Tijdingen

                                                                                                            februari 2024 (vervolg)                                                

                                                                                                                            

                                    De financiële erfenis van ruim drie decennia neoliberaal marktfundamentalisme

Wie meende dat met de val van het laatste kabinet Rutte de weg open lag voor herstel van politieke en bestuurlijke verhoudingen komt bedrogen uit. Niet alleen is de samenleving opgezadeld met een vracht aan onopgeloste vraagstukken, maar bovenal blijkt nu dat ook het gevoerde financiële beleid waarbij met miljarden is gesmeten alsof het niet op kon desastreus is geweest. Men heeft de zaken consequent anders voorgesteld dan in werkelijkheid het geval was en een loopje genomen met (verantwoording over) het graaien in de publieke gelden. Niet in de laatste plaats gedurende de demissionaire status van Rutte IV. Terwijl in december nog werd rondgebazuind dat de staatsfinanciën er rooskleurig bij stonden en dat Kaag 'goed werk' had geleverd [sic!] komt nu op de valreep de aap uit de mouw en moet men constateren dat het tegendeel het geval blijkt. Het failliet van het gevoerde beleid is daarmee compleet. Geen enkel aangevoerd neoliberaal argument met betrekking tot de legitimiteit – laat staan 'noodzaak' – van het beleidsmatig handelen heeft standgehouden of is valide gebleken. Alle beleidsterreinen zijn geïnfecteerd geraakt met het ziekelijke marktvirus waarmee de samenleving zonder ophouden gouden bergen werden beloofd. Bij alle openbaarmaking van de werkelijke gang van zaken bleek stelselmatig sprake van falend beleid en bestuur. Er is dan ook nagenoeg niets om ook maar enigszins 'trots' op te zijn. De ontluistering is compleet, zoals al veel eerder aan de hand van menig onderzoek moest worden vastgesteld.

Dat NSC zich nu voorlopig uit de formatieonderhandelingen heeft teruggetrokken is dan ook niet zozeer te wijten aan 'persoonlijke factoren' zoals omstandig wordt beweerd, maar een direct gevolg van dit enorme debacle. Geen zinnig mens wil ongeclausuleerd met een partij als de VVD samenwerken die hiervoor direct verantwoordelijk is geweest en haar achtergelaten beleidsmatige puinhoop zonder al te veel (financiële) middelen opruimen. Maar wederom wordt het gevoerde beleid in de 'analyses' opvallend buiten beschouwing gelaten. Het zouden Wilders c.s. zijn geweest waarmee niet viel samen te werken. Denkt u het werkelijk? De lamentabele financiële situatie van de staatsfinanciën zou slechts als 'gelegenheidsargument' zijn gebruikt om de onderhandelingen te beëindigen, zo riepen de media in koor. Over de beleidsmatige oorzaken hiervan verder geen woord. Tekenend voor de aanhoudende malaise in de parlementaire journalistiek. De burger wordt nog altijd stelselmatig op het verkeerde been gezet. Omtzigt is de boosdoener, niet Rutte en zijn club. Hoe malicieus wilt u het hebben.

Dat nu feitelijk de enige optie van een zaken- of minderheidskabinet resteert (in plaats van een 'traditioneel' of 'klassiek' kabinet zoals de onjuiste benaming luidt die wordt gebezigd voor de meerderheidscoalitie die nu van tafel lijkt), is niet anders dan kon worden voorspeld en ook in de lijn der verwachting lag (zoals Omtzigt zelf ook meermalen had aangegeven). Dat is zeker niet slecht of slechter, want de deur voor meer dualisme wordt daarmee opengezet, zodat er echt 'zaken kunnen worden gedaan'. Alles ligt daarmee weer bij de (voltallige) politiek zelve. En zo hoort het ook. (Zie het vervolg bij Valse Start verderop).

