Tijdingen
 
 juni 2023
 

 

 Breakpoint 

Is het eigenlijk wel zo zinnig om een cordon sanitaire om Rusland te leggen en wereldwijd de rode loper voor Zelenski uit te rollen? Velen menen van wel, maar men zou zich wel eens deerlijk kunnen vergissen. Ondanks dit dit bij hoog en bij laag wordt ontkend hebben landen en hun regeringen zich al flink laten meeslepen op een weg die slechts verliezers zal kennen en uiteindelijk niemand zal baten. Zelenski moge dan wel 'de show' stelen en overal met open armen worden ontvangen (op zich een unicum daar hij zeker geen 'Mandela', 'M.L. King', of 'Dalai Lama' is), dat wil niet zeggen dat hij onfeilbaar is, of boven de (strijdende) partijen staat. Hij is net zo'n war monger als Putin dat is, daar hij niet bereid is tot welk diplomatiek vredesoverleg ook, maar koste wat kost op de overwinning uit is. Deze problematiek reikt daarmee verder dan louter 'goed' tegenover 'kwaad(willendheid)', ook al is de Oekraïne onrechtmatig binnengevallen. Het wapengekletter en het opofferen van mensenlevens dient gestopt te worden. Dáárop zou alle aandacht gericht moeten zijn, maar daarvan wil men niet weten (zie 'Chamberlain-syndroom'). Putin is zeker niet de enige megalomane vechtjas die de huidige wereld-constellatie kent. Er zijn er meerdere. Waarom eigenlijk nog 'zaken doen' met mensen als Assad, Erdogan en vergelijkbare anderen alsof men boter op het hoofd heeft en volledig vergeten is dat Europa ook een traditie heeft van het bereiken van vrede met andere middelen (zoals de Vrede van Westfalen die een eind maakte aan vele bloedige oorlogen op het continent en waarmee heftige soevereiniteitsconflicten werden beslecht [1])? Van zulke gerichtheden blijkt men heden ten dage ver afgedwaald. Het idee dat zulks vanwege een agressieve politiek nu niet meer 'aan de orde' zou (kunnen) zijn, is misplaatst. Agressie is van alle tijden, maar dat wil niet zeggen dat militarisme de enige oplossing is want deze dwaling heeft men vaker met veel onnodig bloedvergieten moeten bekopen. Men moge weliswaar refereren aan het beëindigen van de Tweede Wereldoorlog die met (massieve) militaire middelen werd beslecht, daarbij dient men in ogenschouw te nemen dat een en ander nimmer tot stand was gekomen zonder samenwerking van partijen die nu niet bepaald elkaars vrienden waren, maar zelfs vijandig tegenover elkaar stonden en elkaar tot op het bot wantrouwden. Het was bovendien een oorlog die in tegenstelling tot het Oekraïne-conflict vele landen betrof en waarbij de vrijheid van talloos velen op het spel stond. 'Nood breekt wet', zou men nu ter verdediging kunnen aanvoeren, maar het (rigide) eigenbelang kan nooit de finale rechtvaardiging zijn voor een (ver)blinde politiek. Want dan verliest men alle 'ratio' uit het oog en loop men het risico slechts een pyrrusoverwinning te behalen waarmee men uiteindelijk meer verliest dan wint. De escalerende mechanismen die nu allerwegen worden aangejaagd en omarmd moeten zeker niet worden onderschat of als 'onontkoombaar' worden afgedaan, want daarmee draait men zichzelf vast in een geostrategische constellatie waaruit ontsnappen nauwelijks meer mogelijk zal zijn. Wanneer een terugtocht wordt geblokkeerd is dat een geheid recept voor een nog grotere verspilling van levens. Het territoriale conflict krijgt daarmee het karakter van een sinistere selffulfilling prophecy.


[1De Vrede van Westfalen (1648 !) was een uniek verdrag waarmee onder meer de soevereiniteit van de Republiek (der Nederlanden) en Zwitserland werd erkend en er een eind kwam aan de 80-jarige oorlog met Spanje en de vele godsdienstoorlogen in de Duitse vorstendommen. Het was de eerste keer dat er op een dergelijke wijze omvangrijke militaire conflicten werden beslecht.

Moderne 'wijsheden'

Alles is consultancy-driven marketingpropaganda geworden, waardoor brainwashing ongekende vormen heeft aangenomen. Tot aan conflictbeheersing toe. Zei u fake nieuwsinformatie? Jazeker, schaamteloze bewuste misleiding. Het maken van goede sier is big business, want subsidiegelden ('fondsen') dienen te worden binnengehaald. En dat mag wat kosten. Vooral wanneer ook deze kosten op de samenleving kunnen worden afgewenteld. De huidige diabolische verbintenis tussen staat/ overheid en markt is een splijtzwam van pandemische omvang die complete samenlevingen tot wanhoop drijft. Want 'de markt' blijkt haar eigen wetten te volgen die vooral op handhaving van de status quo zijn gericht. 'Duurzaamheid' heeft bij dit alles nauwelijks iets om het lijf. Althans niet in de zin die men zo graag poogt voor te geven. Zo wijst politiek-econoom Lucia Pradella (Kings College London) op de paradoxale positie die overheden innemen als het gaat om 'innovatie', maar neemt daarbij afstand van analyses zoals van Mariana Mazzucato in The entrepreneurial state (2011; 2013), daar haar kritiek onvolkomen is en (te) weinig oog heeft voor risicoverdeling en -toedeling die op scheve verhoudingen tussen arbeid en kapitaal is gebaseerd. [2] Een 'development state' waarbij overheden een meer gebalanceerde c.q. interveniërende positie ten aanzien van duurzaamheid zouden innemen, heeft dan ook de beargumenteerde voorkeur.

