Ofschoon verkiezingen in dictaturen zoals in China, Rusland of Israël nauwelijks iets om het lijf hebben, is de impact van verkiezingen in democratische landen vaak niet veel anders. Keuzes zijn vaak beperkt – zeker bij tweepartijenstelsels – en de uitkomsten vaak minder significant dan wordt aangenomen. De eenvormigheid bij politieke partijen en hun beleidsoriëntaties zorgt ervoor dat veel bij het oude blijft en dat het gevoerde beleid ondanks gewekte verwach- tingen slechts met marginale wijzigingen wordt voortgezet. Dat is is Nederland het geval, maar ook in tal van andere zoals de Verenigde Staten, Frankrijk, Duitsland, het VK en meer. Democratische stelsels zijn ondanks de theoretische grondslagen geen garantie voor pluriformiteit, zoveel is duidelijk. Overal waar partijen naar elkaar zijn opgeschoven en zij hun ideële uitgangspunten hebben afgezwakt zien we eenzelfde beweging naar de rechterkant van het spectrum. Er blijft al met al hoe langer hoe minder om uit te kiezen. En dan nog, want hoe 'spectaculair' verkiezingsuitslagen ook mogen worden geacht, zij leiden niet per definitie tot machtsvorming waarmee essentiële bakens worden verzet. De bestaande machtsstructuren en -verhoudingen blijven meestal ongewijzigd.
Daarnaast wordt in democratieën te veel vertrouwd op de veronderstelde pluriformiteit van mediabericht- geving. Die laat echter vanwege de aanhoudende malaise in de nieuwsjournalistiek vaak te wensen over, zodat pluriforme berichtgeving ijdele hoop blijkt. Mediaredacties kunnen nog zoveel parmantige en zelfvoldane 'schootkeffers' ten tonele voeren om beleidsagenda's te promoten en aan de man te brengen, het zal ze niet baten. De 'analyses' deugen niet en men kleunt voortdurend mis met de afgekloven cliché-argumentaties en drogredenen van afschrikking, 'sterk staan' en zo meer. In een volledig interdependente wereld staat niemand sterk als het erop aan komt. Wij zijn allen kwetsbaar en blijven dat. Het is evenals met keffers vaker het geval: ze blaffen wel, maar bijten niet.
Ja, en dan de hoge energieprijzen. Komt door 'de oorlog' wordt gezegd. Zou het werkelijk?
Even de feiten op een rij.
Energie en brandstof als verdienmodel voor staat en overheid
Huishoudens betalen 21% btw op gas en elektriciteit. Over de gehele rekening (leveringskosten, netbeheerkosten EN energiebelasting) wel te verstaan. Dat is dus ook nog een keer belasting op belasting. Bij een gemiddeld energieverbruik komt de totale belasting neer op zo'n 1.550 p.j. Daar gaat dan ca. 630 af (belastingkorting) zodat er een netto belastingbedrag van ruim 900 euro overblijft dat rechtstreeks naar de staatskas gaat.
Bij een gemiddelde jaarrekening van rond 2.000 betekent dit dat ongeveer 45% is belast; na verrekening van de korting zo'n 15 tot 20%. Vaak ligt het verbruik echter hoger (rond 2.600 p.j.)
Zonder al die extra heffingen zou energie derhalve als basisbehoefte bijna de helft goedkoper zijn!
De korting is overigens voor iedereen gelijk, zodat er grote netto verschillen zijn en ook blijven.
Daarnaast betaalt men over elke liter (ongelode) benzine 0,845 accijns. Daar komt dan ook nog 21% btw bovenop. Het overheidsaandeel komt daarmee neer op ruim de helft van de totale benzineprijs. En dan hebben we het nog niet over de dagelijkse boodschappen die eveneens met 21% zijn belast.
Als er dus met droge ogen wordt beweerd dat de overheid 'weinig aan deze situatie kan doen' is dat pure misleiding, want feitelijk onjuist. Al met al is de overheid zelve de grootste geldslurper. Huisje isoleren en driest oorlogen blijven financieren dan maar? Ja doe nog maar wat ‘vrijheidsbelasting’. (Alleen de gedachte al bij alle miljardenverkwisting). Hoe lang laat de bevolking zich nog bedonderen en nodeloos kaalplukken …? Het blijft immers een notoire schurkenbende (al dan niet gesteund door zich ‘progressief ’, ‘sociaal’, of ‘christelijk betrokken’ beschouwende partijen en personen).
We zeggen het nog een keer heel duidelijk: de kern van de parlementaire democratie is de mandaatverstrekking aan de volksvertegenwoordiging. Zolang dit open mandaat een vrijblijvende 'blanco cheque' blijft (zonder enige concrete verplichting voor de betreffende politieke partijen) zullen er 'package deals' door de strot van de bevolking worden geduwd zonder dat zij daarom hebben gevraagd (of daarvoor toestemming hebben gegeven). Dit heet dan 'democratisch uit naam van het volk'. Het rammelt kortom rond legitimiteit en legitimering van het overheidsbeleid. In theorie is deze gang van zaken weliswaar (formeel) 'afgedekt', maar in de praktijk heeft dit alles met democratie weinig te maken. Verandering hierin kan alleen zinnig tot stand worden gebracht indien men bereid is de mandaat- verstrekking grondig te herzien en zodanig aan te passen dat er daadwerkelijk toestemming wordt verleend voor het nemen van vergaande beleidsbeslissingen op allerlei terreinen. Het opportunistisch goochelen met prioriteiten moet afgelopen zijn,
