On the Run

Migratiestromen komen en gaan, maar landen kunnen op eigen houtje prutsen wat ze willen en sleutelen aan verdragen tot ze een ons wegen, het zal ze niet baten. Vluchten kan desondanks nog steeds, mits men als ‘familie’ wordt beschouwd dan wel tot een erkende ‘zielige’ categorie behoort. Zo niet, dan een prettige dag verder en veel succes.

Er is echter maar één manier om het vluchtelingenvraagstuk effectief aan te pakken en dat is verdeling van het totale contingent vluchtelingen naar rato over alle VN-lidstaten en stoppen met dit mondiale vraagstuk als een ‘exclusief Europees probleem’ op te vatten. Wie mensenrechten wil waarborgen zal derhalve flink over de eigen grenzen heen moeten stappen en het vraagstuk juist dienen te adresseren. Dat wil zeggen bij de daartoe aangewezen internationale gremia. Tot op heden hebben we wat dit aangaat nog altijd bitter weinig vernomen. Wie wapengekletter propageert maar niet wil inzien dat dit altijd tot vluchtelingenstromen leidt, heeft boter op zijn hoofd. En daarvan zijn vele voorbeelden te noemen. Zowel wat de achteloze onbezonnenheid betreft waarmee conflicten ter hand worden genomen, als wat de talloze ontheemden aangaat die op termijn nauwelijks nog ergens terecht kunnen.

Daarbij zal vluchten voor natuurgeweld voor velen ook een bridge too far blijken indien de watermassa’s rond eigen huis en haard blijven kolken en de vele benodigde infrastructurele projecten ter regulering van een en ander achterwege blijven. Dat zal een commotie van ongekende omvang teweeg brengen die niet te overzien is. In dit opzicht is spreken over ‘bestaanszekerheid’ (dan wel ‘veiligheid’) volledig uit de lucht gegrepen.
De politiek loopt volledig achter de feiten aan, zoveel is duidelijk. Men is verstrikt geraakt in eigen gedachtenspinsels en heeft alle realiteit uit het oog verloren. De vele bestuurlijke Von der Leyens zijn verstokte bureaucraten die niet het politiek kaliber hebben dat hen wordt toegedicht, zoals ook de nationalistische kabaalmakers alle banden met de werkelijkheid hebben verloren. Het plak-en-knipwerk waarmee men denkt de grote vraagstukken van deze tijd te kunnen aanpakken is ronduit belachelijk, want dilettantistisch en ondermaats. Vandaar dat velen afhaken en zo goed en kwaad als het kan voor zichzelf trachten te redden wat er te redden valt. Want als het erop aankomt is iedereen uiteindelijk op zichzelf aangewezen. Dat is echter geen ‘luxe-positie’, maar armoe. Kortom het deficit van de technocratie is compleet. Problemen zijn groter en complexer dan met welk vernuftig instrumentarium men deze ook vermag te kunnen tackelen. Wie nog meent dat Europese landen – of andere navelstaarders – op de goede weg zitten, heeft van ‘modern’ geachte ontwikkelingen weinig begrepen en staart zich blind op fantomen. De illusie is alles, de samenlevingsrealiteit heeft het nakijken.

Men kan wel hoop willen ontlenen aan fraai opgetuigde façades, maar daarmee worden de werkelijke vraagstukken niet aangepakt. Hoogstens worden deze omgeven met wat morele verontwaardiging voor de bühne. Dit als resultante van een wegkijkcultuur die het navelstaren tot hoogste goed heeft verheven. De mens laat zich daarmee kennen als een armetierig schepsel die het niet verdient in een aards paradijs, dan wel eldorado te leven. Ook niet naar Florida of Disney-snit, noch van Wageningen, WRR, CPB of TNO-makelij. Tja, die eeuwigdurende ‘zondeval’ toch… . Dacht men nu werkelijk dat het immense en moordende gevecht om geopolitieke markt- en grondstoffenposities met wat ‘goede bedoelingen’ te reguleren zou zijn? Lachwekkend gewoon. De wereld van het grote geld draait onge-hinderd door. Daar komt weinig ‘idealisme’ bij kijken, of aan te pas. Een wereld van kunststoffen creëert slechts plastic mensen. Of zij nu ‘connected’ zijn of niet. Wat resteert is een dolgedraaide kansloze wereld die zichzelf de nek omdraait en alle zinnige perspectieven naar de prullenbak heeft verwezen, dan wel achteloos naast zich neerlegt. Dat was immers ‘iets van vroeger’ en wij leven nu eenmaal ‘in andere tijden’. Zo bedondert de mens zichzelf en laat men zich ook gedwee knollen voor citroenen verkopen. Alle ‘slimmigheid’ ten spijt. Huis en haard (en alles daaromheen) zijn ondanks alle gewaande vooruitgang luxe-artikelen geworden. Slechts bereikbaar en beschikbaar voor de happy few. Maar zo ‘happy’ is men meestal niet. De eigenwaan wordt duur betaald. Met borreltafelpolitiek komen we er niet. Maar ook aan de bestuurstafels van organisaties mankeert wel het een en ander, zoals uit het volgende moge blijken.

