Alles 'Existenz'
of de schone schijn die bedriegt
Terwijl Wilders, Omtzigt en Van der Plas plannen mogen maken om de nagelaten financiële, bestuurlijke en maatschappelijke troep van Rutte zonder al te veel (financiële) middelen op te ruimen en naarstig op zoek zijn naar een geschikte kandidaat onder wiens verantwoordelijkheid deze niet te benijden taak ter hand zal worden genomen, de VVD stilletjes in haar handen wrijft en de PvdA alsmede het CDA, D66 en CU zich systematisch en hardnekkig in beleidsmatige onschuld wentelen [1], zijn er wel degelijk meer zaken aan de orde die mens en samenleving beroeren en die om serieuze aandacht vragen, zoals de toenemende focus op 'het Zelf' dat depolitiserende mechanismen niet alleen aanjaagt, maar ook overschaduwt. Want massieve beleidspropaganda houdt individuen als 'moderne burgers' verantwoordelijk voor falend overheidsbeleid op velerlei gebied. Zowel het nastreven van geluk als het gebrek daaraan, met inbegrip van tekortkomingen en hiaten op sociaal-economisch gebied, worden worden stelselmatig gedepolitiseerd en losgekoppeld van hun beleidsmatige en ideologische context, waardoor het causale denken ernstig in gebreke blijft en de samenleving nodeloos met te voorkomen problemen wordt opgezadeld. Het belangrijkste argument dat hiervoor door de sociale psychologie en politieke filosofie naar voren wordt gebracht is dat samenhangende pathologische verschijnselen en hun manifestaties in de samenleving in de hand worden gewerkt door structurele tekortkomingen en gebreken in het institutionele bouwwerk en daaraan rechtstreeks zijn gerelateerd. De manier waarop burgers wordt wijsgemaakt dat ze volledige controle zouden hebben over 'zelfrealisatie' maakt hier deel van uit. Een ernstige ontwikkeling met verstrekkende gevolgen voor mens en maatschappij. Hoe staan we er wat dit betreft voor?
Planten, bloemen en bomen groeien naar het licht en verdringen elkaar om de beste plek. Dat is met de mens vaak niet anders. Wie zal zeggen wat eenieder qua 'plaats onder de zon' wel of niet toekomt? Een vraag die zo oud is als de mensheid zelve. In de loop der geschiedenis heeft men hierop uiteenlopende antwoorden gegeven. Variërend van hiërarchische ordeningen – die al dan niet als 'natuurlijk' werden beschouwd – tot gelijkheidsconcepten die in mensenrechtenprincipes werden gegoten. Samenlevingen werden vervolgens op overeenkomstige wijze georganiseerd, al naar gelang de heersende ideologie van degenen (i.c. de machthebbers) die daarover meenden te kunnen beslissen. Nog altijd strijden deze uitgangspunten om de voorrang – en vooral om praktische implementatie waar het zulke rechten betreft. Met grote gevolgen voor bevolkingen in kwestie.
Een en ander is te herleiden tot opvattingen over democratie en dictatuur. Over het algemeen wordt verondersteld dat de democratie stoelt op (politieke) gelijkheid van alle burgers en dat daarmee tevens een zekere mate van sociale gelijkheid wordt gegarandeerd. Anderzijds zijn er dictaturen c.q. autoritaire stelsels gevestigd die weliswaar hetzelfde – en meer – claim(d)en, maar net als in de democratische praktijk toch flink dwingend, zo niet repressief kunnen zijn en op vele fronten ongelijkheidsstructuren in stand houden.
Wat het begrip 'vrijheid' betreft zijn vergelijkbare vragen aan de orde. De democratie mogen 'het beste van verschillende werelden' beogen te verenigen – dan wel het 'minst slechte' systeem representeren – de maatschappelijke werkelijkheid qua individuele vrijheidsrechten wordt op een paradoxale wijze door een vastklampen aan vaak rigide economische (productie- en consumptie)structuren danig onder druk gezet, zo niet uitgehold. De uitdijende gelijkschakelende massacultuur is daar de resultante van. In autoritaire stelsels wordt de mens weliswaar volledig ondergeschikt gemaakt aan een baaierd aan 'productienormen', maar in het als 'vrij' veronderstelde staatskapitalisme is dat vaak evengoed het geval. Lucratieve exploitatie is het sleutelwoord. En die is niet aan 'grenzen' gebonden, zo blijkt.
