. Dat neemt niet weg dat er veel op het spel staat. Niet in de laatste plaats de kwaliteit van het samen-leven als zodanig. Ofwel welzijn in den brede. Daarvan kan men beter doordrongen zijn.
Over dit laatste gesproken: niet energie, maar watervoorziening zal het grootste vraagstuk blijken waarmee velen te kampen zullen krijgen. Het gaat niet alleen om voldoende water voor de voedselproductie, maar vooral ook om de noodzakelijke drinkwatervoorziening op peil te kunnen houden. Daarnaast zal droogte en schaarste een hoe langer groter beslag leggen op de geopolitieke en economische machtsverhoudingen in de wereld. Want waar schaarste heerst, dreigen conflicten. Loopt men derhalve niet achter de feiten aan, zo kan men zich afvragen, of zien we wel wat het wordt? Dat loopt geheid uit de hand, zo een en ander al niet reeds problematisch is. Daarmee is de wereldbevolking in zeker opzicht weer terug bij 'af' en kan men gevoeglijk weer van voren af aan beginnen met het veiligstellen van bestaanscondities van velen. Bij gebrekkige en onvoldoende internationale samenwerking wordt dit vraagstuk een splijtzwam van jewelste en zullen er nog meer mensen op drift raken. Zo nationalisme en (protectionistische) 'autarkie' al illusoire concepten zijn, zo zal het zich blijven vastklampen aan antagonistische gerichtheden zulke problematiek alleen maar verder opdrijven. Men is veroordeeld tot internationale samenwerking, of men dit nu 'leuk' vindt en verwelkomt of niet. Maar ook dit gegeven zal maar met moeite inzinken, zo valt te vrezen. 'Eigen huis en haard' blijven immers meestal alle aandacht opeisen. En zolang die niet (direct) worden bedreigd lijkt er weinig reden tot paniek, ook al is dit laatste meestal geen goede raadgever om zaken realistisch onder ogen te zien. Bewindvoerders en hun gevolg krijgen het nog druk, dat is zeker.
Desondanks blijven 'bedreigingen' de mens belagen als het aan militaristische hardliners ligt. Niet aflatend bestoken zij samenlevingen met hun 'strategische concepten' die voor realisme moeten doorgaan. Daarentegen blokkeren de hegemoniale aspiraties van de Navo al te lang het voeren van een eigenstandige geopolitiek door de EU. Daarnaast wordt de EU zowel afwisselend als boeman, breekijzer en excuus gebruikt voor alles wat beleidsverantwoordelijken pogen door te drukken of af te wijzen. Dit is de blinde vlek die de deelnemende landen van zowel de Navo als de EU al zolang parten speelt en in de tang houdt. Vele Amerikaans en transatlantisch georiënteerde fellow travellers laten niet na de politiek onder aanvoering van meestentijds discutabele argumenten van een losmaking uit deze knellende constellatie af te houden. Maar nu de EU zich onbesuisd in de oorlog in de Oekraïne heeft laten meeslepen en zich daardoor volledig heeft laten inpakken is deze transatlantische symbiose nog gevaarlijker, want destabiliserender, dan zij al was. Met eenzijdige benaderingen van de geopolitieke werkelijkheid schiet met evenwel niets op. Dat is slechts in het belang van machtige wapenlobby's die daardoor hun propaganda ongelimiteerd kunnen blijven uitventen. Wie uiteindelijk speelbal is van wie behoeft daarmee geen betoog. Europa wordt gebruikt – en laat zich gebruiken – als vrijplaats voor ongebreidelde regressiepolitiek. Dat is niet overeenkomstig het wenkend perspectief dat velen na de formele beëindiging van de Koude Oorlog voor ogen stond schreven wij al eerder, maar een regelrechte schoffering en pervertering ervan. Het tast bovendien de interne cohesie aan, ook al lijkt er oppervlakkig gezien van het tegendeel sprake te zijn. Maar dat is merendeels cosmetica, want onderhuids broeit het als nooit tevoren en keert men weer terug naar vergelijkbare polariserende nationalistische toestanden en scherpslijperij zoals tijdens het interbellum. In dit opzicht is er maar weinig voortuitgang geboekt, zoals ook valt te constateren rond de energievoorziening van diverse landen die alle kanten uitvliegt. Ook op defensiegebied slaagt men er niet in de handen ineen te slaan op een wijze die zich van extern dirigisme distantieert. Europa is lang niet zo 'volwassen' en 'zelfstandig' als het lijkt en zal dat voorlopig bij voortzetting van misconcepties ook niet zijn.
