Tijdingen
                                                                               
                                                                                      maart 2024 (vervolg)                                                                                                                                                

                                                             Point(s) of no return en frantic-frenzy burocrats

" 'Wat als'-vragen beantwoord ik niet", zo verklaren politici en beleidsverantwoordelijken desgewenst regelmatig in koor. Maar wat als zij dat wèl zouden doen? Dan zou er een inkijkje kunnen worden gegeven in hun beweegredenen en motieven om al dan niet naar bepaalde zaken te streven, ondanks dat zulk streven natuurlijk met de nodige omzichtigheid en scepsis dient te worden bezien. Maar dan nog. Als men het over vergezichten wil hebben zonder daarbij aanspreekbaar te zijn op mogelijke dilemma's, hindernissen en mogelijke consequenties, en zonder enige rekenschap te willen geven over nut en noodzaak, dan wel 'onvermijdelijkheid' van een en ander, blijven politieke ambities geheel vrijblijvend en gratuit. Het ware derhalve beter dat men zich niet in nevelen hult, maar ronduit  naar voren brengt waar men voor staat, wat men boogt en waarom. Pas dàn kan er zinnig debat over keuzemotieven en belangenafwegingen ontstaan, in plaats dat men achteraf moet constateren dat zulke afwegingen en keuzes wellicht al in een vroeg stadium discutabel waren (maar vervolgens niet meer kunnen worden teruggedraaid). Points of no return zijn er te vaak en te veel geweest. Dan kan en moet anders. Men moge dan wel niet een voorstander van speculeren zeggen te zijn, men doet vaak niet anders. Het hele politieke bedrijf is omgeven en doordrenkt met speculaties, die ook nog eens tot vèrgaande ingrepen leiden en de samenleving voor het blok zetten. De burger heeft er dus gewoon onverkort recht op om te weten waar al deze ingrepen toe dienen en waarom deze noodzakelijk zouden zijn. Het zich bedienen van het argument dat er 'geen andere opties of alternatieven' en dat voorgenomen beslissingen daarom 'onvermijdelijk' zouden zijn is de boel belazeren. Die alternatieven zijn er altijd, want anders zouden we ook geen 'politiek' nodig hebben en haar gevoeglijk kunnen missen. Voor financiële argumenten geldt hetzelfde. Geld is er altijd, het gaat om keuzes en prioriteiten. Er is met andere woorden zelden een 'noodzaak' om het één te doen en het andere te laten (en vice versa). Het anders voorstellen is dan ook vaak meer demagogisch dan beleidsdoorwrocht of louter 'technocratisch' van aard. Waarde(n)vrije politiek bestaat niet en niets is 'budgetneutraal'. Alle beleidsmatige beslissingen die worden gemaakt hebben een politieke connotatie, betekenis en uitwerking. Wat ieders voorkeuren ook moge zijn. Op vrijblijvende spelletjes gegoochel met drogredenen zit niemand te wachten. Het gaat erom dat inzichtelijk wordt gemaakt waarom vraagstukken en problemen met een voorgestaan beleid beter zouden kunnen worden aangepakt en opgelost dan met andere ideeën en voorstellen. Kortom er zal altijd antwoord moeten worden gegeven op de vraag waarom sommige argumenten, overwegingen en onderbouwingen de voorkeur verdienen boven andere. Blijft men wat dit betreft in gebreke dan vervallen ook claims dienaangaande. Het zich wentelen in het (premature) eigen gelijk behoeft dan ook geenszins te worden geaccepteerd. Wie het ook moge betreffen. Het aanslaan van een al te doorzichtig 'moreel' toontje past de meeste politici niet. Het blijkt meestal slechts een enkeling te zijn die aanspraak kan maken op enig moreel gezag en die de collega's bij de les weet te houden. Maar voor frantic-frenzy burocrats (verstokt doordrammende burocraten en scherpslijpers) gaat blijkbaar geen zee te hoog, ook al slaan de golven over de dijk. Het zal dus nog wel even 'hozen' blijven om de gigantische troep die de vele zetbaasjes van de macht teweegbrengen enigszins te kunnen keren. Vrolijk Pasen.