Twijfelachtige beeldvorming

Beeldvorming belangrijker dan de feitelijke inhoud? Men zou het bij al het getwitter en getweet welhaast denken als het niet zo doorzichtig en armetierig was. Maar zolang politici (of wie dan ook) zich qua 'communicatie' denken te moeten verlaten op 'social media' en elkaar van alles blijken te moeten toevoegen is het hek volledig van de dam en werkt men mee aan de eigen vluchtige onbeduidendheid. Daarvan zou beter radicaal afstand genomen kunnen worden. Een beperkende gedragscode zou wat dit betreft niet misstaan en bij al het gekrakeel ook weldadig kunnen zijn. Wie wat te zeggen meent te hebben zou zich niet moeten verlagen tot oneliners en ook niet op afroep moeten aanschuiven bij kletsgrage borreltafels van de publieksmedia die slechts ter 'amusement' (en programmavulling) dienen. Zo houdt men een façadecultuur in stand die de politiek noch de publieke zaak dient. De noodzakelijke voorbeeldfunctie die men daarmee verkwanselt is hoogst ongewenst en ook improductief. Stop daarmee en wees wijzer zou men zeggen, voordat al het over-reageren zichzelf de das om doet en laat u niet meeslepen op allerlei opgeklopte golven van 'emoties' en 'verontwaardiging'. Pas dàn ontstaat er ruimte voor zinnige gesprekken en debat. Niet eerder. Politiek dient niet te gaan over 'beleving', maar over de wijze van probleemoplossing die men als 'juist' beschouwt en beoogt na te streven. De voorkeuren dienen daarbij geadstrueerd en onderbouwd te worden met valide argumenten die anderzijds ook te allen tijde aangevochten dienen te kunnen worden, dan wel ter discussie gesteld. Zo niet, dan worden de deuren naar debat rigoureus dichtgeslagen. Dodelijk voor de democratie. Woorden doen ertoe. Laat dat dan vrijuit en onbevangen ook zo zijn. Liever debatten rond een stevig conflict of belangwekkende verschillen van inzicht, dan hypocriete vertoningen van verongelijktheid of manipulatief gemarchandeer met 'sentimenten' die slechts leiden tot meer 'verontwaardiging', maar geen enkel inzicht verschaffen in belangen(afwegingen) of beleidsbepaling. Bij alle stormachtige maatschappelijke bewegingen en ontwikkelingen kan men 'stormen in glazen water' missen als kiespijn. Men behoeft elkaar zeker niet met fluwelen handschoenen aan te vatten, maar enige gezonde distantie tot 'de ander' zou wel zo heilzaam zijn. 
Maar niet alleen is de huidige politieke en mediacultuur zo rot als een mispel, ook voor de meeste roofridders van nu die nimmer aflatend flink hun kassen spekken geldt: we take good care of ourselves (how about you?). Kom dan maar eens om pleidooien voor 'wellevendheid' die daarmee in schril contrast staan en waarover de meesten hun schouders ophalen. Het is tenslotte only 'fun' that matters en de show must go on, whatever it takes. Valt hier nog enige eer te behalen? Weinig. De coterie van ledenpoppen draait haar clichématige spinsels tot vervelens toe af en de goegemeente moet er maar genoegen mee nemen. Over 'belangen' hebben we het maar liever niet, laat staan handelingsmotieven. De babbelpsychologie van 'geluk en welzijn' dekt alles mooi toe (en af), maar de samenleving knarst en piept. Dat is dan een zorg voor wie het betreft, maar niet voor de well to do. En laat dat nu precies degenen zijn die meestal het hoogste woord hebben…
 

Het hypocriete universum strawberry fields forever ?

