Tijdingen

juli 2023 
 

 

'Meegaan met de tijd'. Over heden, verleden en toekomst en nog zo het een en ander

Nederland is onherstelbaar veranderd, maar dat is niet 'vanzelf' gegaan. Men heeft de samenleving tot op het bot omgeploegd, want 'de vooruitgang' houdt men niet tegen zoals het cliché wil. Desondanks waren veel zaken vroeger beter, of althans minder pregnant geregeld, ook al wordt deze gedachte meestal als 'niet relevant' afgedaan. Wie vooruit wil kijkt immers niet (meer) achterom. Dat geeft maar 'ruis' en het waren tenslotte 'andere tijden'.
Tja, veel pseudo-wijsheid die verklaart, noch iets zegt. Wat is de grondslag voor zulke positiebepaling? Daarvoor dient men lopende ontwikkelingen in samenhangend perspectief te bezien, waarbij zowel heden als verleden in juiste verhouding tot elkaar dienen te worden beschouwd.

Wanneer er wordt beweerd dat alles nu 'zoveel beter' zou zijn, wat heeft men dan op het oog? Vaak wordt verwezen naar de techniek- en welvaartsontwikkeling die de samenleving veel goeds heeft gebracht. Daar staat echter – nog afgezien van sociaal-economische verdelingsproblematiek – tegenover dat ook (commerciële) exploitatie en grootschaligheid een enorme vlucht hebben genomen en dat de (werkende) mens – zowel letterlijk als figuurlijk  flink wordt belast. Niet dat mensen in vroeger tijden niet hard moesten werken, want lichamelijke arbeid was doorgaans zwaar en alomtegenwoordig, maar vooral gezien de mentale belasting als gevolg van opgeschroefde eisen en verwachtingen. Burgers staan onder grote druk om voortdurend te presteren en te 'scoren'. Dat heeft een prijs en die is niet mals. Men kan een en ander wel willen toeschrijven aan toegenomen 'individualisme', maar dan miskent men de impact van deze collectieve druk die mensen opjaagt en uit balans brengt. Het explosief toegenomen gebruik van anti-depressiva spreekt wat dit betreft boekdelen. Ook de sociale verbanden zijn ontregeld, waardoor nogal wat jongeren evenals ouders op drift raken en ontsporen. Zowel het toegenomen relationeel geweld als openbare geweldpleging zijn hiervoor significante indicatoren. Drugsproblematiek is hierbij een exponentioneel aanjagende factor. 'De markt' tenslotte vormt het sluitstuk waarbij de complete samenleving tot één grote roulette wordt gereduceerd.

Wie derhalve meent dat men het 'toch maar' goed heeft, kijkt op zijn minst selectief en/of laat zich zand in de ogen strooien. Daar steken verwijzingen zoals naar meer 'egalitaire', dan wel 'informele' verhoudingen' schril en magertjes bij af. Veelvuldig toegepaste referenties aan keuzebeslissingen in het verleden die met terugwerkende kracht in een uiterst selectief negatief daglicht worden gezet, doen aan zulke beslissingen alsook aan latere beleidskeuzes geen recht. Hierbij speelt zich onmiskenbaar een doorgaand ideologisch gevecht af dat met name ooit gekozen oplossingen voor het verdelings- en sociale zekerheidsvraagstuk enerzijds afserveert, maar tegelijkertijd de latere terugtrekkende beweging van staat en overheid uit het publieke domein goedpraat. Een al te doorzichtige exercitie om het huidige beleid van 'legitimering' te voorzien, zoals wij diepgaand hebben geanalyseerd en besproken. Toch zijn deze gerichtheden in de loop der tijd een volledig eigen leven gaan leiden en krijgen burgers deze stelselmatig voorgeschoteld alsof dit het 'hele verhaal' zou zijn. De geschiedenis wordt dan ook voortdurend naar gewenste uitkomsten herschreven waarbij 'halfvolle', dan wel 'halflege glazen' voortdurend om de voorrang strijden. Dat propagandistische stemmingmakerij naast 'fake-informatie' percepties danig kunnen beïnvloeden moge duidelijk zijn.

Heeft men derhalve een juist zicht op huidige ontwikkelingen? De vraag stellen is deze beantwoorden. De 'voldongen feiten van nut en noodzaak' zijn nog altijd even discutabel als zij altijd al waren. In dit opzicht is er weinig veranderd, ware het niet dat de publieke opinie met de huidige communicatiemiddelen op een veel grotere en indringender schaal kan worden gemanipuleerd. Daarvan wordt dan ook gretig gebruik gemaakt. Onafhankelijke en kritische waarneming legt vervolgens geregeld het loodje. Daardoor krijgt propaganda vrij spel en blijft de samenleving verstoken van het noodzakelijke corrigerende tegengeluid met alle gevolgen van dien. De beeldvorming over zowel heden, als verleden en toekomst krijgt daardoor eenzijdige, om niet te zeggen misleidende connotaties. Afgewogen oordeelsvorming over tal van lopende en vroegere kwesties wordt daardoor bemoeilijkt. Ook het onderwijs wordt met ditzelfde probleem geconfronteerd. Zeker bij alle 'gegoogel' dat inmiddels op grote schaal de positie en het belang van deskundige oordeelsvorming heeft in- en overgenomen. Dat jongere generaties vaak door de bomen het bos niet meer zien is dan ook niet zozeer aan hen, als wel aan deze fenomenen toe te schrijven. Bij ouders en ouderen kan men hiervoor vaak ook niet meer terecht. Dus ja, wat blijft er over van alle mooi opgetuigde 'vergezichten' waarmee men wordt opgezadeld? Veel gefnuikte illusies, valse verwachtingen en gemankeerde voorstellingen met betrekking tot het heden, verleden en de toekomst. Ofwel ten aanzien van de vraag 'hoe het allemaal zo(ver) is gekomen' en wat we verder in redelijkheid nog kunnen verwachten. Men vertrouwt het niet meer. En terecht.