Meelifters in soorten en maten

De term ‘freerider’ werd rond de jaren ’80 en nog lang daarna door anti-verzorgingsstaatadepten gebezigd om mensen met een (bijstand- of andere) uitkering in een kwaad daglicht te stellen. Deze animositeit bereikte haar hoogtepunt met de ontmanteling van de sociale zekerheid en de omvorming naar een ‘participatiesamenleving’ waaraan ‘paars’ zich had gecommitteerd. VVD, D66 en PvdA (alsook het CDA en anderen) bleken verwoede ontmantelaars en wilden van geen wijken weten. ‘Misbruik van sociale voorzieningen’ diende immers te worden afgestraft. De burger heeft het geweten. De toeslagenaffaire was ‘slechts’ een topje van een veel grotere ijsberg die blijkbaar ‘in de weg’ zat. Het bij voorbaat verdacht verklaren van burgers (ofwel ‘institutionele vooringenomenheid’) ontzag echter de vele meelifters die als aandeelhouder of (bezoldigd) commissaris bij raden van bestuur en toezicht flinke bonussen opstreken. Dat betrof immers ‘de markt’ en zoals men weet was die door de neoliberalen nagenoeg heilig verklaard. Nog altijd weet deze categorie bestuurders fijntjes haar eigen zaakjes te regelen en alle mogelijke verontwaardiging over ongewenste belangenverstrengeling uit de weg te gaan. Sterker nog, men afficheert zich als consciëntieuze bestuurders waaraan geen enkele smet valt te ontdekken. Nu, dat blijkt een grove overschatting. Wie in deze materie duikt en deze uitgedijde bestuurscultuur beziet komt tot geheel andere conclusies. Zo liegen de vele schimmige banden tussen publieksgefinancierde organisaties en allerhande marktpartijen er niet om. De semi-publieke sector is verworden tot een schemerwereld waarin posities en verantwoordelijkheden met veel mist zijn omgeven, maar waaraan de politiek haar handen niet wil branden daar zij zelf tot in haar nek bij deze verstrengeling betrokken is. Lijsten van commissariaten en toezichthouders geven uitsluitsel over wie welke functies bekleden en hoezeer deze cultuur is gecorrumpeerd. Maar desondanks tooien velen zich – al of niet onder verwijzing naar ‘good governance’ – graag met een aureool van onkreukbaarheid. Het is echter geen altruïsme dat mensen hier drijft, maar vooral de eigen positionering, alsmede alle persoonlijke materiële voordelen die daaraan verbonden zijn. Over ‘onafhankelijkheid’ dan nog maar niet gesproken. Het ‘goede doel’ is immers sacrosankt en absolverend voor alle tentoongespreide inhaligheid. Een cryptocratie is echter het laatste waaraan een zichzelf respecterende democratie behoefte heeft. Zo’n stelsel ondermijnt elk publieksvertrouwen en graaft daarmee haar eigen graf. Wie houdt toezicht op de toezichthouders? Een vraag waarop men het antwoord schuldig blijft.

Maar wanneer er wordt gesproken over vermeende ‘personeelstekorten’ (zoals in de zorg of het onderwijs) dan zal men toch eens moeten bezien in hoeverre kostenbeheersing hierin een doorslaggevende factor is en welke rol al die ‘efficiency’-adviseurs hierin spelen. Wanneer deskundig personeel wordt wegbezuinigd om daarmee grotere ‘rendementen’ te behalen en er vervolgens wordt gejammerd over (verdere) leegloop van personeel, tja dan moet men niet vreemd opkijken wanneer de samenleving daarover de schouders ophaalt. Wie niet bereid is te investeren is het etiket van ‘investor’ onwaardig. Dan is het kiezen of delen. Ofwel men geeft zich rekenschap, ofwel men zit op de zelf veroorzaakte blaren. Men zou eens kunnen beginnen met een adequate bezoldiging van degenen waarvan organisaties ten enenmale afhankelijk blijven: namelijk de ‘medewerkers’. Hen liever koeioneren dan koesteren? Een heilloze weg, maar ondanks alle popi-talk een hardnekkige, want vrijwel onuitroeibare systematiek. ‘Verdienmodellen’ zijn immers gebaseerd op roofbouw, niet op ‘participatie’ van gelijken. Maar dan geeft het ook geen pas om zo hoog over ‘samenwerking’ op te geven. Wie zich derhalve wat dit aangaat beter uit de voeten kan maken laat zich raden. Doe nog wat ‘bedrijfs- en organisatiekundige ethiek’… . Wanneer leren we nieuwe generaties eens uit een ander vaatje te tappen?