Pradella: 'De inbedding van het innovatieproces in de kapitalistische productie- en arbeidsverhoudingen zou vragen dienen op te roepen      over wie controleert het innovatieproces en voor welke doeleinden. Deze veel radicalere vragen zijn niet alleen gesteld door denkers als Ricardo en Marx, die Mazzucato slechts terloops noemt, maar ook gedurende de geschiedenis van het economisch denken [...]. Mazzucato veegt hele hoofdstukken uit de geschiedenis van de politieke economie weg, en biedt een zeer beperkt overzicht van de huidige literatuur over de relatie tussen innovatie, ongelijkheid en productietransformaties. Zij gaat voorbij aan de studies over arbeidsbesparende technologieën, het werkgelegenheidseffect van innovatie en de effecten van informatie- en communicatietechnologieën (ICT) op de structuren van lonen en werkgelegenheid [...]. Zij gaat ook voorbij aan meer recente literatuur waarin de analyse van de invloed van technologische veranderingen en de Noord-Zuid-handel op de loonongelijkheid in de westerse landen wordt geïntegreerd [...]. Deze vragen zijn ook een belangrijk aandachtspunt voor internationale financiële instellingen zoals de Wereldbank.'

Tevens: 'Mazzucato's gebrek aan een juiste sociale contextualisering van innovatie – en van de belangen en de doelstellingen  erachter in een kapitalistische samenleving – komt ook tot uiting in haar eenzijdige bespreking van de 'groene industriële revolutie', die voorbijgaat aan de schadelijke effecten van biobrandstoffen, kernenergie of andere technologieën op het milieu.' [3]

Inderdaad, veel ophef over 'duurzame (technologische) innovatie', maar feitelijk met magere  want misleidende – inhoud, zoals eerder betoogd. Het zet samenlevingen op het verkeerde been en vrijwaart het klimaat- en innovatiebeleid van ongewenste kritiek. Zonder juiste positionering en adressering, zoals ook door Pradella en anderen bepleit, blijft men in cirkels ronddraaien die veel beoogde 'transitie'doelstellingen merendeels een illusie laten zijn. Het eenzijdige marktdenken dient als troebele 'morele leidraad' radicaal te worden ontmanteld, opdat financieel-economische machtsconcentratiedaadwerkelijk kan worden aangepakt en het ontregelde sociaal contract kan worden hersteld. Pas dan kunnen er bakens worden verzet die de vele 'consultants' en adviesbureaus die van (de essentie van) de democratische rechtsstaat geen kaas hebben gegeten het definitieve nakijken zullen geven. Een rechtsstaat kan alleen functioneren indien de bijbehorende onderscheidende taken en verantwoordelijkheden duidelijk en in evenwicht zijn. Zolang dit niet het geval is zal er geen eind komen aan alle commerciële wildgroei in het bestuurlijke domein die de samenleving al veel te lang teistert. Het breakpoint is daar en dat is ook de portee van de waarschuwingen die de voormalig vice-president van de Raad van State, Tjeenk Willink, betrokkenen al zolang op het hart drukt. Ook Omtzigt maakt er veel werk van om de politiek te doordringen van deze onontkoombare noodzaak, waarvoor hij overigens massale bijval uit de samenleving krijgt. De huidige politieke cultuur loopt op haar laatste benen, zodat de roep om nieuwe verkiezingen niet langer genegeerd kan worden. Het huidige beleid heeft alle legitimiteit ('vertrouwen') verloren en is feitelijk failliet verklaard. De landbouwcrisis is slechts een topje van de ijsberg. Men heeft zich met alle gedachtenspinsels finaal vastgelopen. Dat het kabinet  nota bene onder medewerking van 'oppositiepartijen' PvdA/GrL op de valreep nog even snel de nieuwe pensioenwet wil doordrukken geeft dan ook geen pas, maar laat wederom zien dat men met legislatieve zorgvuldigheid weinig op heeft. Of het nu gaat om onteigening van agrarische gronden of om opgebouwd spaargeld in de vorm van pensioenen, de Staat eigent zich wel héél vergaande bevoegdheden toe, terwijl zij andere (basale) taken verwaarloost.


[2] Pradella, L. The Entrepreneurial State by Mariana Mazzucato: A critical engagement. Competition and Change,  21(1), pp. 61-69, 2017 [vert. red.] 

[3Ibid.