Maar laten we het eens over een andere boeg gooien. Als het parlementair systeem niet bij machte blijkt om te zorgen voor competente en integere bestuursverantwoordelijken die zinnig beleid weten vorm te geven, dan moet het systeem zèlf onder handen worden genomen ook al is de democratie heilig verklaard. Ook in de Griekse Oudheid speelde deze vertrouwens- en legitimiteitskwestie al zo'n 2500 jaar geleden, zoals die nu wederom bij alle dilettantisme en amateurisme dat de huidige politiek kenmerkt en tentoonspreidt uiterst relevant is. De samenleving heeft recht op beleid dat haar ten dienste staat en niet maltraiteert. Indien dit niet of onvoldoende het geval is dienen beleidsverantwoordelijken hun biezen te pakken en kunnen we vraagtekens plaatsen bij het vertegenwoordigende gehalte van de mandatarissen. Dat gaat verder dan de vraag of de burger met zijn uitgebrachte stem invloed heeft op het beleid. Want formeel moge elke stem evenveel waard zijn, in de praktijk geldt het one man – one vote principe minder dan gedacht. Sommigen hebben het dan ook terecht over 'one euro – one vote' (en zo kan men verder extrapoleren tot aan de plutocratie). 

Crossroads en cirkelgangen

Kortom tijd voor andere verhoudingen en structuren. Wie geen burgers weet te vertegenwoordigen heeft ook geen recht van spreken, ook al beroept men zich op een verstrekt kiezersmandaat. Er zijn in feite drie basale mogelijkheden om de bestuurlijk-wetgevende beslissings-bevoegdheid te regelen:

i.    Een bestuur door één persoon (monarchiec.q. autocratie)

ii.   Een (al of niet vertegenwoordigend / representatief) bestuur door weinigen/een selecte groep namens velen/allen (aristocratie;
      plutocratie; oligarchie; parlementaire democratie)

iii.  Een collectief bestuur door 'allen' (directe democratie)

Ad i.

De monarchie was het gebruikelijke fenomeen gedurende feodale tijden (maar was evenwel onderdeel van een (gedecentraliseerde) aristocratische bestuursvorm – zie ii). Nog altijd hebben we daar de formele restanten van (zie het constitutionele koningschap). De monarchie is echter enerzijds sedert de Franse Revolutie vervangen door de (parlementaire) democratie en de rechtsstaat, maar wordt anderzijds wereldwijd ingehaald en bedreigd door 'moderne' autocratische stelsels zoals éénpartijstaten, zodat een terugkeer naar het aloude absolutisme indringend aan de orde is. Repressieve en tirannieke dictaturen lijken in opmars.

Ad ii.

Hoewel de democratie al in de Oudheid tijdens de periode van Pericles werd verkozen tot de meest gewenste 'staats'- c.q. bestuursvorm en ook (gedeeltelijk) in de praktijk werd toegepast, was de aristocratie de meest gebruikelijke bestuurlijke realiteit. Kerk en adel (ofwel de grootgrondbezitters) hadden de macht. Tegenwoordig (maar ook lang hiervoor) zit de in de praktijk ontstane plutocratische-oligarchie (een selecte groep rijken en invloedrijken) vertegenwoordigende democratische stelsels flink in de weg. Het rechtsstatelijke one man – one vote principe wordt daarmee doorkruist en geweld aangedaan, zodat de representatieve legitimiteitsbasis van de gemandateerde volks-vertegenwoordiging uiterst discutabel wordt. Democratieën zijn dan ook vaak minder democratisch dan het lijkt.

Ad iii.

De directe democratie houdt de meest zuivere verdeling van bestuurlijk-wetgevende macht en invloed in daar zij is gebaseerd op het principe van een gelijke stemverdeling voor allen. Alhoewel dit stelsel daarom verre boven alle andere te verkiezen is, blijkt zij in de complexe bestuurlijk-maatschappelijke realiteit feitelijk onwerkbaar, want dan zouden alle beslissingen via referenda (volksraadplegingen) moeten worden genomen. Slechts in kleinere gemeenschappen kan zij worden toegepast (zoals destijds in de Atheense polis – maar dan nog, want alleen mannen mochten aan de beraadslaging deelnemen en stemmen –, of in (federale) kantons zoals in het Zwitserse model). Voor een gecentraliseerd staatsbestel (eenheidsstaat) is zulks zoals gezegd minder geschikt, daar de stem des volks (vox populi) kan ontaarden in een 'dictatuur van de massa' en er derhalve van een 'ochlocratie' gesproken kan worden.

