Parallelle werelden
Terwijl de verzameling politieke bobo's en propagandisten zich hevig druk maakt om temporele kwesties over 'positionering' en aanverwante zaken, worden majeure humanitaire vraagstukken niet opgelost maar vooruitgeschoven. Of onder schijnbewegingen zoals goede bedoelingen of de mantel der liefde bedolven. De mensheid is anders gezegd ondanks alle veronderstelde vooruitgang qua denk- en handelwijzen nog bitter weinig opgeschoten sinds het verstikkende feodalisme 'beëindigd' werd verklaard en de technologisch-industriële revolutie een vlucht nam. In plaats daarvan zijn vele problematische kwesties zó verweven geraakt dat de gehanteerde middelen op basis van veelal contraproductieve reflexen allang niet meer werken. De huidige samenlevings- en wereldordening blijkt niet toereikend om deze vraagstukken effectief aan te vatten, laat staan onder controle te krijgen. In plaats daarvan richten velen zich liever op (science-)fiction fantasieën en neemt het escapisme groteske vormen aan. Alle 'intelligentie' – of die nu kunstmatig wordt aangewend of niet – ten spijt. Het leven in volstrekt gescheiden werelden – of zoals Eisenstadt het fenomeen benoemde: meervoudige en gesplitste moderniteit (multiple modernities) [1] – breekt de mens op. Bovendien blijkt het causale (oorzaak-gevolg)denken nog lang niet zodanig ontwikkeld dat hiervan vooralsnog wat de analyse van relevante samenlevingsvraagstukken betreft al te veel verwacht mag worden.
Dus in plaats van ons te verliezen in 'kosmische' (alsook cosmetische) droomwerelden – hoe aantrekkelijk voor sommigen ook – kan men zich beter richten op het aardse bestaan, opdat het leven in den brede nu eens daadwerkelijk op een zinnige wijze ter hand kan worden genomen en de mens zich op een minder infantiliserende manier kan bevrijden uit de myriade van illusoire preoccupaties. Dat vergt wel het een en ander, want het leven als zodanig blijft nu eenmaal een waagstuk [sic] dat niet onderschat moet worden. Een existentiële opgave kortom die verder reikt dan temporele dilemma's die vaak even vluchtig als secundair zijn. Niets minder dan een geestelijke renaissance lijkt wat dit aangaat onontbeerlijk. De vraag is niet alleen of men gelet op alle moeizaam bereikte voortgang hiertoe bereid is, maar vooral ook in staat zal zijn. Evolutionaire processen gaan tergend langzaam, maar daarentegen kunnen culturele ontwikkelingen een vlucht nemen die men vooraleerst niet voor 'mogelijk' had gehouden. Echter, dan moet er wel duidelijk zicht zijn op de richting waarop zulke ontwikkelingen zouden dienen uit te gaan. Wanneer zulke oriëntaties ontbreken kan men lang op gedroomde 'evolutionaire processen' blijven wachten. Evolutie kent immers richting noch doel daar 'instandhouding' ook altijd gepaard gaat met vernietiging, zoals de natuur zelve niet aflatend demonstreert. Dat wil echter niet zeggen dat de mens 'dan maar' rücksichtlos tekeer moet gaan en de hele 'ordening' voor lief, dan wel als een fait accompli moet nemen. Beide gerichtheden zijn heilloos. Wie zich van de (menselijke alsook ecologische) natuur verwijdert en vervreemdt, snijdt zichzelf evenzeer in de vingers als degenen die menen dat culturele factoren slechts 'franje' zouden zijn om het bestaan wat 'op te leuken'. Dat alles heeft met 'moderniteit' in de zin van bevrijdende losmaking (Habermas) weinig uit te staan. Dan blijft het dansen op de vulkaan van onvermogen en zelfoverschatting, of zulks nu een 'lightness of being' (Kundera) wordt genoemd of niet. We 'zijn' er in elk geval nog lang niet, alle omstandige zelfbevestiging ten spijt. Huidige plaats-, positie- en identiteitsbepaling rammelt vooralsnog aan vele kanten. Laten we onze verzamelde kennis zinnig aanwenden, in plaats van er een stupide potpourri van te maken.
[1] Eisenstadt, S. N. Multiple Modernities. Daedalus 129, nr. 1 (2000): 1–29
Oorverdovende stilte
«Hoe minder te zeggen, hoe hoger het woord. Hoe dieper de vragen, hoe stiller het wordt.»