Variaties op een thema

Zijn de vele missers van achtereenvolgende Rutte-kabinetten nu werkelijk die 'incidenten' die 'uit goede wil' voortkomen maar desondanks 'uit de hand' zijn gelopen, of is hier veeleer sprake van kwade opzet waarop zelfs de term ambtsmisdrijf als terugkerend patroon van toepassing is (zoals Omtzigt stelt)? De vraag stellen is deze beantwoorden, want uit de context van (de aanloop tot) huidige problematiek zoals bijvoorbeeld het toeslagenschandaal blijkt dat de jaren geleden gevestigde cultuur van verdachtmaking aan het adres van uitkeringsgerechtigden ('freeriders') en het geëntameerde lik-op-stukbeleid dat daarvan het gevolg was heeft geleid tot structurele institutionele vooringenomenheid ten opzichte van vermeende 'fraudeurs', zoals door diverse onderzoekscommissies ook vastgesteld. Ditzelfde patroon van verdachtmaking zien we tevens rond de vermeende 'potverteerders van vermogens', met als gevolg een vileine dans om de vele pensioenmiljarden (de 'Gouden Pot'). De politiek behoeft dus niet (langer) naar 'bewijzen' voor zulk handelen te zoeken. Die zijn al in overvloed uitgemeten en vastgesteld. De overheid heeft structureel rechtsstatelijke uitgangspunten van behoorlijk bestuur aan haar laars gelapt (en doet dit nog steeds, zoals keer op keer blijkt). Dat coalitiepartijen van deze vele variaties op hetzelfde misleidende thema niet willen weten en al hetgeen de regering doet (en nalaat) gedwee blijven accorderen doet hier niets aan af, maar het maakt 'herstel' wel gans onmogelijk. Althans bij de huidige parlementaire verhoudingen. Debatteren heeft dan ook geen enkele zin meer, daar het kabinet er blijk van geeft slechts de rit te willen uitzitten.

Om de koers te bepalen over wat de politiek na nieuwe verkiezingen te doen staat zou men het volgende gedachtenexperiment kunnen overwegen. Het wordt tijd dat een nieuw te vormen kabinet niet langer in een partijpolitiek keurslijf wordt geperst, maar wordt samengesteld uit ter zake kundige en integere bestuurders die zich door menselijke, realistische en redelijke maatvoering laten leiden, in plaats van opportunistische 'managers' die zich louter op 'rendementen' menen te moeten richten en zich daarbij van rechtsstatelijke verantwoordelijkheden denken te kunnen ontslaan. Staat en samenleving zijn immers geen 'bedrijf'. Voor markt- en milieufundamentalisten is in een realistisch opererend kabinet geen plaats meer.

Er zijn diverse personen die bewezen hebben voor zulke functies in aanmerking te komen, indien men een en ander los van alle partijpolitieke kaders beziet. Zo zou men kunnen denken aan de invulling van het premierschap door een gezaghebbend persoon met voldoende kaliber en statuur. Dat behoeft zeker niet een partijman of -vrouw te zijn, maar kan evengoed een 'extern' of onafhankelijk persoon zijn die zijn/haar bestuurlijke sporen heeft verdiend en derhalve geschikt kan worden bevonden om als primus inter pares belangwekkende coördinerende taken op zich te nemen en daarop ook ten volle aanspreekbaar is.

Bij de verdere invulling van ministersposten gaat het primair om de volgende overwegingen:

Financiën: het gerommel met bodemloze open einde-'fondsen' dient onmiddellijk te stoppen. Tevens dient men zich te richten op vereenvoudiging van de huidige (cumulatieve) belastingsystematiekc.q. vermindering belastingdruk. Belastingen op arbeid en kapitaal dienen in evenwicht te worden gebracht en de pensioenhervorming zal moeten worden herzien c.q. teruggedraaid. Voortgaande ongebreidelde kapitaalonttrekking aan publieke middelen dient aan banden te worden gelegd. Grote concerns zullen naar proportionele evenredigheid dienen te worden belast.

Te denken valt aan financieel specialisten als Irrgang (SP, nu Rekenkamer) en van Rooijen (50Plus, nu Eerste Kamer)

Binnenlandse Zaken: onverwijld werk maken van een nieuwe bestuurscultuur. Decentralisatie evenals de wildgroei in de semipublieke sector (zbo's) dient aan banden te worden gelegd c.q. binnen adequate bestuurlijke marges te worden gebracht. In samenwerking met Justitie zorgen voor oprichting Constitutioneel Hof dat wetten toetst aan de Grondwet.

Onbetwiste voorkeur voor Omtzigt (onafh.)

Sociale Zaken en Werkgelegenheid: grondige aanpak armoede- en ongelijkheidsproblematiek en herstel sociale zekerheid. In samenwerking met EZ: aanpak ZZP- en flexproblematiek.

Voorkeur voor Leijten (SP)

Landbouw: zorgen voor een realistische uitvoering van het plan-Remkes. Stoppen met milieuverdwazing. Richten op integraal ruimtelijk ordeningsbeleid.

Van der Plas (BBB)

VWS: volksgezondheid op orde brengen met voldoende aandacht voor de GGZ. Stoppen met 'marktwerking in de zorg'. Herstel positie artsen, verpleegkundigen en patiënten. Haal medicijnlevering uit (dwingende) handen van verzekeraars.

Agema (PVV)

Economische Zaken: terugdringing dominante positie aandeelhouderskapitalisme. Zorgen voor transparant lobbyregister. Versterking positie MKB. Stoppen met 'autarkische' illusies.

Wie? In elk geval geen loopjongen van multinationale ondernemingen. Geen gedrags- of bedrijfseconoom, maar een doorgewinterde (Keynesiaans gerichte) macro-econoom.

