Het Avondland doet het licht uit
Niet alleen de gaskraan gaat dicht en worden de huizen hermetisch ingepakt, maar ook het leven in de Europese variant van Disneyland neemt hoe langer hoe meer bizarre vormen aan. Wat ooit de bakermat van Verlichting en ratio omvatte, daar heerst nu angstvalligheid en vertwijfeling. Men is volledig doel en richting kwijt en doolt rond in zelfgesponnen labyrinten waarbij alle redelijkheid zoek lijkt. Men schaart zich willoos achter degenen die achterhoedegevechten voeren in de veronderstelling dat men daarmee tot de 'avant garde' behoort. Dat wreekt zich niet alleen in de politiek, maar ook in het cultureel en maatschappelijke leven. Veel epigonisme, middelmatigheid, eindeloze herhaling van zetten en zinloze regressieve verschansing kenmerken deze gerichtheid. Het Alice-in-Wonderland syndroom waarmee men blijmoedig maar tamelijk onnozel de wijde (onbegrijpelijke) wereld beziet en meent dat alles met een beetje goede wil tot hanteerbare proporties kan worden gereduceerd doet alle realisme de das om. Het (goedkope) sentiment is allesbepalend geworden. De morele hoogvliegerij is niet van de lucht: 'goed-fout' schema's worden tot absurde hoogten opgestuwd alsof Bush jr. nog altijd aan de macht zou zijn. Maar wat 'goed' c.q. 'fout' is, blijft uiterst twijfelachtig en omgeven met discutabele noties over het 'juist' geachte leven. Derhalve is ook het morele kompas zoek. Apollo is verdrongen door een kleinsteedse Dionysos. Het provincialisme tiert welig.
Betreft het hier een «Untergang» in Spengleriaanse zin? Nee -nog- niet, maar wel een onmiskenbare Abstieg. We behoeven ons zeker niet te laten meeslepen in rücksichtlos cultuurpessimisme, maar enige verstandelijke volwassenheid zou de Europese burger zeker niet misstaan, alsook bij alle onheilstijdingen dringend van pas komen. Maar in plaats hiervan zwalkt men tussen hoop en vrees en blijken nogal wat gepresenteerde 'vergezichten' ijdele hoop te zijn. De vertwijfeling neemt daardoor alleen nog maar méér toe. Wat mankeert de 'Europese identiteit' nu eigenlijk? Dat heeft alles te maken met het leven in (dis)parallelle werelden dat voor de meesten nauwelijks te bevatten blijkt. Ofwel fluid identities, zoals Bauman het omschrijft en dit begrip koppelt aan een problematische (gesplitste, ofwel disparallelle) moderniteit die hij daarbij in vervolg op Eisenstadt centraal stelt. Kern hiervan is dat de ontwikkeling van de moderniteit met talloze dilemma's en paradoxen is omgeven waarin men maar moeizaam een weg weet te vinden. Lineaire vooruitgangsconcepten zijn tegen deze achtergrond volledig misplaatst. Toch klampt men zich hieraan vast, zelfs tot eschatologische zin aan toe. De 'onontkoombare uitkomst' van alle inspanningen staat echter allerminst vast. Niet in positieve, maar ook niet in negatieve zin. Alles valt of staat met keuzes die worden gemaakt of worden nagelaten. Die betreffen geen 'natuurverschijnselen' of -wetten, maar menselijke beslissingen die even discutabel als feilbaar kunnen zijn. Er zijn altijd alternatieven, ook al stelt men het anders voor. Een apolitieke houding maskeert het 'eigen gelijk dat weliswaar vaak wordt gesuggereerd maar lang niet altijd houdbaar blijkt. Indien men bevreesd is voor contestatie, ja dan verschanst men zich prematuur om mogelijk 'oncomfortabele confrontaties' uit de weg te gaan. Een zwaktebod. Deze struisvogelmentaliteit zal geen lang leven (meer) beschoren zijn, gelet op het huidig ontwakend realisme (althans wat daarvoor doorgaat) dat bevolkingen ondanks alles kenmerkt. Dat verontrust en bedreigt de zelfgenoegzame status quo. Die dient dan ook uit alle macht verdedigd en gehandhaafd te worden als het aan de people in charge ligt. Maar