Cynisme verpakt als integriteit

Nu de Oekraïne als vooruitgeschoven bolwerk van het expansionistische westen overvloedig en buitensporig van geld en wapens wordt voorzien in de veronderstelling dat Putin daarmee op de knieën zal worden gedwongen, is het maar zeer de vraag of dit scenario enige realiteitswaarde heeft. Men zou zichzelf daarmee wel eens flink in de vingers kunnen snijden, zo niet een desastreuze oorlog over zichzelf kunnen afroepen. Een oorlog evenwel die slechts verliezers zal kennen.

Hoezo 'Koude Oorlog' ? Dit alles uit naam van 'de democratie' ? Waarom leert men niets en blijft men zich aan fantomen vastklampen? Hoe kan een militaire alliantie zich op enige legitimiteit beroepen indien men de internationale rechtsorde selectief en dubbelhartig blijft benaderen en naties op nietsontziende wijze de oorlog inrommelt? Daarmee wordt geen vredesbelang gediend, maar worden conflicten op volstrekt onverantwoorde wijze aangejaagd. Het moge dan ook als uiterst alarmerend worden beschouwd dat zulke mechanismen zich geruisloos kunnen voltrekken en dat bevolkingen zich dit willoos laten welgevallen. Welke 'rechtvaardigingen' men ook omstandig te berde moge brengen en hoezeer de publieke opinie ook naar gewenste adhesie en uitkomsten moge worden gemodelleerd. Dit zijn geen tijden voor euforie, maar voor een beschaamd neerkijken bij alle tentoongespreide hovaardigheid. Wie zich moreel superieur acht, zal zich op zijn minst rekenschap dienen te geven. Zo niet, dan vervallen alle claims dienaangaande. Elke oorlogsdode is er een teveel, of het nu Gaza of elders betreft. Niet alleen vredelievende Israëliërs en Palestijnen zijn het zat, ook talloze burgers in andere delen van de wereld hebben schoon genoeg van het militaristische wapengekletter dat telkens weer over hun hoofden, maar steevast uit naam van zulke bevolkingen op uitzinnige wijze ter hand wordt genomen door drieste leiders die weinig malen om zaken als eerbaarheid of integriteit waar men zo omstandig mee schermt. Dat geldt niet alleen voor mensen als Putin, maar evenzeer voor de vele Netanyahus en Zelenskis van deze wereld. Om over eigengereide Von der Leyens of Bidens verder maar te zwijgen. Alle maken zich schuldig aan oorlogshitserij en dienen daarmee onacceptabele belangen. Dat zou niet langer getolereerd dienen te worden, want me eigent zich mandaten toe die in geen verhouding staan tot posities die formeel gezien altijd nog aan grenzen van redelijkheid en betamelijkheid zijn gebonden. In autoritaire c.q. dictatoriale stelsels moge hiervan weliswaar geen enkele sprake zijn, in zich 'democratisch' noemende samenlevingen liggen zaken beduidend anders. Toch kan niemand zich zonder consequenties aan humanitaire uitganspunten onttrekken in de veronderstelling boven elke wet te staan. Daarmee haalt men altijd bakzeil. Is het niet nu, dan zeker op termijn. Een cynische wereldconstellatie is niet datgene waarmee de moderne mens is gediend. Van het nemen van afstand hiervan wel. Maar dat vergt wel het een en ander van zich consciëntieus wanende functionarissen die liever driest met geld en middelen smijten dan zich anders dan louter retorisch om menselijke noden te bekommeren. Wanneer dit alles te veel gevraagd blijkt, dan rest de mensheid weinig anders dan zich te verbijten over zoveel onkunde en eigenwaan. Een beetje protest te hooi en te gras zal geen verschil maken. Zeker bij toenemende taboeïsering en repressie niet. Laat het op u inwerken. 