Infrastructuur en Milieu: zie Landbouw. De heilloos ingeslagen weg naar klimaat- en energietransitie dient te worden verlaten. De ruimte die ook de EU hiertoe biedt dient ten volle te worden aangewend.

Wie? Geen dogmaticus, maar een rationeel denkend en handelend functionaris die zich niet laat 'belobbyen' of zich door 'sentimentalisme' laat leiden.

Buitenlandse Zaken: richten op nakoming aangegane verplichtingen van de internationale rechtsorde en een eigenstandige geopolitieke positie van de EU.

Wie? Voorkeur voor een diplomatieke geostrateeg die de genuanceerde blik in diverse richtingen weet te richten, zich niet voor karretjes van Navo-belangen laat spannen en de verleiding hiertoe weet te weerstaan.

Onderwijs: stoppen met 'onderwijsvernieuwingen' die geen vernieuwingen blijken te zijn, maar slechts discontinuïteit tot gevolg hebben. Herstel positie onderwijsgevenden; indamming machtspositie 'onderwijsmanagement' en 'onderwijsconsultants'.

Wie? Geen 'gedragsfreak'. Te denken valt aan Bosma (PVV) die zich bij herhaling een uitstekend waarnemend voorzitter van de 2e Kamer heeft betoond.

Justitie: de bestuurlijke aanbevelingen van o.m. Tjeenk Willink ten uitvoer brengen om het verder afglijden van de democratische rechtsstaat een halt toe te roepen. De (asiel-)immigratie zal niet alleen veel meer Europees, maar daarnaast zeker ook mondiaal ter hand genomen dienen te worden, daar het vluchtelingenvraagstuk een wereldomspannend vraagstuk betreft. Landen buiten Europa kunnen zich in het kader van de VN niet aan medeverantwoordelijkheid voor de aanpak ervan onttrekken. Verdeling naar nationale draagkracht zou een leidend beginsel dienen te zijn.

Wie? Voorkeur voor een staatsrechtdeskundige die zich sterk maakt voor het herstel van de rechtsstaat  (zie ook Binnenlandse Zaken).

Defensie: het militarisme als panacee voor 'conflictoplossing' verlaten. Sterk maken voor een eigenstandige Europese defensiemacht. Losmaking van de Navo. (Zie ook Buitenlandse Zaken).

Wie? In elk geval geen verblinde atlanticus zoals tot nu toe het geval is geweest.

Kortom haal de zaken uit handen van afgestompte technocratische managers [4] en zorg ervoor dat zij geen grip meer op beleidskwesties kunnen hebben. Het primaat van politiek en recht zal dienen te worden hersteld, evenals de centrale overheidsregie ten behoeve van het algemeen samenlevingsbelang.

Bij kabinetssteun c.q. -deelname zal de PVV rigide anti-multiculturele samenlevingsopvattingen evenwel moeten laten varen. De SP zal vooral de rechtsstatelijkheid van het sociaal contract ten volle moeten omarmen en BBB zal agrarische grootschaligheid realistisch tegemoet moeten treden. Ook andere partijen zullen hun (neoliberale) posities grondig moeten herzien.

Maar eerst zullen er zoals gezegd nieuwe verkiezingen moeten komen, opdat de huidige neoliberale coalitiepartijen (VVD, D66, CDA en CU) naar de oppositie worden verwezen. PvdA en GrL komen niet in aanmerking voor regeringsdeelname gezien hun lankmoedige (ambivalente) opstelling ten aanzien van de achtereenvolgende kabinetten Rutte en hun vrijage met het marktfundamentalisme. Ook de PvdD komt niet in aanmerking vanwege haar omstandig beleden dogmatisch milieufundamentalisme. JA21 zou een optie kunnen zijn, maar deze partij kampt evenals de PVV vooralsnog met nogal nationalistisch georiënteerde denkbeelden die meer cosmopolitische oriëntaties belemmeren en is bovendien niet vrij van destabiliserende neoliberale marktopvattingen.

Geen coalitie zonder coalitieakkoord?

Een aantal politici – bijvoorbeeld zoals hierboven vermeld – zou een regerings- c.q. beleidsprogramma op hoofdlijnen kunnen samenstellen op basis waarvan een kabinet zou kunnen worden geformeerd. Bij een te verwachten massieve verkiezingswinst voor BBB zou deze partij daarin het voortouw kunnen nemen. Vervolgens kan het kabinet in een dualistische verhouding met het parlement aangaan, zodat niet bij voorbaat vaststaat welke partijen beleidsvoorstellen wel of niet zullen steunen. Dit vereist wel een vergaande concessie van politieke partijen om zulks mogelijk te maken. Het hele (contraproductieve) idee van het dichttimmeren van machtsverhoudingen op voorhand wordt hiermee doorbroken.