zo makkelijk komt men er niet meer vanaf. Vele zaken schuiven, wellicht zeker niet in alle opzichten ten goede, maar toch. Blijven tamboereren op 'cohesie' is het slechtste dat men daarop als 'antwoord' te bieden heeft. Die bestaat, gelet op alle fragmentatie, allang niet meer. Toch blijven persisteren? Geen nood, de tijd zal het goed- of kwaadschiks leren. De 'oplossingen' die voor vraagstukken worden bedacht zullen derhalve uiterst kritisch bezien en beoordeeld moeten worden. Welke het ook moge zijn en uit welke koker zij komen. Onze raison d'être hangt er tenslotte vanaf. Dat geldt niet in het minst voor het vluchtelingenvraagstuk dat de EU ten onrechte denkt te kunnen 'reguleren' door blindelings met miljarden te strooien (Turkije, Tunesië, Egypte). Dit alles voortspruitend uit het waanidee dat deze problematiek zich tot een paar afgebakende landsgrenzen zou beperken. Hoe wereldvreemd kan men zijn… . Zo ook de wijze waarop men milieuproblematiek of internationale criminaliteit denkt te moeten aanvatten. Mondiale problemen zijn nu eenmaal niet gebonden aan grenzen, ook al klampt men zich nog altijd vast aan achterhaalde national(istisch)e soevereiniteitsschema's. Dit 19e-eeuwse model van de wereldordening heeft immers allang bewezen tot omvangrijke Abstieg te leiden. En zeker niet alleen in militaristisch opzicht. Anderzijds biedt ook de huidige EU-ordening zoals die sinds jaar en dag in de praktijk functioneert geen enkel soelaas tegen globalisering, zodat het voortgezette soevereiniteitsdenken inclusief alle daaraan gekoppelde ultra-nationalistische denkbeelden in haar eigen staart blijft bijten. Het nationalisme lijkt derhalve nagenoeg onuitroeibaar en zou allen te denken moeten geven die zich om toenemende extreem-rechtse oriëntaties druk maken. Men draait om elkaar heen in cirkels, maar deze danse macabre zal menigeen nog opbreken indien men hiervoor de ogen blijft sluiten — en vooral hierop geen antwoorden weet te formuleren. De EU-leiding is niet in juiste handen, zoveel moge duidelijk zijn. Men laat zich willoos chanteren en ringeloren en dat dient gestopt te worden. Alle miljarden waarmee wordt gesmeten blijft tenslotte geld van de burger en die heeft waarachtig wel andere belangen dan het fourneren van ongedekte cheques waarmee tal van illusoire politieke ambities moeten worden bekostigd. Wanneer de democratie naar behoren zou functioneren zou hieraan onmiddellijk paal en perk worden gesteld. Maar liever dan dat kijken beleidsfunctionarissen de andere kant op en wanen zij zich superieur ten opzichte van al degenen die aan de bel trekken en waarschuwen voor de consequenties van al dit feilen en falen. De verkiezingen zijn in aantocht, maar de dwaalwegen zijn talrijk en hardnekkig. Problemen kunnen nu eenmaal niet worden afgekocht op een wijze die alles onveranderd laat en geen oorzaken weet te lokaliseren en adresseren. Dat ondervond niet alleen Rutte, maar geldt ook voor EU-cheffin Von der Leyen en consorten. Tijd voor waarlijk realisme in de politiek. In alle opzichten. Want de wereldconstellatie laat zich evenals de natuur niet zo makkelijk in zwart-wit schema's vangen en zich al helemaal niet naar illusoire droombeelden modelleren. Wanneer men zich dit niet realiseert blijft het bij onnoemelijk veel woorden die hun doel voorbij zullen blijven schieten en slechts vergeefs dienen ter 'geruststelling' van het geplaagde gemoed. Daarmee moge men zich senang willen wanen, het blijft hoe dan ook een vertoning van onmacht. Het licht hoeft zeker niet uit, maar op dezelfde schimmige wijze voortgaan zal onherroepelijk leiden tot duisternis. Wie kortom de fakkel van de humaniteit achteloos laat uitdoven laadt een zware verantwoordelijkheid op zich.
