Marktfundamentalisme
Wie zich 'progressief' wil betuigen, zal zich eerst eens danig achter de oren moeten krabben over de collectieve blinde vlek die 'marktdenken' heet. Men wil de markt, dus krijgt men de markt. Op allerlei fronten. Oligarchische concurrentie tot de dood - ofwel tot het faillissement erop volgt. Van 'de concurrerende ander' wel te verstaan. Leve de 'lage prijzen' en de prijzenoorlogen. Tel uit je winst.
Alle ontsporingen waarmee huidige samenlevingen op financieel-economisch gebied te kampen hebben zijn terug te voeren op een volledig gebrek aan besef van wat het kortzichtige leunen op de markt teweeg brengt. De hypocrisie ten aanzien van gevoerd beleid om zaken (enigszins) te beteugelen is dan ook grenzeloos. Zowel nationaal als in EU-verband tiert het onstuitbare markt-fundamentalisme welig alsof vier decennia neoliberalisme samenlevingen niet enorm veel schade hebben toegebracht. Nog altijd weet men zich hiervan niet te ontdoen, men zwalkt dat het een lieve lust is en tolt rond in benauwende, almaar insignificantere cirkels. De (ideologische) hand in eigen boezem is teveel gevraagd. De 'vrijblijvende', maar desondanks misleidende mantra's worden tot vervelens toe herhaald en de 'inzichten' ad infinitum gecontinueerd. Terwijl veel burgers allang zijn afgehaakt, doet men er telkenmale bij electorale mandaatverstrekking nog een paar flinke scheppen bovenop en houdt men de goegemeente voor dat er nauwelijks of geen alternatieven zouden zijn. Zo klampt men zich vast aan denkbeelden die mens en samenleving niet aflatend gijzelen in een financiële constellatie die verstikkend is en slechts schamele deelbelangen dient.
Waarom wordt de boel niet opengegooid en worden kwesties niet geadresseerd op een wijze die de kern van deze ontsporing blootlegt? Veel is taboe, of domweg te bedreigend voor (handhaving van) eigen posities die zwaar op dit denken leunen. Zo krijgen CDA noch de PvdA het voor elkaar om hun aandeel in veertig jaar marktbeleid onder ogen te zien en zich daarvan rekenschap te geven. Er zijn vele 'Bontenballen' en vergelijkbare anderen geweest die meenden 'het licht' te hebben gezien, maar daarvan nauwelijks blijk gaven toen het erop aan kwam. 'Klimaat' is nu een welkome afleidingsmanoeuvre om anders te suggereren, maar zonder 'rood' geen 'groen' zoals wordt gezegd. De 'groene Welle' zal dan ook in haar eigen gedachtenspinsels omkomen indien men niet bereid (of in staat) blijkt zaken met elkaar in juist verband te brengen. Dan heeft 'links' voorgoed afgedaan en zichzelf de nek omgedraaid.
Who's next?
In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen is er een hoop onzin uitgekraamd die met politieke richtingsbepaling bitter weinig te maken had, maar desondanks werd gepresenteerd alsof het om essentialia zou gaan. Vele nieuwswatchers buitelden met wijsheden van eigen schamele makelij over elkaar heen en klampten zich vast aan prognoses en denkbeelden die met de werkelijke ontwikkelingen vaak weinig van doen hadden. Zo werden de begrippen klassenmaatschappij en verzorgingsstaat maar weer eens opgevoerd om te suggereren dat er enerzijds niets aan de hand is en de zaken in Nederland goed geregeld zouden zijn, maar werd er tegelijkertijd gewaarschuwd voor 'onoverkomelijke problemen bij de gezondheidszorg' vanwege de vergrijzing en de veeleisende burger. What's new? We kennen de mantra's. De werkelijke issues werden angstvallig omzeild, want de electorale gevoeligheden liegen er niet om. Oligarchische machtsconcentratie, de uitverkoop van de publieke sector en de verkruimeling van de sociale (bestaans)zekerheid kwamen nauwelijks aan bod, want ja – 'iedereen' heeft het toch over bestaanszekerheid en 'we hebben het toch goed'? Dus weg ermee. Zo ook de internationale opstelling van Nederland. Geen issue blijkbaar, want 'goed geregeld' binnen Navo-kaders onder Amerikaanse paraplu. Dan liever maar wat jeremiëren over de monarchie. Wel zo veilig.