Men zou zeggen: aan de slag ermee en stoppen met achter spookbeelden aan te draven! Velen blijken bij publieke en politieke debatten vast te zitten in links-rechts schema's die veel van hun oorspronkelijke betekenis hebben verloren. Zo waant 'links' zich nog altijd 'progressief' maar blijkt daarentegen in menig opzicht uiterst reactionair en regressief te zijn, terwijl 'rechts' zich onder technocratische voorwendselen het discours over het milieuvraagstuk denkt te kunnen toe-eigenen, waar overigens ook 'links' niet wars van is. Zo lopen de zaken flink door elkaar. Maar zolang sentimenten boven argumenten worden gesteld zal deze 'tweedeling' het debat alleen maar verder vertroebelen. Inmiddels voltrekt zich al lang en breed een geheel andere scheiding der geesten waarvan de zelfingenomen koutende goegemeente nauwelijks enig benul heeft. Men waant zich geheel 'bij de tijd', maar beseft niet dat de piketpaaltjes elders geheel anders worden geslagen en dat toekomstig beleid met name aan de hand daarvan zal worden bepaald. 'Amsterdam', noch 'Den Haag' of 'Hilversum' zijn de 'verlichte centra van de wereld' waarop men zich graag denkt te kunnen voorstaan. Dat zullen zij pas kunnen worden na een flinke 'opfrisbeurt'. Na 'gehaktdag' nu de beurt aan 'wasdag' en de grote schoonmaak. Met nieuwe bezems graag.

Opmerking. Onwelkome kritiek scharen onder de noemer 'populisme' is wel een heel makkelijke manier om zich hiervan te vrijwaren. Populisten bevinden zich onder vele partijen, van links tot rechts. Deze kwalificatie zegt dan ook niet zoveel, maar omvat een benaderingswijze die voorbijgaat aan één van de kenmerkende mechanismen waarvan de politiek zich bedient, namelijk publieks-beïnvloeding. Dat zulks gepaard gaat met 'mensen naar de mond praten' is dan ook niet zo verwonderlijk. Welke politicus is daar vrij van? Een loopje nemen met de feiten is geregeld aan de orde; eufemistisch taalgebruik evenzeer. Als dat populisme is, dan hebben we het over een open deur. Beter zou zijn de ideologie te benoemen waardoor partijen zich in de praktijk (vooral) laten leiden, zoals nationalisme en/of marktideologische c.q. ecologisch gerelateerde benaderingen. Pas dan zal blijken hoezeer zaken zijn verknoopt, dan wel contradictoir (kunnen) zijn. In het wilde weg smijten met tamelijk vrijblijvende termen lijkt misschien 'to the point', maar is het niet. Men oogst wat men zaait, dus laat die krokodilletranen maar achterwege.


[4Of zoals D66-founding father en politiek voorman Van Mierlo in 1966 zei: «Dit is de tijd voor vernieuwing. Het huidige bestel is ziek en moe. Het schippert en weifelt. Wij willen het doorbreken. Wij willen een nieuwe democratie. En een nieuw kiesstelsel. En praktische politiek. En duidelijkheid. En openheid. En vrijheid. Wij willen dat u ook weer wat te zeggen krijgt. En u?» (Zie Van der Land, M. Tussen ideaal en illusie: de geschiedenis van D66, SDU 2003). Ja, das war damals. Later zou Van Mierlo verklaren: «De [wetgevende en uitvoerende] machten proberen elkaar nu [in tegenstelling tot wat Montesquieu ooit voorstond] in toom te houden via een innige omhelzing tussen kabinet en de meerderheid van het parlement. Het is de uiterste consequentie van het parlementair stelsel: dualisme dat vrijwel onherroepelijk leidt tot monistische toepassing. De belangen van macht en controle verstrengelen zozeer dat beide functies gevaar lopen.» (Democratie en politieke vernieuwing, Thorbecke-lezing 2000). Ondanks deze woorden is D66 evenwel flink van haar oorspronkelijke idealen afgedwaald en heeft zij zich ontpopt als een rigide machtsmachine zonder weerga, waarbij zelfs de langdurige machtspositie van de VVD verbleekt. Co-referent en politicoloog Van Praag (UvA) betwijfelde derhalve destijds bij diezelfde gelegenheid al of er realistische oplossingen voor de geschetste problematiek mogelijk zouden blijken en vroeg zich af of het wel zo verstandig was om de VS daarbij als voorbeeld te nemen. Hij stelde: «We zijn in Nederland in toenemende mate getuige van een 'politiek van het beheer', een volstrekt pragmatische politiek, waarbij het denken in termen van haalbaarheid, het vroegtijdig zoeken naar compromissen dominant is. Het zou wel eens een belangrijke oorzaak kunnen zijn voor het langzaam oprukkende a-politieke klimaat in Nederland.[…] Vernieuwers van de democratie zouden in de eerste plaats hun aandacht moeten richten op het terugdringen van de dominantie van de machtsuitvoering.» (ibid.) Inderdaad, de observatie kon niet méér to the point zijn.

                                                                                         

All things must pass 

'The path is clear, though no eyes can see
The course laid down long before
And so with gods and men, the sheep remain inside their pen
Though many times they've seen the way to leave
[…]

The sands of time were eroded by the river of constant change'  [5]

Bovenstaande regels uit een songtekst van de band Genesis moge cryptisch lijken, desondanks zal alles wat de mens vermag of zich wenst vergankelijk, ofwel van voorbijgaande aard blijken. Alle ambities, inspanningen en vergezichten ten spijt. Dat is een gegeven des levens waaraan niet te ontkomen valt. Maar wil dit zeggen dat het hoofd bij voorbaat in de schoot moet worden gelegd, of dat men met de moed der wanhoop moet voortrazen? Zeker niet. Wel dat de betrekkelijkheid van alle strevingen best wel meer dan doorgaans het geval is onder ogen zou kunnen worden gezien. Dat besef schijnt weliswaar 'met de jaren' te komen, maar staat daarentegen niet in verhouding tot een toenemende algehele verdwazing die zich van samenlevingen meester lijkt te maken. Vanwaar deze contradictie?