Intussen blijven oorlogshandelingen de gemoederen beheersen, zowel rond Gaza als de Oekraïne. Maar wat men ook over de oorlog in deze gebieden moge denken, de steun aan de oorlog blijft controversieel want uiterst politiek geladen. Niet alleen in humanitair, maar zeker ook in geopolitiek opzicht. Dit in tegenstelling tot wat Timmermans in het debat van 20maart over de formatiebesprekingen suggereerde, namelijk dat dit conflict en met name de steun aan de Oekraïne in navolging van het standpunt van Rutte c.s. onbespreekbaar zou (dienen te) zijn. Dat is apolitieke kletspraat omdat Nederland in tegenstelling tot wat Navo-adepten suggereren formeel niet in oorlog is. Zulke demagogische scherpslijperij kan men gevoeglijk missen. Keer op keer zullen er afwegingen moeten worden gemaakt, zoals dat bij alle kwesties het geval is. Oppositie moet te allen tijde mogelijk blijven. Wie of wat het ook betreft. Oorlog is geen mechanisme waar men blind achteraan dient te lopen — naar welke kant de sympathie ook moge uitgaan — maar dit verschijnsel dient voortdurend kritisch en met de nodige scepsis te worden bezien. Staten zijn geen oorlogsmachinerie en moeten zich ook niet als zodanig laten reduceren. Niet door terroristen en niet door oorlogzuchtigen. Wanneer diezelfde partij PvdA/GL bovendien op voorhand omstandig verklaart alle voorstellen van een kabinet waar de PVV aan deelneemt te zullen torpederen, dan pleegt men democratische obstructie van een bedenkelijk soort. Want waar was men toen Rutte regeerde? Juist! Men schoof aan en steunde het uithollingsbeleid in niet geringe mate. Nu 'goede sier' trachten te maken door ach en wee te roepen nog voordat er ook maar één beleidsvoorstel ter tafel heeft kunnen komen is niet alleen hypocriet, maar bovenal dom en kortzichtig. (Dat geldt overigens ook voor D66, CDA en CU). Want de vele maatschappelijke problemen inclusief de toegenomen ongelijkheid die mede onder verantwoordelijkheid van de PvdA en de andere voormalige coalitiegenoten zijn ontstaan zullen hoe dan ook dienen te worden aangepakt. En was dat laatste nu juist niet hetgeen waarvoor de PvdA als sociaaldemocratische partij ooit was opgericht en waarover men samen met de genoemde anderen voortdurend 'moreel' hoog spel denkt te kunnen spelen? Men schiet kortom in eigen voet door bij voorbaat alle maatregelen kansloos te willen verklaren. Dat is dan ook weinig anders dan retoriek die sneller verdampt dan uitgesproken. Maar terwijl de voormalige coalitiepartijen de formerende partijen hoogmoedig de maat nemen, wentelen zij zich nog steeds comfortabel in hun demissionare status en continueren zij hun afbraakbeleid alsof niets hen kan deren. Dat 'feest' duurt nu al bijna een volledig jaar lang achtereen nadat Rutte-4 viel (juli 2023). Dacht u nu werkelijk dat deze partijen zo'n haast hebben met een nieuw kabinet? Welnee, dat zijn slechts rookgordijnen. Voorlopig kan er slinks nog van alles doorheen worden gejast waar de kiezer volmondig nee tegen heeft gezegd. Aan zulke kiezers heeft men dan ook geen enkele boodschap. U had het over een 'kloof'? Een ravijn zal men bedoelen.