Maar de menselijke existentie omvat natuurlijk meer dan (theoretische) vrijheids- en gelijkheidsconcepten die al naar gelang de wisselende mores steeds weer opnieuw kunnen worden 'aangepast' en 'bijgesteld' om politiek-economische doeleinden te dienen. Een menswaardige plek onder de zon vereist méér dan basale levensvoorwaarden als voedsel, kleding en onderdak. Vrij zijn van gebrek, deprivatie, bedreiging, onderdrukking en vervolging zijn niet voor niets gecodificeerde mensenrechten. Om een volwaardig menselijk bestaan te kunnen leiden gaat het daarbij tevens om niets minder dan voldoende ontwikkelings- en ontplooiingsmogelijkheden via institutioneel geregeld onderwijs, gezondheidszorg en sociale zekerheid. Niet op een koopje of via willekeurige charitas, maar (grond)wettelijk verankerd en veilig gesteld.
Nu, dat alles moge als 'bekend' worden verondersteld, de praktijk staat er vaak mijlenver vanaf. Velen prijzen zichzelf gelukkig om niet in gedepriveerde omstandigheden te moeten leven, maar de realiteit is vaak anders. Ook degenen die het relatief 'goed' hebben zijn vaak overgeleverd aan de luimen van op winst en macht beluste figuren en groepen die het met andermans geluk niet zo nauw nemen, of daarmee weinig op hebben. Zulke plutocraten en oligarchen vinden we overal. Wanneer staatsapparaten deze categorieën vrij spel geven is het hek evenwel van de dam. Dan moge er formeel over vrijheid en gelijkheid worden gesproken, maar zijn de repressieve hiërarchieën onmiskenbaar. Vandaar dat Marx het had over «klassenmaatschappijen», die echter met collectivistische ideologieën en hun toepassingen niet zijn beëindigd, maar op paradoxale wijze zijn voortgezet. Daarmee is de kous echter niet af, gezien de kapitalistische staatsordening die nota bene veel trekken van dit 'collectivisme' heeft overgenomen. De voortdurende monitoring van burgers en alle bureaucratische finetuning die dit tot gevolg heeft druipt van grove interventie, of beter gezegd inbreuk in de persoonlijke levenssfeer. Dat gaat formeel gezien weliswaar (nog) niet zo ver als de bekende autoritaire stelsels met hun repressieve staatsapparaten, maar men is al aardig op weg om hiervoor niet onder te doen. Vooral wanneer de staat haar beschermende functies veronachtzaamt dreigt zij haar legitimiteit alsook bestaansrecht op het spel te zetten en te verspelen.
'Laat de mens als burger zijn eigen bestaan maar regelen' lijkt het cynische libertaristische motto te zijn waarmee deze abstinentie wordt goedgepraat. Er zijn immers 'kansen' te over. Zo is de cirkel rond en blijven de structuren onaangetast. De 'vrijheid' wordt de mens in het gezicht gesmeten, waarmee de burger volledig verantwoordelijk wordt gehouden voor alles wat er op bestaansgebied mis zou zijn. 'Existentiële vraagstukken' laten we dan verder maar aan filosofen over. Dat deert tenslotte beleidskeuzes noch de status quo, nietwaar. Dat velen tenslotte (dreigen te) gaan dolen is blijkbaar geen reden om zich een en ander af te vragen dat zou kunnen wijzen op een gebrekkige wijze waarop samenlevingen georganiseerd, dan wel bestuurd worden. Zeker wanneer het 'zelf doen' hoog in het vaandel staat. De moderne mens is immers zelfstandig en volwassen genoeg om doel en richting te bepalen en heeft daarbij niet de 'dwingende hand van de staat' [sic!] nodig. Ziehier de dubbele moraal die zo pregnant aan het moderne leven eigen is en velen tot wanhoop drijft.
Waarom vervolgens dan nog staatsapparaten in stand houden en bekostigen als zij uiteindelijk tòch maar van marginale betekenis zouden zijn? Een vraag die nauwelijks wordt gesteld maar wel degelijk aan de orde is. Men zou kunnen tegenwerpen dat de mens uiteindelijk altijd op zichzelf is aangewezen, ook al lijkt het gezien zijn sociale hoedanigheid wellicht anders. De 'mens als sociaal wezen' moge dan nogal worden overschat en het op anderen aangewezen zijn te vaak als drogreden worden gebruikt, dat wil niet zeggen dat hij in een luchtledige leeft. Samenlevingen worden gevormd door zich al dan niet met elkaar verbonden individuen die verschillende, maar voor een deel ook overeenkomstige en samenvallende belangen hebben. Democratische rechtsstaten zijn ten behoeve van beide fenomenen opgericht zoals een en ander in het privaatrechtelijke en publiekrechtelijke domein tot uitdrukking wordt gebracht. Het recht veronderstelt en is echter gebaseerd op 'raison', ofwel ratio en redelijkheid. Wanneer deze teloor gaan of worden veronachtzaamd komt het hele (staats)bouwwerk op losse schroeven te staan en kunnen burgers naar hun belangenbehartiging fluiten. Maatschappelijke positie- en identiteitsbepaling wordt dan een gratuite zaak. Weliswaar zonder al te veel betekenis, maar wel met het risico van afglijden naar grimmige en duistere gerichtheden. De mens wil zich tenslotte ergens aan kunnen vastklampen. Is het niet het recht of de ratio, dan wel aan heilbrengende 'dei ex machina' van allerlei aard. 'Redders van de mensheid' hebben zich in allerlei hoedanigheden door de geschiedenis heen als zodanig gemanifesteerd. Meestal niet tot meerdere eer en glorie van velen overigens.