We leven in een hypocriete wereld waarin men zegt te geven om de natuur en het menselijk bestaan, maar men tegelijkertijd van alles wil dat hiermee op gespannen voet staat. Samenlevingen worden vol geplempt met industrieterreinen, opslag-, data- en koopcenters, de chemische industrie draait op volle toeren, er wordt rond de wereld gevlogen dat het een lieve lust is en de strijd om grondstoffen is nog nimmer zo omvangrijk geweest. Het leven wordt volledig geëlektrificeerd, leef- en werkomgevingen dienen steriel te zijn, men schaft op grote schaal kookeilanden, flatscreens, smartphones, gadgets en prullaria aan alsof het leven ervan afhangt, de jacht op goedkoop geproduceerde kleding en gebruiksartikelen jaagt de productie van kunststoffen en andere chemische producten huizenhoog op, de verpakkingsindustrie produceert een berg afval die niet te overzien is, bomen worden gerooid en tuinen betegeld (want er dient breeduit te worden 'gechilled en gelounged') — en zo kunnen we nog wel even doorgaan. Goederen worden dagelijks naar alle uithoeken van de wereld versleept om aan alle – inclusief de meest idiote – consumptiewensen te voldoen. Het moderne leven is een grenzeloze slurper en verkwister. De 'zorgen' over het milieu en de leefomgeving zijn groot, maar men blijft onverkort politieke marktpartijen steunen waarvoor productie en consumptie heilig is. 
Evenzo wat de 'zorgen' over conflicthaarden in de wereld betreft. Wel 'betrokkenheid' met slachtoffers van oorlogsgeweld belijden, maar tevens de oorlogsindustrie blijven steunen en militarisme propageren. Hoe schijnheilig. Wanneer we een en ander aan de huidige politieke situatie relateren en het ontstane politieke spectrum op deze gebieden qua opvattingen en beleidskeuzes in ogenschouw nemen zien we dat het dringen geblazen is op rechts en er van waarlijke linkse politiek nauwelijks meer sprake is. Aldus zien we het volgende beeld:

                                                        

                                                                     Politiek Spectrum anno 2024 (© Blacklabel Publishing)

De beweging naar rechts is onmiskenbaar. Het directe gevolg van drie/vier decennia neoliberale ideologie en markteconomisch beleid. Niet alleen links is uitgehold, ook van het politieke centrum is nauwelijks meer sprake nadat de meeste partijen zich aan het rigide markteconomisch beleid conformeerden. Zeker nu de PVV na decennia van politieke VVD-dominantie de wind in de zeilen heeft gekregen en oppermachtig is geworden is de verrechtsing compleet. Zoals gezegd is er van linkse politiek al heel lang geen sprake meer. Ook het klimaat- en milieubeleid dat zwaar op neoliberale concepten leunt verdient dit predikaat niet. Dus om nu te beweren dat er nu plotseling 'zoveel anders' aan de orde zou zijn is een flagrante ontkenning van wat er zich de afgelopen decennia in politiek-ideologisch opzicht heeft voltrokken. Het is niet anders dan een voortgezette beweging en een resultante van het gevoerde beleid (met alle maatschappelijke gevolgen van dien). Wanneer men zich wèrkelijk om essentiële zaken zou bekommeren, zou men een andere levenshouding dienen aan te nemen en zich dienen te realiseren dat geven en ongebreideld nemen niet samengaan. Wie niet wenst te delen zal met lege handen komen staan en wie zich niet wil matigen zal omkomen 'in abundance' (ofwel de overvloed die geen overvloed, maar een schreeuwend tekort zal blijken te zijn). De economen Galbraith en Tinbergen waarschuwden er al lang geleden voor. De voortgaande blinde focus op materie en de miskenning van vele immateriële levensaspecten zal de mens flink opbreken — en doet dit nu al. Men kan het op 'overbevolking' willen gooien of op 'schaarste', het blijken vooral kortzichtig winstbejag en allerhande economische luchtkastelen te zijn waardoor de mens zich ten koste van vele anderen, maar uiteindelijk ook zichzelf, rijk blijft rekenen. Daar kan geen demonstratie van 'onvrede' of ongenoegen tegenop. Zo bezien maakt het weinig verschil of men door de kat of de hond wordt gebeten. Jazeker, living is easy with eyes closed, maar de 'misunderstanding' is er zeker niet minder om. De oorspronkelijke herverdelingsagenda is verworden tot een instrument om de markt en het bedrijfsleven grenzeloos te susidiëren. Ten koste van de publieke sector wel te verstaan. Wie attaqueert de 'verdien'- en rekenmodellen…? 