Hoe dan ook — 'Avondland' of niet — de druiven blijven zuur voor de 'transitie'-entrepreneurs en apparatsjiks die met hun gedroomde vergezichten bakzeil hebben gehaald en voorlopig op hun nagels zullen moeten bijten. Wat men ook over het 'vestigingsklimaat' moge beweren, de geldverslindende subsidiekassa's gaan dicht en 'functies elders' zijn vervolgens voor velen het (niet zo) wenkend perspectief. De ongelimiteerde roofbouw op burgers gaat men maar elders plegen, maar niet meer in Nederland. Ook de EU zal het roer drastisch moeten omgooien wil zij nog enig bestaansrecht hebben. Volgzaamheid is niet de juiste weg. De beleidsagenda's dienen rigoureus te worden herzien. Laat het op u inwerken.
Resumé: Achterhoedestrategieën
Samenvattend kan men zeggen dat de EU zich evenals Nederland heeft laten reduceren tot een vehikel van de Navo en het buitenlandse (defensie)beleid van de VS waarin buitenlandse concerns vrij spel hebben gekregen. EU-burgers komen er slechts marginaal aan te pas. Zij moeten het doen met met een stem op het Europees Parlement dat nagenoeg geen mogelijkheden heeft om het beleid substantieel te beïnvloeden (laat staan te bepalen), daar de Europese Commissie samen met de Raad (van Ministers) zo goed als alle touwtjes in handen heeft. Het idee dat de EU een 'eigenstandige' politiek voert en dat de belangen van burgers voorop zouden staan is dan ook nogal misplaatst. Of Rutte nu als beoogd Navo-chef deze functie zal bekleden zoals men allerwegen meent te moeten bepleiten of niet, het zal hierin geen enkele verandering brengen daar hij reeds als premier geruime tijd heeft gedemonstreerd een kritiekloze volgzame uitvoerder van overzeese belangen te zijn. Daarmee zal de EU nog verder afglijden naar geopolitieke inkapseling. Wat resteert is slechts lippendienst (en het fourneren van vele miljarden) aan secundaire kwesties en selectieve belangen. Met een enorme hoeveelheid ondoorzichtige en corruptiegevoelige bureaucratie tot gevolg. De adhesie hiervoor zal echter evenredig afbrokkelen en het nationalisme alleen maar verder doen toenemen. Dat is geen 'win-win situatie', maar in méér dan één opzicht een lost battle. De Europese samenhang en de mogelijkheden tot het voeren van gemeenschappelijk beleid dat ook werkelijk zin en betekenis heeft verdwijnen met rasse schreden uit beeld. De EU als bijwagen van de VS is het laatste wat men gezien de gestage neoliberale Abstieg in tal van (Europese) landen zou moeten willen. In de VS is de middenklasse vrijwel verdwenen en tieren armoede en ongelijkheid welig. Datzelfde is in menig Europees land eveneens aan de orde. Aan sociaal-economische 'Rijnlandse modellen' heeft men zoals blijkt geen boodschap meer en dat wreekt zich nu al decennia lang. Ook de voortrekkersrol qua evenwichtig vrede- en veiligheidsbeleid is allang teloor gegaan. Kennelijk tot vreugde van verwoede 'haviken', maar eveneens tot verdriet van vele anderen. De tijd zal leren wat men daarmee uiteindelijk heeft bewerkstelligd.
Levenslessen
Scheppen-instandhouden-vernietigen, dat is de drieëenheid die kenmerkend en bepalend is voor het verloop van de (wereld)geschiedenis en waarover al in vroegste tijden werd verhaald. 'Scheppen' omvat het domein van de inventieve vernieuwing die het oude vervangt maar haar ook om zeep kan helpen, zodat 'instandhouding' aan de orde is indien daarmee belangen zijn gemoeid die men koste wat kost overeind wil houden. Beide kunnen leiden tot 'vernietiging' (destructie) indien een en ander doorslaat in onnadenkende rigiditeit. Wat is nodig en noodzakelijk, wat kan worden gemist en kan men beter laten voor wat het is — dat zijn vragen die telkens weer opduiken en aan de orde zijn wanneer men bevangen wordt door (nietsontziende) veranderingsdrift. 'De tijd' laat zich niet vangen, zoals ook 'verandering' veelal een eigen leven leidt. Bij alles wat de mens zich voorstelt kan men zich afvragen of hij wel voldoende is toegerust om zulke zaken op een zinnige wijze ter hand te kunnen nemen. Zeker wanneer we het (recente) verloop van uiteenlopende ontwikkelingen en gebeurtenissen bezien. Het huidige tijdsgewricht wordt dan ook meer gekenmerkt door vallen en opstaan (of liever: in cirkels ronddraaien), dan dat er voortvarend en weloverwogen wordt gehandeld. Denken en doen liggen ver uiteen. Alle euforie over 'het nieuwe' blijkt nogal eens misplaatst, want gekenmerkt door teruggang (regressie) en/of herhaling van zetten. Het waarlijk scheppende element wordt daarmee door instandhouding overvleugeld. Maar dan wel een instandhouding die niet zozeer neigt naar (zinnige) continuïteit, als wel naar destructie. Wij leven daarom niet alleen in onzekere, maar vooral in uiterst paradoxale tijden.