[1] Reeds in 2000 (!) promoveerde Sandra van Thiel op dit onderwerp waarin zij waarschuwde voor ontregeling van de publieke sector als gevolg van de explosieve toename van het aantal zelfstandige bestuursorganen (zbo’s) in het uitdijende schemergebied tussen overheid en markt (Quangocratization: trends, causes and consequences, diss. UU 2000 Utrecht). Deze verzelfstandiging is echter nimmer teruggedraaid, maar geruisloos gecontinueerd. Sterker nog, in plaats van herneming van de centrale overheidsregie stuurt men al tijden aan op (nog meer) decentralisatie, zoals nu ook NSC als zichzelf verklaarde ‘consciëntieuze bestuurspartij’ in navolging van de paarse neoliberalen niet aflatend propageert. Daarmee spant men het paard wederom achter de wagen en beneemt men zich de mogelijkheid om het beleid op een zinnige wijze te kunnen aansturen. (Ook) wat dit betreft leert men bitter weinig van opgedane ervaring die er niet om liegt.  

Kleine (zet)baasjes; grote monden

Institutionele ongelijkheid en hiërarchische organisatiestructuren spelen slechts een marginale rol in de dagelijkse berichtgeving. Hoogstens wordt er gewag gemaakt van plaatselijke, dan wel incidentele ‘misstanden’, of gesproken over ‘armoede’ voor zover het binnen ‘de geldende normen en definities’ valt. Verder doet men er het zwijgen toe. De burger die netjes en braaf meeloopt hoeft immers niets te vrezen, zo luidt de stilzwijgende impliciete boodschap. Totdat de vlam in de pan slaat en er ‘plotseling’ wel degelijk ernstiger misstanden zijn dan het apaiserende propagandisme doet vermoeden. Veel ellende zou te voorzien zijn indien beleidsverantwoordelijken de moeite zouden nemen consequenties van beleidsinitiatieven grondig te overdenken en daarnaar ook te handelen. Onwelkome kritiek wordt echter nogal eens ten onrechte opgevat als querulantisme en obstructie. Vandaar dat die ook hogelijk wordt gemist, dan wel stelselmatig wordt geminimaliseerd en van eufemistische retoriek wordt voorzien. Het geeft immers maar ‘ongemak’.

Anderzijds lopen de publieksmedia geregeld voor de troepen uit en serveert men bij voorbaat van alles af terwijl er nog nauwelijks van beleidsbepaling sprake is. Ook daar heeft men er een handje van zonder enig besef van consequenties door te denderen. Er blijken nogal wat zetbaasjes van de gevestigde macht die zich al te gretig met propagandistische wensdromen identificeren, maar over te weinig realiteitszin beschikken om aan hun ingenomen posities en standpunten echt handen en voeten te kunnen geven. Dan blijft het bij flinterdunne ophef die even vluchtig is als krantenpapier. De vette koppen waarmee ‘het nieuws’ aan de man moet worden gebracht dekken dan ook meestal de lading niet. Marketing is leidend, van doorwrochte journalistiek is meestal geen sprake. Maar ja, wie leest er nog kranten en wie stelt zich op de hoogte van contextuele ontwikkelingen die er werkelijk toe doen? Weinigen. Op de redacties is het veelal kunst- en vliegwerk wat de klok slaat. Tijd voor beschouwing is er evenmin als in de politiek, maar de oppervlakkige gejaagdheid breekt zich op.
Wat al die verbrokkelde informatievoorziening derhalve moet voorstellen is zeer twijfelachtig. Maar desondanks menen velen dat men het publiek goed bedient. Dat moge oppervlakkig gezien zo lijken, maar zolang infotainmentformats bepalend zijn valt hiervan weinig te verwachten. Het meeste geld wordt dan ook niet aan inhoudelijke zaken, maar aan presentatie, marketing en bedrijfsmatige obsessies besteed. Overal heeft de commercie moordend toegeslagen waardoor de dagelijkse populariteitsslag om de gunst van het publiek telkens weer opnieuw uit alle macht gewonnen dient te worden. De twittercultuur is daarvan de schamele resultante. Van enige continuïteit is nauwelijks nog sprake. Of het moet de eindeloze herhaling van zetten zijn waarmee het publiek telkens weer wordt geconfronteerd, alsook de talloze cliché's waarmee men elkaar bestookt. Wat diende ooit ook alweer als ‘opium voor het volk’…? Dogmatiek is nog even omnipresent als deze altijd al was. Alle vrijheid (van meningsuiting, drukpers of anderszins) en gewaande pluriformiteit ten spijt. Hoe meer er gebabbeld wordt, hoe stiller het wordt. De stilte is oorverdovend.