3M – Mensen, Middelen, Mandaten

Waarvoor en waartoe hebben samenlevingen ooit staten en overheden opgericht? Was dat niet om de belangen van burgers te kunnen waarborgen en de onderscheiden verantwoordelijkheden dienaangaande consequent – ofwel rechtsstatelijk – te kunnen regelen? Nu dan, hoe is het daarmee gesteld?
Bar en boos. De burger verstrekt weliswaar financiële middelen en mandaten aan 'zijn' overheid, maar hoe langer hoe meer worden de verhoudingen omgedraaid en raken burgers de regie kwijt. Gevestigde belangenorganisaties krijgen steevast gelegitimeerde (legale) ruimte om naar believen hun zaken te regelen, terwijl burgers machteloos moeten toezien hoe hun belangen naar het tweede plan worden geschoven en hen mogelijkheden ter behartiging van deze belangen zelfs ook worden ontnomen. Monopolistische markttendenzen worden niet gekeerd, machtsongelijkheid niet structureel aangepakt, het verlies aan juridische beroepsmogelijkheden niet noemenswaardig aan de kaak gesteld en de rechtsstatelijke positie van 'de burger' als zodanig nauwelijks nog gerespecteerd. De verhouding burger – staat – overheid is danig uitgehold, zo niet ernstig gecorrumpeerd geraakt. De burger moet het doen met goedbedoelde maar weinig effectieve Radar-adviezen 1 en zich allerhande vermaningen van een vaak dubieus soort door de overheid laten welgevallen. Omtzigt en andere verontruste personen mogen dan wel voor het voetlicht worden gehaald om hun ongenoegen over misstanden te ventileren, het zet allemaal weinig zoden aan de dijk zolang de fijnmazige (en juridisch dichtgetimmerde) machtsstructuren niet worden herzien en op hun merites beoordeeld. Wie de ontregelde verhoudingen serieus neemt zou niet langer zaken met de mantel der liefde moeten bedekken of genoegen moeten nemen met wat wettelijke aanpassingen ad hoc, maar voluit de beleidsideologie die dit alles mogelijk heeft gemaakt moeten attaqueren. Daarvan is echter nauwelijks sprake.
Burgers 'mogen'   en moeten  hun 'eigen zaakjes' zien te regelen. Dat is het adagium dat in vele toonaarden over de samenleving wordt 'uitgerold' alsof het een als gunst verpakte burgerdeugd zou betreffen. In werkelijkheid is het een vergaande verplichting die overheidsverantwoordelijkheden uit de weg gaat en marktpartijen vrij spel geeft. Dat moge voor deze categorie wel zo comfortabel zijn, maar pakt desastreus uit voor velen in de samenleving. En zeker niet voor de gedupeerde toeslagenouders of de geschoffeerde Groningers alléén. Bescherming tegen machtsconcentratie en misbruik van posities die hieruit voortvloeien is dan ook ver te zoeken. 'Toezichthouders' of niet. Fraai verwoorde uitgangspunten van 'good governance' blijken nogal eens een wassen neus die al te makkelijk met massieve juridische middelen omzeild kunnen worden als het zo te pas komt. In het uiterste geval worden er juridische stikconstructies geëntameerd of boetes betaald ('regelingen getroffen') als het echt niet anders kan. De rechtsstaat verwordt daarmee tot grabbelton en roulette tegelijk. U had het over 'kansen'…? Een 'gelijk speelveld' is een (cynisch) fantoom dat er weliswaar nog altijd ingaat als koek, maar de burger een schijnvertoning voorhoudt. Deze façade wordt door de financieel-economische en maatschappelijke werkelijkheid keer op keer gelogenstraft en van valse pretenties ontdaan. Slechts degenen die over ruime financiële (en juridische) middelen beschikken maken kans om beroepszaken te winnen en zodoende enig recht te doen gelden. Voor anderen geldt dat men zich dient te bezinnen eer men aan zulke –   meestal kansloze, dan wel uitzichtloze – exercities begint. Staat, overheid en markt zijn als monoliet zo innig verweven geraakt dat de civil society het nakijken heeft en de burgermaatschappij volledig tegen zichzelf en elkaar wordt uitgespeeld. Onrecht? U zoekt het zelf maar uit. Komt u er niet uit, dan staat er een leger consultants klaar om u te helpen nietwaar? (Wel eerst even inschrijven graag, dan bekijken we de te volgen procedures – enzovoort).
Ja, 'Recht' … kom er eens om.

