Nationalisme als (niet zo nieuw) fenomeen
Veelvuldig wordt er gesproken over 'rechtse politiek'. Naar wat verstaat men daaronder? Het blijkt een veelkoppige noemer te zijn waaronder van alles kan vallen. Van een rigide marktideologie (die men liever niet als neoliberaal wil aanduiden), tot een repressieve overheid die hamert op (klimaat- of verzorgingsstaat)'transities' (niet zo welkom voor zich progressief wanende ideologen) en xenofobe anti-pluralisten die de democratie uithollen en de rechtsstaat aan hun laars lappen.
Rechts heeft echter altijd een dubbele connotatie gehad. Ofwel een combinatie van (moreel-cultureel, dan wel burgerlijk) conservatisme met een sterk nationalistische inslag, gepaard aan (al dan niet klassiek-)markteconomische opvattingen. Rechts is niet alleen verantwoordelijk geweest voor het doordrukken van regressief beleid, i.c. voor de ontmanteling van de verzorgingsstaat (publieke sector en institutionele sociale zekerheid) ten gunste van een 'participatiesamenleving', maar ook voor (neo)nationalistische oriëntaties met betrekking tot de internationale politieke verhoudingen ('strategische autonomie'). Men heeft zogezegd 'Wilders' (en vergelijkbare anderen) gebaard door zich exclusief op het nationale sentiment te richten (maar daar uiteindelijk weinig mee te zijn opgeschoten). Fervente nationalisten hebben 'oud' (of beter: traditioneel) rechts ingehaald en de zaak naar zich toe getrokken ondanks dat rechtse partijen als VVD, CDA samen met anderen uit alle macht hebben getracht het rechtse discours te monopoliseren en van progressief gewaande trekken te voorzien (zoals klimaat- en energiebeleid – zie D66). De parallellen zijn echter duidelijk: zowel het marktliberalisme als nationalistische oriëntaties worden gedeeld. Dus om moord en brand te schreeuwen over 'verrechtsing' die plotseling om zich heen grijpt is tegen deze achtergrond bezien op zijn minst nogal vreemd, zo niet ver bezijden de politieke ontwikkelingen van de afgelopen decennia.
Waarmee het in in elk geval afgelopen zou dienen te zijn is de aanhoudende oorlogshitserij en het propageren van militarisme. Burgers hebben er geen behoefte aan tot in lengte van dagen met de aanjagende en polariserende handel en wandel van defensie-propagandisten te worden geconfronteerd waarmee men schaamteloos geld uit zakken denkt te kunnen kloppen om de oorlogsindustrie te financieren. Er zijn waarachtig wel andere dringende zaken die om aandacht vragen en waarvoor financiële middelen beschikbaar gesteld zouden moeten worden. Dit alles onder het mom van 'collectieve veiligheid' willen verkopen is inmiddels zo doorzichtig als de politiek zelve geworden. Dit soort dikdoenerig minimalisme kan men gevoeglijk missen. De (inter)nationale politiek heeft behoefte aan verantwoord beleid en integere beleidsverantwoordelijken, niet aan opportunisten en brokkenpiloten. Zulke icarus-achtige hoogvliegers leven hun fantasieën maar elders uit. Wordt de mensheid ooit nog volwassen?
