Pathologie van het solipsisme

De moderne samenleving kenmerkt zich niet alleen door een gejaagd leven, maar tevens door nogal wat chronische ziektebeelden en -verschijnselen. 1 Stress en burnout zijn slechts oppervlakkige uitingen hiervan. Daaronder schuilt een overmatige en obsessieve aandacht voor het eigen ‘Ik’ die grenst aan een narcistisch ziektebeeld. Hierdoor leven velen in een ‘solipsistisch universum’, hetgeen leidt tot een vrijwel atomaire samenleving. Hoezo ‘gemeenschapszin’? Hoezo ‘samen’? Er is sprake van een afgeslotenheid van de buitenwereld. De eigen binnenwereld is vaak het enige referentiepunt (zie de karrevracht aan egodocumenten en bewogen 'belevingsliteratuur'). Huishoudens zijn veelal naar binnen gekeerde mini-kosmossen waarvan de leden vaak volstrekt langs elkaar heen leven en eigen weinig empathische levens leiden. Hoezo ‘communicatie’? Hoezo ‘social media’? Hoezo ‘communities’?

Het is droevig gesteld met ‘aandacht’ – en vooral die voor elkaar. Zelfpositionering en opzichtige ego-manifestaties kenmerken het moderne leven in niet geringe mate. Daarvan zijn vele uitingsvormen te noemen. Zowel in het sociale, als in het politieke en publieke leven. ‘Met rust gelaten willen worden’ heeft dan ook een uiterst paradoxale connotatie. Enerzijds verlangt de mens naar erkenning, anderzijds ook naar individuele ruimte. Dat gaat meestal moeilijk samen. Vooral wanneer die ‘erkenning’ op drijfzand – i.c. louter materiële, dan wel cosmetische aspecten – gestoeld wordt. Men komt dan meestal bedrogen uit.
Welbeschouwd is er weinig ‘wij’. Of het moet het ‘wij’ zijn dat exclusief en louter voor de eigen groep geldt. Maar een samenleving is meer dan een optelsom van ‘communities’ die elkaar de loef proberen af te steken. Dat is evengoed armoe als de anonimiteit waarmee velen worstelen. Jezelf ‘in de etalage’ zetten en ‘airplay’ zoeken zoals het in marketing- en communicatiekringen heet, is even vluchtig als kortzichtig. Populaire aandacht komt en gaat en is meestal ook niet aan de gemiddelde burger voorbehouden. Een massacultuur kenmerkt zich nu eenmaal niet door individuele ‘excellentie’, maar door volgzaamheid, ofwel door aan- en inpassing. Het gewaande eigen ‘Ik’ dat zo bijzonder zou zijn en boven de korenmaat uitsteekt is dat meestal niet. Deze uniciteit wordt flink overschaduwd door de behoefte om ‘erbij’ te horen. Met als gevolg dat velen nog eenzamer zijn dan gewenst. Want hoezeer het ‘succesvolle libertaire individu’ ook als hoogst bereikbare ideaal wordt gepromoot, men blijft een eenzame doler te midden van vele dolende anderen.

De collectieve identificaties met de ‘succesvollen’ en ‘geslaagden’ liegen er intussen niet om. Men jubelt en joelt wat af wanneer er weer een bijzonder exemplaar als na te volgen voorbeeld ten tonele wordt gevoerd. Zolang het duurt althans, want roem verdampt snel. Maar geen nood, de volgende (inwisselbare) figuranten staan alweer in de coulissen klaar om het applaus in ontvangst te nemen en zich de tijdelijke roem en aandacht te laten welgevallen. Enzovoort. Ad infinitum. Alle dagen feest.
Het moderne leven is echter allerminst feestelijk voor degenen die in alle anonimiteit hun heil trachten te zoeken. Vooral wanneer men louter als een ‘nummer’ of administratief ‘geval’ wordt behandeld. Dan wordt het lastig om nog enige eigenwaarde te behouden. 

Waaraan ontlenen mensen hun positie en waarmee onderscheidt men zich van anderen, dan wel denkt men zich van anderen te onderscheiden? Dat is steeds weer de terugkerende vraag bij alle vermeende diversiteit. Het algemene en bijzondere, ofwel individu en collectiviteit, is en blijft een fundamenteel vraagstuk dat met wat ‘opleuking’ van het bestaan niet kan worden weggepoetst. Hoeveel lachebekjes er ook voortdurend hun best doen om het anders voor te stellen en hoe bijzonder (of ‘bij de tijd’) men zich ook moge wanen. Wij zijn allen onderdeel van een cultuur die nu niet bepaald zit te springen om mensen die al te zeer van ‘de norm’ afwijken. Of het nu burocratische, of morele normen betreft die men verklaart hoog te willen houden. Wat dat betreft leven we nog altijd – of wederom – in Victoriaanse tijden waarin men liever wegkijkt dan dat men zaken onder ogen ziet. Al te pijnlijke kwesties vermijdt men liever. Dat geeft maar ongemak. Degenen die menen hun eigen zaakjes prima te kunnen regelen en het eigenbelang als (ultieme) maatstaf nemen en ook najagen, hebben vaak weinig besef van de fundamentele relatie met het algemeen belang waarvan eenieder tenslotte ondanks alle egomanie afhankelijk is. Dat is de kortzichtigheid die de samenleving telkens weer opbreekt.
 