Wat die 'techniek' betreft zijn de verwachtingen nog immer ambivalent zoals altijd. Enerzijds wordt de mens bedolven onder hooggespannen gerichtheden waarbij de voortgaande ontwikkelingen op dit gebied als een panacee voor nagenoeg alle vraagstukken worden omarmd, anderzijds worden diezelfde ontwikkelingen gevreesd als een bedreiging voor mens en samenleving. Het debat over kunstmatige intelligentie (AI) is daarvan méér dan exemplarisch. Men moge hoog willen opgeven over de toepassingsmogelijkheden van 'algoritmische intelligentie', het blijft een feit dat rekenmachines op simplistische binaire closed minds gebaseerd zijn. Voor computerjunks wellicht een onuitputtelijk eldorado, maar voor de samenleving een vertoning van onmacht en fantasieloosheid. Dat laat echter onverlet dat allerhande toepassingen zich reeds in een vergevorderd stadium bevinden en dat de grenzeloze overschatting van 'het slimme gemak' onrustbarende vormen dreigt aan te nemen daar de noodzakelijke controle op zulke toepassingen ver achterblijft en schromelijk tekortschiet. Hiervoor wordt niet voor niets ernstig gewaarschuwd. Het zich laten verblinden door virtuele 'vooruitgang' zal bij verwaarlozing van samenlevingsbelangen een welhaast onneembare hindernis blijken indien men zich zulke zaken niet of onvoldoende realiseert. Dat geldt ook voor overheden die menen met twee maten te kunnen blijven meten door de burger wat (vals) milieubewustzijn en 'verkwistend' energiegebruik betreft pregnant op de huid te zitten, maar daarentegen grote industriële vervuilers en energieslurpers vrijwel ongemoeid te laten. Wanneer de regering ook nog eens een te grote broek aantrekt door zich te midden van internationale grootmachten disproportioneel op te stellen en te denken zich als 'verschil makende' entiteit te kunnen en moeten manifesteren, dan zijn we wel heel ver afgedwaald van wat zinnige positie- en identiteitsbepaling omvat en behoeft. Het huidige beleid kenmerkt zich vooral door misplaatste eigendunk die op vele terreinen tot onverantwoorde en ronduit belachelijke situaties leidt.

Wanneer bewindspersonen niet langer aanspreekbaar zijn op hun daden en – veelal nagelaten – verantwoordelijkheden, maar daarentegen blijven volharden in hun 'superieure' houding van onaangedaanheid, zal de samenleving nog heel wat staan te wachten. Het zich als 'BV Nederland' misplaatst 'verheven' voelen boven vele consciëntieuze beleidsmakers van weleer en het verleden met een nauwelijks verhulde combinatie van arrogantie en dédain bezien leidt tot niets en zal zich afstraffen. Het argument dat 'de wereld verandert' doet daar als open deur niets aan af. Want niets komt 'vanzelf' tot stand en zoveel 'beter' als wordt gemeend doet men het niet. Dat bewijst de huidige samenlevings- en wereldconstellatie waarbij 'parallelle werelden' zich hoe langer hoe verder van elkaar verwijderen. Om die bij elkaar te brengen is waarachtig wel wat meer nodig dan praten met 'de eigen club' en daarmee trachten goede sier te maken. We leven desondanks in een compleet 'verzuilde' wereld die zich tot in het absurde verschanst om ongewenste 'indringers' dan wel 'buitenstaanders' van het lijf te houden. Maar niemand ontkomt uiteindelijk aan de erkenning dat zo'n terugtrekkende beweging geen soelaas zal bieden voor de vele problemen en vraagstukken waarmee de mens – nog altijd – wordt geconfronteerd. Zonder deze erkenning zullen toekomstdromen ook letterlijk dromen blijven.
Zolang de ongenaakbare maar uiterst gladde 'nationale koopman' en zijn gevolg het 'geweten' opportunistisch blijven aanwenden, zal het 'zakendoen' ondanks de ogenschijnlijk aanlokkende revenuen op korte termijn bij voorbaat op een fiasco uitdraaien en uiteindelijk van minder beklijvende aard blijken dan aangenomen. Het zich prematuur 'rijk rekenen' heeft deze misconceptie allang geleden flink de das omgedaan, maar doet dat blijkbaar nog steeds. Ja, wie niet achterom kijkt wordt onherroepelijk een meeloper.

'Awakening' vereist geen suspicious and troubled maar balanced minds. Pas dan is men 'awoken', ofwel wakker en bij zinnen. Kom daar eens om te midden van alle dolle hyperigheid. Wij 'moeten' en 'zullen' van alles, maar vermogen vooralsnog erg weinig. Dat krijg je wanneer vrijheid dogmatisch wordt benaderd. Dan legt die gekoesterde vrijheid uiteindelijk het loodje en kan men alle 'identiteitsbepaling' wel schudden. Het selectief omspringen met de werkelijkheid en menen dat men daarmee 'grip' heeft op ontwikkelingen, betoont zich een doorgaande aberratie die nauwelijks te bestrijden lijkt. Desondanks persisteren velen in zulke gerichtheden die niet zozeer van 'bewustzijn' getuigen, als wel collectieve onmacht demonstreren. Zo weet men nauwelijks een vuist te maken tegen immens vervuilende (chemische) industrieën, maar laat men eenzijdige vermaningen over het 'juist geachte leven' lijdzaam over zich heen komen in de veronderstelling daarmee 'goed bezig' te zijn. Het heeft allemaal niet zoveel om het lijf, want de werkelijk problemen blijven daarmee grotendeels buiten schot. Een wegkijkcultuur kortom die meer op façades is gericht dan zich door realiteitszin te laten leiden. Dat is dan de resultante van 'betrokkenheid' die volledig in het huidige minimalisme van de dubbele moraal omkomt. Leve de nieuwe Victoriaanse tijden [1] waarin met de ene hand wordt gegeven wat met de andere dubbel zo inhalig wordt geannexeerd, zo niet kapotgemaakt. Wie zijn ogen sluit kan beter niet slaapwandelen, laat staan als 'baken' te willen fungeren. Dwaallichten zijn er al meer dan genoeg. Van hoeveel gps-gadgets men zich ook moge bedienen. Voor verdoolde geesten zal richtingbepaling altijd problematisch blijven.


