Tijdingen

                                                                                                               januari 2024 (vervolg)                                                

  

Internationale rechtsorde

Met het internationale recht is het kwakkelen geblazen. Dat heeft minder met 'goede intenties', maar vooral met de weerbarstige realiteit van conflicten te maken. Alle VN-lidstaten kunnen via het Internationaal Gerechtshof een andere staat dagen bij territoriale soevereiniteitskwesties en/of oorlogshandelingen. Daarentegen (of daarenboven) kunnen individuele personen worden berecht door het Internationale Strafhof. Beide gerechtshoven maken deel uit van de internationale rechtspraak in VN-verband. Bij (beschuldigingen van) 'genocide' – ofwel systematische volkerenmoord – ligt een en ander tamelijk complex, daar niet alleen de feiten moeten worden vastgesteld, maar vooral wie daarvoor verantwoordelijk gehouden kunnen worden en uit wiens naam zij (menen te kunnen) handelen. Zijn dat regeringen, groepen (milities) en/of individuele personen? Een complicerende factor is tevens dat sommige landen het Strafhof niet erkennen, zoals de VS en Israël. Nu Israël beschuldigt wordt van genocide op de Palestijnen is het niet alleen zaak dat wordt vastgesteld of hiervan daadwerkelijk sprake is, maar primair welk rechtscollege bevoegd is om hierover uitspraak te doen. Dat leidt tot juridisch getouwtrek waarbij het nog lang geen uitgemaakte zaak is of daarmee oorlogshandelingen kunnen worden beëindigd. Maar ondanks dat de VN een reus op lemen voeten lijkt is het evenwel niet aan militairen om uit te maken of zij in hun recht staan. Zoveel moge duidelijk zijn. Het recht op zelfverdediging is niet identiek aan het voeren van 'preventieve oorlogen', zoals ook wraakneming (vergelding) daarmee niet is gelegitimeerd. Het zich bedienen van geweld is nimmer vrij van juridische en rechtsstatelijke consequenties. Wie het ook betreft. Het 'recht van de sterkste' is niet het ultieme antwoord op alle conflicten. Dat wordt te gemakkelijk verondersteld — en gepropageerd. Daartegen zouden veel meer bevolkingen en hun leiders in verzet moeten komen. Pas dan ontstaat er enig uitzicht op indamming van (militair) geweld. 
Maar gewetenloze machtsbeluste schurken en perfide staatsapparaten terroriseren de mensheid alsof er geen andere opties zijn dan bevolkingen te maltraiteren, angst aan te jagen en ze met fysiek geweld of anderszins te belagen. Dan lijkt er geen andere uitweg dan tegenmacht te ontwikkelen en desnoods zelf ook naar de wapens te grijpen. Totdat het mechanisme van de geweldsspiraal weer van voren af aan begint en er uitzichtloze situaties ontstaan die niet meer te hanteren zijn. Ondanks alle vredesakkoorden zijn we nog maar weinig opgeschoten met het indammen van gewelddadig optreden over en weer. Tijd voor een pax europeana als lichtend baken voor anderen? Wellicht. Maar dan zal ook er ook principieel een einde moeten komen aan alle adhesie aan oorlogvoerende staten en groepen. Distantie is geboden, want het zich laten meezuigen in conflicten leidt slechts van kwaad tot erger. Dat is geen onbetrokkenheid, maar getuigt van prudentie. Staten en hun leiders dienen geen eigen rechter te spelen, zoals ook het formeren van willekeurige gelegenheidscoalities uit den boze is en zulk een 'pax' niet dichterbij brengt. Er is welbeschouwd slechts één zinnige optie: het voluit steunen van hetgeen met de internationale rechtsorde wordt beoogd, te weten het streven naar algehele detente. Alle oorlogshitserij dient derhalve te worden afgekeurd en bestreden. En dat impliceert tevens demilitarisering en beëindiging van de wapenwedloop (inclusief de wereldwijde wapenhandel). Wie werkelijk vrede nastreeft zal moeten beseffen dat voortgaan op het heilloze pad van oog om oog geen enkele oplossing biedt. Het uitgangspunt 'nood breekt wet' is zeker lang niet altijd zo zinnig als het lijkt. Want voordat men het zich realiseert is wetteloosheid de norm. En dan verwijt de (geopolitieke) pot de (gevechtsbeluste) ketel... — en vice versa. Wie moreel hoogstaande idealen zegt na te streven zal die zelf ook in praktijk moeten brengen en zich niet door opportunisme moeten laten leiden. Ook al lijkt er soms 'geen andere optie' te zijn. Vreedzaamheid en humaniteit zijn daarvoor te kwetsbaar. Juist dit besef noopt tot terughoudendheid. 

