Tijdingen

juni 2023 (vervolg)
 

'Back to the Garden (of Eden)'? Over Hobbes en Hume

Aan wensdromen geen gebrek. Bij alle ontbrekende 'harmonie' lijkt het perspectief van een (onbekommerd) 'paradijselijk leven' een welhaast alomvattende obsessieve wensdroom, die echter gefnuikt wordt door het basale menselijk tekort om daaraan vorm en inhoud te geven. Heeft hij derhalve een 'leidsman' (of -vrouw) nodig, of kan hij het met wat 'kunst- en vliegwerk' zelf wel af?

Oeroude thema's die net zo actueel zijn als bij de genese van de wereldconstellatie. De 'boom der kennis van goed en kwaad' en de 'verboden vrucht' spelen de mens nog immer parten. Enerzijds waant de mens zich 'stardust' (sterrenstof) met alle hybris (hoogmoed; zelfoverschatting) die daarmee gepaard kan gaan, anderzijds is hij een ploeteraar die het – al dan niet apocalyptische – noodlot op alle mogelijke manieren tracht te ontlopen.  Beide gerichtheden zijn voortdurend aan de orde.

Schuld(besef) is daarbij een permanent opspelende factor. Zo tracht de mens zijn 'geweten' met het getroebleerde verleden in het reine te brengen door monumenten op te richten voor van alles en nog wat. Maar waarom geen 'monument' voor alle slachtoffers (m/v) van godsdienstoorlogen die de mensheid eeuwenlang hebben geteisterd? Want 'religie' heeft de mens meer kwaad dan goeds gebracht wanneer we de omvangrijke repressie in ogenschouw nemen die kerkelijke dienaren en hun volgelingen structureel in praktijk hebben gebracht. Het debat tussen de politiek-filosofen Hume en Hobbes [1] is evenwel nog lang niet beslecht (of uitgewoed zo men wil). Daarbij ging het om de (meer dan academische) vraag wat de basis van het menselijk bestaan zou (dienen te) zijn, welke rol religie daarbij al dan niet zou (moeten of kunnen) spelen en wat de 'menselijke natuur' eigenlijk behelst. Zijn wij allen dwazen die ons lot in handen van anderen leggen, of getuigt het juist van een zekere 'slimheid' (dan wel geslepenheid) om via strategische 'cooperation games' met de ander deals te sluiten die onze belangen dienen, waren daarbij essentiële vragen. Is het aangaan van verplichtingen en verantwoordelijkheden een kwestie van altruïsme of opportunisme, is er nog zo een. Wat de mens op korte termijn nastreeft is echter lang niet altijd op lange(re) termijn zinnig, en vice versa. Politiek-filosoof Green (Pomona College, Claremont Cal.) noteert:

«In zekere zin vindt Hobbes het een probleem dat we zo gefocust zijn op de lange termijn. We moeten eindeloze hoeveelheden macht vergaren omdat we bang zijn dat we die in de toekomst nodig zullen hebben. In de natuurtoestand lopen we op onze tenen omdat we bang zijn dat onze buren ons zullen aanvallen. En natuurlijk piekeren we voortdurend over het hiernamaals en de onzichtbare oorzaken van alledaagse gebeurtenissen.» En tevens: «Overigens probeerde Hume te anticiperen op [het] bezwaar dat het aanstellen van een kortzichtig persoon om over een ander te regeren niet vanzelfsprekend het probleem van de kortzichtigheid van de laatste oplost. [Daar] "burgerlijke magistraten, koningen en hun ministers, onze gouverneurs en heersers ... geen of slechts een ver verwijderd belang hebben bij enige daad van onrecht; en, tevreden met hun huidige toestand en met hun rol in de maatschappij, een onmiddellijk belang hebben bij elke uitvoering van gerechtigheid, die zo noodzakelijk is voor het in stand houden van de maatschappij.[2]


[1] Zie hiervoor onder meer Green, M. Hume versus Hobbes, Hobbes Seminar Philosophy 185s, 2013

[2] Ibid. (vert. red.)

