Van crisis naar crisis
(never a dull moment)
 

Codes rood, oranje, geel, groen, blauw en allerhande 'alerts' voor van alles en nog wat — maar peace of mind blijft hoe dan ook een levensvoorwaarde voor wellbeing. Daarmee blijkt het droevig gesteld.

Ongelijkheid staat daarbij meer in de weg dan de mens lief is. Daaraan valt in tegenstelling tot allerlei vormen van natuurgeweld veel meer te doen dan doorgaans wordt beseft en erkend, maar dat vereist gericht beleid in plaats van zich voornamelijk bezig te houden met moralistische vermaningen aan het adres van de burger.

Niet alleen in financieel opzicht wordt ongelijkheid duur betaalt, ook wat menig ander sociaal-maatschappelijk domein betreft. Dat er zo weinig werk wordt gemaakt van deze bepalende factor is daarom des te verontrustender en nauwelijks te begrijpen. Teveel moeite? Onkunde? Of pure onwil? Als het laatste het geval is, dan kan men nog zoveel met codes schermen maar dan zullen verdere gevolgen niet uitblijven en meer op elkaar inwerken dan wordt gedacht. Het 'crisismanagement' zal volledig met lege handen komen staan en het nakijken hebben. De burger blijft dan verder volledig op zichzelf aangewezen, wat men ook allemaal aan 'ondersteuningsmaatregelen' moge beweren te zullen ondernemen.  Draagkrachtigen zal het worst wezen, they take good care of themselves. (How about you)…?

Daarentegen is nagenoeg alles wat burgers aan vermogens bezitten — of verondersteld worden te bezitten — vogelvrij verklaard. Daarop mag blijkbaar vrijuit worden gejaagd. Dat geldt naast eigen woningbezit en pensioenen nu ook voor spaargeld en verkregen erfenissen die nu als boosdoener van (toegenomen) ongelijkheid worden beschouwd. Erfenissen zijn echter in tegenstelling tot verkregen kapitaalaccumulatie door bedrijfswinsten doorgaans uit persoonlijk gespaard familiekapitaal opgebouwd waarbij over arbeidsinkomen gedurende vele jaren jaren reeds (fors) belasting is afgedragen.  Daarover moet bovendien nogmaals erfbelasting worden betaald. Elke financiële 'transactie' wordt immers belast, ook schenkingen. Dit is de kern van de cumulatieve belastingsystematiek. Dus om nu te suggereren alsof hier sprake zou zijn van 'roofbouw op staat en samenleving' is malicieus. De disproportionele verhouding tussen de gehanteerde belastingsystematiek bij individuele burgers en grootbedrijven wordt hiermee volledig weggemoffeld. Wederom is de burger de kop van jut.

Tja, over 'eigendom' wordt kennelijk verschillend gedacht. Zo ook wat het toe-eigenen hiervan door de staat betreft. Maar hoe zit het met de verplichtingen die diezelfde staat dient na te komen? Die laten, zoals bekend, zeer te wensen over. Een en ander heeft direct te maken met de wijze waarop de sociale grondrechten in de Grondwet zijn opgenomen en geformuleerd (1983).
Volgens het uit de Grondwet voortvloeiende staatsrecht heeft de overheid wat de sociale grondrechten zoals recht op werk, inkomen/sociale zekerheid, huisvesting, gezondheidszorg en onderwijs geen (bij de rechter afdwingbare) leveringsplicht zoals in het kader van het sociaal contract wordt verondersteld (laat staan een resultaatverplichting), maar slechts een 'inspanningsverplichting', ofwel een 'actieve zorgplicht' (sic; zie Bovend'Eert et al.) waarmee men feitelijk politiek-maatschappelijk gezien alle kanten uit kan. Wanneer het parle-ment het laat afweten om namens de samenleving regering en overheid hierop aan te spreken en nalaat erop toe te zien dat er ook daadwerkelijk resultaten worden geboekt zijn deze geformuleerde grondrechten die de bestaanszekerheid van burgers moeten waar-borgen dus vrijwel betekenisloos. Dat is sedert jaren de vigerende politieke praktijk. Het op zijn beloop laten van deze ontwikkeling ondergraaft de verhouding burger en overheid en laat zich aan een 'sociaal contract' niets gelegen liggen. Slechts de burger zou verplichtingen (zoals belastingplicht) hebben — de staat kan zich hiervan verschonen door simpelweg te verwijzen naar 'goede intenties' en het verder daarbij laten. Deze scheve verhouding wordt hoe langer hoe meer met discutabele beleidsvoornemens en maatregelen stilzwijgend geaccepteerd en daardoor ook onterecht 'gelegitimeerd'. Dit heeft met waarachtige 'zorgen over de rechtsstaat' weinig uit te staan. Integendeel, er is sprake van structurele uitholling van basisprincipes waarop de samenleving is gegrondvest. Dat kan niet alleen de overheid en achtereenvolgende kabinetten, maar vrijwel de voltallige politiek ernstig worden aangerekend.