Terwijl tevens de onverkwikkelijke kabinetsplannen onverminderd gepresenteerd werden alsof een demissionaire status totaal niet aan de orde zou zijn, werd er achter de schermen door diverse groeperingen hard gewerkt om die noodzakelijke politieke richtings-bepaling concreet vorm te geven en in werkbare beleidsinitiatieven om te zetten. Met meer, of minder succes, zoals nog volop zal moeten blijken. Want voordat er daadwerkelijk van een nieuwe bestuurscultuur sprake kan zijn zullen de vele puinhopen van het neoliberalisme eerst krachtig moeten worden aangepakt en opgeruimd. Dat zal geen sinecure blijken, want nagenoeg alle sectoren van de samenleving zijn hiermee belast en geïnfecteerd. De vooruitzichten zijn daarmee lang niet zo rooskleurig als het lijkt, want vele decennia markt- en marketingbeleid wist men niet met een pennenstreek uit. Het (corporatistische, anti-etatistische en nationalistische) neoconservatisme heeft zich evenals in andere westerse samenlevingen stevig genesteld in de politiek en Nederland blijft tenslotte een door-en-door burgerlijke samenleving met alle consequenties van dien. Alle technocratische illusies ten spijt. Een nieuwe lichting bestuurders zal het daarom nog knap lastig krijgen. Van welke signatuur zij ook mogen zijn.
Daarom nogmaals voor alle duidelijkheid en een goed begrip het volgende.
Burger en staat
De samenleving bestaat noch uit
een verzameling atomaire individuen zoals liberalen en libertariërs
menen, noch uit een willekeurige verzameling lokale gemeenschappen zoals
corporatisten het graag zien, maar is ook geen 'exclusieve'
massieve entiteit zoals verstokte nationalisten benadrukken.
Staat en overheid zijn
daarentegen als een verkapte 'board of managing directors' geen vehikel voor de
markt, maar een gemandateerde politieke bestuursconstructie (institutie)
om samenlevingsbelangen te behartigen en in goede banen te leiden. De
overheid intervenieert, maar – als het goed
is – altijd ten dienste van de burgergemeenschap. Niet andersom. Burgers
zijn geen 'onderdanen', maar de enige rechthebbenden in het geheel. Dat is de
essentie van de democratische rechtsstaat.
Zolang deze uitgangspunten in acht worden genomen is er niets mis met de verhouding burger en staat en de centrale regiefunctie van de overheid. Maar owee indien staats- en burgerbelangen worden verward en scheef gaan lopen. Dan is er wel degelijk wat aan de hand en de kans op ontsporing levensgroot.
Alles – ofwel het hele politieke bedrijf – valt of staat met
een juist begrip van de onderscheiden actoren en hun positie. De overheid dient te leveren overeenkomstig de rechten die burgers constitutioneel kunnen
doen gelden. Daaraan kan ten principale niet worden getornd. Ook niet onder verwijzing naar 'capabilities' ('doe-vermogens') waarover burgers al dan niet zouden dienen te beschikken. 1 Wie anders meent
mist het principe van de rechtsstatelijkheid en levert de samenleving uit aan grijpgraag
opportunisme. Wij weten inmiddels maar al te goed wat dit betekent.
Degenen die
werk willen maken van 'herstel van vertrouwen' zoals wordt gezegd, dienen dan
ook te beseffen dat er alleen voortgang kan worden geboekt indien deze ontsporing
een halt wordt toegeroepen en dat zowel overheid als burgers in hun geëigende
functies c.q. posities worden hersteld. Dat vraagt
allereerst om erkenning van de problematiek en vervolgens om doelgericht
handelen. Nieuwe en bestaande wetgeving zal te allen tijde langs deze meetlat
dienen te worden gelegd. Daartoe zou een Constitutioneel Hof zeer welkom zijn. Met
andere woorden: hoed u voor dwalingen!
[1] Deze kwalificatie die in academische kringen veelvuldig wordt gebezigd om het 'ethische' karakter van de positie van burgers te adstrueren is een misser van de eerste orde, daar hiermee de hele problematiek van de verhouding burger en staat op een apolitieke wijze wordt gereduceerd tot een kwestie van (persoonlijk) willen, maar het kunnen veelal buiten beschouwing wordt gelaten. Het is een verkapt neoliberale wijze van benaderen met een misplaatste connotatie van 'progressiviteit'. Niet alleen de rechtsstatelijkheid van de sociale zekerheidsproblematiek, maar ook de structurele maatschappelijke ongelijkheid wordt daarmee naar de achtergrond verschoven, of verdwijnt helemaal uit beeld. De huidige zzp-problematiek is hier een wrang uitvloeisel van en een van de vele voorbeelden van wat er gebeurt wanneer staat en overheid zich terugtrekken en hun functies verwaarlozen. De 'zelfredzaamheid' die wordt gesuggereerd (en jarenlang gepropageerd) is een fopspeen die de aandacht van de werkelijke bestaansproblematiek afleidt en de samenleving valse illusies voorspiegelt. Wie waarlijke rechtsstatelijkheid nastreeft zal hiervan afstand dienen te nemen en zich niet door tendentieus jargon moeten laten inpakken.
