Sociale wetenschap en wetenschappelijke scepsis
Sociale wetenschap gaat over mensen en hun samenleving, waarmee eenieder – in uiteenlopende posities en hoedanigheden – te maken heeft. Zij bestudeert de relaties tussen maatschappelijke fenomenen vanuit zowel veranderings- als continuïteitsperspectief en richt zich op de structuren die maatschappijen vormgeven. Daarbij gaat het vooral ook over opvattingen die mensen koesteren ten aanzien van wat gewenst en nastrevenswaard wordt geacht en wat bij zulk streven problematisch kan zijn. Een constante beweging (dynamiek) van vallen en opstaan zogezegd, waarbij 'lessen' al dan niet worden 'geleerd'. Vragen als: wat is vooruitgang, bij welke ordening heeft de mens baat, hoe wordt macht verdeeld, welke invloed hebben burgers op besluitvorming, hoe worden samenlevingsvraagstukken aangepakt en in welke richting verlopen veranderingsprocessen, zijn hierbij constant aan de orde.
Samenlevingen zijn nooit 'af' en vraagstukken nooit definitief 'geregeld'. Keer op keer blijkt dat wat men 'onder controle' meent te hebben, toch weer de kop kan opsteken en nimmer als 'passé' kan worden afgedaan. Nieuwe kwesties en vraagstukken dienen zich aan, waartoe mens en samenleving zich steeds weer opnieuw dienen te verhouden. Dat alles vormt het object van onderzoek en studie en is daarmee per definitie een complex geheel, daar er niet één waarheid of wijsheid is die al deze fenomenen en vraagstukken omvat en het derhalve altijd om een zoektocht naar 'de waarheid' gaat. Wat als waarheid wordt gepresenteerd of daarvoor doorgaat, blijkt dan ook vaak omgeven met veronderstellingen die lang niet altijd de toets der kritiek kunnen doorstaan. Aan de wetenschap de taak om zulke mythes te ontrafelen en op hun merites te beoordelen. Niet alleen het 'wat' en 'hoe', maar vooral ook het waarom is hierbij van belang. Inzichten uit onder meer de sociologie, politieke en economische filosofie, sociale psychologie en rechts- en geschiedwetenschap staan de onderzoeker hierbij ten dienst. Zij kunnen in samenhang worden aangewend om samenlevingen een (meer) op de realiteit afgestemde beleidsfocus te helpen ontwikkelen en daarmee het algemeen belang te dienen. Maar dan dient dit belang wel juist op het netvlies te staan, hetgeen echter lang niet vanzelfsprekend is zoals vaak blijkt. Daarmee is de maatschappelijke relevantie van de sociale wetenschap niet vrijblijvend, maar wordt zij in tegenstelling tot louter technocratische benaderingen waarbij men meent dat vraagstukken met wat eenvoudige handgrepen onder controle kunnen worden gebracht, bepaald. Daar de meeste politieke en maatschappelijke vraagstukken multidimensionaal en ook multicausaal zijn, zijn er meestal ook geen simpele één-op-één oplossingen. Dat vraagt om zorgvuldigheid en precisie.
In dit verband is het (vroege) werk van de liberaal-georiënteerde politicoloog Dahrendorf nog altijd relevant waar hij vaststelde dat de tamelijk
eenzijdige focus op cohesie en integratie in 'sociale systemen', ofwel maatschappelijke samenbinding (zoals die door de socioloog Parsons c.s..werd voorgestaan) ten
koste gaat van meer kritische benaderingen van het sociaal conflict dat zo
kenmerkend is voor samenlevingen en dat conflictbenaderingen daardoor uit beeld
dreigen te raken. [1] Men kan dit tot op de huidige dag - en zelfs in toenemende mate - waarnemen. Daar zowel (neo)liberalen als sociaal- en christendemocraten hebben gekozen voor Parsoniaanse systeembenaderingen en 'integratie' als beleidsmatig sleutelbegrip hebben omarmd - alsof daarmee maatschappelijke vraagstukken wel genoegzaam worden geadresseerd - blijven analyses en remedies bij alle commotie over de veelal gefragmenteerde oprispingen van maatschappelijk verzet vaak steken in tamelijk vrijblijvende en weinig diepgaande benaderingen die de (politieke alsook sociaal-economische en culturele) essentie van belangenconflicten missen of terzijde schuiven.
Hoe men het ook wendt of keert, (consequenties van) menselijk gedrag, handelwijzen en opvattingen laten zich niet zo makkelijk 'vangen'. Niet door beleidsmakers en niet door onderzoekers. Gelukkig maar, zou men kunnen zeggen. Want samenlevingen blijven tenslotte mensenwerk.
[1] Zie hiervoor onder meer Toward a theory of social conflict (een beknopte bewerking van een aantal centrale ideeën uit Soziale Klassen und Klassenconflict in der industriellen Gesellschaft, Stuttgart 1957). Zie ook Aron, R. Social structure and the ruling class, in: Bendix, R. and Lipset, S. Class status and power, London 1954)