Dit moge nogal cryptisch klinken, maar hoe paradoxaal is het moderne (communicatieve) leven feitelijk wanneer we het dagelijkse bombardement aan (interpersoonlijk) 'sociaal (data)verkeer' bezien en op haar merites beoordelen? Dan kan er slechts één conclusie worden getrokken: een hoop lawaai en 'much ado about nothing, or hardly anything'. Een bedroevend en triest gegeven dat tot nadenken stemt en om een nadere beschouwing vraagt. Alles wat de mens tot mens maakt is tenslotte gelegen in het communicatieve handelen. Dit niet alleen expressieve, maar bovenal existentiële gegeven onderscheidt de mens van het 'vegetatieve leven' dat kenmerkend is voor alle levensvormen die het zonder deze kwaliteit moeten doen, of daarin noodzakelijkerwijs uiterst beperkt zijn. Aan het handelen ligt een zeker 'denken' ten grondslag, of dit nu bewust of onbewust gebeurt, maar nogal wat handelingsmotieven blijken vaak teleologisch georiënteerd of bepaald. Dit wil zeggen dat het beoogde (finale) doel leidend is, ondanks dat er zich gaandeweg veranderingen in de omstandigheden kunnen voordoen. Een utilitaristische gerichtheid is derhalve dominant voor vele keuzebeslissingen des levens. Daarbij kan men zich afvragen wat de waarde van zulk obsessief 'nut- en noodzaaksdenken' feitelijk omvat. Vooral wanneer zulke doelen ofwel te hoog gegrepen, dan wel irreëel blijken te zijn. In plaats van zich hierdoor te laten leiden en zich in niet geringe mate klem te laten zetten zou het gewenst zijn dat medemenselijke pogingen tot 'Verstehen' meer zouden worden benadrukt en gewaardeerd. Want juist die pogingen – hoe gebrekkig en onvolkomen ook – bieden perspectief op een meer humanitaire wereld. Maar dan dient de mens zich wel van zijn drijfveren bewust te zijn en deze ook kenbaar te (durven) maken. Daarbij het scala aan expressie- en communicatiemogelijkheden niet voor lief nemend, maar deze ten volle weten te gebruiken. Dat er desondanks sprake is van een niet te miskennen onachtzaamheid en vrijblijvendheid is daarom des te treuriger. De mens reduceert zich daarmee tot een willoos object van willekeur waarbij alle veronderstelde 'regie' en 'doelgerichtheid' grotendeels verdampt. Dat staat in schril contrast tot alle drieste manifestatiedrang waaronder velen elkaar bedelven. De 'stippen aan de horizon' kunnen derhalve uiterst bedrieglijk en misleidend zijn. Doelen stellen is kortom per definitie niet identiek aan zingeving — zo er al van een zekere intrinsieke 'zin des levens' sprake zou zijn. Die 'zin' dient keer op keer te worden toegekend. Zo zijn er vele wegen te bewandelen. Niet alleen die van 'de minste weerstand', maar zeker ook die van verlichting en bevrijding. De mens is de centrale actor in het geheel. In zowel letterlijke als figuurlijke betekenis. Daarbij kan men als acteur willen (of menen te moeten) optreden (vgl. «all the world's a stage», Shakespeare), het 'schouwtoneel des levens' biedt zeker ook andere mogelijkheden wanneer men de zgn. 'vierde wand' opheft. Dan zal de werkelijkheid zich ten volle kunnen openbaren en worden de kunstmatig in stand gehouden scheidslijnen tussen 'acteurs en publiek' zichtbaar — en zo mogelijk ook (beter) hanteerbaar. De vele façades die worden opgehouden leiden niet tot een beter onderling begrip, maar dienen slechts de belangen van degenen die geen baat (denken te) hebben bij 'transparantie' op interpersoonlijk of institutioneel gebied. Ten onrechte natuurlijk, want niemand kan zich (uiteindelijk) onttrekken aan 'de menselijke factor' (Malraux). Dat betekent dat eenieder zich tot de 'Ander' (Levinas; Buber; Jaspers) dient te verhouden op een wijze die recht doet aan wat medemenselijkheid impliceert, te weten erkenning van onvolkomenheid. Dit basale gegeven weg willen moffelen of ontkennen is wellicht de grootste tekortkoming in alle menselijke betrekkingen en verklaart waarom vele fraai geformuleerde pogingen tot 'verbetering en verheffing' stranden. De filosofie heeft weliswaar getracht dit fenomeen eloquent onder de aandacht te brengen en remedies hiervoor te formuleren, maar zonder hieraan concreet 'handen en voeten' te geven blijft het wishful thinking. Er is nog een lange weg te gaan. Uitspraken als «Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven» (N.T.) zijn derhalve al te absolutistisch en beklemmend dogmatisch om zinvol mee uit de voeten te kunnen. Die houden de mens klein en ontnemen hem mogelijkheden tot zelfverwerkelijking. Niet dat seculariseringsprocessen in dit opzicht nu zoveel hebben opgeleverd, maar wel dat losmaking uit zulke dogmatiek essentieel is om zich van zulk patroniserend feodalisme te ontdoen. Desondanks zien we dogmatische gerichtheden allerwegen om zich heen grijpen alsof de mens 'per definitie' niet in staat zou zijn zelf waarde en betekenis aan het bestaan te geven. Daarmee zijn we weer terug bij het uitgangspunt en begint de zoektocht opnieuw. Zit er werkelijk een bevrijdende 'exodus' in, of verbeeldt men zich dit slechts? Aan 'Mozessen' geen gebrek, maar dit zijn de fundamentele vragen die bij alle wikken en wegen telkens weer aan de orde zijn. De praktijk zal het, zoals vanouds, uitwijzen.