Er kleven aan elk stelsel voor- en nadelen. Of zoals de classicus (Pfeijffer) onder verwijzing naar Pericles, Protagoras en Socrates schrijft: "Een democratie kan aan zichzelf ten onder gaan. De symptomen van democratisch verval zijn pijnlijk herkenbaar." Zeker wanneer een groep machthebbers meer oog heeft voor haar (veronderstelde) privileges, dan voor de publieke zaak. Ofwel "het falen van één bestuursvorm kan het succes van [eigenlijk: de roep om] de andere in de hand werken."  Maar wat (het meest) 'efficiënt' is, daarover blijft men het oneens en staat immer te bezien. [1] Wanneer we stemmen horen opgaan over een technocratisch 'zakenkabinet van deskundigen', of zelfs een 'sterke man' die de touwtjes in handen moet nemen om de oligarchische macht in de hand te houden c.q. te doorbreken waar men vaak zèlf deel van uitmaakt of onderdeel van is, moeten we beseffen dat daarmee in feite bestuursvormen worden gepropageerd die de democratie feitelijk al vaarwel hebben gezegd. Kern blijft het bestuurlijke mandaat dat door de bevolking wordt verstrekt en de wijze waarop deze mandaten in de praktijk door de mandatarissen namens de bevolking ten uitvoer worden gebracht. Te gemakkelijk wordt verwezen naar – en een beroep gedaan op – het gelegitimeerde democratisch gehalte van beleidsbeslissingen die nogal eens een uiterst wankele (democratische) basis hebben. Niet alleen een (populistische) 'ochlocratie' is onwenselijk, ook een democratie die in verval raakt doordat selectieve deelbelangen structureel boven het algemeen belang worden gesteld is vragen om (grote) moeilijkheden. Terugkeer naar autocratische bestuursvormen biedt echter evenmin als (bestuur via louter) volksraadplegingen soelaas, ook al lijkt het oppervlakkig gezien voor sommigen een 'aantrekkelijke optie'. Nu militairen zich roeren om de industrie om te smeden tot één grote wapenmachinerie en het propagandistisch lobbyen daartoe buiten alle proportie raakt, dient men op de hoede te zijn. 'China, Rusland en Turkije' (om slechts enkele voorbeelden te noemen) zijn niet zozeer militair, als wel in bestuurlijk opzicht 'dichterbij' dan men denkt. Niet alleen in Europa, ook in de VS en elders. Demagoog Trump loopt zich alweer warm, maar van de demagogie van de Rutte-kliek zijn we ook nog lang niet af. (Wat dit betreft is het overigens tamelijk bizar dat het Nederlandse parlement de Navo-kandidatuur steunt van degene die het bestuur jarenlang aan zijn laars heeft gelapt en kennelijk meer met persoonlijke ambities is bezig geweest dan zich te bekommeren om het welzijn van burgers). Het permanente belang van politieke filosofie en economie kan bij alle marketing- en management-dominantie niet worden onderschat. Ook al haalt men daarvoor te vaak de neus op. Men zij gewaarschuwd. Want wanneer er een nieuwe lichting bestuurders aantreedt die de herinnering aan de toegebrachte maatschappelijke schade door een vorig repressief c.q. tiranniek bewind niet meer (levend) heeft, die met andere woorden een 'herstelde en functionerende staat in handen heeft gekregen' en 'die derhalve de urgentie om het algemeen belang te dienen minder voelt en die haar privileges begint te misbruiken voor zelfverrijking en onderdrukking van het volk' zoals Pfeijffer schrijft, ja, dan begint het hele proces weer van voren af aan. De democratie is echter 'geen definitieve lotsbestemming van de mensheid, maar ook slechts een tijdelijke fase in de natuurlijke cyclus van de staatsvormen' schrijft Pfeijffer vervolgens. Dat is nogal een uitspraak. [2]Hier lijkt zich het aloude (veronderstelde) historische mechanisme van 'rise, decline and fall' (Gibbon) te wreken. Het is echter maar zeer de vraag of er van zo'n 'natuurlijke cyclus' sprake is, dan wel per definitie onontkoombaar zou zijn.