[1] Wellicht zou men hier ook kunnen spreken over Middeleeuwse toestanden, daar de neiging tot verkettering (en erger) van 'andersdenkenden' bij alle gedemonstreerde fundamentalistische dogmatiek in niet onaanzienlijke mate om zich heen grijpt.


«Dies Irae; Lacrimosa» Schoon schip, of wachten op een treurige, smartelijke 'Dag des Oordeels'?

Notities over de 'afrekencultuur'

De 'jongste dag' zal 'de afrekening' brengen, aldus het aloude Bijbelverhaal. De rechtschapenen zullen gescheiden worden van de zondigen. Ultieme gerechtigheid wordt de mens in het vooruitzicht gesteld.
Iets om naar uit te zien, of een treurige knieval voor de onvolkomen status quo? Zal er op termijn werkelijk sprake zijn van een 'vereffening der schulden' zoals in het «confutatis maledictis» wordt bezongen? Of zullen schielijke 'excuses' ook aan de hemelpoort hun uitwerking niet missen? Men had immers toch 'goede bedoelingen'? Welnu, daar zullen 'de richteren' waarschijnlijk niet zo makkelijk intuinen als aardse stervelingen. Vergeving is mooi en aanlokkelijk, maar wanneer alles bij het oude blijft zoals doorgaans het geval is, dan is het maar de vraag wat men hiermee feitelijk wint.

Dat brengt ons bij de vraag wat ons in het hier en nu te doen staat. Rustig voortgaan en vertrouwen op een goede afloop, dan wel een gunstige wending der dingen, of radicaal het roer omgooien? Moet men ad infinitum verdwaalde geesten blijven bewenen in de wetenschap dat de mens slechts mondjesmaat van begane misstappen leert, of is confrontatie een betere aanpak? De conflictbenadering in de sociale wetenschap gaat in tegenstelling tot het harmoniedenken uit van het laatste, daar tegenwicht (contestatie) onontbeerlijk is voor (zinnige) vooruitgang c.q. maatschappelijke verandering. Dit gegeven willen verdoezelen of ontkennen leidt onherroepelijk tot repressie. Niet dat elk verzet per definitie 'juist' zou zijn – verre van dat –, maar wel dat lijdzame acceptatie van onrecht perspectiefloos is. Onrecht dient te worden benoemd en bestreden, hoe lastig of 'zinloos' dit ook moge lijken. Wie bij voorbaat de handdoek in de ring gooit maakt zichzelf tot willoos slachtoffer. Ook een 'vinger in de dijk' biedt geen soelaas, evenmin als hopen op een 'reddende waterscheiding' om een gewenste 'exodus' te bewerkstelligen, of zich van een 'plek in de ark' te verzekeren om daarmee 'de dans' te ontspringen, dan wel een mogelijke 'zondvloed van Bijbelse omvang' te kunnen ontlopen. (Huidige bootvluchtelingen die aan leed trachten te ontkomen bekopen zulke ijdele hoop keer op keer met hun leven). De structuren die onrecht mogelijk maken en in stand houden dienen ontmanteld te worden. Anders blijft het dweilen met de kraan open c.q. water naar de zee dragen.
Daarentegen is de neiging om voor alles en nog wat 'rekeningen' te presenteren een uitwas van de juridisering van de samenleving die juist tot nog meer verschansing van (machts)posities leidt dan reeds het geval is. De hieraan gekoppelde ongelijkheid (in mogelijkheden tot rechtsherstel) wordt er zeker niet mee weggenomen, doch slechts bevestigd.

De 'afrekencultuur' moge kortom bol staan van religieus georiënteerde verwachtingen, het daarmee gepaard gaande escapisme zal even illusoir blijken als de verwachtingen die men koestert. Aan de disharmonische werkelijkheid valt niet te ontkomen. Ook niet door degenen die menen zich weinig tot niets aan deze werkelijkheid gelegen te behoeven leggen. Wie niet bereid is zich (functionele) rekenschap te geven, zal hiertoe moeten worden gedwongen wanneer het samenlevingsbelangen betreft die stelselmatig geweld worden aangedaan. Zo niet, dan staat er geen andere weg open dan een algehele 'clearance der paladijnen'. Niet via drastische Jacobijnse methoden, maar vreedzaam doch effectief. Dat kan worden voorkomen, maar niet op halfslachtige wijze. De maatschappij rekent af, niet een metafysische entiteit. Of 'Marskrachten' nu ubiquitair (alomtegenwoordig) zijn, of niet. Het «ubi caritas» (liefdevolle medemenselijkheid) moge mens-, vredelievend en aansprekend zijn, wanneer zulk een gerichtheid als 'bliksemafleider' (decoy) voor fundamentele problematiek gaat dienen, zijn we verder van huis. 'Altruïsme' dient dan ook met een zekere scepsis te worden bezien (zo waarachtig altruïsme al zou bestaan), opdat er met belangenconflicten geen loopje wordt genomen. Het (ziele)heil moge weliswaar met 'goede werken' worden verdiend, een belast verleden poetst men er niet mee weg, zodat 'taakstraffen' niet kunnen volstaan. 'Inkeer' zal voluit betoond moeten worden, in plaats van slechts 'sanctioneel opgelegd en uitgevoerd'. De vraag is echter of het geven van 'een tweede kans' aan betrokkenen raadzaam is, gezien het veelvuldig gedemonstreerde dédain voor zulk een ruimhartigheid. Men behoeft wat dit betreft alleen maar naar de gebruikelijke politieke mores te kijken om beter te weten. Maar ook in de strafrechtpleging zijn deze constateringen relevant, gelet op de vele draai-deurdelinquenten die de rechtszalen bevolken.