Intussen worden de fossiele brandstoffen onverminderd op wereldschaal opgestookt. Naast talloze kolencentrales en het verbruik van megatonnen kerosine door vliegtuigen, dieselolie door vrachtauto's en stookolie door kolossale vrachtschepen vanwege het wereldwijde goederentransport, gaat de energieslurpende massaproductie van (vaak niet-afbreekbare) kunststof wegwerp-producten en enorme hoeveelheden plastic verpakkingsmateriaal gewoon door. Dus wat nu 'energietransitie'. Daar steekt de (selectieve) vermindering van gasverbruik schril bij af. Woorden als 'sustainable' (duurzaam) blijken volledig betekenisloos wanneer zij slechts marketingdoeleinden dienen om er op een handige manier producten mee in de markt te kunnen zetten, zoals dat ook geldt voor nogal wat 'gezondheidsproducten'.
Bij andere zaken zoals territoriale conflicten is het al niet veel anders. Een combinatie van sentimentalisme en powerplay zoals overtuigde 'haviken' voorstaan, is fnuikend voor elke zinnige vorm van conflictoplossing. Doordenderend militarisme biedt geen oplossing, maar jaagt slechts destructief escalerende mechanismen aan. Er blijken bovendien heel wat 'Oppenheimers' die hun 'overtuigingen' maar al te graag ondergeschikt willen maken aan hun grenzeloze persoonlijke ambities.
Hoe staan de zaken vervolgens in Nederland? Komt Omtzigt met een eigen partij? En zal dit leiden tot een reshuffle van het Nederlandse politieke landschap? Is men het neoliberalisme voorbij? Welke coalitie zal er wel of niet mogelijk zijn? Kunnen we een stevige confrontatie tussen Omtzigt/ Wilders/Van der Plas en Timmermans c.s. verwachten? Intussen loopt de Tweede Kamer leeg en zeggen velen de politiek vaarwel. Moet Omtzigt veertig jaar neoliberaal wanbeleid en achterstallig onderhoud repareren dat Rutte 12-13 jaar voor zich uit heeft geschoven? [2] Dat is bijna het onmogelijke vragen en dat zal dan ook niet gebeuren. In het gunstigste geval wordt hiermee een begin gemaakt, maar de problemen zijn inmiddels dermate complex en verweven geraakt dat men van zeer goede huize moet komen om resultaten te kunnen boeken. Nu is Omtzigt allesbehalve een debutant in de politiek, hij vecht immers reeds jaren achtereen voor de goede zaak. Maar zonder brede parlementaire steun blijft het een lastig, zo niet onbegonnen karwei. Veel zal afhangen van de bereidheid van politieke anderen om datgene waar te maken wat brede lagen van de samenleving van politiek en overheid verwachten en inmiddels ook allerwegen eisen, te weten: consistentie en betrouwbaarheid. Een fikse opdracht en een zware verantwoordelijkheid voor eenieder die hiermee aan de slag gaat.