Daarentegen is de observatie dat 'politici die voor hun machtspositie afhankelijk zijn van de gunst van het volk' [en wie is dat niet] de neiging hebben om 'allerlei vormen van verontwaardiging te mobiliseren om zichzelf vervolgens te kunnen presenteren als voorvechters van gekrenkte waardigheid en verkwanselde belangen' uiterst treffend. Zeker gelet op de politieke actualiteit van vandaag. "De ochlocratie is een crisisstadium, dat wordt gekenmerkt door volatiliteit van het politieke klimaat, daaruit voortkomend wantrouwen jegens de instituties en de politiek, schandalen die dit wantrouwen dagelijks nog meer voeden, inefficiëntie van het openbare bestuur en onvermogen om met toekomstvisies en langetermijnstrategieën de waan van de dag te overstijgen."  [3]

Men moge kortom 'de geschiedenis' willen afdoen als een gesloten boek en menen dat het moderne innovatieve leven 'adequate antwoorden' op prangende vragen weet te formuleren, daarmee geeft men blijk van weinig inzicht in de essentiële vragen rond (mogelijke c.q. de gewenste) samenlevingsordening die immer relevant blijven. Samenlevingen zijn mensenwerk en nooit 'af'. Dat gold in de Oudheid en dat geldt nog steeds. Maar het 'werk in uitvoering' dient wel zorgvuldig en met kennis van zaken ter hand te worden genomen. Anders is men inderdaad gedoemd zichzelf tot in het oneindige te herhalen (hetgeen nu in menig opzicht prangend aan de orde is). Maar dat de parlementaire (partijen)democratie danig aan revisie toe is moge duidelijk zijn.


[1] Ilja Pfeijffer in gesprek met de redactie van Filosofie Magazine 23 mei 2023 over zijn uitstekend gedocumenteerde studie Alkibiades    
     (Amsterdam 2023, De Arbeiderspers). (Van harte aanbevolen).

[2] Pfeijffer, ibid p.103-105

[3] Ibid. p.105-106

Nogmaals: selectieve verontwaardiging

"Sta hier op de snelweg met een lege tank, regen klettert op het dak. Zal wel naar huis toe moeten liften. … Ik zie de Caltex in de nevel, olievlekken op de Maas." [1] Slechts een nostalgische herinnering voor Rotterdammers? Wellicht, maar nog immer actueel. De chemie-industrie draait op volle toeren en de winsten zijn evenals de vervuiling navenant. Ja we willen benzine, olie, plastics en kunststoffen en wat niet al, maar de raffinaderijen trekken zich over het algemeen weinig van environmental issues aan. De 'verdienmodellen' zijn immers heilig. Zo ook bij de miljarden omvattende farmaceutische industrie die verantwoordelijk is voor de wereldwijde medicijnenproductie en daarmee samen met de zorgverzekeraars de gezondheidszorg flink domineert. Daar zou meer de aandacht op moeten worden gericht als men het over kostenreductie heeft, in plaats van zorgverleners en hun patiënten voort-durend in de beklaagdenbank te zetten en hen een schuldcomplex aan te praten. O-zo makkelijk om de burger voor alles en nog wat verantwoordelijk te stellen en de rekening voor falend beleid (om machtsconcentratie stevig aan te pakken) telkens weer daar te leggen waar-ie niet thuishoort. Een welhaast onuitroeibaar mechanisme dat al zoveel misère heeft veroorzaakt, maar waarvan maar geen afstand wordt gedaan. Protesteren is toch immers iets voor de SP nietwaar? Nu dan, zolang Nederland in economisch opzicht 'lekker draait' — ja wie maalt er dan nog om lucratieve belastingconstructies, schimmige brievenbusfirma's, ruimte-verslindende transito-hubs en wat dies meer zij…? 'Meer vrouwen aan de top', wordt gezegd. Zou dat het panacee zijn? Als we kijken naar de vrouwen die als ceo momenteel net als hun mannelijke collega's de zaken runnen valt daarop zeker wel het een en ander af te dingen. Zo 'voortvarend' zijn ook hun beleidsplannen en -beslissingen nu niet bepaald. Althans niet in de zin van structureel het roer omgooien. Veel blijft bij het oude, slechts 'de verpakking' mag af en toe anders suggereren. Het is uiteindelijk één pot nat.