Hume moge zulk 'regeren' (c.q. besturen) weliswaar al te rooskleurig dan wel idealistisch voorstellen, maar wees er tevens op dat de overheid ook wederzijds 'voordelige oplossingen' kan creëren voor problemen en vraagstukken die voor onderscheiden bevolkings- en/of belangengroepen te groot of te complex zijn om aan 'conventionele' samenlevingsstructuren – ofwel at random – over te laten, zoals Green opmerkt.  Dat moge een rake observatie zijn, het laat onverlet dat zowel overheden als bevolkingen nu niet bepaald uitmunten in (zulk een veronderstelde) 'redelijkheid'. Conventies – moge het culturele, dan wel dogmatisch getinte (gedrags)patronen zijn – blijken weerbarstiger dan aangenomen, of gewenst. Daarmee is niet gezegd dat Hobbes' opvattingen over 'gecalculeerd gedrag' een plausibele leidraad dienen te zijn, maar wel dat zulk gedrag blijkbaar (nog altijd) bepalender is voor keuzemotieven aan deze en gene zijde. Maar ook aan Hume worden zaken toegeschreven die nogal discutabel zijn. Zo worden volgens de econoom Moss in Hume's Treatise of Human Nature 'basisprincipes van de commerciële (markt)samenleving' geanalyseerd. Daarin wordt onder meer gesteld dat het probleem van het afdwingen van regels rond eigendom, contractuitvoering en collectieve actie overheidsbemoeienis vereist en dat het de bemoeienis van ministers en politici is die regels die eerst 'voor het gemak en uit opportunisme' werden werd gesteld [de genoemde 'conventies'], verandert in 'regels die zowel welvaart als morele deugdzaamheid bevorderen'. [3]


[3] Moss, L.S., Thomas Hobbes's influence on David Hume: the emergence of a public choice tradition. The American Journal of Economics and Sociology, vol. 69(1), 2010: 398-430, onder verwijzing naar Hume, D. Treatise of Human Nature, Book Three, 1739 (vert. red.) 


Ja, ook deze benadering lijkt al te veel op wishful thinking (dan wel op 'hineininterpretieren') gebaseerd, want wij weten immers maar al te goed hoezeer overheidsinterventie ideologisch problematisch ligt en dat welvaart – en zeker 'deugdzaamheid' 
– nu niet bepaald vanzelfsprekendheden zijn (to say the least). Dat kan zeker Hume als zodanig niet worden aangerekend daar ook hij een kind van zijn tijd was en gemengde economische stelsels nog lang niet tot stand waren gebracht, maar wel zijn interpretators die nogal al te doorzichtig 'extrapolerend' te werk gaan. Kortom, overheidshandelen en -ethiek blijft een vraagstuk van de eerste orde. Ook voor 'public choice'-economen die menen dat de markt wel met 'spelregels' gereguleerd kan worden, dan wel zichzelf stuurt. We kennen de mantra's.

Dit alles laat onverlet hoezeer de mens moet zien te laveren tussen idealisme en pragmatisch-realisme en zich daarbij steeds weer van drogredenen en fantomen moet zien te distantiëren en los te maken. Wat voor 'pragmatische politiek' wordt gehouden, is doorgaans efficient noch 'neutraal', maar sterk ideologisch gekleurd. Eigenbelang of het algemeen belang centraal stellen dat is steeds weer de terugkerende vraag. Fraudeurs zoals belastingontduikers en oplichters zijn er in het groot en in het klein, maar dat wil niet zeggen dat de complete samenleving met wantrouwen dient te worden bejegend. Dat zorgt in elk geval niet voor de zo hevig gepromote 'deugdzaamheid' en stelt ook 'welvaartsontwikkeling' in de schaduw. Een terugkeer naar 'de Hof van Eden', zo die er ooit geweest moge zijn, is even illusoir als naïef. Rest ons daardoor niets anders dan voortgaan op een escapistische weg? Bij eindeloos vooruitschuivend beleid dat zich vooral (vruchteloos) op 'crisismanagement' richt lijkt het er veel op, maar wie het geloof in een zekere rechtgeaardheid blijft behouden zal hiermee geen genoegen nemen. Want wie inziet dat het eigenbelang slechts werkelijk gebaat kan zijn bij collectief welzijn, weet beter. Hobbesiaanse (dan wel Hayek-)adepten en vele 'sceptische' anderen, of niet. Overheidsregulering moge dan wel geen panacee zijn, zonder weloverwogen interventie loopt het sowieso mis. Dat zag Hume goed. Een 'strenge hand' – hier, of waar dan ook – zal het 'Paradise Lost' niet dichterbij brengen, maar dat wil niet zeggen dat slechts de optie van anarchie resteert zoals (vroegere alsook hedendaagse) filosofen vrezen. Er is beduidend méér mogelijk dan te vervallen in onwerkbare uitersten, maar dat vereist wel enige gematigdheid in aspiraties. Geen 'strenge hand', maar een rechtvaardige. Geen 'onzichtbare hand',  maar een vakkundig en evenwichtig regulerende. Geen 'vrije hand', maar een doelgerichte en consciëntieuze. Dat is wat bovenal nodig is. Handen uit de mouwen derhalve.