De veelbelovende partij NSC van Omtzigt kwam er niet uit, evenals D66 als zelfbenoemde kampioen van de 'nieuwe bestuurlijke cultuur' het volledig heeft laten afweten door niet alleen willoos aan te schurken tegen het  door VVD (en andere kompanen zoals PvdA en CDA) gevestigde neoliberale beleid dat er telkens weer blijk van geeft met staatsrecht weinig op te hebben, maar er zelfs nog een paar flinke scheppen bovenop te doen. Deze 'Abstieg' was echter al ingezet vanaf het moment dat de verf van de sociale grondrechten nog nauwelijks droog was.
Men blijft zich desondanks hardnekkig tegen beter weten in rijk rekenen, maar de burger weet als geen ander wat die 'rijkdom' werkelijk waard is. Van staat en overheid valt weinig meer te verwachten. Zeker sedert jaar en dag ook beleidsbepalende staatsinstellingen zoals de Raad van State (en menig andere) grotendeels hun staatsrechtelijke kritische houding hebben laten varen en hebben ingeruild voor louter beleidsadaptatie. Grondrechten of niet, de burger staat alleen en is in nog meer opzichten dan al het geval was op zichzelf aangewezen. Leve het liberalisme (of wat ervoor doorgaat) …


Waarom toch al die dagelijkse stroom oeverloze en zinloze media-ophef over 'uiterst belangrijk en urgent' geachte, hoewel overwegend secundaire en triviale zaken, alsof de wereld voortdurend in brand staat en de mens constant door allerlei gevaren wordt belaagd? Wat bezielt al deze verantwoordelijke mediaredacties eigenlijk? Heeft dit nog iets te maken met de zo geroemde kritisch-onafhankelijke journalistieke distantie? Welnee.
Velen kijken daarentegen nog nauwelijks naar de journaals, worden kranten niet gelezen en zijn jongeren met hun eigen communicatiekanalen allang afgehaakt, zodat de verzamelde presentatoren en nieuwswatchers hun omineuze verhalen meestentijds voor lege banken afsteken en alle beleidspropaganda in rook opgaat. Het is net als met reclame: men skipt waar het maar even kan en gaat wat anders doen. Gescheiden werelden kortom, waartussen steeds bredere muren van onbegrip lopen. De 'stem des volks' — zo die al zou bestaan — wordt daardoor gereduceerd tot een verzameling inwisselbare en nietszeggende faits divers waarop 'geheel willekeurig geselecteerde' representanten van de bevolking als onmisbare 'human factor' hun schamele licht mogen laten schijnen. Dat heet dan informatievoorziening.


Een treurige, clichématige vertoning die niets toevoegt, noch verklaart of inzicht verschaft. 


Dolgedraaide protocolsamenleving

Het vastlopen van talloze zaken is niet zozeer te wijten aan een gebrek aan mogelijkheden om datgene wat ter hand genomen moet worden doeltreffend en effectief aan te pakken, maar vooral aan een vracht ambtelijk-bureaucratische belemmeringen die bij elkaar een flinke sta-in-de-weg vormen om daadwerkelijk voor(ui)t te kunnen. Alles kennelijk ingegeven vanuit de gedachte dat men zich van alle kanten wil indekken tegen eventuele (schade)claims en om te voorkomen dat men kan worden beticht van onzorgvuldigheid of nalatigheid. Een volledig doorgeschoten regelcultuur derhalve die alle zelfstandige handelings- en beslissingsbevoegdheid van professionals om zeep helpt en hen bij de uitoefening van hun werk volledig aan banden legt. Protocollen moeten tot in het absurde minutieus worden nageleefd op straffe van … (vul maar in). Een ramp voor mens en samenleving. 
 