Kwestie van 'ethiek' derhalve? Wellicht, maar daarmee is de kous zeker niet af. Men moet oppassen om functionele verantwoordelijkheid niet te verwarren met een personalistische afrekencultuur. Daar gaat het vaak mis, hoewel persoon en verantwoordelijkheden in de praktijk vaak lastig te scheiden zijn. Belangrijker is derhalve de vraag wat samenlevingsbelangen vereisen. Ofwel hoe bestaanscondities het beste kunnen worden behartigd en gewaarborgd, zoals meermalen benadrukt. Daarover zou het 'debat' dienen te gaan, maar dat vereist bovenal ideologische positiebepaling. [2] Het uit de weg gaan hiervan blijkt een moeilijke, zo niet schier onneembare hindernis om tot zulk een debat te kunnen komen. Even sentimentalistische als grillige gerichtheden blijven daardoor de boventoon voeren en dat schaadt elke effectieve aanpak. Daarmee is overigens niet gezegd dat gevoelens van verontwaardiging, onvrede of woede geen legitieme drijfveren zouden zijn, maar wel dat zij zodanig gericht dienen te worden opdat het beleid op een politieke wijze effectief kan worden beïnvloed en vormgegeven. Hetzij parlementair, hetzij buitenparlementair. Zolang het echter aan essentiële (basis)kennis over (het functioneren van) democratie en rechtsstaat ontbreekt, zal het met zulke gerichtheid niets worden. Zo is het aan de markt overlaten van huisvesting bijvoorbeeld niet te rijmen met de grondwettelijke zorgplicht van de overheid, waarvoor burgers nota bene belasting betalen! Staat en overheid zijn tenslotte niet voor niets in het leven geroepen. Was dat wel zo, dan konden zij gevoeglijk worden afgeschaft. Dus wat wil men: aangegane verantwoordelijkheden voluit laten nakomen, of zelf-doen? U zegt het maar. Kiest u voor het laatste, overweeg dan ernstig om naar de VS te emigreren. Daar heeft men het tenslotte als God's own country onder kennelijk goedkeurend oog allemaal 'zelf in de hand' nietwaar. Texas en Florida zijn goede opties, maar ook de Mid-West mag er wezen. U heeft het voor het kiezen en dat schept ook weer ruimte in eigen land. Alleen wel wat dollars meenemen graag, anders komt u niet ver. (In het uiterste geval kunt u een beroep doen op uw lokale 'community' voor wat charitas). En oogkleppen natuurlijk, om alle deprivatie-ellende niet te behoeven zien. Maar dat behoeft voor geharnaste marktadepten geen probleem te zijn, want men is niet anders gewend.
Toch maar liever niet? Ja alles goed en wel, maar dan is het ook echt afgelopen met alle gemarchandeer. Zing dan een toontje lager als het om de inrichting van de samenleving gaat en neem eindelijk eens wat afstand van het verstikkende aandeel-houderskapitalisme dat burgers per slot van rekening niet eindeloos behoeven te fourneren. Het is kiezen of delen. Niets meer of minder.


[2] We zagen al eerder in de geschiedenis dat het Nederlandse beleid weliswaar met mooie 'humanitaire' woorden werd opgetuigd, maar dat massieve (financieel-economische) belangen doorslaggevend zouden blijven, zoals bij de afkondiging van de 'ethische politiek' (1901). De heersende koloniaal-exploitatieve ideologie bleef onaangetast en werd in toenmalig Nederlands-Indië zelfs nog verder 'afgeregeld'.

Zoals hier meermalen betoogd, wordt de dominante ideologie en al haar mechanismen die de verhouding tussen staat en burger frustreren en ondermijnen niet, of onvoldoende gearticuleerd en geadresseerd. Het heilig verklaren van de markt is contrair het sociaal contract dat de politieke entiteit van burgers en hun rechten centraal stelt en de overheid verplicht tot het nakomen van constitutionele taken en verantwoordelijkheden. Het stelselmatig ontkennen c.q. ontlopen hiervan ligt aan de werkelijke basis van de crisis van democratie en rechtsstaat. Het 'gedrag' van burgers is daar hooguit een afgeleide van, c.q. reactie daarop, wat men daarover verder allemaal moge beweren en hoezeer men ook, al dan niet, over schimmige machtselites wenst te spreken. Oligarchische structuren zijn evenwel een gegeven in laat-kapitalistische samenlevingen (Wright Mills; Marcuse) en dat gaat verder dan eindeloos gejeremieer over al dan niet 'gelegitimeerd' maatschappelijk verzet. Bij alle oppervlakkige, dan wel eenzijdige aandacht voor zulk verzet verliest men de portee van machtsongelijkheid gemakkelijk uit het oog, die evenwel permanent aan de orde is. Wie zich denkt te kunnen verlaten op oprispingen van instellingen zoals de AIVD of andere 'bezorgden', mist eenvoudigweg de essentie van waar het bij de staatkundige ordening ten principale om gaat. Zonder gefundeerde, ter zake kundige, onderbouwing blijven al dit soort exercities doelloos en vruchteloos. Op een 'controlestaat' zit men niet te wachten, noch op uitlatingen 'ex cathedra' die slechts 'appeasement' – ofwel beleidsgericht conformisme – tot doel hebben. 'Bezorgden' zouden beter aan de kant van burgers kunnen staan, dan hen niet aflatend tot schietschijf te bestempelen en als zodanig te bestoken. Daar heeft de samenleving–  terecht – meer dan genoeg van. Alle quasi-neutrale stemmingmakerij is slechts olie op het institutioneel eroderende vuur dat men paradoxalerwijs zegt te willen bestrijden. Dat laatste gebeurt dan ook niet — en dat zou men zich beter terdege kunnen realiseren, alvorens een hoge toon aan te slaan en burgers op een onsmakelijke en contraproductieve wijze te diskwalificeren. De 'oogst' die men desondanks meent binnen te kunnen halen zal evenwel wrang zijn. De vele slippendragers van de macht gedragen zich even onverteerbaar als degenen die zij menen op de korrel te moeten nemen. Wat onder de vlag van 'extremisme' wordt geschaard verdient deze benaming dan ook lang niet altijd. Niet voor niets werd allang geleden gewezen op de nogal 'selectieve' wijze van benaderen waarbij dit soort verschijnselen enerzijds als 'maatschappijontregelend' werden beschouwd, maar anderzijds volledig buiten beschouwing werden gelaten. Het gevaar kwam immers 'van links', niet zozeer uit (ultra-)rechtse gremia. Ook de georganiseerde misdaad en parallelle verschijnselen als corruptie en witwassen kregen lange tijd niet de aandacht die noodzakelijk was (zie Fijnaut; Boutellier; Unger). Tevens werd het verschijnsel 'fundamentalisme' veel te eng opgevat en louter toegeschreven aan Islamitische orthodoxie, terwijl andere vormen van (radicale) orthodoxie nagenoeg werden genegeerd. Men maakte er zogezegd een rommeltje van, vergelijkbaar met de periode waarin het fenomeen «Berufsverbote» in (West-)Duitsland aan de orde van de dag was. Dat de Bible-belt intussen explosief groeide en markt- en milieufundamentalisten zich geruisloos in de vele machtscentra konden nestelen, daar had men (uitgezonderd het dierenrechtenactivisme) geen oog voor, laat staan boodschap aan. Deze sluipende ontwikkeling was immers 'niet-bedreigend'. Welnu, hoe dan ook missers die zich wreken. Want institutionele erosie is een welbewust streven geweest van al diegenen die meenden staat- en overheidsfuncties zonder consequenties terzijde te kunnen schuiven. Ofschoon gewelddadig extremisme hierbij niet aan de orde is, is er wel degelijk sprake van 'militante' machtsusurpatie met verstrekkende gevolgen. Dát vormt de basis van de maatschappelijke 'onvrede', naar welke 'oorzaken' men zo hopeloos vertwijfeld denkt te moeten 'gissen'. Alle hooliganisme ten spijt.
Kortom, aan selectieve benaderingen heeft men niets en aan gekrakeel erover nog minder. Beleid dat niet deugt praat men (impliciet) niet recht door naar willekeur met termen te smijten die even nietszeggend als inwisselbaar zijn. Distantie is geboden.