Men maakt zich kortom druk om talloze zaken die elke dag weer om wisselende aandacht vragen zoals autoluwe binnensteden (die niet alleen de auto maar ook de lokale bedrijvigheid de stad uit jaagt zodat de burger zich naar omringende bedrijfsterreinen moet begeven), nationale monumenten of omgangsvormen, maar de wijze waarop de samenleving wordt bestierd, wie daarin een dominante rol spelen en hoe een en ander zich mondiaal verhoudt grotendeels buiten beschouwing laat. Jazeker 'de politiek' krijgt alle aandacht, maar ook wat dat aangaat is er sprake van heel wat (opgeklopte) selectieve verontwaardiging die aan tal van essenties voorbij gaat. We delibereren dat het een lieve lust is, maar herkauwen tevens tot we een ons wegen. Dat kan anders en zal ook anders moeten wil men echt werk maken van vooruitgang in den brede, in plaats van op de vierkante centimeter. Hier geldt beslist niet het adagium 'alle beetjes helpen', want die vele 'beetjes' vormen inmiddels zèlf een niet te onderschatten obstakel voor maatschappelijk welbevinden. Intussen blijft de regen op het dak kletteren en zijn we nog lang niet 'thuis'… .



[1] Tekstfragment Oude Maasweg, Amazing Stroopwafels (1981)

   Caltex was destijds een in de Rotterdamse Botlek gevestigd Amerikaans chemieconcern dat later opging in Texaco/Chevron. Het Botlek-havengebied             omvat verder tal van andere petrochemische (of daaraan gerelateerde) industrieën zoals onder meer Dow Chemicals, ExxonMobil, BP, Shell en Vopak           (zie kaart). In totaal telt Nederland zo'n 1640 chemiebedrijven (naast Rotterdam in Vlissingen, Dordrecht, Moerdijk, Delfzijl en Maastricht). Het betreft naast     de genoemde concerns onder meer Total, DuPont Chemours, ICI, Basf, AkzoNobel en DSM.  Naast raffinage gaat het om de productie van industriële             gassen, kleur- en verfstoffen, basis- en landbouwchemicaliën (kunstmeststoffen en stikstofverbindingen), synthetische rubber, verdelgingsmiddelen, poets-     en reinigingsmiddelen en synthetische vezels. Het internationale zeetransport (ca. 100.000 schepen) verbruikt jaarlijks 350 miljoen ton stookolie met een       CO2-emissie  van 1100 miljoen ton (short sea en deep sea). Ter vergelijking geven wij hier het (geschatte) brandstofverbruik (voornamelijk kerosine) t.b.v.       het passagiers- en cargovervoer plus de emissies van het mondiale luchtvaartverkeer (waarin de VS overigens het grootste aandeel heeft).

   (Diverse bronnen waaronder ECN/RIVM)

                                                  

                                                   

                                                       

   De toename in brandstofverbruik heeft als gevolg dat de uitstoot van CO2 door de luchtvaart zal toenemen. ICAO en FESG (2009) schatten een toename
   van CO2-emissies van 591 Mton in 2006 naar 2.307-4.531 Mton in 2050 (niet rekening houdend met gebruik van alternatieve brandstoffen). Owen (2009)
   schat dat de CO2-emissies in de luchtvaart zullen toenemen tussen 2000 en 2050 met ongeveer 1.345 tot 2.418 Mton CO2. Ook schat zij de ontwikkeling
   van NOx-emissies in 2050 met een toename van 3,4 tot 7,5 Mton t.o.v. het jaar 2000 [1]

  [1] Schattingen op basis van gegevens IPCC (1999 !)