Niet de burger heeft hierom gevraagd, maar vooral assuradeuren die de politiek hiermee hebben opgezadeld. Het van de werkelijkheid vervreemde ambtelijk denken doet de rest, met ingrijpende gevolgen voor de medische sector, de bouw, het onderwijs, de uitvoering van de sociale zekerheid, de infrastructuur en wat niet al. En niet te vergeten de bestuurlijke organisatie op zowel landelijk als lokaal niveau. Het op deze wijze ad absurdum willen uitsluiten van risico's bijt in de eigen staart.
 
Er zijn nodeloze wangedrochten gecreëerd waar mensen collectief daas van worden en die hen tot wanhoop drijven. Maar het kan niet op. Om de 'effectiviteit' van een en ander te bevorderen dan wel te herstellen (zo wordt gezegd) komt er hoe langer hoe meer dwingende regelgeving bij die de zaken slechts verergert. Men draait rond in cirkels zonder enige reflectie op de ontstane regelcultuur. De agrarische sector is de kop van Jut. Het ligt blijkbaar allemaal aan de mensen zelf. Nooit aan het gevoerde wispelturige (wan)beleid waarnaar eenieder zich telkens weer dient te voegen. Maar op basis van wantrouwen komt men niet ver. Er zal verantwoordelijkheid moeten worden gedeeld en gegund, opdat erop vertrouwd kan worden dat zaken in goede handen zijn. Pas dan kan 'professionaliteit' de volle ruimte krijgen. Niet eerder. Maar daartoe moeten vooraleerst flink wat belemmeringen worden opgeruimd. Een immense opgave die een volledige cultuuromslag vergt wil de samenleving zich van deze verstikkende regelgeving bevrijden.

Al met al heeft 'deregulering' nimmer het effect gehad zoals (vooral politiek-retorisch) beoogd en voorgespiegeld. Een 'slagvaardige overheid' betekende feitelijk niets anders dan blindvaren op (veronderstelde) marktmechanismen. Daardoor kregen marktpartijen zoals (zorg)verzekeraars vrij spel en werden er talloze zaken dichtgetimmerd om rendementen maar veilig te stellen. Dat heeft men geweten. Toen de regie eenmaal uit handen was gegeven kon men niet meer terug. Sterker nog: het einde aan voortgaande en zelfs totale bureaucratisering en formalisme was volledig zoek. De dictatuur van politiek en markt — ofwel een rigide staatskapitalistische ordening — was niet meer te stuiten, want compleet. Ziedaar het zelfgesponnen labyrint met alle bizarre maatschappelijke gevolgen van dien. Bestuurders mogen geregeld hun handen ten hemel heffen, maar politieke partijen weten er geen raad mee. Men komt er niet uit en laat de dolgedraaide samenleving inert op haar beloop. Liever de andere kant op kijken en de kop in het zand. Wat je immers niet ziet bestaat niet. Deze zelfbegoocheling is de grote blinde vlek die aan de basis ligt van de ontstane disproportionele ellende, maar die categorisch wordt ontkend. Het roversanarchisme grijpt intussen gestaag om zich heen en tiert welig. Alle regie is in weerwil van het eindeloos 'geregel' zoek.

Zolang men zich niet weet los te maken van alle regelzucht en regeldwang zullen doelen en middelen niet met elkaar in overeenstemming kunnen worden gebracht. Maar dat is een les die men in de politiek en het openbaar bestuur kennelijk hardnekkig weigert om te leren.
Dat er weinig wordt geleerd speelt zich in allerlei domeinen en op verschillende niveau's af. Zo ook in de internationale en wereldpolitiek. We zijn omringd door nietszeggende megalomane bombast dat moet doorgaan voor 'high politics', zoals ook al enkele decennia geleden in de opera Nixon in China van John Adams (1987) werd gedemonstreerd, waarbij de toenmalige wereldleiders Nixon en Mao de globe 'verdeelden' terwijl het voetvolk gebukt ging onder oorlog, geweld en allerhande uitbuiting (1972). Sindsdien is er bitter weinig veranderd, ook al wekt men graag de schijn van het tegendeel. Deze cynische vertoning van eigendunk wreekt zich nog altijd in de wijze waarop samenlevingen worden bestuurd en hoe burgers worden bejegend. Voor onbegrepen (wereld)leiders moge het dan 'lonely at the top' zijn, de realiteit is voor velen vele malen ontluisterender en wranger. De mens weet zich overgeleverd aan de luimen van idioten. Er lijkt geen ontkomen aan.