Out of proportion

Stikstofdoelen? Hoe zit het eigenlijk met chemische verontreiniging van bodem, water en lucht door industrie, land- en tuinbouw? Waarom is het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen (pesticiden) die aantoonbaar verwoestend zijn voor de volksgezondheid (Parkinson, Alzheimer, ALS) nog altijd niet aan banden gelegd? Ondernemingen worden ontzien, maar burgers worden aan hun lot overgelaten. Dat heet dan 'zorgplicht'. Een idiote en ernstig verwijtbare (ver)houding van kabinet en overheid. Begrijpelijk derhalve dat de landbouworganisaties de onderhandelingen over een landbouwakkoord hebben stopgezet (juni), want de sector eenzijdig opzadelen met (onrealistische) 'milieudoelen' is natuurlijk niet zoals het behoort. [3] Slechts indien vervuiling evenwichtig en proportioneel wordt aangepakt, valt er (verder) te praten, anders niet. Zo bestaat het milieu- en energieminister Jetten om ten koste van vele miljarden te sturen op 0,000065 procent 'klimaatverbetering' wat het Nederlandse aandeel aan CO2-uitstoot betreft. Deze berekende 'opwarmingsvermindering' zou vervolgens andere landen tot overeenkomstige maatregelen moeten aanzetten. De Chinese uitstoot overtreft echter dagelijks deze beoogde Nederlandse doelstelling, om over de totale mondiale uitstoot en vervuiling maar te zwijgen. Kennelijk is er gezien deze disproportionaliteit sprake van een andere agenda, namelijk internationale concurrentiedoelstellingen op industrieel-technologisch gebied. Dáár wordt onder het mom van klimaatbeleid op ingezet. Ten koste van vele miljarden gemeenschapsgeld wel te verstaan. Massieve subsidieverstrekking aan het (internationale) bedrijfsleven zonder harde voorwaarden is echter onacceptabel en druist tegen alle democratische principes in. Terecht dat daartegen in de volksvertegenwoordiging ernstig bezwaar werd gemaakt. Vruchteloos overigens, gezien de geharnaste monistische opstelling van de coalitiepartijen die aan geen enkel reëel bezwaar enige boodschap hebben. Men betoont zich doof en blind. Totdat de stekker er definitief uit gaat en men verder op de eigen nagels kan bijten.


[3] Zie www.lto.nl/lto-stopt-met-landbouwakkoord

 