Moreel dubbelspel en zinloze rancune
De voormalige coalitiepartijen van de VVD lopen samen met de overige huidige oppositiepartijen gefrustreerd en rancuneus rond, slaan wild om zich heen en nemen elke kans te baat om het nieuwe kabinet de maat te nemen en langs de meetlat van rechtsstatelijkheid te leggen. Althans wat zij daaronder menen te moeten verstaan. Maar indien deze partijen zich in de afgelopen kabinetsperioden zulke ferme kritische bestuurders hadden betoond als men nu voorgeeft, dan was er niet zoveel maatschappelijke schade en ellende aangericht. Links weet allang niet meer wat waarlijk links is en laat het in dit opzicht volledig afweten. Men wil zich graag tooien met progressieve idealen zonder al te veel besef van de feitelijke inhoud en het belang ervan. Laat staan hoe die idealen zouden moeten worden toegepast. Dat is al decennialang een serieus en politiek ondermijnend gemis. Men weet nauwelijks meer een helder onderscheid tussen links en rechts beleid te maken. Alles wordt overschaduwd door een minimalistisch-hypocriete politieke 'correctheid' die het zicht op de werkelijkheid vertroebelt. Een zakelijke discussie is daardoor nauwelijks nog mogelijk. Wat resteert is slechts morele dikdoenerij die erg weinig om het lijf heeft. Een bizarre en lamentabele vertoning van paniekvoetbal is de resultante van deze ideologische verdwazing. Alle pijlen worden gemakshalve op de PVV en BBB gericht maar de VVD blijft buiten schot, terwijl deze partij nu juist zo lang de primaire beleidsverantwoordelijke actor is geweest en met nogal wat onheus beleidsmatig handelen is weggekomen (zie de parlementaire enquêtes). De hoge 'morele' toon van voormalige coalitiepartners D66, CDA, CU alsook PvdA/GL geeft geen pas en is beschamend om aan te zien. Men zet zichzelf te kijk als sneue verliezers en weet de eigen bitterheid daarover nauwelijks te verhullen. Het laffe morele dubbelspel is al te doorzichtig en is allesbehalve een steun in de rug voor degenen die de ondankbare taak hebben om de beleidsmatig aangerichte bende te herstellen. Als men zo hoog opgeeft en verklaart 'begaan' te zijn met de samenleving, waarom heeft men dan nagelaten migratie-, huisvestings-, gezondheidszorg en inkomensproblematiek effectief te bestrijden? Als men het zo goed weet, dan hadden er andere maatregelen genomen kunnen worden. Maar niets van dat al. Men volgde nagenoeg blindelings de ontregelende neoliberale beleidsagenda en plaatste hooguit wat kanttekeningen. De Tweede Kamer betoonde zich een volgzaam monistisch lammetje waardoor voormalige coalitiekabinetten vrij spel hadden. Vergeten lijkt evenwel de samenwerking tussen SP en Omtzigt (toeslagenaffaire), de wijze waarop het CDA met substantiële interne kritiek is omgesprongen, het morele dubbelspel van D66 alsook CU en de vele staatsrechtelijke en rechtsstatelijke dwalingen van de VVD. Over de weinig consistente positie van de PvdA en GL als toenmalige regerings- c.q. oppositiepartij hadden we het reeds meermalen. Nu hoog van de toren blazen en tekeer gaan tegen degenen die hiertegen en tegen alle monistische verdrukking in in verzet zijn gekomen is dan ook volstrekt ongepast. Met 'gezonde financiële kaders' komt men niet weg, net zo min als met steunbetuigingen voor de 'war-effort'. Daarmee worden de problemen niet opgelost.
Schoof pareerde de premature en onheuse aantijgingen dan ook met gemak en riep op tot realiteitszin, zoals Van der Plas wees op het belang om in de spiegel te kijken in plaats van geobsedeerd in de wazige verrekijker te turen. Ondanks dat nog maar moet blijken hoe reëel men zelf is, lijkt deze oproep echter vooralsnog aan dovemansoren gericht. Want hoewel de messen reeds langere tijd bot zijn, zal de oppositie niet nalaten het parlementaire spel van de belachelijk opgeklopte animositeit te blijven spelen. Met weinig kans op succes overigens want de bakens zijn verzet en zolang men geen alternatieven weet te formuleren die ook werkelijk realiteitswaarde hebben zullen alle oprispingen een zachte dood sterven. Als de 'hoofddoek' het ultieme symbool moet zijn om de verspeelde eigen politieke en ideologische identiteit handen en voeten te geven, dan zijn we ver verwijderd waar het feitelijk in de politiek om gaat. Dit soort symboolpolitiek heeft haar langste tijd gehad. Tijd voor een doelgerichte aanpak van veel te lang verwaarloosde vraagstukken. Dat is wat de samenleving van de politiek verwacht en waarvoor kiezers hun stem hebben uitgebracht. Wie meent er goed aan te doen de aangetreden kabinetsploeg nog voordat zij de kans heeft gehad aan haar herstelwerkzaamheden te beginnen af te branden, geeft er blijk van zich nauwelijks om zulke bitter noodzakelijke werkzaamheden te bekommeren en verspeelt daarmee het laatste restje vertrouwen dat sommigen nog in zulke partijen en hun woordvoerders denken te kunnen hebben. De kat in het nauw maakt inderdaad rare sprongen ondanks de vele levens die men zichzelf toedicht.Voorbije idealen
Ooit dacht men dat de samenleving en de wereld maakbaar was en dat de mens in alle vrijheid kon streven naar welvaart, welzijn en geluk. Dat er een plek voor eenieder onder de zon zou (behoren te) zijn en dat mensen elkaar in dit opzicht het goede zouden kunnen toewensen. Dat conflicten vreedzaam konden worden opgelost en dat deprivatie en gebrek tot het verleden zouden kunnen behoren indien de politieke en bestuurlijke pijlen juist werden gericht. Dat armoede feitelijk een verdelingsprobleem was en dat ongelijkheid effectief kon worden bestreden.
