Arm Europa
Als er iets is wat de Europese (en andere) landen zou kunnen en moeten verbinden, zijn het wel human values. Daarentegen staan de beperkingen van de condition humaine zulk een verbinding vaak in de weg. Ziehier de paradox die alle (persoonlijke, nationale en internationale) identiteitsbepaling omgeeft en waar men maar moeizaam antwoorden op weet te vinden. Vele scheidslijnen doorkruisen talloze pogingen om een zekere consensus over doel, richting en aanpak van coöperatieve belangenbehartiging vorm te geven die de bevordering van algemeen welzijn ten goede zou komen. Men verliest zich in verdien- en concurrentiemodellen, alsook in prestigieuze vergezichten die vaak weinig realiteitswaarde hebben waardoor samenlevingsbelangen naar de achtergrond verdwijnen en de burger met lege handen achterblijft. Nogal wat maatschappelijke scepsis ten aanzien van 'het Europese project' is hieruit te verklaren. De huidige EU is dan ook een zwakke afspiegeling van wat men eens in cultureel en humanitair opzicht voor ogen had. Een schamel financieel-economisch residu is het gevolg van een tomeloze markteconomische liberaliseringsdrang — en -dwang. Het 'project' zou daarom anders (in)gericht moeten worden waarbij niet primair de belangen van multinationale ondernemingen, maar bestaansrechten en -zekerheden van de burgerbevolking centraal staan. Dat vraagt om een geheel andere benaderingswijze van de economische ordening en sociaal-maatschappelijke verhoudingen. Neoliberale sociaal- en christendemocraten hebben echter het overwicht in de EU en zolang dit het geval blijft zal er weinig veranderen. We kennen de mechanismen, ook ten aanzien van 'klimaat en milieu', ofwel ecologische kwesties. De markt zal een en ander wel oplossen. Desnoods met (flink wat) overheidssteun die met gemeenschapsgelden wordt gefinancierd. Burgers daarentegen worden op hun huid gezeten alsof zij de boosdoeners van alle ontregeling zouden zijn en zij de ellende aan zichzelf te wijten zouden hebben. 'Gedrag' weet u wel…
Een flagrante ontkenning van al het monomaan beleidsmatig handelen en de destabiliserende gevolgen hiervan. We horen al decennia niets anders dan een stelselmatig beroep op grenzeloos 'vertrouwen in de markt'. In weerwil van de vele problemen die zulk een ongegrond vertrouwen juist bewerkstelligt. Ja, men zou eens een andere koers varen en 'humanitaire waarden' werkelijk serieus nemen… . Het hybride beroep op 'individuele mogelijkheden' die het voortdurend tegen financieel-economische machtsvorming van conglomeraten afleggen is al veel te lang een onacceptabele aberratie. Dat geldt ook voor het wankelmoedig (im)migratiebeleid dat zich kenmerkt door blinde vlekken en opportunisme. Europa een 'eldorado'? Men vergisse zich niet, onderhuids broeit het. En daar allang niet meer alleen. Dat heeft zij niet verdiend, ondanks de grootschalige gewelddadige conflicten die op het grondgebied zijn uitgevochten. Was men 'de oorlog' niet voorbij en had men geen lessen getrokken? Ja en nee. Veel is weggezakt of 'naar het museum' verbannen. We 'herdenken' wat, betuigen wat 'deemoed' en hup, zand erover. 'Nooit meer fascisme', 'alle discriminatie de wereld uit' — en zo nog het een en ander alsof de realiteit zich met wat bezwerende mantra's naar alle mogelijke wensdromen zou voegen. Zo ook ten aanzien van geopolitieke positiebepaling. Men kan regimes steunen of afwijzen zoveel men wil, de wereldconstellatie is pas gediend bij een werkelijk onafhankelijke koers van Europa. Ofwel een Europa dat zich niet laat ringeloren of voor karretjes laat spannen, maar haar eigenstandige positie kiest en handhaaft. Daarover moet men het vooraleerst eens (willen) worden, maar dat lijkt allerminst het geval. Arm Europa dat niet bij machte blijkt zich positief van anderen te kunnen (of willen) onderscheiden. Vele potentiële bondgenoten elders in de wereld wachten met smart op zulk een koerswijziging, maar vinden opmerkelijk weinig gehoor. Daardoor loopt Europa kansen mis en staart zij zich blind op een wereldconstellatie die hoofdzakelijk nog in de hoofden en op de strategische tekentafels van duistere spijtoptanten bestaat. Intussen doen landen als China, India, Brazilië en andere goede zaken en behartigen zij hun belangen als nooit tevoren. Daarmee is niet gezegd dat deze 'weg' nu zoveel navolging verdient, maar wel dat de internationale verhoudingen inmiddels danig zijn gewijzigd. Zoals ook het dekolonisatieproces (van 'de Oost' en 'de West') nog altijd niet losgezien kan worden van toenmalige (maar desondanks hardnekkig gehandhaafde) geopolitieke verhoudingen en derhalve ook niet op haar merites wordt beoordeeld. Wakker worden dus (en de vele 'Clingendaelers' [1] die in hun 'gelijk' persisteren in hun waan laten). De wereld staat niet stil en trekt zich bovendien weinig van gemankeerde strategospelers aan.