'Was dat niet altijd al het geval?', kan men tegenwerpen. Jazeker, wie de geschiedenis kent en het verloop ervan beziet moet bijna wel tot zulk een conclusie komen. Het moge evenwel duidelijk zijn dat er allerminst sprake is van een eenduidige lineaire ontwikkeling 'for the better'. Creatie en destructie gaan hand in hand en leiden parallelle levens. Is dat vervolgens een reden om het hoofd in de schoot te leggen en lijdzaam toe te zien? Geenszins. Maar idealisme dat onvoldoende is geworteld zal geen soelaas bieden, zoals ook pragmatisme haar doel voorbij kan schieten en kan omslaan in cynische ontkenning. Daarvan kennen we vele voorbeelden. Hoop, vertwijfeling, ijdele hoop, gefnuikte en niet-ingeloste verwachtingen, tegen beter weten in persisteren, met de moed der wanhoop voortgaan — al deze gerichtheden kenmerken het menselijk onvermogen (of tekort zo men wil). Daar moeten we het mee doen zou men denken, ware het niet dat het zeker mogelijk blijft hierboven uit te stijgen indien men de bakens juist weet te plaatsen, niet achter valse profeten aanhobbelt en men zich niet laat meeslepen in de luxeproblemen van de machtigen. Dat zou al heel veel verschil kunnen maken en zeker geen ijdele hoop behoeven te zijn.
Wordt het vervolgens nog wat met de mensheid? Laten we het houden op 'moeizame voortgang' die pas een zekere mate van vooruitgang zal blijken nadat veel teloor is gegaan. En dan nog. Wie zich prematuur rijk rekent zal in vergetelheid (oblivion) omkomen. Voorlopig komt men niet veel verder dan het geharnast consolideren van machtsposities met alle destructieve gevolgen van dien, zoals dat zo vaak het geval is geweest. Totdat er nieuwe machtsverhoudingen tot stand worden gebracht zal er daarom weinig nieuws aan de horizon gloren. Maar daar is wel enige inventiviteit voor nodig. «Fiat lux; Longa via est» (ofwel: Er zij licht, maar de weg is lang en vol valkuilen). Wee ons stervelingen die zich door vals licht en klatergoud laten verblinden en hoed u voor personen die zich 'biggus dickus' wanen. 1Nota bene. Oproepen tot vrede is niet identiek aan het kiezen van partij in oorlogsconflicten, ook al gaat het 'maar' om een Argentijn (ofwel Paus Franciscus, Pasen 2024) zoals sommigen koud en kil denken te kunnen beweren. Dit is een grote, maar hardnekkige misvatting die ondermijnend is voor elke poging tot meer humanitaire verhoudingen. Deze 'Argentijn' heeft waarachtig wel wat meer te zeggen dan menig oorlogshitser die zich met zulke uitspraken aan de juiste kant c.q. in 'goed gezelschap' meent te bevinden. Het zijn juist deze abjecte denkbeelden die inclusief alle framing eromheen zoveel nodeloze (extra) ellende veroorzaken en in stand houden. Solidariteit en mededogen zou altijd ten gunste van de slachtoffers moeten staan en niet door selectieve verontwaardiging gegijzeld mogen worden. Machtspolitiek is van alle tijden. Het doen voorkomen alsof dit slechts voorbehouden zou zijn aan enkele bruten is ver bezijden de waarheid.