Winners en losers

Wat krijgen achtereenvolgende generaties welbeschouwd eigenlijk mee op het gebied van economische planning en organisatie? Zijn dat nog altijd dezelfde simplistische rekenmodellen waarmee men denkt in (bedrijfs)economisch opzicht aan de weg te kunnen timmeren alsof Keynes, Galbraith, Tinbergen en Pen nooit hebben bestaan? De minimalistische 'grensnutprincipes' die middelbare schoolleerlingen en hun geestverwanten op (hogere) beroepsopleidingen tot vervelens toe krijgen voorgeschoteld blijken niet zozeer 'winners', als wel losersop te leveren. Zij zijn fnuikend voor elk voortvarend en ruimhartig (bedrijfs- en overheids)beleid. Dat moge tegen het zere been van menig opleider zijn, het is evenwel een constatering waarop weinig valt af te dingen. De arbeidsmarkt wordt bevolkt door tal van 'economisch gedeformeerden' die nooit hebben geleerd kosten te verdisconteren die nu eenmaal in maatschappelijk (welzijns)opzicht niet genegeerd kunnen worden. Om nog maar niet te spreken over langetermijnplanning die veelal buiten de horizon van deze 'kosten en baten'-gepreoccupeerden ligt. Waar zelfs een econoom als Heertje (ja, die van de schoolboekjes) al afstand nam van zulke nauwe benaderingen, daar volharden andere 'deskundigen' nog immer in hun (bedrijfs)economisch gelijk van de minste weerstand. Dat levert geen wijsneuzen op, maar pseudo-slimmeriken die de beleidsgremia evenwel al flink bevolken. Met alle desastreuze consequenties van dien. Het ziekelijke 'gecalculeer' is tot grote hoogten afgeregeld, maar de perspectieven zijn nog nooit zo mager geweest. Hoe meer er wordt gesproken over 'verdienmodellen', des te minder is daarvan sprake. Het zich blind staren op volatiele aandelenkoersen en financiële ontwikkelingen doet de samenleving geen goed, maar houdt haar in een knellende greep die tot niets leidt. Burgers worden er horendol van, maar zijn hoe dan ook tot zulke 'calculatoren' veroordeeld daar de overheid hen nagenoeg vrij spel heeft gegeven. Medewerkers op ministeries die een andere insteek en koers voorstaan worden het zwijgen opgelegd, evenals bedrijfsmedewerkers die wijzen op beleidsmatige kortzichtigheid en inconsistentie. Hoezo klagen over burgers die geen 'verantwoordelijkheid' nemen? Makkelijk gezegd door degenen die zich volledig met zulk beleid vereenzelvigen en menen daarmee aan 'de goede kant' te staan c.q. de waarheid in pacht te hebben, of er persoonlijk voordeel aan (denken te kunnen) ontlenen. [4] Een waterscheiding kortom die alle (bestuurs)lagen van de samenleving doordrenkt. De consciëntieuze burger kan er niets mee, dat moge duidelijk zijn. Een maatschappij die zich al tellend en metend een 'winnersmentaliteit' aanmeet maar daarvan geen kaas heeft gegeten, produceert een samenleving die op alle terreinen verliest. Dat de verzameling 'kansberekenende' superbureaucraten en hun volgelingen hiervan niets wil weten illustreert en demonstreert nu juist zulk een losersmentaliteit die men denkt met al te doorzichtige drogredenen vruchteloos van zich af te kunnen werpen. Hoe hoog men ook van de toren blaast. Wee de samenleving evenwel die aan zulke armetierige miskleuners is overgeleverd. Het geklungel is mateloos.

Het enige dat beleidsmatig verandert is het jargon waarmee de talloos verstikkende procedures nog verder worden aangescherpt. Verder blijft alles bij het oude, althans zoals men dat de afgelopen decennia gewend is geweest. O ja, we 'zullen' en 'moeten kijken naar', maar voorlopig nog wel  'afwachten' (totdat alle 'informatie' binnen is) en dan 'bezien' wat ons te doen staat, zo luidt menig verweer op beleidskritiek. Intussen worden de piketpaaltjes (de 'doelen') alvast in beton gegoten, opdat er geen weg meer terug is. Ofwel de zaken met behulp van een slaafse coalitie er doorheen jassen nog voordat men kan worden vastgepind op concrete maatregelen. Dat is de gevolgde methode waarbij het parlement feitelijk buitenspel wordt gezet — en zich weg laat zetten. Geen van de coalitiepartijen durft haar mond open te trekken uit angst de eigen machtspositie op het spel te zetten. Slechts volgzaamheid resteert. Fijne democratie. De parlementaire 'beraadslaging' is tot een rituele showdans verworden, stelden wij reeds.
Zo strompelt het kabinet naar de eindstreep, de samenleving met een vracht aan problematische zaken achterlatend. Wie dan leeft, dan zorgt. Of het nu gaat om '2030', '2035' of '2050' — wat maakt het uit. Nederland wordt ongetwijfeld een aangeharkte 'parkstad' naar het model van vele 'vergroeningsideologen', maar wie uiteindelijk alle rekeningen zal betalen ligt bij voorbaat vast en is zonneklaar: de burger die het allemaal 'op zijn geweten' heeft. Wie daar nog tussen wenst te komen haalt bij voorbaat bakzeil. Een volledig gesloten dogmatiek doet fijntjes haar desastreuze werk en dat heet dan 'progressie'. Niets minder dan een complete renaissance is nodig, maar die zal nog wel even op zich laten wachten want het ziet er bij alle conformistische volgzaamheid niet naar uit dat zulk een maatschappelijk culturele omslag op korte termijn zal plaatsvinden. Daarvoor zal wat men nu onder 'progressie' verstaat eerst stevig onder het mes moeten, zoals ook aan alle dilettantisme en huichelachtigheid paal en perk gesteld zal moeten worden. Zowel ter linker- als rechterzijde wel te verstaan.


[4] De een na de andere bestuurder (wooncorporaties, onderwijs- en zorginstellingen – en meer) wordt momenteel de wacht aangezegd of de laan uit gestuurd wegens onoorbare praktijken (belangenverstrengeling, monomaan gedrag en/of financieel wanbeheer) waartegen talloze medewerkers te hoop lopen en die diepe sporen trekken in de werkverhoudingen. De overheid staat erbij en kijkt ernaar. Diverse inspecties verschuilen zich achter' procedures' om maar niet te behoeven ingrijpen en - tegen beter weten in - hun handen 'schoon' te kunnen houden. Een janboel, maar wel een topje van de ijsberg.

 

De (eindeloos lange) mars voorwaarts, ofwel: 'wie niet beweegt, merkt zijn boeien niet'

Deze uitspraak van Rosa Luxemburg verwijst naar het fenomeen conformisme, zoals ten aanzien van het vraagstuk van oorlog en vrede. Wat is het nut van oorlog(svoering)? Zo er al over 'nut' gesproken zou kunnen worden, beroepen militaristische hardliners zich bij voorkeur op 'noodzaak'. 'Men' – ofwel 'de anderen' – laten 'ons' wegens nimmer aflatende agressieve bedoelingen geen keus. We moeten wel, of we het nu 'leuk' vinden of niet. Enzovoort. Men ontkomt kortom niet aan (massieve) bewapening. Ter verdediging wel te verstaan. Degenen die dit principe (niet willen) erkennen noch onderschrijven, laden zich met een niet in te lossen schuld op en betonen zich 'Fremdkörper'.