De bestuurlijke marionettenkliek verspilt tijd, kosten en moeite met bureaucratisch-procedureel gemillimeter waarop niemand zit te wachten en dat slechts leidt tot nodeloos vooruitschuiven van zaken. Daarmee wordt niets opgelost, maar hooguit de status quo gehandhaafd. En laat dat laatste nu juist veelal de bedoeling zijn. Onder voorwendselen van 'zorgvuldigheid' en 'voorzichtigheid' worden afwegingen gelegitimeerd die allesbehalve de publieke zaak dienen, maar die vooral de eigen positie beogen te continueren alsmede de belangen van machtige industriële, financiële en militaire lobby's moeten dienen. Daarmee reduceert het politieke bedrijf zich tot slaafse uitvoerder van een oligarchisch-plutocratische coterie die feitelijk aan de touwtjes trekt. Het bewust onnozel gehouden publiek verkeert daarmee in de veronderstelling dat er op een 'weloverwogen' manier over hun belangen wordt gewaakt en dat de administratief-bestuurlijke leiding in vertrouwde handen is. Totdat de maskerade wordt doorgeprikt en burgers ten volle met de consequenties van dit (niet- en nalatig) handelen worden geconfronteerd. Maar dan is het meestal te laat en het kwaad geschied.
Wat resteert de mens anders dan 'voortgaan' tegen wil en dank? Heeft men eigenlijk wel een echte keuze wat concrete bestaans-mogelijkheden aangaat? Of moet men genoegen nemen met onbestemde en grillige spelingen van het lot? Dan is alle moeite om voor elkaar een zekere mate van bestaanszekerheid te bewerkstelligen vergeefs geweest. De mens is echter zowel een product van natuur als cultuur en moet zich hiertoe zien te verhouden. Dat blijft een lastige opgave, hoe 'modern' en 'vrij' men zich ook moge wanen. De solipsistisch ingestelde mens kan zich 'ganz allein' en desondanks niet eenzaam voelen, velen blijken eenzaam te midden van vele anderen. Het gevleugelde motto 'eenzaam, maar niet alleen' kan dan vervolgens wel ter consolatie worden gebezigd, het laat de anoni-miteit van de (gelijkschakelende) massacultuur en de vaak daarmee samenhangende problematische positiebepaling voor wat het is. Een beetje 'surfacing' om het bezwaarde gemoed te sussen helpt dan niet. Wat dan wel?
Solidaire verbindingen aangaan en onzinnige verhoudingen verbreken. Een goed onderscheid hiertussen maken en zich niet teveel conformistische onzin wat dit betreft laten aanleunen. Dat zou al schelen. Want de mens 'moet' weliswaar van alles en nog wat, maar staat vaak noodgedwongen met lege handen als het erop aankomt. Dat heeft met 'vrije keuzes' niet zoveel uit te staan, maar met patroniserende repressie des te meer. Daarvan kan de mens zich bevrijden, maar dat zal dan wel in samenwerking met anderen moeten gebeuren anders wordt met gevoeglijk tegen elkaar uitgespeeld. De «fragmentatiesamenleving», zoals wij deze destabiliserende ontwikkeling in combinatie met de eerder genoemde abstinentie benoemen, heeft zo al vele diepe sporen getrokken.
Verder kan men afstand nemen tot dwingende normen die slechts dienen ter handhaving van discutabele selectieve posities van derden. Anders gezegd, niet meewerken aan bestendiging hiervan opdat ondanks alle tentoongespreide 'repressieve tolerantie' (Marcuse) aan zulke posities het bestaansrecht ontvalt. Dat kan op uiteenlopende manieren. Van negeren van procedures en richtlijnen tot het aan de kaak stellen van misstanden. Alsook zich intimidatie niet laten welgevallen en geen onzalige compromissen sluiten om 'de lieve vrede' maar te bewaren. Hoe afhankelijk van anderen men ook moge zijn.