 

                                                 

                                   Bron: Faber J. et al, Kennisoverzicht luchtvaart en klimaat (i.o. Planbureau voor de Leefomgeving, CE Delft 2014, p.22-23)

 

Wie kortom de burger op nummer één wil zetten zal op zijn minst de samenleving moeten bevrijden uit de omklemming van disproportionele milieuverdwazing die voortspruit uit blinde vlekken voor de wèrkelijke mondiale productie- en consumptie-verhoudingen qua grondstoffen- en energieverbruik, arbeidsomstandigheden, fiscale regelingen en meer. Daarnaast zullen 'verdienmodellen' die gebaseerd zijn op moordende prijsconcurrentie stevig moeten worden aangepakt. Want iedereen – zowel producent als consument – legt hierbij uiteindelijk het loodje, ondanks dat 'de verdiensten' op de korte termijn aanlokkelijk moge lijken. Zulke 'markten' (en de daarmee gepaard gaande perverse marktmentaliteit) bederven niet alleen de bedrijfs- en organisatiecultuur, maar het gehele sociale weefsel en haar instituties. De veronderstelde 'win-win' situaties zijn zeker niet in het belang van de burger als werknemer, maar ook niet als consument en patiënt. Colleges van bestuur, hun buitensporig incasserende ceo's, raden van commissarissen en de verzamelde aandeelhouders hebben een veel te grote machtspositie en zouden zich wettelijk dienen te conformeren aan maatschappelijk verantwoorde principes van goed bestuur, in plaats van zich te verlaten op vrijblijvende 'rules of conduct' (corporate governance). 'Greed' (inhaligheid) zal geen uitgangspunt meer kunnen zijn – of dit nu met 'innovatie' of welke 'goede intenties' dan ook wordt toegedekt of niet. Ayn Rand, Milton Friedman en vele andere goeroes van 'modern' management hebben de plank volledig misgeslagen. Werknemers die met een schijntje worden afgescheept en zelfs na jaren trouwe dienst worden weggebonjourd terwijl de salaris- en inkomensverhoudingen alle perken te buiten gaan, is onacceptabel in een zichzelf respecterende samenleving. Daar steekt alle patronisering ten opzichte van (de meestal goedwillende) burger schril bij af, want wie zijn ogen niet wil openen zal ondanks al het dirigisme in het duister blijven tasten. Menen dat men met een beperkte persoonlijke 'ecologische voetafdruk' ook maar enigszins het wereldwelzijn zou verbeteren is jezelf een rad voor ogen draaien. De productie- en verbruiksquota zijn immens. We leven wat dat betreft op zeer grote voet en zullen dat naar alle waarschijnlijkheid ook blijven doen. Dus wat stelt men zich wat dit aangaat nu eigenlijk voor? Denkt men nu werkelijk dat de (bestierders van) bedrijven vrijwillig met 'een tandje minder' genoegen zullen nemen en hun lucratieve marktaandeel aan een andere partij willen overlaten? Desondanks tijd voor menselijke verhoudingen en benaderingen. In alle opzichten. Geen schone handen-politiek meer.