Zo! Daarmee is de kous af zou men denken, maar het tegendeel is waar. Conflictoplossing met militaire middelen moge in geval van (territoriale) agressie onontkoombaar lijken, er zijn wel degelijk (ook) andere opties, of men die nu wel of niet wenst te omarmen, dan wel leidend wil laten zijn. Maar ook hierop hebben hardliners een antwoord: wanneer 'diplomatie' en 'redelijkheid' het afleggen tegen retalliation (dreigen met vergelding), ja dan staat er geen andere weg open dan 'er tegenaan gaan'. Het probleem hierbij is evenwel dat men vaak op voorhand andere mogelijkheden uitsluit en 'alvast' de wapens gereed houdt (zo niet in stelling brengt). Conflict-aanjagende mechanismen zoals nationalisme dienen derhalve in geopolitiek en -strategisch opzicht niet te worden onderschat. 'Dreigingen' kunnen uit vele hoeken komen, want zo 'vreedzaam' (dan wel 'onbaatzuchtig') als menigeen zich voorgeeft is men vaak allerminst. Daarmee is echter niet alles gezegd.

Welke conflicten zijn welbeschouwd nu eigenlijk überhaupt opgelost? Het Oost-West conflict? Het Midden-Oosten conflict? Irak? Afghanistan? Raciaal-etnische conflicten? Het Balkan conflict? … ach, hou toch op. Teveel om op te noemen. Hoezeer men zich ook verschanst, bruggen worden er in elk geval niet mee gebouwd. Wordt het derhalve nog wat met alle wapengekletter? Te vrezen valt van niet. Spreken over 'vooruitgang' is ook in dit opzicht uiterst betrekkelijk, zo niet misplaatst. Men komt maar uiterst moeizaam stapjes verder, terwijl tegelijkertijd met zevenmijlslaarzen op oude reflexen wordt teruggegrepen. Inderdaad: 'one step up and two steps back'. Het wederom hardnekkig om zich heen grijpende fenomeen nationalisme spreekt kennelijk – nog altijd meer basale gevoelens en sentimenten aan dan meer 'abstracte' principes als internationale solidariteit, zoals dat ook geldt voor het begrippenpaar Gemeinschaft en Gesellschaft (zie daar). Wat dat betreft is er nog nauwelijks iets veranderd c.q. geleerd. Het collectieve bewustzijn blijkt nog altijd gevangen in regressieve attitudes die slechts ogenschijnlijk op meer medemenselijkheid worden gericht.

Intussen worden er honderden miljarden aan bewapening gespendeerd die in bodemloze putten verdwijnen en de militaristische machinerie draaiende moeten houden. Daarmee worden concerns gefinancierd die er lustig op los profiteren en nationale regeringen en parlementen stevig onder druk houden. Wie zich daarvan los denkt te kunnen maken komt bedrogen uit. Want men vergisse zich niet: 'veiligheid' (of wat daarvoor door heet te gaan) mag wat kosten, maar de internationale wapenlobby's zijn geharnast en massief. En die hebben nu eenmaal andere belangen… . Dat was meer dan honderd jaar geleden bij het uitbreken van WOI reeds het geval en dat is nog immer zo. De 'democratie' maakte daar geen einde aan, maar institutionaliseerde 'veiligheid' op een uiterst ambivalente wijze door enerzijds op (militaire) samenwerking te vertrouwen maar anderzijds nationalistisch getinte oriëntaties te koesteren, zoals die zich ook bij de selectieve gerichtheid op 'samenwerkende solidariteit' manifesteren. Internationale coalitie- en blokvorming heeft dan ook in het verleden niet voor niets bewezen een aanjager voor militaire conflicten te kunnen zijn, indien men zich eenzijdig laat meeslepen door quasi-vreedzame sentimenten. Daarvan wordt veel te weinig afstand genomen zodat zulke mechanismen vrijuit kunnen blijven voortwoekeren. Bondgenootschappen kunnen kortom alle kanten uit gaan, maar het voetvolk blijft in alle gevallen de klos. Daartegen verzetten mensen als Rosa Luxemburg en anderen zich al veel eerder, maar hun oproep bleef vooralsnog vruchteloos. Sterker nog, zij werden weggezet als 'staatsgevaarlijk' en 'gezagsondermijnend'. Nu, dan weet men het wel hoe de vlag er bij hangt. Waarlijke solidariteit heeft een geheel andere basis en richting dan het krampachtig hameren op 'patriottisme' dat slechts dient ter handhaving van selectieve belangen. Wie dat niet doorziet betoont zich nog ver verwijderd van wat samenlevingen behoeven en bij scherpere waarneming ook zouden kunnen afdwingen, indien men zich niet langer door illusies zou laten leiden en zich op basis hiervan de wet zouden laten voorschrijven. Maar dat lijkt wel erg veel gevraagd, zoals velen gedurende de vorige eeuw al meermalen aan den lijve moesten ondervinden.

 

'We the People' — 'Wir sind das Volk'

