Leven tussen hoop en vrees

Als het leven als zodanig geen doel of richting kent en elke zin derhalve ontbreekt, wat doet de mens dan op deze planeet en wat stelt hij zich hierbij voor?
Dat is de centrale levensvraag die de mens van oudsher heeft beziggehouden en waarmee hij tot op de huidige dag worstelt. ‘Antwoorden’ genoeg – voor zover dat ook maar enigszins mogelijk is – maar die richten vaak meer vertwijfeling en ellende aan dan dat zij bijdragen tot enige zinnige voortgang. Angst is een slechte raadgever, maar ijdele hoop evenzeer. Wie wijst de (juiste) weg?

Menig filosoof of levenswijze goeroe heeft zich over zulke vragen gebogen, waaruit tal van levensbeschouwingen en ideologieën zijn voortgevloeid. Van religieuze tot (semi-religieuze) politieke ideologieën. Marx dacht echter de religie te kunnen ontkrachten door deze te vervangen door een seculiere leer die in zeker opzicht even dogmatisch was als de gevestigde kerkelijke leer. Zo ook Nietsche die zulk denken ‘met de hamer’ te lijf ging. Wereldgodsdiensten als de Joods-Christelijke, de Islam, alsook levensfilosofieën als het Boeddhisme en het Hindoeïsme zijn evenwel hardnekkige fenomenen gebleken die niet zomaar vallen weg te strepen. Reeds eeuwenlang spelen zulke zingevingsgerichtheden een prominente rol. De mens heeft blijkbaar grote behoefte aan ‘bakens’ waaraan hij zich kan vastklampen. Ook al verspreiden ze vals licht.
Maar al deze gerichtheden hebben één ding gemeen: zij spiegelen de mens ’een beter leven’ voor indien … Ja indien wat? Het zou vooral gaan om matiging, deugdzaamheid en (zelf)reflectie die de mens zou dienen te betrachten. Daarmee zou hij zichzelf ‘vooruit’ helpen en/of daardoor een betere wereld voor zichzelf en anderen mogelijk maken. Een weliswaar aanlokkelijke, maar desondanks verraderlijke gedachte. Want indien politieke en economische samenlevingsconstellaties ongewijzigd blijven zal er wat scheve verhoudingen betreft weinig ten goede veranderen. ‘Genade’ noch ‘uitverkorenheid’ zullen hiervoor soelaas bieden. In zoverre hadden Marx en anderen dus gelijk.

Wat resteert de mens dan nog anders dan gebukt gaan onder de kennelijk onontkoombare barre werkelijkheid des levens? Moeten wij ons allen vervolgens als défaitist of nihilist betuigen? Zeker niet. Zingeving is wel degelijk mogelijk – en in zeker opzicht ook onontkoombaar wil het leven überhaupt enige betekenis kunnen hebben – maar die zal dan wel door eenieder zèlf moeten worden aangebracht c.q. toegekend. Dat is niet zo’n makkelijke opgave, maar wel een intrinsiek onderdeel van het leven. 1

Illusies zijn talrijk en worden voortdurend van nieuwe verpakkingen voorzien. Meestentijds zijn het echter oude concepten in nieuwe gedaante die voor ‘modern’ heten door te gaan. Veel illusies komen samen in het concept van ‘vooruitgang’, alsof finalisme en eschatologisch denken absolute waarheden zouden omvatten. Het leven is echter geen lineair proces, maar omvat cyclische ontwikkelingen die zowel vooruitgang (progressie) als achteruitgang (regressie) inhouden. 2 Populair gezegd: leven met vallen en opstaan (waarbij men zich kan afvragen in hoeverre er ‘geleerd’ wordt van de geschiedenis). ‘Waarheden’ van allerlei signatuur worden er meer dan genoeg rondgestrooid, maar de waarheid des levens is nogal prozaïsch: men leeft tussen hoop en vrees al naar gelang de levensomstandigheden een en ander (on)mogelijk maken, dan wel daartoe nopen. Maar telkens weer is het een kwestie van roeien met riemen die lang niet altijd voorhanden of toereikend zijn om ‘ambities’ te kunnen realiseren. Wat dat betreft zijn wij allen afhankelijk van de al dan niet aanwezige goede wil van anderen om zulke omstandigheden enigszins in goede banen te leiden. Daar wringt dan ook meestal de schoen, want er wordt de mens weliswaar van alles voorgespiegeld, maar woorden zijn nog geen daden. De vraag is dan ook niet of de mens ‘deugt’ en van goede wil is, maar veeleer wat samenlevingen tot stand weten te brengen en in hoeverre burgers daar baat bij hebben. Er wordt van alles 'gerealiseerd' want de ‘zingeving’ kent geen grenzen, maar of daarmee expectations worden waargemaakt blijft hoogst twijfelachtig. De verwachtingen waren zowel na WOII als bij de formele beëindiging van de Koude Oorlog hooggespannen, maar de beloften werden nauwelijks ingelost. In plaats daarvan zette men de antagonistische strijd voort en bleef men geopolitiek polariseren en conflicten aanjagen in plaats van deze te dempen. De bakens werden dan ook niet verzet, maar aangescherpt. Tot bloedens toe. Wie daarom nog klaagt over van ‘verlies aan vertrouwen’ dient zich te realiseren dat vertrouwensbreuken nimmer zonder consequenties blijven en dat verspeelde goodwill niet zonder slag of stoot wordt hersteld. De mens mag dan van goede wil zijn, hij laat zich niet tot in het oneindige ringeloren. Op een gegeven moment is het geduld op. Alle hersenmassage ten spijt. Velen trekken zich al terug op hun eigen ‘compound’ en verschansen zich op alle mogelijke manieren. Daarmee in de illusie verkerend dat de ‘grote boze buitenwereld’ onder het motto «het zal onze tijd wel duren; wie dan leeft, dan zorgt» buitengesloten zou kunnen worden.

