Het buurtzorgmodel is geen remedie tegen neoliberale kaalslag, maar een placebo
Een reactie op 'Home care: The Dutch model that challenges bureaucracy' door Nandram S. et al. The Conversation Newsletter, Europe Edition 19 feb 2026
Vaker wordt internationaal goede sier gemaakt met binnenlandse ontwikkelingen die de toets der kritiek niet kunnen doorstaan. We zagen dat eerder rond het ten onrechte bejubelde Nederlandse 'poldermodel' (het consensusmodel dat de grondslag heette te vormen voor de beleidsomslag van de jaren '90 waarmee de overheid in de lijn van Thatcher, Reagan/Clinton en Blair New Public Management omarmde en ten uitvoer bracht), en we zien het nu weer rond de nog altijd voortwoekerende uitvloeisels van dit transitiebeleid.
Maar in tegenstelling tot wat de auteurs van bovenstaand artikel betogen is 'buurtzorg' niet het panacee gebleken tegen de voortgaande ontmanteling en versnippering van de lokale, regionale en nationale zorg sedert de laatste drie decennia, maar ontpopte zij zich als een gedecentraliseerde markteconomisch gerichte zorgvariant van het door de neoliberalen ingezette beleid van de jaren tachtig en negentig dat tot op de huidige dag voortduurt. De analyses waarop men zich beroept zijn boterzacht en uiterst discutabel daar zij blijken te stoelen op dezelfde ideologische aannames die ten grondslag lagen aan de toenmalige beleidswijzigingen waarmee de markt als remedie voor nagenoeg alle maatschappelijke vraagstukken onbezonnen werd omarmd. Welnu, men kan kwalen niet met dezelfde middelen bestrijden als de oorzaken die er de basis van vormen. Want als er één ding inmiddels duidelijk is geworden, dan is het wel dat dit als 'progressief marktbeleid' verpakte bezuinigingsbeleid de samenleving allerwegen heeft geschaad en de publieke sector volledig heeft uitgehold. Huisvesting, zorg, ruimtelijke ordening en sociale zekerheid zijn in de uitverkoop gedaan waardoor zich rigide rijk rekenende entrepreneurs hun kansen hebben gegrepen en met instemming van de politiek deze publieke voorzieningen naar hun hand hebben kunnen zetten. De burger betaalt het cumulatieve gelag voor deze onverantwoorde gang van zaken en het eind is nog altijd niet in zicht.
Wat nu 'company values' waarmee men eveneens goede sier denkt te kunnen maken? De burger is simpelweg hekkesluiter van beleid en daarmee verre van prioriteit nummer 1. Burgers zijn echter geen cliënten, noch patiënten en zijn het zat om onder valse voorwendselen uitgemolken te worden. Ten gevolge van alle organisatorische verzelfstandiging en marktversnippering is er tussen overheid en markt een compleet schemergebied van schimmige quasi autonomous non-governmental organisations ('quango's') ontstaan waarbij beleidsverant-woordelijkheden en aansprakelijkheden in de mist verdwijnen. De deuren voor willekeur, malversatie, belangenverstrengeling en corruptie staan daarmee volledig open. De politiek tracht met het goedkoop afschuiven van verantwoordelijkheden op familie- en burenhulp een rookgordijn op te werpen waarmee de aandacht van de werkelijke problematiek wordt afgeleid. Daarnaast wordt gezondheid meer en meer opgevat als een kwestie van 'persoonlijke regie' in plaats van gezondheidszorg als een sociaal grondrecht voor alle burgers te beschouwen zoals dat (in elk geval formeel) wettelijk is verankerd. De werkelijke machthebbers zijn evenwel de commerciële zorgverzekeraars die met hun regionale zorgkantoren de (financiële) zaken bestieren. Dat is een bewuste politieke keuze geweest om de gezondheidszorg zo te reorganiseren, want ooit was het anders. Maar