Maar zoals critici van hedendaagse identiteitspolitiek verklaren: 'we are fighting the wrong battles'. Individuele en collectieve 'positiebepaling' biedt geen compensatie voor het gebrek aan politieke oriëntaties waarbij ongelijkheidsvraagstukken in den brede centraal behoren te staan. Dogmatisch getoonzet moralisme moge weliswaar de schijn van politiek engagement wekken, apolitieke – ofwel van (al te) klemmende angels ontdane – gerichtheden dienen slechts selectieve (deel)belangen die de ontregelde disproportionele status quo niet fundamenteel wijzigen, maar continueren. [3] Dat is een pijnlijke constatering die velen in het harnas jaagt, maar desondanks de spijker op de kop slaat. Dat de politiek zo moeizaam opereert is mede op dit soort fenomenen terug te voeren. Wij spraken al vele malen over uitingen van goede sier die men op alle mogelijke wijzen tracht te demonstreren – van goede intenties en happy-go-lucky vertoningen, tot het maken van 'excuses' – maar het blijft vaak bij broddelwerk dat gelardeerd wordt met veel gezwollen moralisme en subjectieve 'belevingserupties' die voor doorwrochte 'analyse' moeten doorgaan. Zo komt men geen stap verder en blijft men ondanks alle 'bevrijdende' retoriek de gevangene van een ethiek die niet alleen flinterdun, maar tevens uiterst tweeslachtig is. Het publicitaire element van zulke erupties die niet aflatend met veel verontwaardiging gepaard gaan staat in effectief propagandistische zin echter buiten kijf, zoals bij voortduring blijkt. Dagelijks worden de nieuwsuitzendingen en -kolommen ermee gevuld, opdat het publiek de indruk krijgt dat er 'voortvarend' wordt gehandeld. De beleidsmatige inertie is evenwel alomtegenwoordig. Een 'fais do-do' [4] is het bij lange na nog niet zolang de koopman en de dominee innig hand in hand blijven gaan. De puriteinse erfenis speelt ons meer dan ooit danig parten, wat men ook over het 'moderne levensgevoel' moge beweren.
[2] Wanneer er in dit verband wordt verwezen naar de periode van de verzuiling waarbij redelijk stabiele (hoewel ook statische) politieke verhoudingen een kenmerkende factor was, dan vergeet men dat niet alleen de deconfessionalisering en ontzuiling, maar vooral ont-ideologisering en depolitisering diepe gaten hebben geslagen in de positiebepaling van politieke stromingen en partijen zoals binnen de christen- en sociaaldemocratie. Het vastklampen aan het neoliberalisme bleek voor diverse partijen waaronder CDA en PvdA een noodsprong 'voorwaarts' die de partijpolitieke desoriëntatie echter niet stuitte, maar verergerde. De afkalving van de 'gevestigde partijen' ging onverminderd voort. Het repositioneren van 'kernwaarden' waarmee zelfs ook een tamelijk begin-selvaste partij als de SP zich is gaan bezighouden (zie hun beginselprogramma 'Heel de mens') doet in dit verband armetierig aan en ademt een sfeer van wanhopige marketingconsultancy waarbij de oorspronkelijke politiek-ideologische uitgangspunten en doelstellingen verbleken. Het 'community'-denken voert de boventoon, maar daarmee wordt geen tegenwicht geboden tegen de almaar uitdijende financieel-economische machtsconcentratie. Laat staan dat van enige maatschappijhervorming sprake is. Er is met andere woorden nauwelijks een partij meer te vinden die de politieke pijlen doeltreffend weet te richten.
[3] Zie hiervoor onder meer I. Buruma, Meer Marx en wat minder Calvijn. Woke als quasi-protestantse deugd. De verkeerde klassenstrijd, in: de Groene, 9 aug. 2023
[4] Benaming voor een muzikale dance-party cajun-style
Blind faith
De moderne mens laveert zogezegd tussen cynisme en sentiment, maar geen van deze gerichtheden biedt hoop, troost of soelaas. Zonder ankers blijft het bij freefloating surfacing op de golven van dubieuze preoccupaties waarbij 'de wind' vrij spel heeft en hele samenlevingen aan onbestemde grilligheden worden opgeofferd. Intussen doet de inhalige windhandel goede zaken en rijzen de exorbitante winsten de pan uit. De vele verliezers van dit spel hebben het nakijken. In dit opzicht zijn wij allen losers.