Arbeid en Kapitaal
We weten allang hoe de wind waait: de (grote) bedrijven hebben nagenoeg vrij spel – en dat wil men blijkbaar ook zo houden – en de burger moet zich gedeisd houden en zich voegen naar de mores van het financieel kapitalisme. Wie tornt er aan deze – voor sommigen wel heel comfortabele en lucratieve – ordening? Die moet van goeden huize komen en standvastig zijn. En bereid zijn zich een flinke lading ongenoegen en schimpscheuten te laten welgevallen. Maar een en ander is niet onoverkomelijk te pareren, want wie geen valide argumenten heeft en zich vooral van drogredenen bedient heeft bij voorbaat het pleit verloren. Dan is het nog slechts een kwestie van doorprikken van deze dubbele moraal die arbeid slechts waardeert zolang het andermans kassa spekt. Hoelang accepteert de samenleving dit nog en hoelang blijven burgers bereid zich hen toekomende bestaansmogelijkheden te laten ontnemen? Dat is niet alleen een praktische, maar vooral ook de ideologische vraag die voorligt waarop maar liever geen antwoord wordt gegeven. Want zulk een politiek mijnenveld laat men liever 'links liggen' (lett.) en omzeilt men keer op keer onder aanvoering van steeds weer dezelfde irreële mantra's die wij al eerder menigmaal opsomden en de revue lieten passeren. Toch zal dit moeten gebeuren, want geen partij ontkomt aan zulk een positiebepaling. Beleidsmatig handelen c.q. politieke besluitvorming heeft immers altijd ideologische grondslagen, of men die nu wil erkennen of niet. Die kan men dus maar beter voluit onder ogen zien ook al is een en ander lange tijd taboe verklaard. 'Links' en 'rechts' zouden er hoegenaamd niet meer toe doen, maar de posities blijken nog immer ver uit elkaar te liggen. Verder in elk geval dan gesuggereerd. We zien dat telkenmale bij de prioritering van belangen en bij de wijze waarop men denkt de inrichting van de samenleving te moeten vormgeven.
Wie (politieke) 'inhoudelijkheid' voorstaat zal zich hiervan terdege rekenschap dienen te geven. Men kan willen trachten allerlei gevoeligheden zoveel mogelijk te omzeilen, maar zeker in de politiek behoeft onzin en flauwekul niet te worden geaccep-teerd en zullen onvoldragen denkbeelden en dwaalwegen met kennis van zaken bestreden moeten worden. De 'stilte' zal kortom doorbroken moeten worden. Pas dan zal het pseudo-, maar desondanks grotendeels cryptoneutrale technocratisch management een halt kunnen worden toegeroepen. Hoewel de borreltafels op volle toeren draaien en men vertwijfeld tracht de verkiezingen naar eigen (redactionele) hand te zetten is het wachten nu op de stem van de kiezer. Die zal ongetwijfeld luid en duidelijk zijn.
Conflictbeheersing en symboolpolitiek – waar staat men eigenlijk?
Hoezeer woorden volstrekt betekenisloos kunnen zijn bleek onlangs nog maar weer eens uit het feit dat Nederland na alle ophef over humanitaire hulp aan Gaza de VN-resolutie van deze strekking niet wilde steunen daar volgens Rutte 'het recht op zelfverdediging van Israël' hiermee zou worden ontkend. Ondanks dat de resolutie met een overgrote meerderheid van 120 landen werd aangenomen, was het opvallend dat nagenoeg de meeste Navo-landen (uitgezonderd Frankrijk, België, Spanje, Portugal, Ierland, Noorwegen, Montenegro, Slovenië en Luxemburg) zich van stemming hadden onthouden alsof het afgesproken werk was. Italië, Hongarije, Tsjechië, Macedonië en Turkije stemden in navolging van de VS tegen (zie tabel). Blijkbaar was men van mening dat de urgentie niet groot genoeg was om tot een staakt-het-vuren te komen en waren de VS-bondgenoten van mening dat de Bush-doctrine van weleer onverkort moest worden voortgezet. Maar zoals destijds al aan de orde was rijst opnieuw de vraag of het recht op zelfverdediging identiek is aan een 'recht op wraakneming'. Een dringende oproep tot een wapenstilstand om humanitaire hulp mogelijk te maken betekent natuurlijk allerminst dat zelfverdediging hiermee niet meer aan de orde zou zijn, zoals nu gesuggereerd. Maar ondanks dat de VS de Navo-bondgenoten blijkbaar harder nodig hebben dan andersom, houden vele doctrines de wereldbevolking gevangen en belemmeren zij in ernstige mate de oplossing van vredesvraagstukken. 2 Ofwel wie A zegt, moet B zeggen. Aan symboolpolitiek hebben mensen – en vooral oorlogsslachtoffers – niets. De scheiding der geesten kan nauwelijks groter zijn. Wie niet onvoorwaardelijk voor Israël is, is tegen. Zou het werkelijk? Het is duidelijk: Rutte loopt zich als een 'Luns 2.0' al tijden warm voor zijn gedroomde functie als secretaris-generaal van de Navo. 3 Het doel heiligt kennelijk de middelen.