Kortom in de dagelijkse praktijk positie en stelling nemen tegen alles wat de (individuele) mens in zijn of haar ontplooiing, welbevinden en actieradius op structurele wijze beperkt, maar waarvoor geen rechtvaardiging bestaat. Dat heeft ook politieke consequenties (als het goed is). Maar hoe paradoxaal is de realiteit ook wat dit betreft wanneer men beziet hoe er om zulk soort zaken wordt heen gedraaid en waarop vaak ook nog een paar extra scheppen bovenop worden gedaan. Is de mens ook wat dit betreft op zichzelf aangewezen? Helaas wel. Dat wijzen vele aanklachten van burgers tegen de overheid die met de regelmaat van de klok bij de Nationale Ombudsman binnenkomen worden aangespannen uit. En zeker niet alleen daar. De rechtsstaat blijkt in menig opzicht een ongelijk speelveld. Natuurlijk kan men zaken aanspannen, maar rechtsongelijkheid en vormen van 'klassenjustitie' zijn aan de orde van de dag. Kan een eenvoudige burger zaken afkopen? Kan hij/zij over gekwalificeerde rechtsbijstand beschikken en juridische procedures tot in lengte van dagen volhouden? Driemaal Nee. Zonder voldoende middelen is men bij voorbaat kansloos. Recht is kennelijk voor de rijken en machtigen, de burger die niet over 'het juiste netwerk' beschikt moet maar zien hoe hij zijn belangen behartigt. Voorbeelden te over.
Maar als de rechtsstaat geen (afdoende) soelaas biedt, wat dan wel? De rest slechts obstructie, hoe ongewenst dit ook moge zijn. Jazeker, dan is er sprake van 'een kloof'. En die dicht je niet met retoriek. Dan valt te vrezen dat men instituties laat voor wat ze zijn en het verder voor gezien houdt. Vele rapporten over een verdwijnende middenklasse, ontsporende jongeren, toenemende armoede- en ongelijkheids-problematiek, boze ('veeleisende') burgers, dan wel falend bestuur (qua 'uitvoering' wel te verstaan) hebben deze ontwikkeling weliswaar aangekaart, maar zelden in de juiste context geplaatst. Men komt dan met 'oplossingen' als 'doe-vermogens' ('capabilities'), mensen 'erbij betrekken', (nog meer) 'maatwerk', of simpelweg 'luisteren' en 'een gewillig oor bieden' en wat niet al, maar slaagt er niet in zaken te lokaliseren, laat staan de hand op de zere plek te leggen en deze te benoemen. Dat wreekt zich tot op de huidige dag. Alvorens men met allerhande 'remedies' komt, zullen eerst de juiste vragen dienen te worden gesteld. Wat verwachten zulke analisten nu eigenlijk? Dat zulke rapporten het verschil zullen maken? Zeker niet, indien men niet bereid is de hand in eigen boezem te steken en te erkennen dat volgzaamheid niet met kritische distantie samengaat. Hoe comfortabel men zich ook moge wanen. Deze ballon is reeds lang door de veelkoppige 'oncomfortabele' realiteit doorgeprikt. Desondanks blijft men zich in het eigen gelijk wentelen alsof alles slechts een kwestie van … (vul maar een gratuite gemeenplaats in waarvan men zich graag bedient en die we maar al te goed kennen) zou zijn. Zonde van de moeite en het vele (digitale) papierwerk.
De repressieve propaganda dient te worden doorzien en tot de essentie teruggebracht, de drogredenen en valse voorstellingen van hun schone schijn ontdaan, juiste bestuurlijke verhoudingen opnieuw vastgesteld en in acht genomen. Dat is nogal wat, maar onontkoombaar wil er werkelijk licht kunnen schijnen waarvan de voltallige samenleving profijt heeft. Dan is er ook werkelijk voor eenieder een plek onder de zon. Nee, zeker niet 'alles van waarde' behoeft weerloos te zijn, maar dat vereist wel enige zelfreflectie en rekenschap. Met hypocrisie, dan wel dikdoenerige selectieve verontwaardiging schiet men niets op. Goed bestuur vereist beduidend meer dan simpelweg de schone schijn ophouden. Of dit nu tegen beter weten gebeurt of niet. De mens moge dan een vat vol tegenstrijdigheden zijn zoals Freud betoogde of opgezadeld worden met schuldcomplexen, de burger is daarentegen niet gek en houdt zijn belangen doorgaans scherp in de gaten, ook al poogt men het veelal anders voor te stellen. Daarvan kunnen beleidsmakers maar beter goed doordrongen zijn. Want van het afschuiven of ontduiken van verantwoordelijkheden worden zeker ook eigengereide praatjesmakers niet beter.
Kortom van alles te veel, van veel te weinig.