Al met al is het geen uitgemaakte zaak dat degenen die alle aandacht opeisen zulke aandacht ook werkelijk verdienen. Zoals er geen ‘silent majority’ bestaat die ‘per definitie’ het gelijk aan haar kant heeft, zo is er ook geen intellectuele voorhoede die ongestraft de mores voor anderen kan bepalen. Hoe ‘excellent’ of ‘rechtschapen’ men ook moge zijn. Veel te veel hebben een te grote bek en blaten stompzinnig in het rond terwijl de menselijke noden er niet om liegen. Anderen wentelen zich in vrijblijvende nietszeggendheid waarvan het opportunisme en cynisme afdruipt. Een vanity fair zonder weerga. Wie kortom nog durft vol te houden dat het moderne leven zich in positieve zin onderscheidt van al hetgeen onze (voor)ouders hebben nagelaten, vergist zich. Niet dat alles ‘vroeger’ zoveel beter was, maar wel in menig opzicht anders georiënteerd. In elk geval minder gejaagd en obsessief dan nu veelal het geval is. Mensen hadden doorgaans nog wat voor elkaar over en gunden elkaar ook wat, hoe weinig men ook bezat. Kom daar nu met alle in overdaad gedompelde leegheid eens om: a screaming emptyness of being. The show is all, de rest moet u erbij denken. Maar als al het jonge leven slechts de keuze heeft tussen popi-popi zijn en gepest worden, dan is het armetierig met de mensheid gesteld en valt er van een verstandige ontwikkeling weinig te verwachten.


[1] Zie de ruim voorhanden zijnde onderzoeksliteratuur op dit punt waarnaar wij in onze beschouwingen meermalen uitgebreid hebben verwezen.

  

Het ontregelde Midden-Oosten

"De strategie van Israël is kraakhelder”, aldus de Volkskrant met nauwelijks verhulde euforie (28 sept. 2024). Jazeker, etnische zuivering van de bevolking. Die kennen we. Maar dat is geen genocide, ‘slechts gedwongen deportatie’ met alle beschikbare middelen. Er wordt louter op ‘militaire doelen’ gemikt, de rest is ‘collateral damage’. Dat is dan jammer voor de slachtoffers. Fijne ‘strategie’. En zo vreedzaam ook. Zo wist het NOS-journaal bij monde van buitenlandcorrespondent Sander van Hoorn parmantig te melden dat niemand in Israël rouwig zou zijn om de bij de raketaanval op Beiroet omgekomen Hezbollah-leider Nasrallah, alsof de Israëlische bevolking een monoliet is zonder Arabische (of andere) sympathisanten. Hoe bizar wilt u het hebben. Moet de wereldgemeenschap daarvoor ongeconditioneerd adhesie betuigen? Nee natuurlijk. Het internationaal Gerechtshof heeft zich hierover niet voor niets duidelijk uitgesproken. Er worden structureel en welbewust misdaden tegen de menselijkheid gepleegd waartegen geen retoriek kan opwegen. En al helemaal niet die van ‘strategieën’, want daarmee graaft men slechts het eigen graf. Het is nietsontziende kamikaze zonder weerga waarvan de afloop voor alle betrokkenen bitter zal zijn. De hele Midden-Oostenregio zal blijvend ontregeld worden, zo dit al niet reeds het geval is. Met ernstige consequenties voor de geopolitieke verhoudingen. Israël isoleert zich in de veronderstelling onoverwinnelijk te zijn en tot in lengte van dagen eigen rechter te kunnen blijven spelen. Een dwaling die haar ontegenzeggelijk duur komt te staan. Want de illustere dagen van Moshe Dayan 2 keren beslist niet terug, hoe verbeten men ook tanden laat zien en hoezeer men ook moge menen deze zelfgekozen ‘Sonderweg’ zonder consequenties te kunnen blijven vervolgen. Het is nu echt kiezen of delen. In alle opzichten.