Valse start

Het is spijtig om te moeten constateren, maar nadat de inleidende formatieonderhandelingen volgens eigen zeggen door de NSC zijn 'mislukt' en men van tafel is weggelopen, kiest deze partij een verkeerde afslag door alle kaarten op het parlement te zetten. De aangevoerde argumenten ter rechtvaardiging hiervan deugen niet. Want waarom zou er in een coalitie niet met de PVV en anderen kunnen worden samengewerkt en in een andere verhouding wèl? Wat maakt een extraparlementair of zakenkabinet nu werkelijk zo anders dan in een meerderheidskabinet behalve dat er dan – theoretisch – meer ruimte voor dualisme is? Denkt men werkelijk dat dan alle rechtsstatelijke en financiële bezwaren daarmee worden opgelost? Als dat zo zou zijn, waarom dan niet vanaf het begin hierover positie bepaald en alle heisa rond coalitie-besprekingen voorkomen? Men had direct hom of kuit moeten geven, maar heeft dat nagelaten. Men kan nu wel omstandig verklaren dat het parlement formeel gezien het wetgevende 'beleidsstuur' is, maar daarvan is tot op heden  behoudens enkele spaarzame (individuele) uitzonderingen – bitter weinig gebleken. En dat is echt niet alleen te wijten aan dichtgetimmerde coalitieverhoudingen, ook al bleken die in menig opzicht verstikkend. Ook de politieke (beleids)cultuur rammelde en doet dat nog steeds. Politiek is immers zoals vele malen betoogd geen gezelschapsspel dat zou draaien om 'persoonlijke beleving' en alle sentimenten daaromheen.

Omtzigt en zijn fractiegenoten willen blijkbaar in de Kamerbankjes blijven zitten en het bestuur aan anderen overlaten. Maar daarvoor richt je geen politieke partij op en daarvoor hebben kiezers ook niet hun mandaat verstrekt. Het moge formeel juist zijn dat het parlement het hoogste wetgevende orgaan is, maar daarvan is zoals gezegd tot nu toe weinig gebleken. Waaraan ontleent NSC de gedachte dat het parlement nu plotseling een 'leeuw' zou (kunnen) zijn, terwijl de meeste parlementariërs zich braaf en volgzaam blijven opstellen? Een raadsel. Wisselende meerderheden? Een beetje shoppen met links en rechts? Dat wordt geheid een rommeltje. Men had de kans om het landsbestuur mede vorm te geven, maar laat het afweten. Dat zal de partij veel goodwill en aanhang kosten. Omtzigt c.s. is blijkbaar liever controleur dan bestuurder, maar daarmee vestig je geen nieuwe bestuurscultuur. Makkelijk om alles op de PVV te schuiven (en vervolgens wèl bereid zijn deze partij te gedogen), maar het is toch echt de VVD geweest die de rechtsstatelijkheid en de staatsfinanciën te grabbel heeft gegooid. Dat hebben we echter nauwelijks uit de mond van Omtzigt gehoord. Weinig tot geen financiële mogelijkheden die zouden resteren? Het zijn juist forse ingrepen in de lange reeks van onverantwoorde staatsuitgaven die noodzakelijk zijn om gewenst beleid te kunnen voeren. Daarvoor is echter ruime politieke steun onontbeerlijk, maar die nu met het afbreken van de coalitiebesprekingen volledig in de lucht blijft hangen en ongewis is.

De nieuw aangewezen informateur Putters is niet de juiste man op de juiste plaats. Deze PvdA-man heeft zich al tijden in onmogelijke neoliberale bochten gewrongen om 'bubbels' en 'doe-vermogens' volstrekt onjuist te adresseren c.q. misplaatst aan te prijzen (voor wie zijn geschriften kent). Nu vertrouwen uitspreken in een informateur die de mond vol heeft gehad over 'meedoen' en 'participeren', zich met zijn bedroevende sfinxachtigheid een representant van het ontregelende beleid heeft betoond en nota bene bovendien nog college bij Tjeenk Willink moet lopen om basale staatsrechtelijke kennis op te doen, getuigt niet van een al te scherp inzicht. Dat NSC hiermee akkoord is gegaan en er geen ter zake kundige specialist is aangesteld spreekt boekdelen. You get one chance only, maar dat moment is voorbij. Dualisme is mooi, maar zal niet de oplossingen bieden die de samenleving behoeft en die NSC in het vooruitzicht stelt. Althans niet in de huidige constellatie. Zoveel moge duidelijk zijn. Ook voor NSC geldt dat men goed dient te beseffen dat burgers geen sukkels zijn. De urgentie voor juist en adequaat bestuur en beleid is er door al het geharrewar zeker niet minder om geworden. Waaraan NSC nu 'vertrouwen' denkt te ontlenen blijft in nevelen gehuld. Men draait en zwalkt nog voordat er ook maar één zinnig beleidsplan op tafel heeft kunnen komen. Een onthutsende slappe vertoning van onmacht (alsook dilettantisme) die weinig goeds voor de nabije politieke toekomst belooft. NSC moet oppassen niet de kant van het aloude CDA-communautarisme (in CDA-termen: het 'maatschappelijk middenveld') op te gaan, dat gebleken is vlees noch vis te zijn. Stevig, ofwel gebalanceerd etatisme is wat nodig is om danig ontregelde markten te (kunnen) reguleren. Daarvoor moet (tegen)macht worden ontwikkeld en aangewend, maar daarvoor deinst men blijkbaar terug. Daarmee diskwalificeert de partij zichzelf nog voordat zij goed en wel van start is gegaan. Een valse start kortom.