Maar met wat voor een staat burgers zich ook mogen willen vereenzelvigen, het blijft een kwestie van juiste verhoudingen. Of het nu om Oranjegekte, groene verdwazing, roze non-discriminatie en genderneutraliteit, paarsblauw neoliberaal-technocratisch libertarisme of om bruinzwarte mythes gaat, dan wel voorbij gewaande rode idealen betreft. Wat dit aangaat lijkt er keuze te over, maar juist die gewaande 'keuzevrijheid' is de angel die vele ambities nekt. Men rekene zich vooral niet prematuur rijk. Het bestrijden van oneigenlijke staatsmacht en uitdijende machtsconcentratie is geen kinderspel, maar vergt vasthoudendheid en een scherpe blik die niet vertroebeld wordt door misleidende sentimenten, opportunisme of eigenwaan. Een beroep hierop moge outdated lijken, dat is het allerminst. Sommige zaken en fenomenen zijn van alle tijden. Zeker kwesties die de samenlevingsordening betreffen. 
Zolang Nederland echter bij voortduring in de knellende greep blijft van
EU en Navo-dirigisme zal de zo beleden 'strategische autonomie' een onzalige wensdroom blijven. Nederland blijft een in-burgerlijke klassenmaatschappij waarin de piketpaaltjes niet door de burger, maar door machtige lobbycircuits worden geslagen. Wiens belangen daarmee worden gediend laat zich raden. Niet die van de verzamelde goegemeente in elk geval. Wie zich blijft blindstaren op maatschappelijke verandering die vanuit democratische grondslagen bewerkstelligd zou moeten worden, laat zich zand in de ogen strooien. Zo werkt de maatschappij niet (zo dit ooit het geval is geweest). 'Democratie' blijft op deze wijze een doekje voor het bloeden waarmee naar willekeur kan worden omgesprongen. Zeker zolang de genoemde samenlevingsordening 'geen politiek issue' meer is, of zou mogen zijn. Dan blijft men om de hete brei heenlopen in de veronderstelling dat de status quo feitelijk wel genoegzaam geregeld zou zijn. Deze misplaatste zelfvoldaanheid nekt elke serieuze poging tot institutional change in den brede. Men waakt er dan ook krampachtig en uit alle macht voor dat zulks vleugels zou krijgen. Met name degenen die (denken) baat (te) hebben bij continuering van deze weinig perspectief biedende status quo. Dan resten er inderdaad slechts droombeelden die voortdurend aan de man gebracht moeten worden om de samenleving er maar van te overtuigen dat men 'op de goede weg' zit en het nog slechts 'een kwestie van tijd' zou zijn alvorens het heil voor allen een feit is. Deze voorgehouden worst doet nog altijd haar effectieve werk, ook al is die allang en breed over de datum. Ja wij 'braaien' wat af in de polder.


[1] Radar is het consumentenprogramma van Avro/Tros-tv waarmee met name civielrechtelijke misstanden zoals oplichting, wanprestatie en fraude aan de kaak worden gesteld, zoals men ook met het programma de Rijdende Rechter (NPO) merendeels civielrechtelijke conflicten tracht op te lossen. Dit betreft echter geen rechtszaken in de strikt juridische zin (zoals met procesvertegenwoordiging en juridische bijstand), maar komt feitelijk neer op mediation waar partijen zich al dan niet (geacht worden) bij neer (te) leggen.

Een ander perspectief

Wanneer men politieke en cultureel-maatschappelijke ontwikkelingen en fenomenen ('trends') juist wil duiden en markeren gaat het om te bepalen wat beklijft, wat merendeels van voorbijgaande aard is, welke commotie van belang is en welke louter hypes betreffen. Alsook om de vraag waardoor mensen zich laten opjutten, waarin men nog fiducie kan hebben en vertrouwen aan kan ontlenen. Is alles inmiddels zo vrijblijvend en inwisselbaar geworden dat niets er werkelijk meer toe doet? Het gevoel voor richting en proportie lijkt problematischer dan ooit en dat zijn zeker geen zaken die zomaar weggewuifd kunnen worden.

Intussen wordt er zoals gezegd anno 2024 nog altijd oorlog gevoerd en vallen er vele zinloze slachtoffers. Maar in plaats van zich te richten op beëindiging, wakkert men de oorlogsvoering als nooit tevoren aan. Natuurlijk behoefde de Oekraïne noch de Gaza willoos te worden uitgeleverd aan expansionistische aspiraties van wie dan ook. Maar dat was – en is – geen exclusieve zaak van de VS of de Navo, maar primair van de wereldgemeenschap als geheel, ofwel de VN. Dat vereist echter stabiele eensgezindheid om tot bestendige beëindiging van oorlogshandelingen te komen, maar die wordt ernstig doorkruist wanneer staten en hun leiders op eigen houtje menen te moeten en kunnen opereren. Zulk een opstelling levert geen bijdrage tot de wereldvrede, maar houdt militarisme en militaristische geopolitiek simpelweg in stand. Ook het stelsel van bondgenootschappen maakt hier helaas deel van uit. Politieke, economische en geostrategische belangen lopen in elk geval flink door elkaar. Dat betekent dat zolang de zwaarden niet worden omgesmeed tot ploegscharen, zoals het VN-adagium luidt, er van alle gedroomde aspiraties op het gebied van vrede, veiligheid en menselijkheid weinig terecht zal komen. Alle geventileerde commotie over onrecht en slachtofferschap ten spijt. De pijlen zullen juist gericht moeten worden, in plaats van zich lukraak alsook tamelijk willekeurig door twijfelachtige sentimenten te laten meeslepen die slechts dood en verderf zaaien. De wereldvrede is dermate precair en kwetsbaar dat het onverantwoord is om zulke zaken nog langer aan een drieste verzameling staatslieden en hun militaire adviseurs over te laten.  Men zal in den brede in het geweer moeten komen om de mechanismen die oorlogshandelingen stelselmatig aanjagen te stuiten. Het blindelings volgen van zulke personen dient afgelopen te zijn. Pas dan zullen er werkelijk bakens worden verzet waar de mensheid baat bij heeft zoals met de internationale rechtsorde ook wordt beoogd. Al degenen die menen boven de wet te staan hebben geen recht van spreken en dienen het veld te ruimen. Dat kan zelfs geweldloos indien hen de machtsbasis om vrijuit te handelen ontvalt en zij feitelijk met lege handen komen staan. Dat wil niet zeggen dat agressie zal kunnen worden uitgebannen, maar wel dat de 'legitimatie' om zich agressief te betonen op losse schroeven komt te staan. Ook indien agressie onder vreedzame voorwendselen plaatsvindt. Dan is het wel zaak dat mensen boven de dichotomie 'winners-losers' weten uit te stijgen en zich niet meer door zulke schema's laten meeslepen, of zich voor zulke karretjes laten spannen. Dan is er pas echt wat gewonnen. Dat betekent echter ook dat identificatie met nationalistische denkbeelden zal moeten worden herzien en dat hierop gegrondveste soevereiniteitsclaims met de nodige omzichtigheid tegemoet zullen moeten worden getreden. 'Volk' en 'bodem' zijn immers lang niet altijd samenvallende begrippen. Om over de opsplitsing in 'hemispheres' nog maar te zwijgen. 2