Ooit was men links. Maar daarin is de klad gekomen. De idealen van weleer werden ingeruild voor een kleingeestig-minimalistische boekhoudersmentaliteit die op angst, wantrouwen, inertie en onkunde is gebaseerd. Dromen maakten plaats voor bedrog en zelfbegoocheling. De mens zakte terug in een toestand van algeheel opportunisme en hypocrisie. De wereld werd solipsistisch. Maar ondanks dat men meende dat het moderne leven wel zonder kon waren zulke dromen zo gek nog niet. Zij zorgden er onder meer voor dat het feodalisme werd bestreden, dat burgers zeggenschap kregen, dat er rechtsstaten werden ontwikkeld, dat er (zoals in verzorgingsstaten) een zekere mate van sociale zekerheid kwam en dat er serieus werk werd gemaakt van een zich ontwikkelende internationale rechtsorde. Daarbij dacht men tevens een eind te kunnen maken aan militarisme en oorlogszuchtige soevereiniteitsclaims. De rigide hiërarchische constellatie van boven- en ondergeschiktheid en de mateloze exploitatie van mens en habitat zou dienen te verdwijnen. De menselijke geest diende te worden gevrijwaard van onderdrukking en gepatroniseer. De wereld was van iedereen, dus van niemand in het bijzonder. Niemand had 'exclusieve rechten' of zou daarop aanspraak kunnen maken.
Dat alles strookte echter niet met 'modern' geachte managementsopvattingen die weliswaar gaandeweg bon ton werden, maar een forse regressie inhielden. Progressieve idealen moesten wijken voor calculatiemodellen van een bedroevend niveau waarbij men zich tegen de klippen op rijk rekende en waaraan volledige samenlevingen werden opgeofferd. Dat heette 'modern bestuurlijk management'. Links leverde zich er zonder blikken of blozen met huid en haar aan uit en waande zichzelf daarmee boven elke kritiek verheven. De weg naar 'succes' was geplaveid en heilig verklaard. Van enig ideologisch besef was geen sprake meer daar het 'einde van alle ideologieën' was afgekondigd en voortaan alleen nog technocratisch gewin telde. Dat heette 'vooruitgang'. Men was 'de politiek' voorbij. Alle vraagstukken zouden voortaan met 'moderne middelen' — en vooral lucratief — kunnen worden opgelost. Totdat de burger er genoeg van had en weigerde om nog langer de rekening hiervoor gepresenteerd te krijgen. Dat hield echter geen terugkeer naar vroegere idealen in, maar bleek op een paradoxale wijze een voortzetting van apolitieke benaderingen en geestesgesteldheden. Het 'vrijheidslievende' egalitarisme kreeg nog bizardere trekken dan het al had. Maar vrijheid en gelijkheid bleven het flink afleggen tegen de vele vormen van egoïsme, egotisme, eigenwaan en zelfoverschatting. Nationalistische sentimenten kregen de boventoon en dienden ter compensatie voor het verlies aan maatschappelijke solidariteit. Hoe meer het belang van sociale cohesie werd benadrukt, des te ontluisterender bleek de polarisatie die propagandistisch op vele terreinen zonder enige terughoudendheid werd tentoongespreid. Animositeit werd stelselmatig aangewakkerd en duwde velen de loopgraven in. De politieke cultuur is dermate vergiftigd dat er nauwelijks nog van zinnig beleid gesproken kan worden. Degenen die de ondankbare taak hebben om hierin enige verandering te brengen wacht een loodzware klus. Links kan daarbij lamenteren tot zij paars ziet, het zal allemaal weinig verschil maken. De politieke bakens waren decennia geleden al fundamenteel gewijzigd, zodat nu klagen over 'verrechtsing' een schamele vertoning van onmacht blijft. Onmacht evenwel die men volledig aan zichzelf te wijten heeft.
