‘Bevlogen pragmatisme’?

Het nieuwe kabinet geeft hoog op over haar ambities en stelt zich ten doel de grote problemen van deze tijd nu eindelijk eens voortvarend en effectief aan te pakken. Maar hoe liggen de prioriteiten en in hoeverre zijn die substantieel anders dan wat we van de meeste politici en hun partijen kennen? Ligt het zwaartepunt bij de directe noden en behoeften van mensen, of bij illusoire dichotomieën van ‘goed’ en ‘kwaad’? Zowel nationaal als internationaal lijkt de focus voornamelijk op het laatste te liggen. ‘Oekraïne’ is daarvan het sprekende allesoverheersende symbool.

Ja visueel ‘inspecteert en monitort’ men heel wat af, maar wat wordt er werkelijk gedaan en waar geeft men vele miljarden aan uit? Met veel bombarie van morele verontwaardiging worden de plannen tegemoetgetreden, maar de oppositie slaagt er nauwelijks in met zinnige alternatieven te komen en blijft steken in de sleetse mantra’s van innovatieve verduurzaming en de noodzaak van transities die zoveel nodeloze ellende hebben veroorzaakt. Zo komen we er niet, hoe hoog te paard men ook moge menen te kunnen gaan zitten. NSC blijkt nagenoeg dezelfde CDA-achtige posities te koesteren zoals we die al zolang kennen en vrijwaart krampachtig de VVD van al te veel beleidskritiek. BBB heeft zich laten marginaliseren tot een agrolobbyclub en de PVV moet het doen met ‘asiel’. Zie daar de extraparle-mentaire club bestuurders en bewindspersonen die de Nederlandse samenleving uit het stikstof-, mest- en ongelijkheidsmoeras moet zien te trekken.

Jazeker, daar zal zeker heel wat ‘bevlogen pragmatisme’ bij nodig zijn, maar het is de vraag of de kans die men nu heeft om het neoliberale tij te keren ook werkelijk zal worden benut. Gelet op de aangekondigde plannen zal daarvan bitter weinig terechtkomen. Aan de bestaanszekerheid van velen verandert nauwelijks iets, de macht van de verzekeraars blijft ongebroken, aan militaire zaken worden vele miljoenen uitgegeven, alle aangekondigde woningen moeten nog worden gebouwd. De grote bedrijven gaan niet naar evenredigheid belasting betalen en de milieuverontreiniging wordt niet gestuit. In ‘de markt’ wordt niet ingegrepen, maar -zoals vanouds- volledig vrijgelaten. Ook de lobbycratie wordt niet aangepakt, waardoor politieke gelijkheid een farce blijft. Of de publieke sector zal worden hersteld is daardoor hoogst onwaarschijnlijk. Zeker bij alle misplaatste euforie over versnipperend bestuurlijke decentralisatiemodellen. De publieke sector wordt overigens in tegenstelling tot hetgeen via de Troonrede werd beweerd niet zozeer door het bedrijfsleven, als wel door de burger gefinancierd. En zeker niet door bedrijven die zich disproportioneel aan hun belastingverplichtingen kunnen onttrekken. Een ding is zeker: als alles wordt gereduceerd tot ‘belevingskwesties’ dan blijven we nergens.

Wordt het vervolgens nog wat met het beleden pragmatisme? Zeer twijfelachtig. Ook Rutte verklaarde immers onophoudelijk ‘pragmatisch’ bezig te zijn en daarvan kennen we de gevolgen. De marktideologie deed haar verwoestende werk en Nederland liet zich gewillig naar externe (buitenlandse) agenda’s en businessmodellen modelleren. Daarin komt ondanks alle retoriek geen verandering. De kapitaal-accumulatie zal niet aan banden worden gelegd, zoals ook de cumulatieve belastingsystematiek voor de burger ongemoeid blijft. Alle kekke hoedjes op Prinsjesdag ten spijt.
De algemene beschouwingen lieten zich op voorhand al naadloos uittekenen. Zoals gezegd veel bombarie en veel verongelijktheid bij de oppositie, zonder dat er werkelijk zinnige alternatieven ter tafel kwamen. 1 De politiek verkeert al tijdenlang in een patstelling waarbij de posities geen enkele beweging vertonen. Maar de (internationale) ontwikkelingen staan niet stil, ook al wordt er weinig voortgang geboekt qua verbetering van levensomstandigheden van velen. De wereld in transitie? Vergeet het maar. It’s business as usual. Of er nu ja of nee wordt gezegd.