Onbaatzuchtigheid, zelfopoffering, martelaarschap als hoogste goed? Wij zouden willen zeggen dat medemenselijkheid de centrale waarde en hoogste norm zou behoren te zijn. Niemand behoeft het hoofd vrijwillig in de schoot te leggen of zich willoos te laten maltraiteren. Maar ook het zich voor andermans karretjes laten spannen is niet de geëigende weg om tot zulk een medemenselijkheid te komen. De normen en waarden die proportioneel worden gehanteerd zijn bepalend voor alle pogingen tot het bereiken van evenwichtige verhoudingen. Men zou zich vierkant achter de vredes- en ontwapeningsoproep moeten scharen in plaats van zich hiervan hovaardig en cynisch te distantiëren. Of deze nu komt van de pontifex als geestelijk leider van de Kerk van Petrus en Paulus of niet. Het argument dat dit op geen enkele wijze zou helpen is een drogreden. Want zolang de geesten eenzijdig op 'victorie' blijven gericht zal zulke victorie een illusie blijven. «Wapens en ploegscharen »weet u nog wel… . Het gaat er derhalve niet om of mensen 'deugen' of niet, maar of zij van goede wil zijn en dit ook als zodanig weten te effectueren. Pas dan zal blijken wat er van alle goede intenties terecht komt.
[1] 'Biggus Dickus' was een verwijzing naar de Romeinse Keizer Tiberius uit de
speelfilm The Life of Brian van Monty Python (1979) door Pontius Pilatus
(Michael
Palin) tijdens de gevangenneming van de hoofdfiguur 'Brian Cohen' (Graham Chapman) die ten onrechte voor
de Messias werd gehouden.
'Financiële kaders'
Alsof er rond oorlogsvoering al niet meer dan ons lief is met propaganda wordt gesmeten omvat ook de beoogde energietransitie en de daaraan gekoppelde milieuverdwazing feitelijk een ideologische propagandaoorlog die zowel technocratische oorzaken als gevolgen heeft. Aan beide zijden van dit spectrum bevinden zich adepten die zich van 'modern management'-achtige noties bedienen om hun (financieel-economische) posities te adstrueren en te rechtvaardigen. Het gevecht lijkt derhalve op een slang die in zijn eigen staart bijt.
Het is ronduit schrijnend en onverteerbaar te moeten constateren dat er zo rüchsichtlos alsook achteloos met samenlevingsbelangen en financiën wordt omgesprongen als met name het laatste (demissionaire) kabinet Rutte na alles wat men heeft aangericht nog tentoon durft te spreiden. Dat dit nog wordt gedoogd is een veeg teken aan de (democratische) wand en een ernstige tekortkoming die men nagenoeg het gehele parlement kan aanrekenen. Alles wat met basale energievoorziening te maken heeft is dermate gecorrumpeerd geraakt dat men nauwelijks meer beseft waar de miljarden blijven die met de regelmaat van de klok aan allerlei 'goede doelen' worden uitgegeven. De posities van milieuactivisten, klimaatdrammers, de verzamelde neoliberale politieke partijen en inhalige transitielobby's aan de ene kant, zijn evenals die van overbelaste boeren en burgers zo tegenover elkaar komen te staan dat er geen stap meer gezet kan worden zonder dat het hele kaartenhuis inzakt. Critici van het transitiebeleid tuimelen evenwel meestal in dezelfde fuik die de voorstanders de 'geloofsafvalligen' telkens weer met hun aangevoerde drogredenen menen te kunnen voorhouden. Daarbij zijn cynisme en hypocrisie niet van de lucht.