De tegenstelling tussen breed gevoelde onmacht tegenover opgeklopte irreële verwachtingen breekt de mens op en drijft hem vertwijfeld alle kanten uit. Waar kan hij zijn focus op richten en wie zijn daarin te vertrouwen of serieus te nemen? Deze vragen zijn met name relevant bij het verschijnsel dat de mens hoe langer hoe meer wordt bedolven onder een massieve hoeveelheid – allesbehalve 'belangen-neutrale' – propagandistische preoccupaties die hem voortdurend belagen en pogen te dirigeren. Zijn 'gedrag' is constant voorwerp van allerhande dwingelandij vanuit een grijze muizen-perceptie op de werkelijkheid die meestentijds op aanpassing is gericht. Deze conformistische gerichtheid dwingt de mens tot een stilzwijgend opgaan in het grote geheel der nietszeggendheid. Daarenboven wordt niet-aflatend gekoketteerd met psychologiserende uitspraken die voor 'wijsheid'  moeten doorgaan. Van de complexiteit des geestes hebben echter maar weinigen kaas gegeten en dat breekt zich op. Vandaar dat een beroep op 'redelijkheid en ratio' voortdurend haar doel voorbijschiet en aan dovemansoren is gericht. Want wie zelf geen blijk geeft van inzicht in gedragsmotieven heeft anderen in dit opzicht natuurlijk behalve vrijblijvende retoriek ook weinig zinnigs te bieden. Toch gaat men hiermee door alsof gecontroleerde gedragsmanipulatie het gewenste heil zou brengen. De consultancy-industrie leeft er zoals bekend rijkelijk van.

Kan het anders? Het moet anders. Althans indien men zich van zulk dirigisme wil (kunnen) bevrijden. Waar blijven de oprechte liberalen en libertijnen die zich weliswaar omstandig met 'persoonlijke vrijheid' identificeren, maar die zich deze fenomenen gedwee laten aanleunen? Zijn zij allen murw geslagen, of verbijten zij zich in stilte? Waarom laat men zich door pseudo-liberalen de kaas van het brood eten alsof men geen weerwoord heeft? Het klassiek-liberalisme was ooit progressief gericht en had in tegenstelling tot nu burgerrechten hoog in het vaandel. Daarvan is weinig meer te bespeuren. Zeker bij crypto-conservatieven die zich allerwegen de nieuwe dogmatici betonen en feitelijk weinig op hebben met maatschappelijk pluralisme, ook al waant men zich 'multicultureel' en 'cosmopolitisch' tot op het bot. Dat is de paradox waarmee de samenleving – ook als geheel – worstelt en er blijkbaar niet in slaagt om hier bovenuit te stijgen. Wat resteert is een spraakverwarring van Babylonische omvang die elke gerichtheid ontbeert. Bij nagenoeg alles wat onder het banier van (noodzakelijk geachte) 'verandering' wordt nagestreefd, drijft men verder weg van hetgeen waar het bij positiebepaling ten aanzien van mens en samenleving om gaat. De mens wordt weliswaar opgejaagd, maar niet stuwend opgelicht. Hij wordt allerwegen teneergedrukt en gekortwiekt, ondanks dat hij telkens weer met zijn duur betaalde 'vrijheid' om de oren wordt geslagen. Zeker wanneer moeizaam bereikte zaken rigoureus onder het mes gaan en/of in de uitverkoop worden gedaan. Het (goede) leven mag wat kosten, maar niet ten koste van alles. Zulk een kortzichtigheid straft zichzelf af. De vraag blijft evenwel of 'de rivier' zich laat temmen, of dat 'de natuur' uiteindelijk toch haar eigen gang zal blijven gaan. Het antwoord hierop is even ongewis als de menselijke grilligheid zelve. 


[5] Rutherford, M., P. Gabriel and A. Banks, Firth of Fifth (as performed by Genesis on Selling England by the Pound, 1973)