Dan nog een opmerking over ‘pragmatisme’. Wanneer pragmatisme betekent dat het ideologische debat over de (politiek-economische) samenlevingsordening er niet meer toe zou doen, dan begaat men een ernstige fout. Nagenoeg aan alle huidige problemen ligt deze basale ordening ten grondslag. Het bepaalt zowel de verhoudingen en posities van actoren, alsook de belangen die ermee zijn gemoeid. Alle politieke discussies zijn hierop terug te voeren en hieraan te relateren. Maar vanwege het feit dat de politieke cultuur het ideologische ordeningsdebat zo goed als taboe heeft verklaard mist men consequent de (analytische) portee van de onderhavige problematiek en beneemt men zich tevens de benodigde oplossingscapaciteit. Hier komt bij dat het politieke debat bol staat van drogredenen en misvattingen.
Zo is de intensieve veehouderij niet een op zichzelf staand gegeven, maar het gevolg van een disproportionele exportindustrie waardoor de agrosector een waterhoofd heeft. Desondanks wordt de vraag over de noodzaak van zo’n exportindustrie niet gesteld, laat staan beantwoord. De schaarse openbare ruimte van Nederland kan zo’n exportmodel simpelweg niet dragen. Daar zit het werkelijke probleem. Niet een veronderstelde overmatige consumptie van de Nederlandse burger is het kernpunt, maar het koste wat kost willen voldoen aan internationale markteconomische wensen. Ofwel ‘verdienmodellen’. Maar wie denkt dat zulke modellen geen prijs hebben, vergist zich. Nederlandse boeren zouden beter overwegend voor de binnenlandse markt kunnen produceren. Dan zouden veel problemen kunnen worden voorkomen.

Een tweede misvatting betreft de inkomensverhoudingen. Zolang de productiefactoren arbeid en kapitaal, alsook de bijbehorende belastingsystematiek niet in een redelijker verhouding worden gebracht blijft het aanmodderen met lonen en prijzen. ‘Inflatie’ is immers niets anders dan dat de (arbeids)inkomens structureel bij oplopende kosten achterblijven. Die neergaande koopkracht los je met een marginale verhoging van het minimumloon, of met incidentele compensaties niet op. De Nederlandse burger – en zeker ook de oudere – is doorgaans lang niet zo ‘vermogend’ als keer op keer wordt gesuggereerd. Vermogens (zoals verdisconteerd in het eigen huizenbezit en opgebouwde pensioenen) zijn merendeels en meestentijds virtueel van aard en kunnen pas onder strikte omstandigheden worden aangewend. Maar dan nog. De dagelijkse bestedingspraktijk voor wat de huishoudkosten betreft is er over het algemeen niet een om over te jubelen. Velen zitten krap bij kas en zeker niet alleen de minima. Waarom zouden er anders zoveel tweeverdieners zijn? Dat is echt niet louter uit luxe-posities, maar vaak uit bittere noodzaak om alle kosten te kunnen dragen. (Hoewel dit overigens niet wil zeggen dat er wat inkomensposities geen aanmerkelijke verschillen zouden zijn).  De belastingdruk in Nederland is enorm en neemt alleen nog maar toe. En daar hebben niet alleen de werkenden, maar alle belastingbetalers last van.

Derde misvatting. Nederland wordt niet ‘bedreigd’ – wat er ook allemaal aan oorlogsretoriek en spookverhalen over ‘dreigend oorlogsgeweld’ rondgaat. Defensie slurpt desondanks een hoe langer onevenrediger deel van het nationaal inkomen op en belemmert daarmee andere noodzakelijke uitgaven. Nederland is niet in oorlog en alle speculaties dienaangaande zijn slechts uitvloeisels van intensieve oorlogspropaganda. Dat is een uiterst kwalijke ontwikkeling die te makkelijk voor lief wordt genomen. Het op hoge toon roeren van de internationale (oorlogs)trom past Nederland eenvoudigweg niet. En indruk maakt het al helemaal niet. In plaats hiervan zou er veel meer nadruk op handhaving en nakoming van de vreedzame internationale rechtsorde moeten worden gelegd waar Nederland vroeger in elk geval zo’n vooraanstaande positie mee innam.

En zo zijn er meerdere, zoals de staatsrechtelijke misvatting dat je de Nederlandse bevolking kunt opsplitsen in werkenden en niet-werkenden en dat zij aan de hand hiervan verschillend bejegend zouden moeten worden, zoals de VVD meent. Dat is onzin, want iedereen is voor de wet gelijk. Ofwel alle ingezetenen – werkenden, niet (meer) werkenden, zieken, ouderen, jongeren of wie dan ook – kortom alle burgers hebben recht op een gelijke behandeling en betalen ook allemaal belasting. Dat is fundamentele rechtsstatelijkheid en daaraan valt niet te tornen.