Zo zouden de pensioenfondsen naar eigen omstandige verklaring jarenlang 'te krap bij kas' hebben gezeten om de pensioenen naar behoren te kunnen indexeren. Nu blijkt dat diezelfde fondsen bereid zijn miljarden in de 'energietransitie' te investeren. Curieus. Kennelijk geldt ook hier dat men liever een lucratief 'verdienmodel' omarmt dan het dienen van financieel-economsiche samenlevingsbelangen en bestaanscondities van burgers. Ook ernstig vervuilende bedrijven zoals Tata Steel die nota bene fiscaal worden ontzien, ontvangen daarbovenop ook nog eens flinke subsidiegelden 'ter compensatie' (!) om te 'vergroenen' terwijl de productie gewoon doorgaat en de winsten naar het buitenland blijven stromen. Schandalig, want ongehoorde volksverlakkerij. Wat financiert de samenleving nu eigenlijk en met welk mandaat worden deze onverantwoorde grepen uit de algemene middelen gedaan? Het kan niet op. Zo ook zorgverzekeraars die niet bereid zijn om in voldoende mate voor noodzakelijke medicijnen te zorgen c.q. deze te financieren. Geen financiële ruimte? Ach kom nu toch! De burger komt blijkbaar op de allerlaatste plaats. Alle partijen die dit alles nota bene uit naam van de burger laten passeren zijn het niet waard nog langer serieus te nemen. Wie daarbij tevens meent dat de burger 'zelf' maar de handen uit de mouwen moet steken om zijn leven en bestaan naar gewenste beleidsmodellen in te richten is niet goed bij zijn hoofd en behoort geen publiek ambt te vervullen. Men diskwalificeert zichzelf op het belachelijke af. Nog langer zulke gebrekkige regie en falende bestuursverantwoordelijkheid met gemeenschapsgeld denken te kunnen afkopen is intolerabel.
De beloofde politieke 'cultuur-, bestuur- en beleidsomslag' die sommige partijen de kiezer in het vooruitzicht hebben gesteld belooft al niet veel beters. De een na de andere alternatieve beleidsoptie dreigt te worden weggestreept en in de prullenmand te verdwijnen om maar vooral salonfähig te worden beschouwd en 'serieus' te worden genomen. Dit betreft zowel de nationale als de internationale (EU-)politiek. De verschillen met het jarenlang gevoerde beleid dreigen daarmee zo minimaal te worden dat er van zulk een omslag weinig terecht zal (kunnen) komen als men zo doorgaat. Of de subsidiekranen werkelijk dicht gaan staat dan ook te bezien, zoals dat ook geldt voor het beoogde dualisme en de beleden noodzaak om de bestaanszekerheid van burgers substantieel te verbeteren. Aan de defensieuitgaven zal in elk geval zoals het ernaar uitziet niet worden getornd, zoals het ook de grote vraag blijft of de uithollende 'marktwerking' in het publieke domein nu met wortel en tak zal worden uitgeroeid. Alhoewel er voortdurend moord en brand wordt geschreeuwd is veel ongewis. Maar de tekenen wijzen niet op een al te ingrijpende beleidsomslag die al zolang wordt gemist. Daarvoor is de Haagse stolp kennelijk te verstikkend. Zo bezien behoeft men van de toevoeging 'extraparlementair' dan ook niet het heil te verwachten. Eerst de luiken open, dan aan het werk. Niet andersom. Scepsis blijft geboden.
Blijven weifelen?
Wat dit laatste betreft nog een korte toevoeging. Hoe zit het nu met de demissionaire status van een kabinet dat blijft doorregeren alsof zij nog steeds missionair zou zijn? Staatsrechtelijk kan een minster of staatssecretaris niet tegelijk regeringsfunctionaris en kamerlid zijn (GW art. 57, lid 2 Incomptabliteiten), want dat zou in immers strijd zijn met de scheiding der machten waarbij de regering nu eenmaal niet zichzelf controleert. Echter hetzelfde grondwetsartikel bepaalt in lid 3 dat voor demissionaire bewindslieden een uitzondering wordt gemaakt. Tot 1983 gold hiervoor een maximale termijn van 3 maanden na de verkiezingen, daarna werd de maximumtermijn geschrapt. Dus we hebben te maken met een dubbelheid wat dit betreft. Zeker wanneer de Kamer nalaat beperkingen aan de actieradius van een demissionair kabinet te stellen is de kans groot dat er een wetgevingsvacuüm ontstaat waarbij zulk een kabinet alle kansen kan grijpen om er op de valreep nog van alles doorheen te drukken, zoals nu voortdurend het geval is.