Het 'aux armes citoyens' was een slogan uit lang vervlogen tijden, waarna de zich onafhankelijk verklarende Staten van Amerika «volkssoevereiniteit» als basis voor hun constitutie zouden nemen en weer later het Duitse volk zich massaal achter het nationaal-socialisme schaarde. Dit begrip bleek zich derhalve zowel (ultra-)revolutionair als reactionair te kunnen manifesteren. De kernvraag is daarom of samenlevingen zich wensen te beroepen op een culturele of een staatkundige entiteit waarmee burgers zich al dan niet via een zekere lotsverbondenheid denken te kunnen vereenzelvigen. Wij spraken in dit verband al eerder over noties van «Gemeinschaft» en «Gesellschaft» die elkaar danig in de weg kunnen zitten en elkaar tot op zekere hoogte ook uitsluiten. Dat was vroeger een majeur vraagstuk en is het nog steeds. Naast alle geformuleerde staatkundige principes op pluriform-democratische grondslag blijken discutabele – al of niet op 'etnische' connotaties gebaseerde – gemeenschapsconcepten welig te tieren. Gevoeglijk wordt doorgaans aangenomen dat volkssoevereiniteit samenvalt met staatkundige soevereiniteit, terwijl samenlevingen per definitie multi-etnisch alsook multicultureel zijn. Het idee van een uniforme cultuur met 'exclusieve' (lett.) waarden en normen bestaat dan ook niet en is een idee-fixe. Tussen de diverse bevolkingsgroepen bestaat evenwel meestal in de praktijk een hiërarchische verhouding van onder- en bovenschikking ondanks dat constituties formeel anders kunnen bepalen of voorschrijven (Elias). 'Autochtoon' of 'allochtoon', 'gevestigden' of 'nieuwkomers' dan wel 'buitenstaanders', 'stad- of plattelandsbewoners' — er zijn altijd (machts)'elites' die zaken exclusief denken te kunnen claimen en naar hun hand menen te kunnen zetten. Daar 'gelijkheid' meestal slechts op papier bestaat, gaat het op veel terreinen mis. Zowel sociaal-economisch (rijk-arm), cultureel (discriminatie) als in rechtsstatelijk opzicht (rechtsongelijkheid). We kennen de fenomenen.

Wil dit nu zeggen dat het begrip «volkssoevereiniteit» een lege huls is? Verre van dat. Staatkundige ordeningen van samenlevingen zijn gebaseerd op een combinatie van «natie» (Gemeinschaft) en «staat» (Gesellschaft), ofwel de natiestaat. Maar 'Het Volk' is geen monoliet, doch een complex samengestelde entiteit waarin de burger evenwel een politieke entiteit is — en ook behoort te zijn. Dit is geen 'abstract' begrip maar dient altijd handen en voeten te krijgen, zo niet allerwegen gerespecteerd te worden. De natiestaat kan derhalve nimmer door een zichzelf exclusief wanende categorie worden opgeëist, wil men althans voorkomen dat de hele boel gaat 'schuiven' en op losse schroeven komt te staan. Dát is wat telkens weer voorligt bij alle heisa rond (nationale dan wel categorale) identiteitsvorming en -bepaling. Die moge weliswaar 'fluïde' worden genoemd (Bauman), zij zijn op de eerste plaats problematisch. Zeker in moderne, laat-kapitalistische samenlevingen. Vandaar alle gesteggel rond 'grenzen', 'muren' en 'demarcatielijnen' en wat dies meer zij. Het 'verschansen' zal echter altijd een zwaktebod blijven, hoezeer men zich achter opgetrokken façades ook 'veilig' moge wanen. De burger is kortom de staatkundige nucleus, of zal niet zijn. Onderschatting van dit gegeven komt elke samenleving op alle fronten duur te staan.

 

Competition en combat: een ontregelend begrippenpaar

Wat is de basis van het om zich heen grijpende hooliganisme? Deze vraag dringt zich op bij de vele uitingen van openbare geweldpleging die zich doelloos lijken te vermeerderen. Is dat vanwege deprivatieproblematiek zoals het ontbreken van zinnig perspectief, of is het meer het gevolg van eigenrichting die uit een combinatie van ledigheid en machteloze woede voortspruit? Naast vormen van politiek gerichte agressie en verzet, zien we tevens allerlei vormen van ongericht vandalisme. Vooral bij (dol)drieste jongeren die elke kans te baat nemen om amok te maken en eigendommen te vernielen. Het vele voetbalgeweld moge exemplarisch zijn. Dat betreft niet alleen de onderste regionen van de samenleving ('kansarmen'), maar ook redelijk well to do personen die bijvoorbeeld wegen onveilig maken met idioot en roekeloos rijgedrag. Onderliggende drugsproblematiek versterkt daarbij ook nog eens talloze vormen van georganiseerde (zware) criminaliteit (plofkraken, gewelddadige berovingen).

Wat hierbij meestal niet in overweging wordt genomen is het verschijnsel dat samenlevingen met een allesbepalende competitieve moraal worden opgezadeld die vaak alle perken te buiten gaat. De strijd van 'allen tegen allen' (Hobbes) wordt daarmee – hoewel niet doelbewust – impliciet gelegitimeerd. In combinatie met het verheerlijken van (gewapende) strijd zoals in militaire operaties en gevechten, blijkt deze gerichtheid uiterst destructief te kunnen zijn. Zulk een dubbele moraal is overigens niet alleen van toepassing op het sociale gedrag van burgers, maar vooral ook op hun economische gedrag als consument. De burger moet vooral voluit (blijven) consumeren, maar tegelijkertijd willen politici dit gedrag op alle mogelijke manieren aan banden leggen zonder daarbij de bepalende productiesystematiek te willen betrekken. De 'verdienmodellen' van bedrijven dienen te worden ontzien, met uitzondering van de agrarische sector. Maar zoals eerder gezegd, burgers vragen niet om een berg plastic verpakkingsmaterialen, maar om kwalitatieve en betrouwbare producten zoals wat de voedselvoorziening betreft. Dat zij vervolgens met een opeenstapeling van (extra) beprijzing te maken krijgen is dan ook op zijn zachtst gezegd disproportioneel. Een meer gerichte aanpak van grensoverschrijdend gedrag zou welkom zijn, in plaats van de hele samenleving naar dubbele standaarden te willen blijven modelleren. Want dat laatste zal uiteindelijk niet werken en burgers tegen staat en overheid nog verder in het harnas jagen. Burgers wantrouwen en van hen tegelijkertijd 'loyaliteit' eisen is dom en hypocriet. Het ondermijnt de sociale orde(ning) en zorgt voor vergaande maatschappelijke ontregeling. Zolang deze alleszins paradoxale situatie systematisch wordt weggewuifd zal er nauwelijks iets aan zulke problemen veranderen, maar zal het van kwaad tot erger gaan.