Weinig substantieel, want merendeels oppositie ad hominem voeren, schiet volledig haar doel voorbij zolang de pijlen niet op de zaken zelve worden gericht. Het bespelen van sentimenten is niet waar het in de politiek om gaat, maar leidt slechts tot weinig effectieve animositeit. Wie geen alternatieven, dan wel geen valide argumenten ervoor heeft, maakt zichzelf belachelijk op het potsierlijke af. Hoezeer sommige media hierbij ook moge staan juichen en menen dat men 'er bovenop zit'. Dat is niet het geval, maar evengoed een demonstratie van onmacht en onkunde. Veel retoriek al met al, maar de waarlijke idealen worden hogelijk gemist, zoveel is duidelijk.
Dat geldt ook voor politieke geweldspleging, zoals nu met de recente aanslag op Trump. Wie particulier wapenbezit aanprijst en promoot moet niet raar opkijken wanneer zulke wapens ook daadwerkelijk voor allerhande (criminele) doeleinden worden gebruikt, zoals dit ook geldt voor het niet accepteren van democratische verkiezingsuitslagen en het vervolgens oproepen tot gewelddadige bestorming van het parlement. Dat is op zijn minst nogal tegenstrijdig, zo niet laakbaar en hypocriet. Trump heeft laten zien volledig lak te hebben aan de democratische rechtsstaat en haar instituties (zoals de belastingdienst en de rechterlijke macht), waarvoor hij dan ook terecht is aangeklaagd en mogelijk wordt vervolgd. Nu krokodilletranen plengen over het onrecht dat hem is aangedaan geeft geen blijk van een juiste democratische gezindheid, maar van selectieve verontwaardiging met een dubieuze inslag. De vraag gaat niet over het gebruik van geweld, maar over morele verantwoordelijkheden die geweld worden aangedaan en met voeten worden getreden. Dat omvat beduidend meer dan het gehamer op sentimenten. Trump vergelijken met de Kennedy's of Lincoln is daarom volledig misplaatst. Zij werden vermoord vanwege hun humanitaire idealen, niet vanwege hun grote bek of hun minachting van het volk. Trump krijgt zijn trekken thuis, alhoewel fysiek geweld natuurlijk uit den boze is. Wanneer dit laatste echter ook door hem en zijn medestanders zou worden beseft en erkend, zou een oproep tot het matigen van de gebezigde toon niet aan dovemansoren behoeven te worden gericht zoals nu helaas wel het geval is en waarschijnlijk ook zal blijven. Integendeel, er zal op een onverkwikkelijke manier munt uit de gebeurtenis worden geslagen waardoor de zaak nog verder polariseert en ontspoort. De VS blijven tenslotte een mafia-staat waarin de georganiseerde misdaad welig tiert en voortwoekert en met de witteboordencriminaliteit innige banden onderhoudt.. Een man als Trump zal daarin zeker geen verandering brengen. Wie zich achter zulk een staat meent te moeten stellen bedenke zich daarom tweemaal alvorens omstandig de democratische (vrijheids)trom te roeren.
Fijn dat de Koude Oorlog nog steeds lekker loopt. Ga vooral zo door, dan wordt het vast nog wat...