Changing places 

Bij de zetelwisseling in de Eerste Kamer moge het nu wel zo zijn dat publieksmedia als NRC Handelsblad, Trouw, de Volkskrant en anderen zich bij voortduring in hun handen wrijven bij de steun die PvdA en GroenLinks aan de zittende coalitie bereid zijn te geven (zoals reeds bij de zeer omstreden pensioenherziening is gebleken), dat wil niet zeggen dat Rutte c.s. verder niets meer te vrezen zouden hebben zoals gesuggereerd. Integendeel. Bij alle verdere beraadslagingen over wetgeving zal de Senaat een niet te onderschatten hindernis kunnen blijken, zoals dat ook het geval is in vele provinciebesturen. De armetierige meerderheidsstrategie is zo lek als een mandje en zal niet beklijven. Nog altijd heerst daarentegen de zelfgenoegzame arrogantie, waarbij het huidige beleid impliciet als zegenrijk wordt beschouwd. Niet dat zulks met zoveel woorden wordt gezegd – want men wil vooral niet de indruk wekken zich al te zeer als slaafse kabinetsvolgelingen te afficheren –, maar wel dat er wat deze politiek watchers betreft feitelijk geen andere optie dan de huidige zou zijn. Dat is misleiding ten top, want de neoliberale motor kraakt in al zijn voegen en dat weet men. Met de moed der wanhoop wordt het lezerspubliek evenwel voorgehouden dat het slechts 'business as usual' zou zijn en dat beleidsalternatieven slechts marginale betekenis zouden hebben. Of het nu om 'inflatie', de inkomens, arbeidsmarkt, woningbouw, gezondheidszorg of anderszins gaat, de burger dient te 'accomoderen', ofwel de tering naar de nering te zetten en zijn gedrag aan te passen. Dat is de niet aflatende boodschap. Wiens brood eten degenen eigenlijk die deze taal blijven uitkramen? Waarom zo angstvallig? Aan welke illusies klampt men zich zo hardnekkig vast? Er lijken warempel wel 'posities' op het spel te staan. Of is ook binnen het journalistieke bedrijf sprake van een rigide angstcultuur? Duidelijk is dat het beleid als zodanig koste wat kost dient te worden ontzien en dat de pijlen vooral niet richting 'Den Haag' mogen worden gericht. Daar zet men op in en zeker niet tot algemeen genoegen. Deze geoliede machine moge dan wel voor 'beleidsneutraal' worden gehouden, zij is het bij alle (al te doorzichtige) 'scepsis' zeker niet. Onderzoek wijst niet voor niets uit dat de lezers van de genoemde dagbladen zich met name in D66, CDA PvdA en GroenLinks-kringen bevinden. Juist: het coalitie-electoraat en haar slippendragers. [6] Maar wanneer redacties menen dat het naar de mond praten van deze lezers hen geen windeieren zal leggen, dan zou men wel eens buiten de waard kunnen rekenen. Vele kiezers van deze partijen zijn lang niet zo partijvast of overtuigd van de juist bewandelde koers en dat blijkt telkens weer bij achtereenvolgende verkiezingen. Kranten zijn geen verlengstuk van partijbureaus en redacties behoren zich ook niet als zodanig op te stellen. Niet alleen de onafhankelijkheid van de journalistiek staat daarmee op het spel, ook de vrijheid van meningsvorming.

Volledige neutraliteit bestaat niet, dat weet elke journalist – en wetenschappelijk onderzoeker. Maar dat wil zeker niet zeggen dat er met een 'kritische blik' wel een loopje kan worden genomen. Wij staan immers niet allen 'op de loonlijst van Rutte'. Wanneer wij hier anderzijds aanbevelingen doen is dat evenwel los van partijbelangen en uitsluitend op de zaak zelve gericht. Daarbij zijn voorkeuren zeker niet uit den boze, maar deze dienen wel in gepaste en solide mate naar voren worden gebracht. Zo niet, dan bezondigt men zich aan laakbaar opportunisme. Selectieve propaganda is er al meer dan de mens lief is. Stoppen dus met deze verdwaasde applausmachinerie.

Steevast wordt tegengeworpen dat er sprake zou zijn van pluriformiteit die de vrijheid van meningsuiting zou garanderen. Een groot media-aanbod is evenwel niet identiek aan zulk een pluriformiteit, zoals er ook onderscheid dient te worden gemaakt tussen externe en interne pluriformiteit. 'Meer van hetzelfde' geeft een vertekend – cosmetisch – beeld en suggereert meer dan feitelijk het geval is. Dat geldt niet alleen voor het oppervlakkige onderscheid tussen diverse publieksmedia, maar vooral voor de inhoudelijke diversiteit. Pers- en mediaconcentratie zijn hierbij uiterst bepalende factoren zoals eenieder weet die goed onderwijs heeft gehad.
Anderzijds wordt veelvuldig verwezen naar 'desinformatie' waardoor die vrijheid vertroebeld zou worden. Maar wat behelst dit begrip eigenlijk? Alles wat niet met 'de feiten' overeenstemt? Maar welke 'feiten' heeft men dan op het oog – en welke worden daarbij buiten beschouwing gelaten of 'niet relevant' geacht? Zonder nadere precisering blijft een en ander uiterst vaag en daardoor tevens voorwerp van willekeur. Want ook het achterhouden van informatie waarvan zoals bekend geregeld en zelfs structureel sprake is, vormt een inbreuk op het realiteitsbesef. Zulk een schaapachtig wegduiken dient slechts het doel van selectieve belangenbehartiging. Zoals al die 'geluks- en welvaartslijstjes' feitelijk niet zoveel zeggen, zo heeft ook dit begrip minder om het lijf dan gesuggereerd. De 'feitelijke werkelijkheid' omvat nu eenmaal een complexe constellatie van percepties, opinies en benaderingswijzen die al dan niet door een plausibele c.q. doorwrochte vaststelling van zaken wordt ondersteund. Of men dit nu anders poogt voor te stellen of niet. Voor fanatieke dogmatici een lastige materie, maar voor vrije, onafhankelijke geesten gesneden koek en een raison d'être, ofwel niets minder dan een bestaansconditie. 