Terwijl het grootstedelijke happy-go-lucky yuppendom zich blijft vastklampen aan het neoliberalisme, zoeken veel burgers in hun strijd tegen de hypocriete politieke cultuur steun voor hun aangetaste bestaanszekerheden. Politieke watchers kunnen zich met veel bombarie blijven verbazen over wisselend electoraal stemgedrag, maar de kern is dat burgers nauwelijks weerklank vinden voor hun vertwijfeling, wanhoop en onvrede met het voortgaande beleid dat hen hoe langer hoe meer nekt. Velen zijn het gratuit paaien met valse beloftes beu. Maar aangezien het beleid door het merendeel van de opinionleaders sacrosankt is verklaard komt men in analyses niet verder dan spreken over 'verrechtsing'.
De ganse politiek is echter sinds jaar en dag danig naar rechts opgeschoven, inclusief de zich nog altijd aan een handvol schamele restanten van vroegere linkse idealen vastklampende goegemeente. Al met al stelt 'oppositie' weinig voor zodat het neoliberale afbraakbeleid vrijwel ongehinderd in volle omvang kan worden voortgezet. Zeker wanneer allerlei partijen ter linker- en rechterzijde zich al te gretig betuigen om zich erbij aan te sluiten. Daar is geen 'Rutte' meer voor nodig.

Ooit waren de Nederlanden de geboortegrond van de Radicale Verlichting (Jonathan Israel) en daarmee een voorbeeld voor anderen. Daar is weinig meer van over sedert moderne 'durfkapitalisten' de macht hebben gegrepen en zich met gemeenschapsgeld van de samenleving meester hebben gemaakt en daarbij nagenoeg alle verlichtingsidealen om zeep hebben geholpen. Verlichting? We leven allang in een kapitalistische Abstiegsamenleving naar Amerikaans model met alle idiotie en verdwazing die daaraan inherent is. Eén daarvan is dat men wegens ideologische blinde vlekken zoals gezegd niet in staat is tot deugdelijke analyses van maatschappelijke vraagstukken en derhalve rondtolt in gedachtenspinsels die met de werkelijkheid weinig hebben uit te staan. Het 'denken' zit op slot, met armetierige cliché-opvattingen als residu.

Zo is daar het begrip 'solidariteit' dat te pas en te onpas wordt opgevoerd om er discutabele beslissingen mee te legitimeren. Loyaliteit dient echter van twee kanten te komen en niet eenzijdig naar willekeur te worden opgelegd. Jazeker, it takes two to tango. Met propagandistische marketing-fanatici die uitsluitend het eigenbelang najagen is het daarom slecht kersen eten. 'Veiligheid' waarmee men alle kanten uit kan is er nog zo een. Burgers worden bovenal bestookt met halfbakken concepten om de samenleving er toch vooral maar van te doordringen dat we 'samen in hetzelfde schuitje (n.n.)' zitten. Yes minister, zolang het de gemankeerde beleidsagenda dient. Maar of samenlevingsbelangen ermee worden gediend blijft schimmig. Veel beleidsresultaten blijken uiterst mager, want weinig effectief en doorgaans ook contraproductief. Denken gaat aan handelen vooraf (als het goed is), maar waar politieke oriëntaties blijven steken in politieke marketing en een juist begrip van de verhouding burger-overheid ontbreekt, derangeert de samenleving. Dat 'compenseert' men niet en laat zich in weerwil van wat ten onrechte wordt verondersteld ook niet 'managen'. Critici van de protocolsamenleving zoals Habermas en Beck wijzen er derhalve op dat de algehele technocratische kolonisering van de leefwereld ten koste gaat van de menselijke maat, vervreemding in de hand werkt en depolitisering van de samenleving (uitholling van de democratie) tot gevolg heeft. Fijn zo, goed bezig.