[1] Instituut Clingendael kan model staan voor een wijze van benaderen waarbij internationale betrekkingen stelselmatig in een 'Oost-West' dichotomie worden geplaatst, ook al verklaart men 'genuanceerd' naar de wereldordening te (willen) kijken. Niet voor niets worden woordvoerders in de media ten tonele gevoerd die zich vaak opmerkelijk denken te moeten distantiëren van elke Europese 'Sonderweg' (zoals zij de hier bepleite koerswijziging graag aanduiden). Alles wat niet strookt met deze gehanteerde 'dichotomie' wordt afgedaan met 'propaganda', zonder te beseffen of te erkennen dat juist bij hardnekkig vastklampen aan zulk een tweedeling slechts selectieve belangen zijn gemoeid die de belangen van Europa eerder schaden dan bevorderen.
Taboes, time after time
Ondanks dat er vele – nieuwe – taboes worden opgeworpen zoals ten aanzien van Zwarte Piet, 'de (boze) wolf', fossiele brandstoffen, of (gender-incorrecte) archetypes als 'roodkapje' en 'Cinderella' (om over 'Barbie' maar te zwijgen), blijven er structurele maatschappelijke ongerijmdheden bestaan alsof het natuurverschijnselen zijn. We waren al veel langer bekend met het fenomeen dat het begrip «verzorgingsstaat» had afgedaan en niet langer als 'relevant' werd beschouwd en dat de kern hiervan – ofwel het stelsel van sociale zekerheid – gevoeglijk kon worden gereduceerd tot volatiele 'koopkrachtplaatjes' en inflatiecijfers. Voortaan ging het slechts om 'participatie'. Met alle consequenties voor de bestaanszekerheid van burgers. Zo is er een directe relatie tussen disproportionele belastingsystematiek, ongelijkheid en armoede. Dus zonder deze systematiek aan de orde te stellen blijft het bij oppervlakkige beleidsaanpassing (of wat er voor doorgaat). Het gaat daarom zowel in de politiek als in de journalistiek om niets minder dan het juist benoemen van deze zaken. 'Verdienen komt altijd voor verdelen', zo verklaarde de Koning gedwee namens het demissionaire kabinet op Prinsjesdag. Maar wie zijn eigenlijk degenen die (royaal) verdienen en wie draait welbeschouwd voor alle kosten op?
Multatuli sprak
indringend over een «roofstaat aan de Noordzee», maar dit betrof destijds het
koloniale exploitatie- en uitbuitingssysteem in voormalig Nederlands-Indië
waarbij de voltallige Indische bevolking stelselmatig van haar grondstoffen en
arbeid werd beroofd. Tegenwoordig is er daarentegen sprake van roofbouw op
de eigen bevolking die als melkkoe wordt gebruikt om het kapitalistische
model van de zogenaamde 'vrije marktsamenleving' overeind te houden. Die 'markt'
wordt echter gedomineerd door flink wat kapitaalkrachtige (buitenlandse)
bedrijven die weinig op hebben met het wel en wee van de samenleving zolang de
producten maar worden afgenomen, de subsidiestromen niet opdrogen en de fikse belastingvoordelen
niet worden aangetast. Bij (dreigend) verzet hiertegen wordt nimmer aflatend op
uiterst effectieve wijze het beproefde 'chantagemodel' toegepast waarmee
regering en parlement stevig onder druk worden gezet. Het dreigen met 'vertrek'
doet onverminderd haar verwoestende werk, maar blijft er desondanks in gaan als
koek. Zulk een 'verdienmodel' is niets minder dan een van staatswege
gesanctioneerde vorm van neokolonialisme die hele samenlevingen daaraan
ondergeschikt maakt. De slavernij mag dan officieel zijn afgeschaft, de
collectieve afhankelijkheid is er niet minder om. Dat beneemt sommigen overigens niet de
illusie dat zij 'golden stardust' zijn en dat alle heil van een 'terugkeer naar
de Garden of Eden' wordt verwacht, zodat illusiepolitiek de gemoederen nog wel
even zal bezighouden. Dus wat nu 'geen taboes meer'…? Economen en financieel-specialisten:
verhef uw stem, word een burger en ontwaak uit uw droom, zoals Stephane Hessel
ons al geruime tijd geleden voorhield! Pas dan zal er weer wat licht (in plaats
van de obligate 'stippen aan de horizon') kunnen gloren. Het is immers niet
alles 'beleving' wat de klok slaat, hoezeer mensen als K. Putters (SER) ons ook
anders willen doen geloven. Jazeker, de weg naar (bevrijdende) volwassenheid, ofwel maturity, is lang. [2] Leve de
Republiek (ook al was die lange tijd een weinig scrupuleuze oligarchie) en weg
met de zelfingenomen Oranje (Bilderberg)kliek en hun lakeien die
slechts arrogant opsouperen en zich volledig naar Washington schikken. De
burger mag zich dan tamelijk veel laten aanleunen, helemaal gek is-ie nu ook weer
niet. Tijd voor echte zelfstandigheid en voortvarendheid. U heeft het nu voor
het zeggen. Zo'n uitgelezen kans komt niet snel ten tweede male. Dus laat u
niets wijsmaken.