[6De VVD heeft met De Telegraaf/WNL haar eigen mediakanaal. Maar ook tv-programma's als Buitenhof betonen zich in niet geringe mate 'beleidsadaptief' en lopen gedwee achter de kabinetsprotagonisten aan. Om over de vele 'talkshows' maar niet te spreken.                                                                                         

Internationale 'samenwerking'

Het voortwoekerend en steeds weer om zich heen grijpend etnisch-nationalisme is niet alleen een onverkwikkelijke en mensonterende splijtzwam, maar vooral ook een aanjager voor allerhande destabiliserende conflicten rond territoria en machtsposities. Het opeisen van 'exclusieve rechten' voor 'het eigen volk' is moderne samenlevingen onwaardig en fnuikt alle pogingen om tot humanitaire verhoudingen te komen. Waar ook ter wereld. Waarom toch al zulk onzinnig teruggrijpen op feodale en etnocentrische structuren, kan men zich afvragen. Zijn er werkelijk geen andere opties dan elkaar het leven en ieders levensruimte te ontzeggen? Al zulke exclusieve 'claims' leiden steevast tot moord en doodslag en bedreigen de (pogingen tot) een stabiele wereldvrede steeds weer opnieuw. Wanneer een en ander ook nog eens met een flinke dosis militarisme wordt aangejaagd is het hek helemaal van de dam.

Men leert in dit opzicht kennelijk weinig tot niets van de geschiedenis. Ondanks alle ellende die bevolkingsgroepen anderen in het verleden hebben aangedaan (en zulks daarbij tevens over zichzelf afroepen) gaat men door alsof zulke gerichtheden de gewoonste zaak van de wereld zouden zijn en niets hen daarbij in de weg behoort te staan. Men claimt kortom zaken die hen niet toekomen en die elke rechtvaardigingsgrond missen. Soevereiniteitsrechten zijn immers niet gekoppeld aan 'etniciteit', maar aan staten. Staten evenwel die nu eenmaal per definitie multi-etnisch en multicultureel zijn. Het laakbare en onzinnige idee van een selectief 'Heim ins Reich' voor 'uitverkorenen' is dan ook uit den boze. Mensenrechten gelden daarentegen voor alle mensen, ongeacht welke staatkundige ordening men ook moge voorstaan. Dat wil de verzameling etnisch-nationalisten koste wat kost maar niet accepteren. Voor hen geen pluriforme democratie, laat staan een rechtsstaat. Men zou denken: stel hier effectief paal en perk aan. Maar nee, de woekering wordt door de wereldgemeenschap nogal gelaten als een 'gegeven' beschouwd. Of erger, (al dan niet) stilzwijgend geaccepteerd. Anderzijds zijn gebezigde noties over 'familiale banden' tussen volkeren vaak uiterst discutabel. Het bevordert slechts willekeur in de internationale betrekkingen.

Wie de mond vol heeft over 'vrede en veiligheid' maar desondanks meent het zonder gerichte adressering van deze fenomenen te kunnen stellen, zal derhalve bedrogen uitkomen. Men kan in internationale gremia 'overleggen' zoveel men wil en elkaar genoeglijk de handen schudden of op de schouders slaan, het zal slechts een permanente show blijven ondanks de vele 'resoluties' die men keer op keer 'vastberaden' verklaart uit te vaardigen. De oorlogshitserij zal er niet mee tot staan worden gebracht en de etnische animositeit evenmin. Daarvoor zijn andere gerichtheden noodzakelijk en onontkoombaar, maar dat vereist (vaak pijnlijke) zelfreflectie waartoe velen niet bereid of in staat blijken te zijn. De 'waarde' van al dit overleg is dan ook minder 'substantieel' dan wordt voorgewend, ondanks dat hiervan door propagandistische media hoog wordt opgegeven. Er staat méér op het spel dan louter geostrategische of financieel-economische belangen. Veel meer. Nog een reden derhalve om uiterst sceptisch te zijn bij al hetgeen over 'internationale samenwerking' wordt gebezigd.

Velen wanen zich aan de goede kant van het morele spectrum, maar beseffen niet dat de gedemonstreerde 'waarden' vaak even laakbaar zijn als de opvattingen en gerichtheden die men verklaart te willen bestrijden. Zo wordt het niks met de 'goede intenties' en blijft het veelal bij retoriek. Handeldrijvende naties die baat (denken te) hebben bij het bestendigen van exploitatieve neokoloniale verhoudingen en tevens de mond vol hebben over 'zelfbestemming', gedragen zich niet alleen hypocriet maar snijden zichzelf uiteindelijk in de vingers. Want alles wat wordt 'genomen' zal onherroepelijk weer worden teruggeëist. In welke vorm dan ook. Het promoten van 'handelsvrijheid' ter bevordering van concurrentieverhoudingen waarmee allerwegen 'welvaart' zou worden gegenereerd, wordt zodoende onder handhaving van multinationale machtsconcentratie een lachertje. Protectionisme biedt evenmin soelaas. Staten zitten kortom klem tussen hun geopolitieke wensdromen en hun nationale belangen, zoals bevolkingen hopeloos verdeeld zijn tussen hoop, vrees en verwachting. Wat op het gebied van zelfbestemming en vreedzaam samenleven mogelijk en wenselijk, dan wel noodzakelijk is, blijft daarmee een levensgroot dilemma voor de voltallige wereldgemeenschap waarmee men vooralsnog maar moeizaam uit de voeten kan.