De VVD heeft er kennelijk geen moeite mee om van twee walletjes te eten. Want enerzijds het kabinet niet willen afvallen, maar anderzijds meepraten over een nieuw te vormen kabinet is natuurlijk een krampachtige, zo niet bizarre vertoning. Temeer daar de VVD in beleidsmatig opzicht direct en indirect voor veel maatschappelijke ellende verantwoordelijk is geweest. De VVD heeft dan ook geen haast met de formatie zolang het demissionaire kabinet vrij spel blijft houden. Wat overigens gezien de gewijzigde samenstelling van de Kamer eveneens tamelijk bizar is. Waarom laten partijen het na om het in de wielen rijden van de formatie een halt toe te roepen, kan men zich hierbij afvragen. Het werkelijk obstakel in de formatie lijkt dan ook niet zozeer 'Wilders' als wel de VVD te zijn die naar het zich laat aanzien intern te verdeeld lijkt om positie en koers te bepalen. Vandaar dat er stelselmatig oudgedienden ten tonele worden gevoerd om toch vooral maar duidelijk te maken dat het beleid gecontinueerd moet worden. Maar die race is gelopen en de bakens zijn verzet. De VVD-kliek kan samen met D66 en anderen onder adhesie van adaptieve media tegen vele plannen blijven ageren zoveel men wil, maar heeft feitelijk geen poot meer om op te staan. Slechts de voortgezette demissionaire status van Rutte-IV geeft hen nog wat spraakwater zolang het duurt. De VVD zal hom of kuit moeten geven, maar dat ziet er voorlopig nog niet naar uit daar ook Omtzigt met zijn NSC te weifelachtig blijkt om het voortouw te nemen en de VVD te hard te vallen. In dit opzicht is er sprake van één grote (ideologische) stilte die nog vergaande consequenties zal kunnen hebben indien men om de hete brij heen blijft draaien. Want hoe denkt men de diepgaande problemen zonder beleidsanalyse te kunnen aanpakken met een partij die het eigen gelijk nog altijd breed uitvent? Een raadsel. Adequaat bestuur vergt wel iets meer dan elkaar koste wat kost 'te vriend' willen houden en te ontzien. Van het NSC valt dan ook minder te verwachten dan het zich oorspronkelijk liet aanzien. Angst voor confrontatie (al dan niet met krokodilletranen gelardeerd) zou waarlijke politici onwaardig moeten zijn. Politiek is belangenstrijd, niets meer of minder. Wie daar niet van gediend of tegenop gewassen is hoort niet in de arena thuis en kan beter wat anders gaan doen voordat men volledig gefrustreerd achterblijft en men het bereidwillige electoraat van zich vervreemdt. Politiek bedrijven is geen vrijblijvende debatingclub. Wie meent te kunnen en moeten regeren zal de confrontatie niet dienen te schuwen. Er had allang een nieuw kabinet kunnen zitten dat met doorwrochte beleidsplannen (al dan niet in de grondverf) aan de slag had kunnen gaan. Men heeft jaren de tijd gehad om die daadwerkelijk voor te bereiden. Ook toen Omtzigt indertijd nog kamerlid voor het CDA was, want de problemen en vraagstukken zijn allesbehalve van recente datum. Daarmee had veel onnodige verdere ellende voorkomen kunnen worden. Zonder analyse gaat het evenwel niet. En zonder het maken van 'vuile handen' evenmin. Maar voorlopig zullen we het nog wel even met opportunisme, hypocrisie en cynisme moeten doen, terwijl de emotionalisering van cultuur en samenleving evenredig toeneemt alsook hoe langer hoe meer groteskere vormen aanneemt. Hoe de weldenkende mens zich hiertoe dient te verhouden blijft de grote vraag.