Dienaren van de Kroon

Wie zich beschikbaar stelt om als overheidsfunctionaris een publiek beleidsambt in een kabinet te vervullen dient zich te realiseren dat zulks niet vrijblijvend is, dan wel naar willekeur uitgeoefend kan worden. Wanneer men in dienst is van de Kroon heeft men een dienende functie en dient men 'de rit uit te zitten' zolang er nog geen nieuw kabinet is geïnstalleerd. De Koning verleent weliswaar formeel ontslag, maar daarmee kan geen loopje worden genomen. Ook een demissionair kabinet dient hieraan te voldoen. Ondanks dit gegeven nemen sommigen het blijkbaar niet al te nauw. Wanneer een andere functie lo(n)kt, kiezen sommigen wel heel rap het hazepad. Vind u het gek dat het vertrouwen in het openbaar bestuur zo laag is en dat men weinig opheeft met 'goede intenties'? De banencaroussel draait op volle toeren en achter de schermen wordt flink gelobbyd. Het nationale podium inruilen voor een internationale functie is wel zo aanlokkelijk wanneer de kansen  ofwel de persoonlijke ambitiekansen – zijn gekeerd. Dan is men er als de kippen bij om 'nieuwe wegen' te bewandelen en het persoonlijk belang veilig te stellen. Vooral degenen die zich uiterst welwillend ten opzichte van de VS hebben betoond profiteren hiervan. De VN, de Europese Commissie, de Navo — het kan niet op. Politiek als opstapje? Men zou het denken…

Tegelijkertijd zien we het fenomeen dat er in demissionaire status sprake is van een staatsrechtelijk discutabele vermenging van functies. Het blijkt mogelijk te zijn dat een Kamerlid tevens lid is van het kabinet. Deze kwestie speelde al eerder in 2021 toen er drie Kamerleden als staatssecretaris in het toenmalige demissionaire kabinet Rutte-III werden benoemd, waaronder het VVD-Kamerlid Yesilgöz. Ondanks dat Rutte zulks niet in strijd achtte met de Grondwet besloot zij voor de politieke zuiverheid  (samen met de twee anderen, te weten Wiersma en Van Weyenberg) haar Kamerlidmaatschap toch te beëindigen. De Raad van State gaf desgewenst het advies de kwestie op de agenda te plaatsen daar de Kamer weliswaar zelf over het lidmaatschap beslist, maar zulk een belangenverstrengeling ongewenst kan zijn omdat het kabinet 'zichzelf' dan zou moeten controleren. [1] Nu zien we echter wederom dat een en ander nog altijd niet is geregeld en dat nota bene Yesilgöz zowel Kamerlid als demissionair minister van Justitie blijkt te kunnen zijn. Een bizarre, want uit democratisch oogpunt een onzuivere en derhalve ongewenste figuur. Kortom, de status van een demissionair kabinet zou beter afgekaderd dienen te worden. Niet alleen wat de functionele bezetting aangaat, maar zeker ook wat haar demissionaire beslissingsbevoegdheid en -ruimte betreft. Nu is het een schemergebied waarin soms vergaande beslissingen worden genomen en het demissionaire kabinet daarmee feitelijk over haar graf heen regeert door grote voorschotten te nemen op de politieke toekomst van de Nederlandse samenleving.

De VVD speelt zoals gezegd dubbelspel (spreidingswet; pensioenen), maar haar uitgeklede machtspositie is volledig afhankelijk van de medewerking van PvdA/GL — zoals dit overigens andersom eveneens het geval is. Nòg waant men zich oppermachtig en fietst men vrolijk door alle coalitieonderhandelingen heen alsof men de boel nog altijd vrijelijk naar eigen hand kan zetten en een woord ook maar een woord, ofwel een loos gebaar is. De VVD heeft duidelijk twee gezichten, zoals ooit het CDA hiermee flink garen spon. Hoe lang moet de burger als eigenaar van rechten zulk een vertoning nog dulden en hoe lang denkt men het paard achter de wagen te kunnen blijven spannen? Men pleitte voor 'voortvarende onderhandelingen', maar men lijkt er meer op gebrand te zijn de demissionaire status van het kabinet zo lang mogelijk te rekken. Met de spreidingswet lost men het (im)migratieprobleem niet op (tenzij men spreiding over de VN-lidstaten zou bepleiten, wat helaas nog altijd niet het geval is), zoals ook de pensioentransitie een monstrum is daar daarmee wettelijk gesanctioneerde contractbreuk wordt gepleegd en de markt – wederom – volledig vrij spel krijgt waarmee de burger opnieuw aan haar grillen wordt uitgeleverd. Niets geleerd, niets gewonnen. Gewoon stug doorgaan alsof er niets aan de hand is en de burger niet heeft gesproken. Onvoorstelbaar. Maar gelegenheidscoalities met de 'sociaaldemocraten' zullen het tij niet kunnen keren, ook al denkt men van twee walletjes te kunnen eten. Vroeger of later heeft men er genoeg van en decimeert men zichzelf. De liberalen schijnen het maar niet voor elkaar te krijgen hun positie te bepalen en zich op waarlijke liberale beginselen te richten. Om de rechtsstaat gaf men al niet veel meer, maar ook de burger komt in hun optiek zeker niet op de eerste plaats. Het maken van 'goede sier' is allang doorgeprikt en van valse pretenties ontdaan. De samenleving zit in de wachtkamer, zoveel is duidelijk, maar het geduld is op.