Kortom de geopolitieke ordening is en blijft een uiterst brisante materie die te vaak als 'voldongen feit' wordt beschouwd, dan wel voorwerp is van enorme willekeur. Beide gerichtheden zijn ongewenst en dienen niet de vreedzame belangen die men zegt na te streven. De wereld is geen speelveld voor opportunistische ambities, noch een arena om allerhande vetes uit te vechten. Macht kan niet worden opgeëist, noch zonder consequenties worden aangewend. Zeker niet wanneer anderen daardoor tot machteloze subjecten worden gedwongen. Het 'recht van de sterkste' is al helemaal uit den boze. Daarmee worden niet alleen alle deuren voor willekeur, maar tevens voor vergaande repressie opengezet en is het hek van de dam. De inzet van wapens is altijd een zwaktebod.
Waar het uiteindelijk zowel in de internationale als nationale politiek om gaat is niet zozeer demonstratie en lijdzaam protest, maar dat er eisen worden gesteld die ook daadwerkelijk worden afgedwongen opdat overheden zich aan hun verplichting tot nakoming van taken en verantwoordelijkheden houden en er adequate diensten worden geleverd waarvoor burgers nota bene ruimschoots middelen ter beschikking stellen. Aan patroniserend staatsmoralisme heeft de samenleving geen enkele behoefte.

Waarom blijkt het toch zo moeilijk voor mensen om in te zien dat oorlogshitserij en ongebreideld machtsvertoon de bron van veel nodeloze ellende is? Is dat omdat we maar moeilijk kunnen erkennen we - wat dit laatste betreft - zelf lang niet altijd hiervan verschoond zijn? Hiërarchische verhoudingen – of die nu tussen chefs en ondergeschikten, tussen mannen en vrouwen, tussen bevolkingscategorieën, of tussen staten betreft – hebben alle dezelfde oorsprong: die van het menselijk tekort en de zelfoverschatting die daarmee niet zelden gepaard gaat. Hoe men het ook wendt of keert, hiërarchieën zijn en blijven discutabel. Zeker als daarmee structurele ongelijkheid in stand wordt gehouden. Wie meent anderen de wet te kunnen voorschrijven dient vooraleerst bij zichzelf te rade te gaan en zich af te vragen of ingenomen posities wel altijd zo onbetwist zijn als men voorgeeft. Moralistische hoogdravendheid doet daar niets aan af. Vooral die van het ambivalente soort niet. Daarvan kennen we genoeg voorbeelden die slechts retorische doeleinden dienen en het met 'de menselijkheid' niet zo nauw of ernstig nemen als het soms lijkt. Ook wat dit betreft zijn woorden en daden lang niet altijd congruent. De soep wordt daarom in tegenstelling tot het gezegde vaak heter gegeten dan opgediend.


[2] Deze veelvuldig gebezigde verwijzing naar niet nader omschreven gebiedsdelen ter land, ter zee, of in het luchtruim waarbij staten vrijwel onbegrensde exclusieve rechten claimen is bezijden elk volkenrechtelijk en staatkundig principe en is volledig op los zand gebaseerd daar het internationale recht slechts territoriaal afgebakende soevereiniteitsgrenzen erkent. Er bestaat derhalve noch een Amerikaanse, noch een Russische, noch Chinese 'hemisphere' waarop aanspraak gemaakt kan worden, ondanks dat het Koude Oorlogsdenken hier zowel impliciet als expliciet vanuit gaat.