daarover geen woord in het onderhavige jubelverhaal. De sociale zekerheidsstaat (hardnekkig, maar abusievelijk als 'verzorgingsstaat' aangeduid) moest en zou op de schop en worden vervangen door de 'participatiesamenleving' waarmee allerlei zekerheden op de tocht weren gezet. En dat nota bene terwijl de sociale grondrechten nog maar pas in 1983 aan de Grondwet waren toegevoegd. De initiatiefnemer en oprichter van de Buurtzorg-organisatie heeft zich kennelijk in de tijd dat hij de bui zag hangen laten leiden door het aloude adagium 'if you can't beat them (zorgverzekeraars en zorgverleners), you'd better join them', om daarmee al dan niet tegen wil en dank de zoveelste schakel in het gecreëerde bureaucratisch monstrum te worden. Van de politiek valt echter zo goed als niets meer te verwachten. Vooral nu nadat een kopie van Rutte-IV is aangetreden en deze coalitie heeft aangekondigd tot 2030 zo'n 10 miljard op de zorg te willen gaan bezuinigen. (Wordt overigens niet als zodanig aangeduid, maar omschreven als 'ervoor zorgen dat de groei van de zorgkosten niet toeneemt' [sic], aldus de parmantig newspeak brabbelende tovenaarsleerling Jetten. Maar dit soort koeterwaals kennen we sinds jaar en dag).
De ganse decentrale (markt)ontwikkeling met 'zorg op maat' is noch innovatief of revolutionair, noch een 'challenge to bureaucracy' zoals de auteurs claimen. Besturen is geen managen, ondanks dat beleid marketing is geworden. Het gaat ook niet om 'capabilities' die burgers zouden moeten ontwikkelen, maar om abilities, ofwel het actieve vermogen om verantwoordelijkheden en verplichtingen die staat en overheid onverkort dienen na te komen in adequaat beleid om te zetten. Jazeker, samenlevingen zijn mensenwerk, maar bovenal veranderlijke constructies zoals dat ook geldt voor alle ermee verbonden territoriale, staatkundige, bestuurlijke, rechtsstatelijke en culturele fenomenen en instituties. Ofwel 'het verhaal van Nederland', zoals de staatkundige geschiedenis van Nederland en haar bevolking populistisch door een verzameling dilettanten en charlatans wordt aangeduid waarmee een armetierige en selectief opgeklopte reductie van de historische werkelijkheid wordt opgedist en waarbij vele nuances, controverses en complexe ontwikkelingen simpelweg onder het vloerkleed worden geveegd om daarmee een aan de huidige politiek gewenste mores aangepast (nationalistisch-orangistisch) beeld van de realiteit te creëren dat niet bestaat en ook nooit heeft bestaan. Er is bijvoorbeeld nimmer sprake geweest van een lineaire dan wel 'onafwendbare' ontwikkeling naar de monarchie of naar de huidige bestuurlijke versnippering. De sociale zekerheidsstaat heeft echter wel degelijk bestaan en gefunctioneerd. Dat is geen illusoir narratief, maar vormde concrete werkelijkheid waarvan men ten onrechte dacht los te moeten komen. Wat echter van belang is dat samenlevingen zich van achterhaalde feodale sentimenten ontdoen. Want ook al doen publieksmedia er veelal liever het zwijgen toe, de weerzin en het verzet tegen het beleid blijft gestaag toenemen. Overal in den lande keren burgers zich tegen het decentralisatiebeleid en de almaar oplopende belastingdruk die ermee gepaard gaat. Dat wordt nog leuk bij de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen, want men kan het argeloze publiek nog zoveel met illusies en valse voorstellingen van zaken willen bestoken, hypocriete stompzinnigheid zal het tenslotte altijd tegen nuchtere beschouwing en analyse afleggen.
Ook al is het cynisch-eufemistische woord nog zo snel
de realiteit achterhaalt haar wel