Het elkaar over en weer blijven bestoken met terroristische aanslagen zal geen enkel soelaas bieden voor wie vreedzaam samenleven nastreeft, maar bevolkingen onder militaire regimes gegijzeld houden en uiteindelijk hele samenlevingen ruïneren. Niet alleen de Palestijnen, maar zeker ook de Libanezen weten wat dit betekent. Een niet onaanzienlijk deel van de Israëlische bevolking trouwens ook, ook al horen we hier weinig over. Maar wanneer de leiders niet deugen is het ook wat dit betreft vechten tegen de bierkaai. Daar hebben we ook in Nederland meer dan genoeg ervaring mee.                                                                                                                   



[2] Moshe Dayan was de Israëlische opperbevelhebber tijdens de zesdaagse oorlog waarbij het Israëlische leger de militaire coalitie van omringende landen in korte tijd versloeg en vervolgens de Egyptische Sinaï, de Westelijke Jordaanoever (Jordanië), de Golan-hoogten (Syrië) annexeerde en de Gazastrook bezette (1967). Een en ander in de overtuiging dat de grenzen van Israël daarmee veilig waren gesteld. De overwinning leidde uiteindelijk in 1973 tot een vervolgoorlog tussen Egypte en Syrië (en een Iraakse expeditiemacht) aan de ene kant en Israël anderzijds om te trachten de geannexeerde gebieden te heroveren, maar die uiteindelijk onder druk van de Veiligheidsraad van de VN met een wapenstilstand werd stilgelegd waarna er vredesonderhandelingen startten die tot de Camp David vredesakkoorden van 1978 zouden leiden. Het ingezette vredesproces werd in de decennia daarna echter bruut verstoord, daar onverzoenlijke activisten aan beide kanten van geen wijken wilden weten en de strijd koste wat kost wilden voorzetten. Deze hardliners kregen hoe langer hoe meer vaste grond onder de voeten en maakten elk vredesinitiatief tot op heden vrijwel kansloos.

Boter op de hoofden 

Arabs and Jews boy, too much for me
So let's skip the news boy, I'll make some tea...

Dat waren befaamde songregels uit 1976 3 waarin werd verwezen naar de toenmalige perikelen op het wereldtoneel, maar die de meesten toch boven de pet gingen of waarvan velen toen reeds genoeg hadden. What’s new. Als mensen zich vervelen kunnen ze altijd nog een wereldoorlog beginnen, zo werd er in de tekst niet zonder ironie nog aan toegevoegd. Hoe kernachtig en hoe profetisch ook. Maar zoals wij al constateerden, de goegemeente is allang afgehaakt, ondanks dat men zich tegenwoordig kan verlustigen in de appearances van een nieuwe Navo-chef die als zetbaas, marionet en loopjongen vrolijk zijn nummertjes weggeeft en het applaus voor zijn eervolle propagandawerk gretig in ontvangst neemt. Zijn we wat dit betreft veel opgeschoten of wijzer geworden? Nauwelijks.

Wist u overigens dat de wijnproductie in roestvrij stalen vaten het predikaat ‘sustainable’ (en zelfs een integriteitsstempel) krijgt omdat dit ‘beter’ ofwel ‘milieuvriendelijker’ zou zijn dan opslag in (eiken)houten vaten? De wereld op zijn kop natuurlijk, maar wel weer een leuk ‘verdienmodel’ voor wie het betreft. Zo laat men zich een rad voor ogen draaien en gaan de Tata’s vrijuit. Men is onzinnig bezig, maar verkeert kennelijk in de veronderstelling dat alle politieke correctheid boven gezond verstand gaat. De havermelkmafia heeft er echter geen boodschap aan, die consumeert toch alleen maar ‘biologisch’ en daar hoort geen (goede) wijn bij. Weet de Chardonnay en Merlot-generatie ook veel. Dat zijn toch die flessen met schroefdop die je voor weinig bij de Super koopt? Een druivensoort zei u? Geen weet van. Nee geen natuurproducten meer als wol, katoen, hout, leer of kurk, maar liever het leven opleuken met plastic en andere kunststofproducten. Of zijn dat wellicht derivaten van de (fossiele) chemische olie-industrie? Tja, het moet niet te moeilijk worden… . Wij rijden tenslotte braaf elektrisch. Maar waar al die accu’s vandaan (moeten) komen, daarover hebben we het dan verder maar niet. Enzovoort. Hypocrisie alom.

Hoe zou het dan toch komen dat de burger afhaakt? Welnu, men heeft er geen enkele behoefte aan om zich knollen voor citroenen te laten verkopen, alhoewel velen zich voortdurend laten verleiden door het goedkoopste aanbod. En dat aanbod is vrijwel altijd van Chinese (of Aziatische) makelij. Ook de elektrische auto, de smartphone en de zonnepanelen. De hele wooninrichting (LED-lampen, flatscreens en welke gadgets niet al) is nagenoeg afkomstig van de chemische industrie. Jazeker de druiven zijn zuur. Met ‘integriteit’ heeft dit alles weinig te maken. Met economische en concurrentiebelangen des te meer. Maar dat is een ander verhaal. Denkt men.



[3] Blood on the rooftops. Wind and Wuthering, Genesis (Hackett/Collins, 1976)