Mensen leven doorgaans volledig langs elkaar heen. Zeker op wereldniveau. De halve wereldbevolking heeft geen bestaans-zekerheid en is verstoken van de meest elementaire bestaansmiddelen en -condities. Niet alleen in arme landen. Waar kan men bij alle nerveuze vertwijfeling, destabilisatie, ontregeling en hypocrisie vervolgens nog enige hoop uit putten en vertrouwen aan ontlenen? Zelfherstellend vermogen? Voorzienigheid? Wondermiddelen? Dat blijft de grote, maar alleszins onbeantwoorde vraag waarover men de schouders moge ophalen, maar die bij alle retoriek van het juist geachte en veelbelovende leven toch flink blijft opspelen. Of men zich nu aan een dogmatische moraal vastklampt of niet, de soep zal gegeten moeten worden en aan mosterd na de maaltijd heeft men niet zoveel. Wanneer alle 'spijtoptanten' van nu hun nek hadden uitgestoken toen het erom spande en hun vele praatjes voor zich hadden gehouden waren vele zaken lang niet zo uit de hand gelopen en hadden er maatregelen kunnen worden genomen die erger hadden kunnen voorkomen. In plaats daarvan wentelde men zich in het eigen gelijk en deed men alsof hun neus bloedde. Men was immers 'goed bezig', zodat niets de voortvarendheid kon deren. Kritiek werd structureel afgewimpeld en afgedaan met hovaardige zelfoverschatting en zelfgenoegzaamheid. Zulk een 'moraal' kan men missen als kiespijn. De politiek zal moeten terugkeren naar haar wortels, waarbij op zijn minst enige bescheidenheid welkom zou zijn. In veel politieke berichtgeving wordt het burgerperspectief gemist. Men vereenzelvigt zich teveel met het beleid, hoe onvolkomen of armetierig ook. Daar heeft de samenleving geen baat bij, noch draagt dit bij aan een beter 'begrip'. De resultante is dat de kloof tussen politiek en publiek zich allengs verder verbreedt en dat de groep 'autonomen' die zich niets aan welke overheid dan ook gelegen laat liggen zienderogen groeit. Wie de democratie liefheeft zou dienen te beseffen dat alles een prijs heeft. Ook zelfgenoegzaamheid en ongenaakbaarheid.
Kaap'ren varen
Ongericht enthousiasme alsook morele moed en onverschrokkenheid hebben het vaak tegen organisatorische planning en discipline moeten afleggen. Dat gold voor de Keltische stammenculturen die zich tegen de expansionistische Romeinse legioenen te pletter liepen en dat gold vele decennia later in zeker opzicht ook voor de sixties-cultuur die het genadeloos moest afleggen tegen de mores van oprukkende technocratische managers. Waar de eerstgenoemden zich tooiden met wilde haren, baarden en wat dies meer zij, daar kenmerkten de laatsten zich door gladgeschoren kaalheid als uiting van strakke 'no nonsense'. Pragmatisch utilitarisme was in tegenstelling tot het verafschuwde 'onbesuisde idealisme' wat hen dreef. Nu een zekere terugkeer naar een 'baardencultuur' weer en vogue is zou men de indruk kunnen krijgen dat het gedaan is met alle technocratische planning en organisatie, maar niets is minder waar. Schijn bedriegt, zo ook hier. Juist degenen die zich volgens huidige trendy opvattingen gedragen en uitdossen blijken nogal eens fervente protagonisten van de vigerende marketingcultuur die weinig opheeft met 'droombeelden' die niet lucratief te gelde kunnen worden gemaakt. Desondanks bedient men zich maar al te graag van commerciële verleidingsmechanismen die bol staan van nietszeggend etherisch (dan wel 'zelfbepalend' esoterisch) jargon dat regelrecht op het gedachtengoed van de jaren zestig en zeventig (waarvan men zich 'bevrijd' zou hebben) is terug te voeren. Geen cirkelgang derhalve, maar een voortzetting van de weg die met de neoliberale Wende van de jaren tachtig en negentig werd ingezet. Het huidige klimaatdebat is daarvan een zeer kenmerkend voorbeeld, zoals gememoreerd. Men is op de loop gegaan met opvattingen en denkbeelden die in menig opzicht substantiëler waren dan de uitgeklede varianten waarvan men zich nu bedient. Wie anders meent vergist (en verslikt) zich. Alles wat met geluk en welzijn te maken heeft is volledig gecommercialiseerd en wordt cynisch geëxploiteerd. 'Mensenrechten' ('eerlijke handel'), alsook 'duurzaamheid' en 'klimaatneutraliteit' blijken louter flinterdunne verkoop-argumenten zolang het de productie dient. Een parallel kan worden getrokken met boycot-acties tegen verdachte regimes die vaak uiterst selectief worden aangewend. Daar kwam men enkele decennia geleden al demonstratief tegen in opstand.