[2] Men
vergisse zich niet: het verschijnsel terrorisme is een mondiaal
(historisch) fenomeen dat zich uitstrekt van Amerika tot Azië — en alles
daartussenin. Men maalt om God noch gebod. Of men zich nu op absolutistische doelstellingen en uitgangspunten
baseert en/of door autoritair-theocratische regimes wordt gesteund, of niet.
Niet alleen Hamas en Hezbollah,
maar ook binnen Israël zelf zijn terroristische organisaties actief, zoals onder meer Kach/Kahane Chai en de
radicale kolonistenbeweging Gush Emunim waarbij de eerstgenoemde zelfs enkele jaren in de Knesset was
vertegenwoordigd. Wat dit betreft heeft ook Israël zelve een geschiedenis die teruggaat tot de tijd van het
interbellum en er door de Irgun en Haganah terroristische strijd
werd geleverd tegen het Engelse bewind in Palestina.
Ook het verdrijven van Palestijnen van hun woongebied gaat ver terug en wordt door radicale groepen nog
altijd 'religieus' gefundeerd en gerechtvaardigd.
[3] De vroegere KVP-minister van Buitenlandse Zaken J. Luns was van 1971 tot 1984 eveneens secretaris-generaal van de Navo als dank voor zijn VS/Navo-welgevallige beleid inzake geopolitieke kwesties, ondanks zijn controversiële en eigengereide Indonesië/Nieuw-Guinea aanpak (zie hiervoor de affaire Oltmans). 'Luns 2.0' zou echter 3.0 moeten zijn daar ook de veelvuldig ten tonele gevoerde CDA-er J. de Hoop Scheffer dezelfde functie heeft bekleed (2004-2009) en zich nog altijd als fervent Atlanticus en militair lobbyist laat gelden. Rutte liep zich al geruime tijd warm nadat de kaarten blijkbaar al eerder waren geschud. Zoals Luns en de Hoop Scheffer destijds al voor hun Atlantische volgzaamheid werden beloond, zo wist ook Rutte zich te verzekeren van Amerikaanse steun voor zijn kandidatuur. Niet verwonderlijk na alle deuren die hij met het beleid voor de Amerikaanse belangen wagenwijd open had gezet. Rutte betoonde zich net zo eager als zijn voorgangers om zich op internationale podia als een brother in arms te profileren zolang de geopolitieke verhoudingen de Navo-belangen niet dwarsbomen en de Bush-doctrine* onverkort kan worden voortgezet. Het vele handenschudden en het geven van schouderklopjes op de internationale podia was slechts één lange, maar uiterst doorzichtige pr-show. De binnenlandse problematiek was secundair. Een waarlijk staatsman is hij daarom ook nooit geworden.
* De Bush-doctrine is voortgekomen uit de Amerikaanse (militaire) reactie op de aanslagen in New York in 2001 en leidde onder meer tot de inval in Irak en de oorlog in Afghanistan. Onderdeel hiervan is de opvatting dat 'preventieve oorlogen' te rechtvaardigen zijn indien 'de veiligheid' in het geding is. Van de VS wel te verstaan. Daartoe moeten bondgenoten bereid zijn in voorkomende gevallen onvoorwaardelijk aan militaire operaties deel te nemen. Een aanval op een bondgenoot is volgens het Navo-handvest immers een aanval op allen. Saillant detail: de VS acht zich in deze optiek niet gebonden aan internationaal recht in het kader van VN-resoluties of uitspraken van de Veiligheidsraad (unilateralisme). Daardoor wordt ook het Internationale Strafhof niet erkend, hetgeen ook geldt voor Rusland, China — en Israël. Wat natuurlijk bizar is, daar het hier (behalve Israël) nota bene gaat om permanente leden van de Veiligheidsraad. Dat verklaart veel, zo niet alles. Maar hoe het ook zij, een Navo-handvest gaat niet boven het VN-Handvest waaraan alle landen zich hebben gecommitteerd. (Op basis van art.103 VN-Handvest gaan de bepalingen uit het Handvest boven de verplichtingen die lidstaten hebben op basis van andere verdragen of afspraken).
Afb. United Nations | un.org
