Modern Times (vervolg)
 

                                                                                              Volksmandaat?

De Groene publiceerde onlangs een lezenswaardig stuk van Remieg Aerts over de democratie als 'hybride b(r)ouwsel', want jazeker, 'de algemene volkswil' bestaat niet, hoogstens als optelsom van deelbelangen. Algemene consensus over het algemeen belang is een fictie. 1 Maar dat wil nog niet zeggen dat daarmee alle aangevoerde argumenten in het stuk van Aerts deugen. Er zijn tenslotte algemeen geformuleerde klassieke en sociale grondrechten waaraan de overheid is gebonden om daar uitvoering aan te geven.

Ten eerste: de suggestie dat de rechtsstaat aan de democratie vooraf zou gaan is onjuist. De rechtsstaat is tegelijk met de vertegenwoordigende democratie ontstaan, toen de rechten van de burger (citoyen) werden geformuleerd en geïnstitutionaliseerd. Dat er in Nederland pas later algemeen kiesrecht kwam omdat men na de Franse Revolutie en de Bataafse Republiek vooraleerst wenste te kiezen voor de (absolutistische) monarchie waarvan Thorbecke een parlementaire democratie moest zien te brouwen en dat de sociale grondrechten pas in 1983 in de Grondwet werden opgenomen doet daar niets aan af.

"Evenmin vormt een kiezer uit zichzelf de overtuiging dat door asielzoekers de woningmarkt is vastgelopen. Dat is het werk van de campagnestrateeg", schrijft Aerts. Een flagrante en tamelijk arrogant-paternalistische ontkenning van de burger als centrale politieke actor in de politeia c.q. res publica en misschien wel de kern van alle misverstanden rond het democratisch stelsel zoals dat sinds jaar en dag functioneert. 2 Niemand anders dan de burger zelf gaat over zijn opvattingen. Of men die nu deelt en juist acht, of niet.

Nog zo een: "bestuurders en vertegenwoordigers krijgen van de kiezers een voorwaardelijk en tijdelijk mandaat." Nee, een open mandaat zonder verplichtende voorwaarden vooraf (en zelfs ook niet achteraf gezien de zeer beperkte invloed die kiezers nu eenmaal op politieke partijen hebben). 3  

Voorts: "peilingen en media houden het zittende bestuur onder druk." Dat is teveel gezegd. In de oververhitte mediacratie zijn de media niet alleen bepalende agendasetters maar modelleren zij ook de publieke opinie.

En tot slot: "wie draagt de verantwoordelijkheid voor de kosten, de gevolgen en de eventuele problemen die voortkomen uit de voorstellen van het burgerberaad?" Ja dat is altijd en eveneens de vraag bij alle politieke beslissingen uit/in naam van de burger.
"Regeringen worden op hun prestaties afgerekend." O ja? Hoe en door wie dan wel? Was dat maar zo. De Tweede Kamer controleert als hoogste wetgever, maar (coalitie)meerderheden die van zulk een controle niet willen weten (of zich er niets van aan wensen te trekken) kunnen vrijelijk hun gang gaan en de controlefunctie van het parlement flink dwarsbomen (zo niet uithollen), zoals we geregeld bij vorige kabinetten hebben kunnen waarnemen.

Kortom de conclusie is en blijft dat de democratie in de praktijk louter als legitimeringsmechanisme voor discutabele beslissingen met weliswaar verstrekkende gevolgen fungeert, maar zonder dat deze beslissingen al te veel relevantie voor burger- en samenlevingsbelangen hebben. De burger komt er in al zijn diversiteit feitelijk nauwelijks aan te pas. Elke partij opereert op basis van een deelmandaat en kan dus ook nooit claimen dat men (exclusief) 'het landsbelang' vertegenwoordigt. Dus wie suggereert nu eigenlijk dat er sprake is van een 'volkswil' ? Dat doen alle politici die uit naam van alle burgers denken te kunnen spreken en de slippendragende media die daarin meegaan. De nationalisten hebben hier geen monopolie op. Slechts een democratisch gekozen staatshoofd zoals een president kan hier enige aanspraak op maken — maar dan nog.