Onder curatele

We zeiden het al meermalen: het huidige kabinet(sbeleid) is failliet. Vooruitschuiven, afschuiven, 'excuses', 'beterschap' beloven — het kan echt niet meer. Het is genoeg geweest. Talloze gedupeerden van het dubbelhartige beleid zitten aan de grond. En zij zijn niet de enigen, zoals uit armoede- en deprivatiecijfers blijkt. Want wat heeft al deze gehanteerde 'kansberekening' nu feitelijk opgeleverd? Doffe ellende en toegenomen samenlevingsproblematiek. Dit is geen bestuur, maar dilettantistisch wanbeleid. De grote smoel die geregeld wordt opgezet is een wanvertoning. Diepe schaamte is het enige dat passend is.

Ook al heeft men uit alle macht getracht 'de bestuurlijke periferie' beleidsmatig medeplichtig te maken, ook die strategie is allang door de uiterst ontregelende ontwikkelingen op bestuurlijk gebied ingehaald. Het decentralisatiebeleid is failliet, zoals ook het anti-etatistisch neocorporatisme een fopspeen is gebleken. Wie nu nog op het pluche blijft kleven maakt zich schuldig aan obstructie, daar hierdoor ander c.q. oplossingsgericht beleid wordt gedwarsboomd. Daarom nogmaals: biezen pakken en niet meer op bestuurlijke posten terugkeren. Het openbaar bestuur en het publieke domein zijn geen grabbelton voor opportunistische speculanten. De voltallige oppositie sprak duidelijke taal.

Degenen die dit wanbeleid nu nog steunen, zijn geen haar beter. Het wentelen in zelfgenoegzaamheid is zulke volks-vertegenwoordigers onwaardig. Het strookt in elk geval niet met de eed op de Grondwet die men heeft afgelegd, ook al heeft men het destijds bij 'beloftes' gelaten. Het gaat niet alleen om falen van de overheid en achtereenvolgende kabinetten, maar ook van alle coalitiepartijen die het voortgezette ontregelende gaswinning-, toeslagen-, huisvesting-, gezondheid- en sociale zekerheidsbeleid door de jaren heen hebben geaccordeerd en zinnige beleidsalternatieven stelselmatig naar de prullenbak hebben verwezen. Dat zulke partijen met deze opstelling nu nog steeds goede sier denken te kunnen maken is dan ook hypocriet en onverteerbaar. Wegwezen derhalve, voordat men tot opkrassen wordt gedwongen. Het moge dan wel nog slechts een kwestie van tijd zijn, maar de klok tikt. En wel steeds luider. Men moge denken dat de oligarchische regentenkliek in het 'gewest Holland' onverminderd de dienst uitmaakt, maar die tijd ligt inmiddels ver achter ons. Wie zich structureel handelingsonbekwaam betoont dient handelings-onbevoegd te worden verklaard en zo nodig onder curatele te worden gesteld. Dat moment is nu echt allerwegen aangebroken.