Veel is verwaterd of simpelweg in de ban gedaan. Ten onrechte en nodeloos. Men is doel en richting kwijtgeraakt en wentelt zich in een verstikkend hier-en-nu alsof er geen andere perspectieven zouden zijn die om de voorrang strijden. De prioriteiten zijn navenant. Scheefgroei over de hele linie is het onvermijdelijke gevolg. ‘Aan de slag’ dan maar…? Maar wanneer regeringspartij NSC zegt te streven naar een ‘sociale markteconomie’ (hadden wij die met de teloorgegane verzorgingsstaat zo’n 30-40 jaar geleden niet?) en niet langer volledig afhankelijk te willen zijn van de grillen van de markt (Van Vroonhoven bij de algemene beschouwingen), dan impliceert dit ingrijpen in de markt en deze naar maatschappelijke en bestuurlijke maatstaven normeren en reguleren. Waar blijven vervolgens de concrete voorstellen wat dit vraagstuk betreft? Stilte alom...   


[1] De oppositie  met name in de personen van Jetten (D66) en Timmermans (GrL/PvdA) – presteerde het om twee dagen achtereen op een beschamende wijze te jeremiëren over een beoogd wetgevingstraject dat het kabinet voornemens is om de asielproblematiek aan te kunnen pakken. Daarmee pleegde men op niet mis te verstane wijze obstructie en traineerde men elk zinnig debat over tal van beleidsvoornemens. Men gaf er schaamteloos blijk van de positie van parlementariër onwaardig te zijn en van het basale staatsrecht weinig te hebben begrepen. Tot vervelens toe moest de premier uitleggen hoe de vork in de steel zat en dat er geen enkele reden was om zoveel heisa te maken over kwesties die nog lang niet definitief zijn beslist. Men maakte zichzelf compleet belachelijk en diskwalificeerde zichzelf daarmee tot een verzameling sneue losers. De schijnheiligheid droop van de voormalige coalitiepartijen af, want niet zozeer de onderhavige problematiek zelve als wel het ongegronde wantrouwen waarmee de nieuwe bewindslieden werden bejegend bleek leidend. Niet zozeer het parlement zou met de wetgeving buitenspel worden gezet zoals men tegen beter weten in bleef volhouden, maar men plaatste zichzelf buitenspel. Een ondermaatse en beschamende vertoning van misplaatste hovaardij en ongebreidelde onkunde. Waar was men overigens toen Rutte het staatsrecht finaal aan zijn laars lapte en eigenzinnig zijn wil bleef doordrijven met veronachtzaming van basale parlementaire rechten? Men volgde gedwee en liet zich paaien met drogredenen. Dat moet nu kennelijk met veel tam-tam worden gecompenseerd, maar daarmee is de aangerichte schade natuurlijk niet van de baan. Laat staan 'vergeten'.       
 

Preventie of remedie?

Voorkomen is beter dan genezen, luidt het gezegde. Maar laat men zich hierdoor ook leiden?

Aan zowel het één als het ander mankeert geregeld nogal wat. Met name in de politiek heeft men er een handje van het paard achter de wagen te spannen door te menen dat met wat (regelzuchtige) handgrepen problemen wel zullen verdwijnen. Problemen overigens die niet zelden als gevolg hiervan juist zijn toegenomen, of zelfs zijn ontstaan. Zo los je bijvoorbeeld het stikstofprobleem niet op met burocratische proceduremaatregelen die het mestoverschot laten voortbestaan. Milieubeleid rammelt van de tegenstrijdigheden en een hypocriete houding ten aanzien van de problematische relatie tussen economie en ecologie (milieuvervuiling). Zo zijn er meer voorbeelden. Veel meer. Ook het migratie- en asielbeleid is een sprekend voorbeeld van de wijze waarop men decennialang de kop in het zand heeft gestoken door te menen dat het vluchtelingenvraagstuk iets ‘Europees’ zou zijn. Men zal er nu toch eindelijk aan moeten geloven dat ook andere landen buiten de EU als VN-lidstaten hun verantwoordelijkheid voor dit mondiale vraagstuk moeten nemen. Zo kan het ook niet langer worden geaccepteerd dat huisvesting en gezondheidszorg op basis van commerciële motieven van marktpartijen worden geregisseerd en dat het algemeen belang daaraan ondergeschikt blijft.