Nu D66 zich voor de opgave geplaatst ziet om de rommel op te ruimen die zijzelf mede heeft veroorzaakt, lijken dit soort overwegingen die Aerts opwerpt plotseling relevant om mogelijke verwachtingen alvast te temperen, maar het opportunistisch gehalte waarmee men nu selectief in de politieke filosofie en het staatsrecht meent te kunnen shoppen is onmiskenbaar. Waar bleven deze vragen toen Rutte regeerde en een loopje met zowel de democratie als het staatsrecht nam en zich omstandig als 'pater familias' van het volk presenteerde? Geen woord werd er aan dit soort vragen gewijd, voor hoeveel debacles deze politicus en zijn coalitiekompanen ook verantwoordelijk waren. Omtzigt moest er als volkstribuun aan te pas komen om de boel aan de kaak te stellen, hoewel het dwingen tot het afleggen van verantwoording zijn partij NSC niet was gegeven en men uiteindelijk zelf daarin ten onder ging. We zijn nog geen millimeter opgeschoten. Dezelfde Rutte-club gaat regeren en komt exact voor dezelfde problemen te staan als het laatste kabinet Schoof. De verkiezingsuitslag zelf is een hybride product van (valse) hoop en verwachting dat wederom allerwegen zal teleurstellen. D66 is allang geen progressieve partij meer. Van Mierlo is evenals Den Uyl dood en begraven, ondanks hun politieke erfenis die sommigen nog menen te kunnen koesteren. Het VVD-beleid van de afgelopen halve eeuw zal onverkort worden voortgezet. Met deze en evenzoveel volgende coalities.

'Coalitiebelang = landsbelang = bereidheid om compromissen te sluiten', zo wordt gezegd. Deze trits wordt sinds jaar en dag gebruikt om partijgedrag te rechtvaardigen waarmee kiezersbeloftes worden gebroken en beleden principes worden geschonden, terwijl men zich op de borst klopt vanwege de bereikte 'resultaten'. Het waren immers 'moeilijke keuzes' die om 'doortastendheid' vroegen. Dat is pas 'verantwoordelijkheid nemen', zo luidt steevast de argumentatie. Dat voor vele van zulke keuzes doorgaans geen mandaat is verstrekt deert de politici kennelijk niet. Men waant zich vrij om te handelen uit naam van de burger, terwijl tegelijkertijd het principe van volkssoevereiniteit in twijfel wordt getrokken of volledig ontkend. Individuele volksvertegenwoordigers of hun fractie vertegenwoordigen echter niet de gehele bevolking zoals ten onrechte vaak wordt beweerd, maar slechts een gedeelte daarvan. Dat ontslaat hen echter niet van de aangegane verplichting om het algemeen belang te dienen, ondanks dat dit belang uit een verzameling (vaak niet complementaire, dan wel strijdige) deelbelangen bestaat. Selectief shoppen in deze materie lijkt wellicht opportuun, maar blijft derhalve uiterst twijfelachtig en discutabel.

We blijven dromen — over 'leveren', 'middenpartijen', 'samen', 'vooruitgang', 'burgers op één', 'autonomie', 'pragmatisme', 'identiteit', 'milieu', 'veiligheid', 'gezondheid' en wat niet al, maar de politieke realiteit is een radicaal andere. Daarin voeren sentimentalisme, hypocrisie, drogredenen, animositeit, de macht van het getal, zelfgenoegzaamheid en vooringenomenheid de boventoon. Dus blijft de vraag: wie wil nu eigenlijk wat en hoe articuleert zich een en ander? 'Beroepsarticulators' hebben weliswaar een grote mond maar kleunen net zo vaak mis als zij menen het bij het rechte eind te hebben. Het algemeen belang zou geen mistige kwestie behoeven te zijn indien men zou (willen) inzien dat staat en overheid een aantal basale verplichtende taken hebben die onverkort dienen te worden uitgevoerd. Dat politieke vraagstukken daarnaast uiterst relevant blijven is een gegeven dat nu eenmaal met de samenlevingsordening blijft verbonden. Maar dan dient die (feitelijke dan wel gewenste) ordening wèl voluit aan de orde te komen en niet zoals nu het geval is onder het mom van 'ont-ideologisering' onder het tapijt te worden geveegd. Want daarmee legt men de bijl aan de wortel van alle politiek — en daarmee ook van de democratie. Het machtsvraagstuk blijft evenwel de kern waarom het draait, want zonder politieke macht laat men de verdeling van means and resources over aan ongrijpbare financieel-economische machten die weinig om samenlevingen malen en zich aan de belangen van burgers weinig gelaten laten liggen. Met een dolgedraaide praatcultuur waarin men blijft hangen komt men er niet. 