Ja, dat komt ervan wanneer opvattingen als 'pak die fraudeurs' (toeslagen), 'haal op dat lucratieve gas, whatever it takes' (Groningen) en 'knijp af die belastingbetaler' (maar laat de 'welvaartbrengende' grote concerns buiten schot) leidend worden voor het beleid. Zeker bij een marktideologie die nu eenmaal niet samengaat met het (willen) 'borgen van publieke belangen'. Dat is jezelf en de samenleving een rad voor ogen draaien. Veertig jaar VVD-beleid met kompanen als Kamp en vele anderen — we hebben het geweten. De Kamer(s) hadden het nakijken, waar zij al niet op voorhand door de knieën waren gegaan en gezwicht waren voor de macht. Dat is de reden waarom alle beroep op staatsrechtelijke verantwoordelijkheid stelselmatig in de wind kon worden geslagen en het (selectieve) 'geheugen' uitkomst kon bieden wanneer een en ander 'al te confronterend' dreigde te worden. Nog altijd is er niets veranderd, behalve dat nu nog méér mensen zich 'belazerd' weten. Maar wie maalt erom behalve de 'kniesoren' die 'nu eenmaal op alle slakken zout leggen'… . Rutte c.s. in elk geval niet, want er moet immers nog 'werk' worden verzet. Nog een prettige voortzetting en 'reflecteer' nog wat... .

Het echte werk dat moet worden verzet omvat echter zaken van een geheel andere orde dan waarmee het kabinet zich bezighoudt. Zo zal de disproportionele verhouding tussen arbeid en kapitaal moeten worden aangepakt, de belastingdruk substantieel moeten worden verlaagd, de enorme ongelijkheid in inkomensverhoudingen te worden verminderd en de sociale zekerheid hersteld, de huisvesting op orde gebracht, de gezondheidszorg van ontregelende marktmechanismen te worden ontdaan, de agrarische sector op een beheersbare wijze vlot te worden getrokken, het onderwijs evenals het buitenlands beleid uit de klauwen van profiteurs en dwaallichten te worden gehaald, zoals ook het openbaar bestuur haar verloederde rechtmatigheid moet terugkrijgen en het politieke stelsel grondig zal moeten worden herzien. 
Voorwaar geen kleinigheden, maar absoluut noodzakelijk om de samenleving weer enigszins te kunnen laten ademen na alle ellende die burgers nodeloos voor hun kiezen hebben gekregen en waarmee zij tot in lengte van dagen lijken opgescheept.

Dat men niet bereid is (maar ook niet in staat blijkt) deze kwesties grondig aan te vatten zegt veel over de verstikkende politieke cultuur die de samenleving al veel te lang gijzelt. De huidige incapabele bestuurderspraatclub dient dan ook ontmanteld te worden voordat er helemaal niets meer 'te regelen' overblijft en burgers nog slechts aan de luimen van inerte praatjesmakers en profiteurs blijven overgeleverd. Zij dienen het veld te ruimen, anders kan men 'de toekomst' wel op de buik schrijven. De burger dient voor voortgezet wanbeleid geen enkel mandaat meer te verstrekken (zo men dit al had gedaan). Het schaamteloos parasiteren van staat en overheid op de (rechtmatige belangen van de) samenleving dient, evenals het zich verlaten op symboolpolitiek, afgelopen te zijn.
Al die gedemonstreerde aanmatigende arrogantie die voor (pedante) 'wijsheid' moet doorgaan, maar bovenal van een vergaand paternalisme getuigt is onverteerbaar en dient derhalve afgestraft te worden. Wanneer de burger zijn pijlen effectief weet te richten kunnen de verdeel-en-heers-mechanismen met een flinke dosis maatschappelijke solidariteit effectief worden gekeerd. Dan is het snel afgelopen met de bureaucratische dwingelandij die mensen uit elkaar speelt. Dat moment is nu. De samenleving is aan zet. 
Uiteindelijk gaat het niet alleen om het creëren van mogelijkheden, maar vooral om de vraag wat er met die mogelijkheden wordt gedaan. Dat kan men beter niet aan gemankeerde figuren overlaten voor wie samenlevingsbelangen slechts betekenisloze woorden zijn. Zowel overschatting als onderschatting zijn doodlopende wegen.