De grote olifant die nog altijd middenin de kamer staat maar die weinigen willen zien, is het gevoerde neoliberale marktbeleid waaraan nagenoeg alle huidige maatschappelijke problemen zijn te relateren. Inclusief de malaise in de bestuurlijke en politieke cultuur. Het negeren hiervan, of het doen voorkomen alsof het slechts centenkwesties zouden zijn die met wat goede wil wel te tackelen zouden zijn is een regelrechte apolitieke dwaling. Dat ook NSC die kant opgaat is niet conform de urgentie die het opruimen van deze failliete erfenis vergt en die men weliswaar zegt te erkennen, maar daaraan geen handen en voeten weet te geven. Het innemen van een weifelachtige positie is niet waar de kiezer om heeft gevraagd en zijn hoop op heeft gevestigd. Ja, adequaat bestuur vergt daadkracht. Maar dan moet wel wel uit het juiste politieke hout zijn gesneden. 
Wie beslist niet uit zulk hout zijn gesneden zijn vooral bestuursfunctionarissen die voortijdig hun functie inruilen voor 'hogere' ambities, zoals eurocommissaris of secretaris-generaal van de Navo. Maar als Rutte straks als Navo-chef doorgaat met zijn aangestuurde oorlogshitserij, pas dan (nogmaals) op uw saeck. Het militarisme dient gestuit te worden en daarvoor is het noodzakelijk dat men samenlevingsbreed in verzet komt en zijn mond opentrekt. Dit kan men niet aan 'dissidenten' alleen (waar ook ter wereld), of aan een handjevol overgebleven Quakers en Humanisten overlaten. Niemand dwingt ons om het oorlogspad op te gaan. Het is dan ook volstrekt onverantwoord om zich te laten ophitsen en dociel achter zulke propagandisten aan te lopen alsof oorlogsvoering de gewoonste zaak van de wereld is. Nederland, noch Europa dient zich te laten gebruiken als willoos instrument voor geopolitieke c.q. -strategische aspiraties van wie dan ook. Polarisatie heeft in tegenstelling tot de-escalatie nog nooit de vrede gediend. Wie anders meent begaat een ernstige fout. Dat wil zeker niet zeggen dat alle monden op slot moeten, maar wel dat het debat over conflictbeheersing zinnig, ofwel weloverwogen en realistisch dient te worden gevoerd. Inclusief alle belangentegenstellingen die ermee zijn gemoeid. Dat debat lijkt echter verder weg dan ooit, gelet op de politieke volgzaamheid qua vrede- en veiligheidsbeleid waarvan slechts enkelingen zich nog durven distantiëren. Wat is er toch gebeurd met de vredesbeweging die Nederland zolang kenmerkte? Zijn deze mensen ook aan alle 'verdienmodellen' ten prooi gevallen en ten onder gegaan? Men zou het welhaast denken. Men is volledig de koers kwijt, zoveel is zeker. Dona nobis pacem? Miserere nobis...
 