Concluderend zou de maatschappelijke verontwaardiging zich beter op de scheefgegroeide verhoudingen en structuren kunnen richten dan dat men zich telkens weer druk maakt om louter de effecten hiervan, zoals bijvoorbeeld de kosten- en medicijnenproblematiek rond de gezondheidszorg. Zo zou men zich terdege kunnen afvragen of medisch-ethische kwesties rond 'preferenties' en prioriteitstellingen aan commerciële marktpartijen als zorgverzekeraars en farmaceutische bedrijven moeten worden overgelaten. Dan resteert slechts de 'ethiek' van de boekhouding en hebben patiënten het nakijken. De samenleving mag nimmer aan zulke idiote managementpraktijken worden blootgesteld, maar dit gebeurt nu constant en zonder scrupules. Als al die volgzame bewindspersonen zo braaf achter managementgoeroes willen aanlopen en vervolgens de gehele samenleving aan zulke ambities denken te kunnen opofferen, dan kunnen burgers al die privéprojecten evenals het gesmijt met gemeenschapsgeld gevoeglijk missen. Nogmaals, de burger heeft er recht op dat maatschappelijke vraagstukken adequaat ter hand worden genomen en zo mogelijk ook worden opgelost. Niets minder. Al het overige is laffe window dressing en wellicht goed voor de bühne en het goedgelovige voetvolk, maar niet bevorderlijk voor het algemeen welzijn (om over bestaanszekerheid maar te zwijgen). Indien men niet de beleidsmatige politiek-economische oorzaken van de scheefgroei wenst aan te pakken zal men tot in lengte van dagen veroordeeld blijven tot een marginale bestrijding van ('ongewenste') gevolgen. Daarover kan men zich omstandig druk blijven maken, maar het zal geen enkele (structurele) remedie opleveren. Over 'duurzaamheid' gesproken… . Wanneer wordt men nu eens niet op een schaapachtige WNL-wijze, maar écht wakker?

Op het oorlogspad

De Europese burger wordt zonder pardon klaargestoomd voor de oorlogsvoering. Uitbreiding van defensiematerieel zoals vliegtuigen, tanks, raketten en onderzeeërs, ophoging van defensiebudgetten, expansief polariserende Navo-strategieën en lidmaatschappen — niets weerhoudt de verzameling eagere 'strijdlustigen' ervan om de oorlogspropaganda tot ongekende hoogten op te stuwen. De burger zal eraan geloven of men wil of niet als het aan het militaire commando en hun gedweeë volgelingen ligt. Wanneer hebben we dit ook alweer eerder gezien en meegemaakt…? Was dat niet in de tijd dat de democratie eveneens onder vuur lag, het nationalisme de kop op stak en samenlevingen kampten met grote sociaal-economische problemen waarop nauwelijks adequate antwoorden kwamen? Juist, parallelle mechanismen die tot grote alertheid alsook scepsis zouden moeten stemmen. Maar de 'feestende' in zichzelf gekeerde meute heeft hier geen boodschap aan. Men laat het zich allemaal onaangedaan aanleunen. Verontrustend en gevaarlijk. Want voordat men het beseft wordt men cynisch een oorlog ingerommeld die men niet heeft gewild en dan zijn de rapen gaar. Laat men dan vervolgens niet aankomen met spijt achteraf of met vragen die men veel eerder had moeten opwerpen. Dan is het te laat. Er gebeurt nochtans bitter weinig wat kritische indamming van deze verdwazing betreft. Gelatenheid alom, terwijl de dagelijkse propagandamachinerie op volle toeren draait. Niets kan ons deren, zo lijkt het motto, maar dat getuigt niet van een al te gebalanceerd bewustzijn. De geesten zijn al danig naar de gewenste 'strategieën' gemodelleerd, zo blijkt. Maar terwijl het nog altijd 'wisselend bewolkt' is met 'hier en daar een bui' (dan wel een dagelijkse oprisping van incidenteel ongenoegen), doet men alsof er niets aan de hand is en de bevolking rustig kan gaan slapen daar de 'defensie' in goede handen is. Gold dit adagium destijds tijdens de crisisjaren met name voor de ontspoorde financiën die men 'op orde' beloofde te brengen, nu zou men eenzelfde soort 'vertrouwen' in de goede afloop van militaristische conflictbenaderingen moeten hebben. Gelooft u het nog? Nee natuurlijk. Deze zelfgenoegzame hovaardij zal zich afstraffen. Maar dan wel ten koste van heel wat maatschappelijke ellende die men daarmee over zichzelf afroept.

Telde een gewaarschuwd mens niet ooit voor twee? Het militarisme is evenals het nationalisme doordrenkt met populistische propaganda en demagogie. De gehele kwetsbare wereldvrede ('balance of power' zo men wil) wordt op het spel gezet vanwege discutabele ambities en sentimenten. Kennelijk leren we het nooit en worden we nauwelijks wijzer... .