Intussen zijn zowel burgers als samenlevingen flink op drift geraakt en vliegen de droombeelden alle kanten uit. Men blijft ‘talenten’ koesteren en ‘succes’ aanprijzen alsof daarmee alle rook verdwijnt en eenieder zich gelukkig kan wanen. Deze collectieve waan beheerst inmiddels vele terreinen des levens, maar deze valse ‘steen der wijzen’ laat zich hoe langer hoe moeilijker de berg op rollen. De mens dreigt onder zijn eigen spinsels te bezwijken. Ook het koesteren van hoop blijkt vaak ijdel, want wat met de ene hand wordt gegeven wordt met de andere even makkelijk weer genomen. Het meten met verschillende maten maakt van elk beleden principe een gratuite vertoning van opportunisme en doet alle idealisme tenslotte de das om. 
Men kan zich nog zoveel blindstaren op G7/G20- of klimaat- en veiligheidsconferenties, beurskoersen, opportunistische woekeraars van allerlei slag, alsook op de wijze waarop conflicten dienen te worden beslist en wat niet al, de opgediste ‘successtories’ zullen het levenspad niet verrijken. Zeker niet wanneer een en ander gepaard gaat met nogal wat inerte hypocrisie en flinke kaalslag. Er is kortom meer lethargie dan het wordt voorgewend. Allerlei onbestemde angsten beheersen het leven en daarvan wordt ook nog eens gretig en dubbelhartig geprofiteerd.

Maar ook escapisme is geen optie. De weerbarstige realiteit kan niet worden gecompenseerd met narcistisch solipsisme. Of die nu ‘toekomstbestendig’, ‘moreel superieur’ of anderszins met veel bombarie wordt vormgegeven. Al deze laffe hovaardij komt de mens uiteindelijk duur te staan. Zolang menigeen niet een toontje lager weet te zingen en men de aspiraties die men voor anderen denkt te kunnen voorschrijven niet op een wat realistischer wijze benadert zal het kommer en kwel, ofwel dansen op het slappe koord blijven. Wie er als eerste vanaf tuimelt laat zich raden, daar ook het maken van illusies wat dit betreft uit den boze is. Wat de mens wèrkelijk te vrezen heeft is vooral de aanmatigende houding waarmee levensvragen veelal worden bezien en tegemoet getreden. Die getuigt meestal niet van realiteitsbesef of zelfkennis, maar te vaak van doodlopend en weinig verheffend conformisme.
Nagenoeg alle politici zijn bang voor verlies aan populariteit. Dat bepaalt in hoge mate en in menig opzicht hun handel en wandel. Daarbij verbleekt menig vergezicht die zij menen te moeten opdissen. De burger staat er vertwijfeld bij en vraagt zich af wat hij of zij onder zulke omstandigheden nog voor ‘verschil’ kan maken en wat zijn existentie er in maatschappelijk opzicht feitelijk toe doet. Het geleverde ‘maatwerk’ gaat meestal aan zijn neus voorbij en de (belangen)race is meestal al gelopen voordat er ook maar enige mogelijkheid is geweest om zijn stem te laten horen of deze te verheffen. Maatschappelijk draagvlak voor genomen beslissingen is dan ook meestal ver te zoeken, zodat zulke beslissingen vervolgens de noodzakelijke maatschappelijke legitimiteit ontberen. Een wondere wereld, zeker. Maar lang niet die gedroomde werkelijkheid die de mens desondanks wordt voorgehouden.
 
 

Assemblage © Wanda Janota 2024

— De mens worstelt tevergeefs als een Sisyphus, maar gaat onverbeterlijk voort —


 

‘There is always Hope’ | Beeld: © Marianne Floor 2005 



[1] Zie hiervoor onder meer leven en werk van de filosoof Bertrand Russell

[2] Hegel vatte dit samen onder de noemer ‘dialectische ontwikkeling der geschiedenis’