Want de sociaaldemocraten van de
PvdA doen via Timmermans weliswaar een amechtig beroep op samenwerking met 'het
politieke centrum', echter zonder te beseffen dat zulk een centrum nauwelijks
meer bestaat sinds zowel de sociaal- als christendemocraten zich met huid en haar aan het
neoliberalisme hebben uitgeleverd. De teloorgang van de ooit vruchtbare
rooms-rode samenwerking en in het kielzog hiervan de progressieve opbouw van de
samenleving is dan ook minder een gevolg van de ontzuiling, als wel van de ideologische Wende van de jaren ’80 en ’90 waarbij beide politieke stromingen
zich in wisselende combinaties achter de VVD schaarden. Dus om nu te
suggereren alsof dat alles nu plotseling geen rol meer zou spelen is
volksverlakkerij. Waarom denkt u dat zowel de PvdA als het CDA een groot deel
van hun achterban zijn kwijtgeraakt en naarstig op zoek zijn naar ‘nieuwe
aansluiting'? Vooraleerst men de hand in eigen boezem steekt en zich rekenschap
geeft van de gekozen ideologische positionering van de afgelopen decennia zal
het niets worden met de beoogde samenwerking. Eerst de zaken op rechtsstatelijk
en sociale zekerheidsgebied op orde brengen, dan valt er wellicht te praten.
Niet eerder. Maar gezien de hardnekkige weigering van deze partijen om tot
bezinning te komen zal dit laatste veelal een onvervulde wensdroom blijven. Dit
geldt ook voor VVD-slippendrager D66.
Bij alle oppositie tegen het
uitgedijde neoliberalisme dient men goed te beseffen dat lokaal en regionaal
'zelf-doen' — ofwel het obligate 'wij-samen-met-elkaar'
— een neocorporatistisch zwaktebod is dat geen soelaas zal (kunnen) bieden
tegen uitholling van de publieke sector. Dat is het hoofd in de schoot leggen
zonder deze ideologische kwestie te adresseren waar-ie thuishoort, namelijk bij
de centrale overheid en de nationale volksvertegenwoordiging. Voordat men het
zich realiseert belandt de samenleving daarmee in een verzameling 'stadstaten'
die elk op eigen houtje het wiel trachten uit te vinden en waarbij het algemeen
belang volledig vogelvrij is verklaard. Dan worden problematische zaken van
kwaad tot erger en kan de burger fluiten naar zijn grondrechten. Een solide
sociaal contract vraagt noch om neoliberalisme, noch om neocorporatistisch
herstel- en broddelwerk, maar om gebalanceerd
etatisme.
Ook het opsplitsen
van de samenleving in categorieën of
generaties die alle hun eigen (exclusieve) rechten zouden kunnen doen gelden is
contrair het gelijkheidsbeginsel. De stilzwijgende, maar desondanks tomeloze
annexatie van de openbare ruimte op basis van dit soort uitgangspunten leidt
niet tot 'inclusiviteit', maar tot separatisme. De openbare ruimte is van
iedereen en dus van niemand in het bijzonder. Alle burgers hebben dezelfde
rechten en betalen daar ook voor. Er kunnen derhalve geen exclusieve locaties
worden opgeëist of rechten dienaangaande worden geclaimd door categorieën van
welke soort dan ook. Of die nu 'rookvrij', 'fiscaal onafhankelijk', 'kind- en milieuvriendelijk', 'genderneutraal' zijn, of niet. Deze tendens dient als het even kan uit alle macht te worden tegengegaan, want
voor men het goed en wel beseft heeft art. 1 GW haar volledige betekenis en
zeggingskracht verloren.
[2] Zo zouden de media eens moeten stoppen met het benaderen van burgers als een verzameling infantiele kleuters en dienen te beseffen dat het minzaam patroniseren slechts contraproductieve effecten heeft. Het draagt in elk geval niet bij tot de zo veelvuldig bepleite betrokkenheid van burgers bij het voorgestane beleid — wat men van dit beleid verder ook moge vinden. De kloof tussen burger, politiek en overheid wordt er op deze wijze alleen maar groter door. Daarbij helpt ook geen beroep op sentimentalistische gevoelens, hoezeer men ook meent zich daarvan omstandig te moeten bedienen. De tijd van dédain voor de intellectuele vermogens van burgers is echt voorbij. Kortom: stap uit de verstikkende Rutte-modus en wrijf het zand uit de ogen!