Waar het op neerkomt is dat de kern van veel vraagstukken –  te weten regieverantwoordelijkheden – wordt omzeild en men zich aan een ‘oplossingsgerichte’ aanpak vastklampt waarvan het remediërend gehalte vaak twijfelachtig is. Vooral doordat samenhangende analyses nogal eens ontbreken of worden veronachtzaamd. Wanneer vraagstukken en problemen te lang vooruit worden geschoven in de veronderstelling dat wie dan leeft, dan zorgt, dan is dat vragen om moeilijkheden die te voorkomen waren geweest indien men op tijd de mogelijke gevolgen van een en ander grondig had doordacht en doorzien. Maar het hemd is wat dit betreft meestal nader dan de rok zodat meestal wordt gewacht totdat problemen niet meer te overzien zijn en het kwaad allang is geschied. Maar dan is het meestal te laat om zaken nog terug te kunnen draaien. Het collectief ingraven in schuttersputjes is dan het jammerlijke residu zoals de belabberde nieuwsvoorziening telkenmale demonstreert. Van werkelijk remediëren is dan nauwelijks sprake, maar van het ronddraaien in cirkels des te meer.

Veel nodeloze herhalingen van zetten is kortom wat de huidige politieke cultuur tot vervelens toe bezighoudt. Men ‘ontdekt’ steeds weer tot schade en schande dat eerdere overwegingen om op een zinvolle wijze tot beleidsbepaling te komen ten onrechte tot ‘gepasseerde stations’ werden verklaard en dat de wegen die volgens de geldende mores van die tijd werden ingeslagen al vroegtijdig doodlopend waren. Trajecten werden zonder al te veel scrupules ingezet in de veronderstelling dat er geen of nauwelijks alternatieven waren. Het politieke debat bloedde onder deze burocratisch-technocratische overkill volledig dood. En dat wreekt zich inmiddels in alle toonaarden op vele fronten.

Degenen die menen alle wijsheid in pacht te hebben maar zich laten kennen als clichématige navolgers van onvoldragen denkbeelden zouden zich dan ook wel eens mogen afvragen in hoeverre men (nog) een ‘intellectuele voorhoede’ vormt en of men wel zo vooruitstrevend is als men voorgeeft. Want de arrogantie waarmee zulke opvattingen worden rondgeslingerd liegt er niet om. Een toontje lager zou zeker niet misstaan, maar is ontegenzeggelijk te veel gevraagd voor wie niet wil zien of begrijpen. Dan blijft men zich in het gewaande eigen gelijk wentelen en sluit men zich letterlijk af voor alles wat dat ‘gelijk’ kan aantasten of bedreigen. ‘Open minds’? Gesloten en gescheiden werelden van onbegrip. Ziedaar de patstelling die de huidige cultuur zo kenmerkt. Of men zich nu een fan van Maxima wil betonen of niet, feit blijft dat zij gelijk had met de opmerking dat ‘DE’ Nederlander niet bestaat en dat alle getamboereer op de nationalistische trom buitensporig en ongegrond is. Indien de Oranjes echter dit motto zelf ook in alle gedemonstreerde PR als leidend principe zouden nemen, zou de monarchie ook niet zo’n geborneerd karakter behoeven te hebben en dichter bij de politiek-culturele werkelijkheid kunnen staan. Datzelfde geldt voor de vele politici, bestuurders en politieke watchers die zich laten verblinden door een façade-achtige werkelijkheid die met het concrete bestaan van burgers weinig te maken heeft. We zijn kortom nog ver verwijderd van wat een open, pluralistische en dynamische samenleving werkelijk kenmerkt en behoeft. Dit zal ook zo blijven zolang burgers de oren laten hangen naar valse profeten die er blijk van geven weinig van de samenlevingsordening te hebben begrepen. Het goede leven willen bewerkstelligen is nu eenmaal niet gebaat bij borstklopperij, maar bij een doortastendheid die zich van allerhande opgeworpen taboes en drogredenen weet los te maken. Jazeker een ‘bevlogen pragmatisme’, maar dan wel consequent en in den brede. En zonder alle belachelijke vertoningen van militaristische krachtpatserij. Anders wordt het net zo'n D66-achtige nietszeggendheid als 'bestuurlijke vernieuwing' of 'ínnovatieve vooruitgang'. Naast het motto over voorkomen en genezen zou dan ook het uitgangspunt bezint eer ge begint als leidend principe dienen te gelden. Want daarmee zouden veel bestuurlijke en maatschappelijke problemen zijn voorkomen, of in elk geval niet zo uit de hand zijn gelopen als nu het geval is. Alle oplossingsgerichte voortvarendheid valt of staat hiermee. Eerst denken, dan doen. Niet andersom. Maar dan moet dat denken zelf niet getroebleerd worden door misvattingen die voor ‘weldenkendheid’ moeten doorgaan. Die kunnen beter aan verstokte dogmatici worden overgelaten die er weliswaar geen genoeg van krijgen om zich in onaantastbaarheid te wentelen, maar geen enkele zinnige bijdrage aan welk debat dan ook weten te leveren.

Tijd voor waarlijk vrije geesten om het heft in handen te nemen.