Gehaktdag
Een van de weinige instanties die nog openlijk ongezouten kritiek durft te uiten op het kabinetsbeleid is de Algemene Rekenkamer. Dit in tegenstelling tot talloze pseudo-critici die weliswaar vaak een grote broek aantrekken, maar (te) vaak crypto-beleidsvolgers blijken te zijn en slechts goede sier willen maken met hun quasi 'onafhankelijke' positie. Het laatste rapport van de Rekenkamer liegt er dan ook niet om en maakt gehakt van het begrotings- en uitgavenbeleid van het kabinet. Niet voor de eerste keer overigens, want ook in voorgaande jaren bleken diverse ministeries de (financiële) zaken niet op orde te hebben. 'Tien van de twaalf ministeries kampen met tekortkomingen in hun financieel beheer', meldt de Rekenkamer. [1] Het rammelt met name ten aanzien van solide verantwoording van uitgaven die alle met (massieve) publieke middelen – ofwel belastinggeld – worden gefinancierd. De vele miljarden die zijn uitgegeven en begroot hebben vaak een te magere legitimering, ook al hebben coalitiepartijen de zaken geaccordeerd. Maar dat laatste wil zeker niet zeggen dat alles daarmee afdoende is geregeld. Verre van dat.
Bij het Ministerie van VWS moesten bijvoorbeeld voor miljarden euro's afrekeningen van voorschotten, uitgaven en verplichtingen als onrechtmatig of onzeker worden bestempeld. De minister van Financiën is evenwel wettelijk verantwoordelijk voor de coördinatie van het begrotingsbeheer bij de rijksoverheid en voor het bevorderen van de doelmatigheid van het financieel beheer bij het Rijk. Maar vanwege een te laconieke houding is het volgens het rapport nog steeds 'alle hens aan dek'. De kas mag dan wel beter op orde zijn, dat geldt niet voor het kasbeheer. Het Rijk is kortom vanwege deze paradoxale situatie onvoldoende bestand tegen toekomstige crises, zo luidde de conclusie.
Als reactie weten zowel de minister van VWS als van Financiën deze situatie aan 'Corona' en de nasleep ervan, maar de Rekenkamer beschouwt dit argument als een zwaktebod en bestempelt een en ander desondanks als zorgwekkend. Niet alleen 'in die coronacrisisjaren stapelden fouten en onzekerheden inzake de rechtmatigheid van de uitgaven en verplichtingen die de ministers aangingen zich op', daarnaast zag de Algemene Rekenkamer dat het 'aantal onvolkomenheden in het financieel beheer rijksbreed is toegenomen'. De vraag of de (vele) voorschotten die aan bedrijven en instellingen zijn verstrekt wel rechtmatig waren, kan pas achteraf worden beantwoord en gecontroleerd, noteert de Rekenkamer. Nu blijkt dat niet het geval te zijn. Het gaat zeker niet om peanuts: er is ruim 94 miljard mee gemoeid, waarvan de rechtmatigheid van zo'n 5,6 miljard sowieso niet kan worden vastgesteld. 'Ernstig', noemt zij dit feit, want ondermijnend voor het publieksvertrouwen in de overheid. Anders gezegd, 'de uitkomsten leren dat het zicht op de resultaten vaak beperkt is. En als er wel zicht op is, dan vallen de resultaten tegen.' [2] Vooral wanneer het Rijk meent steeds vaker een beroep te moeten doen op fondsen zoals bijvoorbeeld het Warmtefonds, het Nationaal Groeifonds en een klimaat- en transitiefonds waarmee eveneens vele tientallen miljarden zijn gemoeid, dan staat de samenleving bij een voortgaande cultuur van ongebreidelde subsidieverstrekking nog wat te wachten. Het valt echter te betwijfelen of hiervan door de politiek goede nota zal worden genomen, daar de vele (scheve) piketpaaltjes al lang en breed zijn geslagen.
De waarnemend president van de Rekenkamer, Irrgang, wees er overigens al eerder op dat uit onderzoek door de Algemene Rekenkamer blijkt dat ministeries rommelen met de ramingen en dat in de publieke discussies over het huidige regeerakkoord verschillende deskundigen hebben gewaarschuwd voor verspilling van publieke middelen door grote uitgaven over lange perioden en gebrekkige uitwerking van de plannen, waardoor het niet goed valt te controleren of de plannen tot voldoende resultaat leiden. Tevens dat 'fondsen' (inmiddels zo'n 30 stuks) een beproefde methode zijn om beleid te laten doordenderen en kosten vooruit te schuiven en bovendien riskant zijn wegens bureaucratisch optimisme, tunnelvisie, gebrekkig parlementair toezicht en verzwegen tegenvallers. [3]
Het gaat kortom al met al om juiste voorbereiding, solide autorisatie, doelmatige uitvoering en transparante verantwoording van de inzet en besteding van publiek geld, waarmee al langere tijd (structureel) veel mis blijkt te zijn.
Tel uit uw winst en trek uw portemonnee maar alvast, want alles zal uiteindelijk op de hoofden van burgers neerkomen zodat u uw (spaar)centen gevoeglijk kunt inleveren. Een prettige dag verder… .