Een deel van de pers waant zich nog altijd ‘links’ terwijl daarvan, evenals bij de partijen die men voortdurend tracht te promoten (dan wel uit de wind te houden), sedert de neoliberale omarming allang geen sprake meer is. Agendasetting en framing zijn onmiskenbaar van regressief-conservatieve snit, of men zich nu als fervente klimaat-, gender- of technologieadepten afficheert of niet. Al deze thema’s zijn doordrenkt met propagandistische drogredenen die uitstekend met de vigerende anti-etatistische marktdogmatiek samengaan en derhalve geen enkele bedreiging vormen voor wie of wat dan ook. Het ideologische debat wordt dan ook zorgvuldig vermeden, ondanks dat men daarmee effectief de pijlen op rechts denkt te kunnen richten. Dat is niet het geval. Zeker niet zolang men ter linkerzijde weigert om zich rekenschap te geven over voornoemde omarming. Men blijft daardoor zelf op een ongemakkelijke wijze deel van de problematiek die men zegt te willen bestrijden. Een klassieke ‘catch-22’ situatie. Rechts profiteert daarvan en heeft door deze erosie van het politieke spectrum ook nagenoeg vrij spel. Het overgrote deel van de huidige informatievoorziening is cynisch markteconomisch van snit en zal dat voorlopig ook nog wel blijven. In politiek, noch in bestuurlijk opzicht zijn er dus welbeschouwd zoveel smaken. Althans veel minder dan wordt gesuggereerd. Het polderlandschap is allerwegen flink verzuurd en dat is echt niet alleen veroorzaakt door de agrosector. Nederland ‘op de kaart’ willen zetten en ‘meedoen’ wordt nog altijd in de volle breedte gepropageerd. Tot in het absurde. Wordt daarvan afstand genomen? Geenszins. Wordt het militarisme bestreden? Geen sprake van. Doorziet men de ondermijnende werking van de oligarchische constellatie en daarmee gepaard gaande machtsverhoudingen? Vergeet het maar. Is men burger-vriendelijk? Was het maar zo. De term ’burger’ is voor velen al zo verdacht dat men het liever heeft over ‘wij-samen’. Van werkelijke oppositie is dan ook geen sprake. Nationale (en nationalistisch getinte) manifestaties worden gretig uitgeserveerd alsof de eigen ‘identiteit’ daarmee ook maar enigszins zou (kunnen) worden bevestigd en het eigen bestaansrecht daarmee wordt veilig gesteld. Een waanidee. Inmiddels is de ganse samenleving angstvallig nationalistisch geworden, zo lijkt het wel. Tja, van de Nederlandse exclusiviteit blijft zo wel erg weinig over. Rutte heeft goed werk geleverd. Het karwei is nagenoeg ‘af’. We kunnen ons achter de Engelsen scharen en ons allen genoegzaam tot Big Brother wenden. Als Trump het goed vindt natuurlijk… . Anders hebben we altijd nog de weldaad van Artificial Intelligence (AI) waarop we ons kunnen verlaten. Toch?

Hoe idealistisch klinken de woorden van Lennon uit een (niet eens zo) ver verleden tegen deze achtergrond toen hij droomde over een betere toekomst voor allen:  

Imagine there's no heaven
It's easy if you try
No hell below us
Above us, only sky
 
Imagine there's no countries
It isn't hard to do
Nothing to kill or die for
And no religion, too
 
Imagine all the people
Livin' life in peace

Imagine no possessions
I wonder if you can
No need for greed or hunger
A brotherhood of man
 
Imagine all the people
Sharing all the world

You may say I'm a dreamer
But I'm not the only one
I hope someday you'll join us
And the world will live as one  2 


Of zoals de Dalai Lama ooit verklaarde: 'everything is very easy, you know' ('if you know how that is', maar dat zei hij er wijselijk niet bij). Helaas zullen de meesten moeten wachten tot hun begrafenis wanneer Lennon's woorden opnieuw ten gehore zullen worden gebracht om de mens eraan te herinneren wat mogelijk leek, maar desondanks a bridge too far bleek. Van idealen kan men niet leven, zegt de cynicus. Maar zonder wenkend perspectief evenmin. Hopelijk laten pragmatici zich door dit laatste leiden in de wetenschap dat aan idealen altijd reële handen en voeten zullen moeten worden gegeven. 

[2] John W. Lennon, Imagine (ged.) Apple records, 1971