We slagen er ondanks alle gedroomde vergezichten niet in zaken in juiste proporties te zien en daarnaar adequaat te handelen. De historische ongelijkheid is evenals de roofbouw op grondstoffen en natuurlijke hulpbronnen immens. Samenlevingen blijven wankele constructies waarin bevolkingen grenzeloos worden geëxploiteerd. Machtstoedeling ligt volledig uit het lood. Desondanks gaat men onverdroten voort met het ongebreideld toe-eigenen van posities die de individuele mens niet toekomen. Tot aan de inzet van militaire middelen toe. Alles 'for the benefit of' … ja van wat of wie eigenlijk? Alles opdat de huidige kapitalistische wereldordening maar ongehinderd gehandhaafd kan blijven? Om dat laatste maalt niemand daar weinigen zich realiseren wat zulk een ordening feitelijk voor de impact van samenlevingen betekent. Burgers komen er nauwelijks aan te pas. Noch qua besluitvorming, noch qua toedeling van bestaansmiddelen. Men wordt gepatroniseerd en gemanipuleerd zonder dat men daar enige invloed op heeft. Burgers zijn in deze constellatie weinig méér dan (goedkope) arbeidskrachten, willoze consumenten en belastingbetalers die de kassen van overheden en aandeelhouders spekken. En op straffe van (verdere) marginalisering geacht worden er verder het zwijgen toe te doen. Dat is geen leven, maar een collectieve gevangenis waaruit geen ontsnappen mogelijk blijkt. Het moge anders lijken en worden voorgesteld, de realiteit laat zich niet loochenen. Kop in het zand helpt evenals lethargische berusting niet. Dociliteit komt machthebbers altijd prima van pas. Het kan anders, maar dat vereist contestatie. In den brede. Het denken deugt niet, net zomin als het (bestuurlijk) handelen. Wij laten te veel aan de verkeerde personen over en vertrouwen hen posities toe die men niet waarmaakt. Wat effectief zou helpen is het weigeren om hen nog langer financiële en politieke middelen in handen te spelen waarmee men naar willekeur kan speculeren. Dan is het afgelopen met de hovaardij en zelfoverschatting waarmee men hele samenlevingen klem zet en terroriseert. Tot die tijd blijft er helaas weinig anders over dan toezien en op een houtje bijten. 

Wiens brood men eet …

… diens woord men spreekt. Zo luidt het gezegde. Dat geldt voor politici, journalisten en – helaas – ook te vaak voor academici en tal van anderen die geacht worden zich onafhankelijk op te stellen en niet naar de pijpen van broodheren te dansen. Met die 'onafhankelijkheid' is het derhalve nogal droevig gesteld, zeker in een tijd waarin het ongebreideld voeren van propaganda schering en inslag is en velen sans gêne een loopje met de werkelijkheid nemen. Het lijkt soms wel of eenieder 'belangenbehartiger' is geworden en men elkaar in dit opzicht voortdurend de loef moet afsteken. Kritische distantie is evenals doorwrochte analyse ver te zoeken, met alle gevolgen voor het politiek-maatschappelijke en academische debat. De strijd om de gunst van de publieke opinie is bepalend en legt een zware claim op onbevangen free speech. Die is er dan ook weinig, om niet te zeggen meestal geheel afwezig, ondanks alle gejubel over 'communicatie' via moderne middelen. Men babbelt wat en reageert navenant. Eén verkeerd woord of een uitglijer en het is gedaan met gevestigde reputaties en posities. Dat moge in het belang van 'de democratie' lijken, maar is het in feite nauwelijks. Het legt het vrije debat volledig lam. Hier staat tegenover dat men meent aan borreltafels in talkshows de vrije hand te hebben en daarbij driftig over de schreef te kunnen gaan als het zo te pas komt. Speculaties over gedrag van anderen die vaak niet eens aan 'het gesprek' deelnemen zijn aan de orde van de dag zonder er weerwoord mogelijk is. Publieksmedia waar het journalistieke métier centraal zou moeten staan laten zich hierdoor reduceren tot scherprechter en publiek schavot. Beeldvorming, ophef en sensatie zijn leidend. Fantastisch, wat een lol zulk 'amusement'. Het is voor betrokkenen kennelijk te veel gevraagd om zich wellevend, kritisch en betrokken te tonen zonder dat er gepopulariseerd wordt en men zich als sneue clowns meent te moeten gedragen. Al dit soort opportunisme jaagt slechts animositeit aan en plaveit de weg voor ongegeneerde hypocrisie, gemakzucht en angstvalligheid. Die zijn dan ook niet van de lucht. Nogmaals: sta op, recht uw rug en word een burger zoals Stéphane Hessel ons voorhield. 

[1] De Groene nr. 43-44, 22 oktober 2025

[2] Wanneer aan burgers de vraag zou worden voorgelegd of zij instemmen met de voorgenomen aanwending van defensiemiljarden dan is het maar zeer
     de
 vraag of een meerderheid hiermee akkoord zou gaan, zoals dat ook geldt voor verstrekkende en ingrijpende beslissingen als over het zorg-, pensioen-
     of
 belastingstelsel. Desondanks menen de verzamelde politici zulk een beslissing namens 'de' burger te kunnen nemen, want wie geen bezwaar maakt    
     stemt in deze omgekeerde werkelijkheid blijkbaar toe. Over een selectief gebruik van 'de volkswil' en het al dan niet verstrekte mandaat gesproken...
 

[3] Zie onze eerdere beschouwingen over het kiezersmandaat als blanco cheque (en 'package deal')