Dolen

Nogmaals: wat moeten we met beeldvorming rond Halsema als burgemeester in oorlogstijd en Netanyahu als een 'dappere David', zoals hier en daar volstrekt misplaatst wordt beweerd? Tegen welke 'Goliath' in vredesnaam denkt deze opgeblazen 'staatsman' het eigenlijk te moeten opnemen? Identificeert men zich in Nederland niet veel te veel met symbolen c.q. schimmige figuren die nu niet bepaald een voorbeeld zijn voor het voeren van evenwichtige politiek? Is Nederland zèlf nu niet juist het Klein Duimpje dat wel een heel grote broek aantrekt als het om geopolitieke en andere kwesties gaat en verlaat men zich niet kinderlijk op de 'Grote Broer' om zichzelf groot en belangrijk te wanen? De internationale arena is evenals het nationale domein toch allesbehalve een kinder- speelplaats, of dacht u van niet? Wanneer ontdoet men zich van zulke beeldvorming en opent men de ogen voor de scheefgegroeide verhoudingen die er werkelijk toe doen? Men is goed in millimeteren, tellen en meten van wat niet al, ontwerpt procedures bij de vleet om zichzelf te vrijwaren van claims waarvoor men verantwoordelijkheid draagt, regelt en apaiseert totdat men in al het dirigisme omkomt, bedient zich tegen beter weten in van bij voorbaat kansloze propaganda-exercities, maar heeft geen enkele grip op de eigen positie(bepaling), laat staan op die van anderen. Wat is dat toch voor een kleinsteedse focus die met bedenkelijke mega- lomane neigingen en vele vormen van zelfoverschatting gepaard gaat? Veel wijst op een gebrekkige identiteitsvorming die weliswaar met veel tam-tam gecompenseerd en gecamoufleerd moet worden, maar toch uiterst problematisch blijft. Hetzelfde geldt voor Europa als geheel: veel 'intenties', weinig substantie. Dat kost, naast financiële verspilling en institutionele afbraak, enorm veel goodwill. Burgers willen dwingen tot slaafse (infantiele) volgzaamheid houdt geen stand en keert zich tegen zichzelf. Het zal slechts leiden tot het nog meer innemen van geharnaste posities en een verdere afbraak van de laatste restjes solidariteit om de grote vraagstukken en problemen gezamenlijk aan te pakken. Waarom leert men niets van de geschiedenis en het menselijk tekort dat het effectief bedrijven van politiek al zolang parten speelt? Is het werkelijk teveel gevraagd om 'het verstand' en de ervaring boven emoties en sentimenten te laten prevaleren? Kennelijk wel. Het dolen kent geen grenzen, alle realiteitszin is zoek. Heel ernstig en onvergeeflijk als de vlam finaal in de pan slaat. 


De formatie

Praten over kabinetsvorming zonder het over de (beleids)inhoud te (kunnen) hebben heeft weinig zin. Deze twee zaken  vorm en inhoud – zijn, zoals altijd, onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het kunstmatig scheiden hiervan zal niet leiden tot constructieve stappen voorwaarts, maar partijen – nog meer dan nu het geval is – een afwachtende houding doen innemen. 
Waarom de zaken niet opengegooid, zodat men werkelijk zicht krijgt op waar men staat? De Kamer verstrekt informatieopdrachten die vlees noch vis zijn. Is dat bewuste strategie of onkunde? Wie het weet mag het zeggen, maar je kunt geen politiek bedrijven met 'poppetjes' alleen. Al die voormalige informateurs en oud-politici die nu van stal worden gehaald om hun licht over de voortgang te laten schijnen dragen nu niet bepaald bij aan een helder zicht op het geheel. De belangenstrijd die ook – en vooral – tijdens formatiebesprekingen immer aan de orde is wordt weggemoffeld alsof het om een spelletje kwartetten gaat. Er komt daarentegen altijd weer een nieuw kabinet, verklaarde Tjeenk Willink. Dat mag zo zijn, maar de gekozen, dan wel de te verkiezen beleidslijn zal bepalend zijn voor de vraag of vraagstukken daadwerkelijk op een zinvolle manier ter hand genomen zullen worden. Die zou dan ook centraal moeten staan en niet naar het tweede plan geschoven. First things first kortom, ofwel de juiste prioriteiten stellen. Daar gaat het om.